De geschiedenis van het stripverhaal 5: Een beeldend verhaal

0
117

Onze eigen Geeker op je Speaker Gert-Jan van Oosten duikt iedere week de geschiedenis in om de herkomst van het stripverhaal te onderzoeken. Vorige keer hebben we het gehad over Winsor McCay die met zijn innovaties de strips heeft verrijkt. We vervolgen zijn verhaal!

De geschiedenis van het stripverhaal 5: Een beeldend verhaal

Zijn voorliefde als tekenaar zat hem in hoe je bewegingen in de strips kon laten zien. En toen er een nieuwe ontwikkeling ontstond, namelijk de Motion Picture, bleek dit voor Winsor McCay een combinatie die hem opslokte. Vanaf 1911 begon hij met de eerste animatiefilms. Hij stak zijn eigen geld in deze nieuwe innovatieve manier van films maken. McCay begon met zijn eerste animatiefilm halverwege 1913 en deed al het werk in zijn vrije tijd.

McCay tekende al vaak dinosauriërs in zijn strips en voor het onderwerp van zijn eerste tekenfilm werd ook een dinosauriër gecreëerd, Gertie.  Hij maakte duizenden tekening van Gertie. Dit deed hij op rijstpapier, omdat op dit papier de inkt niet werd geabsorbeerd en omdat het licht erdoorheen scheen. Hierdoor kon hij de subtiele verschillen van zijn animaties goed zien en kon hij vervolgens de achtergrond van de tekeningen goed ‘overtrekken’. Elke tekening werd gemarkeerd. Daarna werden ze op een stuk karton gezet en gefotografeerd.

Hij was zo bezig met de beweging van Gertie dat hij zijn eigen ademhaling timede om zo de timing van de ademhaling van Gertie goed te krijgen. En ook de grond onder de voeten van Gertie moest geloofwaardig meebewegen als Gertie bewoog op de momenten dat dit in het echt ook zou gebeuren.

McCay zocht ook contact met het New York Museum omdat hij wilde weten hoe een dinosauriër zich bewoog, maar daar konden ze hem niet veel verder helpen.  McCay heeft een scène waarin Gertie rechtop staat, maar omdat hij niet zeker wist of dit ‘getrouw de waarheid was’, liet hij een vliegende dinosauriër voorbij komen om de aandacht wat af te leiden van Gertie.

Al dit werk was niet voor niets, want uiteindelijk maakte McCay de eerste tekenfilm met een geloofwaardig karakter en deze liet hij zien tijdens zijn optredens. Hij had de tekenfilm zo gemaakt dat hij met Gertie praatte en Gertie reageerde op zijn vragen en opdrachten. De film werd geprojecteerd op een scherm en McCay stond ernaast op het podium.

Gertie werd een succes en McCay ging aan het werk met andere animatieprojecten.

McCay’s werkgever Hearst was minder enthousiast. Hij vond dat de ‘hobby’ van McCay de kwaliteit van zijn tekeningen voor zijn krant deed verminderen. En ook het feit dat McCay vaak niet te bereiken was omdat hij aan het optreden was, was Hearst een doorn in het oog. Hij wilde geen advertenties van de optredens van McCay meer in zijn kranten plaatsen. Ook werd McCay onder druk gezet om minder optredens te doen en dit werd zelfs contractueel vastgelegd. Uiteindelijk moest McCay helemaal stoppen met zijn optredens en andere zaken waar hij geld mee verdiende en moest hij exclusief gaan werken voor Hearst. Hij werd hier overigens wel financieel voor gecompenseerd. Hiervoor moest hij zich wel elke dag melden bij de krant en fysiek daar aanwezig zijn om zijn werk te doen.

Hearst zag wel kansen als ondernemer en startte de International Film Service, een studio waarvoor hij cartoonisten inhuurde om animatiefilms te maken. McCay kwam ook werken bij International Film Service. Er is echter nooit een animatie van hem via deze studio naar buiten gekomen.

Zijn tweede animatiefilm, die hij wederom in zijn vrije tijd had gemaakt, ging over het zinken van de Lusitania, met de bijna vanzelfsprekende titel The Sinking of the Lusitania. Dit was een realistische film over een tragische aanslag.

McCay bleef werken voor Hearst totdat zijn contract was uitgediend in 1922. Hij was verbitterd omdat hij geld zou krijgen van Hearst dat hij niet gekregen had. Hij ging weer bij de concurrent, de Herald Tribune, werken en hij begon weer met het uitgeven van Little Nemo. Maar er waren wat veranderingen. De panels zagen er iets anders uit. Nemo had een meer passieve rol in de verhalen en er was geen continuïteit. De strip was niet meer zo populair als weleer en in 1926 werd het laatste verhaal van Little Nemo gemaakt. In 1927, nadat Hearst persoonlijk zijn best had gedaan om McCay weer bij hem te laten werken, ging McCay weer aan de slag voor Hearst.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.