De geschiedenis van het stripverhaal 55: Mad

0
102

In de vorige aflevering kwamen we  Fredric Wertham tegen, een onderzoeker die sterk de mening had dat comics de jeugd verpestte. Ondertussen ging het produceren van de comics natuurlijk wel gewoon door. Bij Entertaining Comcis (zie deel 53), waar onder andere de horror en crime cpmics gemaakt werden, speelde de concurrentiestrijd tussen de beide editors Harvey Kurtzman en Al Feldstien nog steeds een rol. Harvey maakte zijn strips daar zo realistisch mogelijk, maar kon daardoor lang niet zoveel produceren als zijn collega Al. En daardoor verdiende hij ook minder.

Hij ging weer het gesprek aan met zijn baas Bill Gaines, en die dacht een oplssing te hebben: Hij stelde voor dat Harvey naast zijn twee oorlogstrips een humoristische strip moest gaan maken. Hij vond dat Harvey iets meer gebruik moest maken van zijn humor en hierdoor zou hij ook wat meer verdienen. Dit resulteerde in Mad, dat voor het eerst uitkwam in 1952. Hierin kon hij al zijn frustraties kwijt over de comics die Entertaining Comics uitgaf door er de draak mee aan te steken. Maar al vrij snel werden alle aspecten van popcultuur op de hak genomen in deze comic.

Mad werd erg succesvol en verkocht zo goed dat collega Al ook een eigen humoristische comic ging maken. Hij besloot zijn comic Panic te noemen en het eerste deel daarvan kwam uit in 1954. De uitgeverij noemde Panic de ‘only authorized imitation’ van Mad. Harvey vond dit, begrijpelijk gezien de concurrentiestrijd, absoluut niet tof. Daarnaast zorgde het eerste deel voor een enorme rel. In een satirisch verhaal genaamd ‘The Night before Christmas’, had tekenaar Bill Elder een sticker op de slee van de kerstman getekend. Op deze sticker stond ‘Just divorced’. En dat viel heel slecht in de staat Massachusetts, waar men vond dat de kerstman een heilige was en dat dit dus heiligschennis was.

De comic werd officieel verboden in de hele staat. Bill was woest en kwam met een persbericht dat hij alle Picture Stories from the Bible uit alle boekenwinkels van Massachusetts zou halen. Dit werd ook groots in de kranten gemeld. Het duurde even voordat men door had dat deze comic al 5 jaar niet meer door Entertaining Comics werd gepubliceerd. In datzelfde eerste deel stond ook een ander controversieel verhaal, getiteld My Gun is the Jury. Het verhaal eindigde met de onthulling dat een van de mooie dames in het verhaal een travestiet bleek te zijn.

In deze periode probeerde Fredric tot twee keer toe om een wet in de staat New York erdoor te krijgen die de verkoop van comics aan minderjarigen zou verbieden. Tot twee maal toe werd dit voorstel weggestemd door een veto van Gouverneur Thomas Dewey. Dit was ook de reden waarom Fredric met zijn boek kwam. Als het hem niet lukte om via de politiek verandering te brengen, dan moest het maar vanuit de mensen zelf.

Fredric kwam met zijn boek de Seduction of the Innocent omdat hij overtuigd was dat de oorzaak van het ontsporen van de jeugd kwam doordat ze via de comics werden beïnvloed. Comics waren volgens hem de bron van het kwaad en de kinderen moesten beschermd worden. Ze zouden racistisch zijn, aanzetten tot homoseksualiteit, allen comics waren eigenlijk misdaad comics en de kinderen zouden hieruit leren wat te moeten doen om het verkeerde pad op te gaan. Zoals al eerder aangeven, blijft niet heel veel overeind van Fredrics conclusies, maar in dit tijd was het een redelijke hit. Ook in dit tijd waren wetenschappers kritisch op zijn boek, maar het publiek waar hij het voor schreef waren ouders.

En in dit tijd was het inderdaad zo dat er veel jeugdige delinquenten waren in de Verenigde Staten. Het probleem was zelfs zo serieus dat het Senaat een subcommissie door het hele land stuurde om daar zogeheten hoorzittinge te organiseren. De voorzitter van deze groep, Robert C. Hendrickson, gaf aan dat als ze in New York zouden komen, ze in hun onderzoek ook de comics zouden meenemen. Bill Gaines was woest dat dit werd meegenomen in de hoorzittingen en als reactie liet hij bij EC een nep advertentie met de titel “Are You A Red Dupe?”, waarin geconcludeerd werd dat de enigen die de comics kapot wilden maken de communisten waren. Hij verzond ook een exemplaar naar Robert, die daar woest op reageerde. Hij wilde niet voor een communist worden uitgemaakt en gaf aan dat deze poging tot intimidatie niet gelukt was.

Bill was niet opgeroepen voor deze hearing, maar hij vroeg of hij mocht spreken. En dat werd ingewilligd. Op 24 april 1954 mocht Bill spreken, na het betoog van Fredric. Bill had de hele nacht doorgewerkt aan zijn was niet op zijn allerbest. Ook werd hij vijandig bejegend, door zijn aanval op de commissie met zijn “Are You A Red Dupe” advertentie. Door de aanwezigheid van Frederic en Bill werd de focus in deze bijeenkomst helemaal gefocust op de invloed van comics op de jeugd. Na het betoog van Bill werden er vragen gesteld. De woorden wisseling van Estes en Bill werd zelfs voorpagina nieuws in de New York Times de volgende dag. Met de bijtende kop ‘No Harm in Horror comics Issuer says’.

Chief Counsel Herbert Beaser asked: “Then you think a child cannot in any way, shape, or manner, be hurt by anything that the child reads or sees?”
William Gaines responded: “I do not believe so.”
Beaser: “There would be no limit, actually, to what you’d put in the magazines?”
Gaines: “Only within the bounds of good taste.”
Sen. Kefauver: “Here is your May issue. This seems to be a man with a bloody ax holding a woman’s head up which has been severed from her body. Do you think that’s in good taste?”
Gaines: “Yes sir, I do — for the cover of a horror comic. A cover in bad taste, for example, might be defined as holding her head a little higher so that blood could be seen dripping from it and moving the body a little further over so that the neck of the body could be seen to be bloody.”
Kefauver (doubtful): “You’ve got blood coming out of her mouth.”
Gaines: “A little.”

Dit optreden van Bill was een pr-nachtmerrie voor comic uitgeverijen. Bills reactie werd opgevat als desinteresse van uitgeverijen in het welzijn van kinderen. Kenners maakten zich ernstige zorgen over de gevolgen van dit optreden. En niet ten onrechte, zo zal blijken. Maar daarover later meer.

Avatar
Gert-Jan van Oosten is schrijver en podcaster, en bovendien groot fan van het stripverhaal. Samen met Kenny Rubenis en Roderick Leeuwenhart heeft hij de Podcast Geekers op je Speakers. Hij is een van de mede oprichters geweest van Drop Comics, een kleine stripuitgeverij van eigen werk zoals ACE en Sanguis.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here