Zoals aangekondigd beginnen we een geheel nieuw avontuur met jullie: een gezamenlijke wekelijkse leesclub waarbij jullie ook eigen input kunnen geven. Auteur Jeroen Cornelis is druk bezig met het schrijven van zijn manuscript en wil daarbij al in een vroege fase lezers betrekken in het schrijfproces. In het interview met Jeroen kun je iets meer lezen wat hij met al die input doet.

Lees het op je gemak door en laat Jeroen dan horen wat je ervan vond. Waar liggen verbeterpunten, welke delen/personages vond je juist supertof of waar kan er wat jou betreft meer vaart in. Soms heeft Jeroen specifieke vragen over de tekst of waar jullie het verhaal heen zien gaan, dat zal dan altijd onderaan de tekst komen te staan. We beginnen vandaag met de proloog. Veel leesplezier!


– Proloog –

Het duizelde hem en zijn maag kwam in opstand. De peristaltische beweging werd niet veroorzaakt door de belabberde kookkunsten van de waard. Die waren op zijn minst redelijk te noemen. En nee, het kwam niet door een wanstaltig drankgebruik of overdadige hoeveelheid snuif, zoals het geestverruimende en destructieve middel heette. Het kwam door een mengeling geuren, beelden en emoties die hem deden braken. Ravi probeerde het tegen te houden, zijn maag te dwingen tot kalmte, maar het werkte averechts. Hij keek verschoten om zich heen, maar niemand had oog voor een kotsende jatteneur uit Nieuwpoort.

Hij veegde onopvallend zijn mond schoon en zocht een ander plekje in de menigte. Ravi wilde helemaal niet kijken. Alle tekenen in zijn lijf zeiden hem gewoon door te lopen, het brute geweld te negeren of desnoods gebruik te maken van de gelegenheid om de zakken te rollen van de gefascineerde mensenmassa, maar hij kon het niet. Het was gewoon te gruwelijk en daarbij verschool hij een diepgeworteld medelijden met het slachtoffer, al kende hij haar niet. Er werd een heks terechtgesteld.

Een openbare executie was niets nieuws, maar toch kon zelfs een geharde goof uit de goot zijn maag niet in bedwang houden. Mensen bleven gebiologeerd staren naar het kwaad dat teruggegeven werd aan het vuur, waar het ooit uit geboren was. De vrouw schokte als een slecht bestuurde marionet. Lichaamsdelen leden een kortstondig en hevig, maar ongecontroleerd leven. Wat ooit blanke, jeugdige benen waren, blakerden nu nog duivels, zwart met rode blaren. Vlammen likten wild aan kleding, huid en haar als een dolenthousiaste hellehond. Niets bleef gespaard voor de tongen van het vuur en als je van dichtbij zou kijken dan zou je tranen zien verdampen, nog voor ze de wangen verlieten, met de zwaartekracht mee naar de vergetelheid. Het waren geen tranen van verdriet, of woede, het was doodsangst. Angst vermengd met pure pijn, die de tranen trokken.

De vrouw schreeuwde nog een paar keer hartverscheurend, maar het was niet meer woede die ze eerder had geuit naar de ‘gewone’ mensen die haar veroordeelden en verafschuwden. Die zelfde mensen die zij in het verleden geholpen had bij lichamelijke klachten en geestelijke ondersteuning. Haar ingrediënten bestonden uit alles wat de natuur haar te bieden had. Nu, na een aantal mislukte oogsten en met de pest geplaagde runderen, brandde zij als heks en duivelsaanbidster. Dezelfde handen die ooit kinderen ter wereld hadden gebracht, gekloofde voeten hadden ingesmeerd en handen had geschud na het genezen van een ziek rijdier. Die handen stonden nu haaks verbogen in een de door pijn bestuurde stand. De menigte stopte met het toeschreeuwen van beledigingen en verwensingen, want de stank van de gruwelijkheden was voor veel mensen genoeg om het plein te verlaten. De Order, de primus inter pares van de lokale Rode Orde tempel, besloot de menigte nog toe te spreken. Gekleed in de beruchte rode abdijkleren van het vuur, die over zijn plaatpantser vlamden, afgeknoopt met een zwarte band die zijn professie in de vechtkunsten bekrachtigde. Zo vurig waren zij tegen alles wat met magie te maken had, dat zij hun leven lang spendeerden aan het onderwijzen, trainen en vervolgen van magie gebruikers.

‘Laat het duidelijk zijn dat Nieuwpoort geen heksen en heksenmeesters, geen tovenaars en tovenaressen, geen magie en tovenarij toestaat volgens de geschreven wet van de Rode Orde, zo waarlijk helpe mij Deus, de Ene. Wie deze heilige wet breekt, riskeert de prijs die je alleen kunt betalen met je leven, hoe onheilig dat ook mag zijn, heks.’ Hij spoog zijn laatste belediging uit van afkeer en trok zijn zwaard om zijn woorden meer kracht toe te brengen. De gespierde zwaardarm blonk van het zweet en verkrampte kracht van een stoot in de lucht. Maar het bleef bij een uiting van geweld, want hier viel niets meer te straffen of te doden. Een macabere stilte keerde terug als een onuitgesproken reactie over het dorpsplein en rook trachtte de verschrikkelijkheden te verbergen achter een gordijn van tijdelijke onzichtbaarheid. Of de vrouw nu wel of geen magiër was, de boodschap was duidelijk; de mensheid aanvaardde niets wat ze niet konden verklaren met een boerenlogica en het blote oog. Niet zonder het daarna moedeloos uit te steken, waar nodig. De goden leken het schouwspel te willen vergeten, want een plotseling, opstekende lentebui verwaaide het voorval en suste het vuur sissend met regen, maar het geschetste beeld bleef kraakhelder achter op zijn netvlies.

 

‘Morge, Raaf!’ De uitsmijter groette hem vrolijk terwijl hij het hoofdkwartier van de beruchte Bulldog bende binnenstapte. ‘Goeiemorgen, mijn beste gapper. Laat je de baas weten dat ik aan de toog zit?’

‘Dat zeg je ‘em zelf maar, geniepert. Hij zit er zelf ook.’ Ravi antwoordde met een speelse twee vingers die hij opstak, als wijze van een ‘krijg-het-heen-en-weer’ en duwde de deur van de gelagkamer open. Het geroezemoes verstomde enigszins en tussen de rookpluimen door zag hij wat bekende gezichten opkijken. Veertien man, of liever gezegd veertien jatteneurs uit de diepste hoeken en gaten van de straat keken even op en om, waarna het gesprek weer langzaam aanving. Of leek het nu meer ingetogen? ‘Snode plannen, achter mijn rug om? Stelletje schelmen.’ lachte Ravi wat mannen toe, maar de schaapachtige grimassen met een tikkeltje kiespijn die hij terugkreeg, deden hem dit moment in zijn geheugen griffen. Wees op je hoede, Ravi de Raaf! nam hij zichzelf voor én dit keer meer dan anders.


Jeroen Cornelis: Beste lezers, beste fantasyfans en bezoekers van FantasyWereld.nl. Wat fijn dat jullie de tijd willen nemen om samen met mij in het avontuur van Storm: Oorlogsmagiërs te duiken. Ik kan alle hulp, fantasie, energie en tips gebruiken die jullie als ervaringsdeskundigen hebben opgedaan. Veel daarvan zal ik ook gebruiken in mijn definitieve verhaal. Het kan dus goed mogelijk zijn dat een suggestie die je doet m.b.t. een plaatsnaam, wapen, personage, zinsopbouw, spelfout, afloop, of flashback zomaar ineens in de boekversie terugkomt. Wellicht heb je zelf ooit overwogen om (mee) te schrijven aan een boek; dit is je kans. Graag lees ik jullie reacties, tips, suggesties, verwachtingen onder deze post en daar zal ik dan ook regelmatig op reageren. Mocht je persoonlijke vragen hebben, neem dan contact op met de redactie van FantasyWereld.nl

14 REACTIES

  1. Hoi Jeroen,
    Heb toch besloten even dit intro te lezen. Een echt Fantasyverhaal want de elementen zijn aanwezig. Magie als belangrijkste. Het begin is sterk. Beeldend. Leuk om een Amsterdams woord te zien ‘Jatteneur’.
    Het stukje over de heks is heel informatief; we willen absoluut weten wat ze deed en je beschrijft dat hier mooi. Nieuwpoort als naam voor de stad is een goede keus. Een beetje vlak misschien, maar wel passend. Misschien kun je nog iets bedenken wat met die orde van magiehaters te maken heeft en dat in een anagram stoppen zoals ik je op Web Tales vertelde. Ik zeg dit nu, maar ik weet natuurlijk helemaal niet waar het allemaal naartoe gaat dus is de naam wellicht wel passend. Je hebt er denk ik een bedoeling mee of het is iets wat bij de rest past. Ik ga er dus ook niet over oordelen. Ik wil nog even benadrukken dat ik al mijn opmerkingen met de kennis die ik heb van taal plaats. Die is niet zo heel groot dus ik ben ook geen taalpurist en anderen kunnen daar wellicht meer mee. Ik heb het naar beste kunnen gedaan, maar weet ook lang niet alles.

    Ik denk dat je over het algemeen moet oppassen met lange samengestelde zinnen omdat, zoals ik hier af en toe lees, het overzicht weg is. Het leest dan ook wat rommelig en je moet je gedachten er heel goed bij houden. Lange zinnen vergen een grote taalvaardigheid. Waarmee ik niet wil zeggen dat korte zinnen altijd beter zijn. Integendeel, maar weet waar je sterke punten liggen en probeer het duidelijk te houden voor de lezer. Te veel willen vertellen is ook een valkuil (waar ik ook vaak in ben gestapt en nog wel) en soms moet je de lezer dingen zelf laten invullen.

    Het viel me ook op dat je heel beeldend wilt schrijven; dat is goed want dan moeten de lezers meer fantasie gebruiken. Da’s de bedoeling. Je kunt dit ook doen bij emoties van personages. Dus laat af en toe zien hoe ze zich voelen. Zeg dan niet: hij keek verbaasd, maar bijvoorbeeld: hij trok een wenkbrauw op. Je kunt beide taalelementen mixen. Soms zeg je dus: hij keek getergd en soms doe je dat beeldend, visueel. Probeer dat te mixen.

    We zien een klein deeltje van de wereld waarin zich dit verhaal afspeelt. Ik vind het wel boeiend. Magie is altijd leuk. Probeer of je iets origineels kunt invoeren in je verhaal want in de Fantasy is al zo ontzettend veel gedaan en geschreven dat het heel lastig is om iets origineels te bedenken. Dat is je uitdaging dus.

    Hieronder heb ik een aantal grammaticale dingen die mij opvielen gezet. Het waren er flink wat. Let dus goed op. Ik twijfel ook nog over het woordje ‘em dat een afkorting voor ‘hem’ moet zijn. Ik vind het persoonlijk niet zo mooi.
    En of je Primus Inter Paris met hoofdletters kunt schrijven. Dat geeft de persoon in kwestie nog meer aanzien. Waarbij je ook nog kunt overwegen om Primus en Paris aan elkaar te schrijven. Staat kek.

    ‘Wat ooit blanke, jeugdige benen waren, blakerden nu nog duivels, zwart met rode blaren.’ > volgens mij kun je het woordje ‘wat’ beter vervangen door ‘waar’. En ‘duivels’ is dan ‘duivelse’.
    ‘Niets bleef gespaard voor de tongen van het vuur en als je van dichtbij zou kijken dan zou je tranen zien verdampen,’ >Ik zou persoonlijk geen twee maal achter elkaar ‘zou’ schrijven. Twee dezelfde woordjes in een zin is vaak te veel. Je kunt de eerste ‘zou’ vervangen door bv. ‘kon’. Ik zou ook het woordje ‘dan’ weghalen en dan achter ‘kijken’ een komma. Overigens vind ik de hele zin, die samengesteld is, wat lang. Misschien kun je hier of daar een punt zetten en dan een nieuwe zin beginnen. Nu leest het wat brokkelig, vind ik. Pas sowieso op met samengestelde zinnen. Ze mogen wel lang zijn, maar het moet wel helder zijn wat er in gebeurt.
    ‘maar het was niet meer woede die ze eerder had geuit’ >‘de’ woede die ze had geuit.
    ‘Die zelfde mensen’ > volgens mij kan ‘diezelfde’ aan elkaar.
    ‘Die handen stonden nu haaks verbogen in een de door pijn bestuurde stand.’ >het woordje ‘de’ kan weg.
    Volgens mij mag ‘magiegebruikers’ ook aan elkaar.
    ‘en trok zijn zwaard om zijn woorden meer kracht toe te brengen.’ > ‘toe te brengen’ vervangen door ‘bij te zetten’. Nu lijkt het alsof hij de woorden iets wil aandoen. Dat wil hij wel, maar nu lijkt het alsof hij dat fysiek wil doen en woorden kun je niet fysiek iets aandoen.
    ‘de mensheid aanvaardde niets wat ze niet konden verklaren’ > ‘kon’ omdat ‘mensheid’ enkelvoud is
    ‘Goeiemorgen, mijn beste gapper. Laat je de baas weten dat ik aan de toog zit?’ > deze zin op een nieuwe regel. Perspectiefwisseling.
    ‘Ravi antwoordde met een speelse twee vingers die hij opstak,’ > persoonlijk zou ik deze zin iets omwerken. Ravi antwoordde speels door twee vingers op te steken oid.
    ‘uit de diepste hoeken en gaten van de straat keken even op en om,’ > persoonlijk zou ik‘en om’ weglaten. Ze keken op of ze keken om is eigenlijk al voldoende.
    ‘Stelletje schelmen.’ lachte Ravi wat mannen toe,’ > de punt achter ‘schelmen’ moet een komma zijn.
    ‘zo waarlijk helpe mij Deus, de Ene.’ > er hoort nog een komma voor ‘Deus’.

    Verder wens ik je, als medeschrijver, collega dus, heel veel succes met je schrijven en je boek. Het is een hele weg, maar die is ontzettend fijn om te bewandelen.
    groeten,
    Ron Hoogland

  2. Leuk initiatief!

    Ik heb nog niet de volledige proloog kunnen lezen, dat probeer ik op een rustiger moment te doen.
    Wat me wel opviel, is dat in je eerste drie zinnen al meteen een hele hoop adjectieven gedropt worden: peristaltisch, belabberd, wanstaltig, overdadig, geestverruimend, destructief. Dat lijkt me een beetje overkill voor een lezer. Het is misschien beter om de lezer zelf deze adjectieven te laten afleiden uit het verhaal? Zo beschrijf je ergens ook ‘gewone’ mensen. Misschien is het beter om in plaats van ‘gewone’ mensen te gebruiken, te gaan beschrijven waarom ze dan ‘gewoon’ zijn en verschillend van de andere persoon. Het voordeel was wel dat het visueel wat makkelijker voor te stellen was.

    Ook het gebruik van typische lokale woorden (jatteneur, gapper, geniepert) is leuk voor mensen die de woorden kennen, maar anderen hebben er waarschijnlijk minder boodschap aan.

    • Hey! Dankjewel voor je input! Laat ik je eerst even bedanken voor de tijd en moeite. Het is inderdaad heel wat, wat er op je afkomt. Immers heeft Ravi daar ook behoorlijk last van. Ik zal je tips overwegen, dankjewel. De typische benamingen zoals Jatteneur, etc, wil ik bewust door het hele verhaal meenemen. Ooit las ik een boek Hoop & Rood waar de schrijver ongeveer dezelfde jargon meenam waar ik aan moest wennen, maar achteraf heel erg gecharmeerd van was. Ik werd meegenomen en hield het vast. Dat zal, hopelijk, later mijn lezers ook zo ervaren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.