De geschiedenis van het stripverhaal 11: De eerste strips van Nederland

0
148

De zoektocht naar de oorsprong van de stripverhalen bracht onze Geeker op je Speaker Gert-Jan van Oosten al langs de eerste tekstballonnen, de eerste geanimeerde filmpjesPopeye en pulpmagazines. De vorige keer werd het eerste Superman verhaal besproken: The Reign of the Superman. Dit keer kijkt Gert-Jan naar wat er in Nederland allemaal gebeurt.

De geschiedenis van het stripverhaal 11: De eerste strips van Nederland

In ons eigen land gebeurde namelijk ook een aantal zaken op het gebied van de strips. In de 19de eeuw hadden we al ons eerste ‘stripboek’. Alhoewel het niet aan de “eisen” van de moderne strip voldoet, maakte Johannes Franciscus Nuijnens, onder het pseudoniem Korporaal Achilles in 1891 de eerste Nederlandse sciencefiction strip met Visioenen en Droombeelden uit de 20ste eeuw. Het verhaal gaat over Nieuwela Domenhuis en Wilhelmina Druckem (karikaturen van de socialist Ferdinand Domela Nieuwenhuis en feministe Wilhelmina Drucker) die naar het toen nog eiland Urk gaan om daar een socialistisch paradijs op te bouwen.

In 1915 gaf Drukkerij de Spaanestad het Kleuterblaadje uit, een tijdschrift voor kinderen van zes tot tien jaar. Dit blad was een spin-off van het weekblad de Roomsche Jeugd, wat zich later zou door ontwikkelen tot het tijdschrift OKKI. In het Kleuterblaadje zat iedere keer een stripverhaal zonder woorden. Hier werd vaak leentjebuur gespeeld, door iets van een Engelse, Duitse of Franse tekenaar te kopiëren of over te trekken.

In de jaren twintig werden strips in Europa en Nederland ook ingezet als marketingtool. Het idee was dat door de jeugd aan zich te binden de ouders ook gelijk mee te krijgen.  Dit zorgde (net als in de Verenigde Staten) voor een grote diversiteit aan bladen gericht op jongeren, maar ook specifieker op jongens en meiden. Doordat de wereld op dat moment groter werd, kon men ook steeds meer gebruik maken van wat in het buitenland werd geproduceerd, maar ook in Nederland werd voldoende geproduceerd.

Op 13 augustus 1922 werd in Nederland het eerste Nederlandse Stripblad Het Dubbeltje, Geïllustreerd Weekblad voor de Jeugd en Huisgezin uitgegeven door de firma Excelsior. Excelsior zou jaren later de catchphrase worden van iemand die van grote invloed in de stripwereld zou hebben.  Het bevatte net als in de Amerikaanse Pulp Magazines veel verhalen met illustraties en veel werk van Amerikaanse comics, zoals de al eerder genoemde Charlie Chaplin strips. Maar ook de werk van Franse tekenaar werd opgenomen in dit tijdschrift.

Ook in Nederland waren kranten en ook zij probeerden met behulp van tekeningen (jeugdige) lezers aan zich te binden. Iedere krant zorgde ervoor dat in zijn krant plaats erd gemaakt voor een strip. En dit waren niet de meest vernieuwende strips, maar veelal plaatjes met onderschrift of een gedichtje eronder. Nederland was destijds nog een heel verzuild land, dus iedere pilaar had zijn eigen krant en dus ook zijn eigen strip. Op deze manier hadden we in Nederland direct al een redelijke stripproductie. Er werd ook gekeken wat er in het buitenland gebeurde en de Telegraaf haalde in 1921 de strip Billy Bimbo en Peter Porker van Harry Folkard, gepubliceerd in de London Evening News naar Nederland. Hier werd het onder de titel Jopie Slim en Dikkie Bigmans een grote hit. En dit succes bleef niet onopgemerkt door de andere kranten.

Dikkie Bigmans

Henk Backer werd in 1898 geboren als zoon van een onderwijzer en was voornemens om het beroep van zijn vader te gaan uitoefenen. Zij studie moest hij echter door gezondheidsklachten afbreken. Daarom ging hij naar de Academie van Rotterdam en ging zich uiteindelijk richten op het maken van stripverhalen.

Op 15 oktober 1921 debuteerde Backer in het Rotterdamsch Nieuwsblad met de strip ‘Nieuwe Oosterse Sprookjes‘. Dit was een komische strip zonder woorden van twee mannetjes. Later werd de strip omgedoopt dot Yoebje en Achmed. En met deze strip werd Backer de eerste Nederlander die een dagelijkse strip had in Nederland.

Hij begon een tweede strip en deze kwam in de concurrent van het Rotterdamsch Nieuwsblad. Hij begon in 1922 met de strip Het Dagboek Hansje Teddybeer en Mimi Poezekat. Maar wat in de Verenigde Staten gebeurde, gebeurde ook hier. De eigenaar van het Rotterdamsch Nieuwsblad wilde dat Backer alleen voor hem kwam werken en met een hernieuwd salaris ging Backer alleen voor deze krant werken.

Hij kwam met een nieuwe strip en deze strip is waar Backer beroemd mee geworden is: ‘De Wonderlijke gescheidenis van Tripje. Deze strip begon op 19 mei 1923 en heeft met wat onderbrekingen gelopen tot 1946. Backer is destijds gestopt omdat hij weigerde om zijn helden in te zetten voor de Duitsers.

Tripje, Liezebertha, Oepoetie en Pietje

Backer liet de hoofdpersonen van deze strip Tripje en Liezebertha op optreden in ander werk wat hij maakte en deze figuren werden heel erg populair.  Men besloot om de verhalen te bundelen en bij de verkoop van de eerste boeken, met een oplage van maar liefst 100.000,  stonden er dranghekken en moest politie te paard voorkomen dat de verkoop van de fans niet uit de hand zou lopen.

Toen in 1937 de 15 verjaardag van Tripje gevierd werd tijdens een evenement, moest de politie er weer aan te pas komen om de duizenden fans in bedwang te houden.  Backer was toen zelf verkleed als zijn karakter Tripje. In 1969 is Backer gehuldigd voor zijn werk voor de strips in Nederland door het Stripschap.

Wordt vervolgd

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.