Interview met Femke Dekker

0
61

 Femke Dekker heeft inmiddels al twintig boeken op haar naam staan, van boekjes om mee te leren lezen in groep 3 en 4, tot spannende avonturen voor lezers vanaf 10 jaar, en magische YA romans. Vorige maand verscheen alweer het derde deel van de reeks Verhalen uit de Heksenkeet, die Femke samen met illustratrice Marieke Nelissen maakt. Later dit jaar verschijnt nog De Legende van de Vuurvogel, een magisch fantasy avontuur. De perfecte schrijfster dus om wat vragen te stellen tijdens onze Kinderboekenweek!

Je hebt ondertussen al twintig boeken op je naam staan, van kinderboeken voor beginnende lezers tot young adults. Toch heb je voornamelijk kinderboeken geschreven. Vind je het gemakkelijker/leuker om voor die leeftijdscategorie te schrijven?

femkedekkerKinder- en jeugdboeken schrijven is sowieso heel erg leuk. Ik las als kind zelf het liefst boeken over kinderen die lekker hun gang gingen of boeken waarin rare, bizarre dingen gebeurden. Guus Kuijer en Roald Dahl waren dan ook favoriet. Om nu zelf zulke boeken te schrijven, is ontzettend leuk!

Maar voordat mijn eerste boek uitkwam, schreef ik van alles, voor kinderen en voor volwassenen. Toevallig vond een kinderverhaal als eerste de weg naar een uitgever, en na dat eerste boek kreeg ik vraag naar meer. Het idee voor mijn eerste Young Adult-boek had ik al lang voordat ik tijd had om het ook te gaan schrijven.

Wat trekt jou het meest aan fantasy, dat je hier het overgrote deel van je boeken iets mee hebt gedaan? En denk je dat je ooit een uitzondering zult maken, en bijvoorbeeld iets zult schrijven voor volwassenen of iets wat geen fantasy is?

Realistische boeken waarin niets raars gebeurt, worden bij mij doodsaai. Ik heb weleens een poging gewaagd om een verhaal te schrijven waarin helemaal geen magie of fantasie voorkomt, maar ik was erg ontevreden over het eindresultaat. Al heb ik wel één boek dat geen fantasie is, en dat is Gewoon, Marjolein. Dat was een opdracht voor Zwijsen en het thema fantasie lag al bij een andere schrijver. Ik heb er toen een oude, dementerende tante met een zeer eigenzinnig karakter aan toegevoegd, zodat ik toch nog iets had om mee te spelen. Bijvoorbeeld dat ze soms niet meer weet dat haar man is overleden, en dat ze haar sjaal heeft opgeborgen in een keukenkastje. Ik wil heel graag eens een boek voor volwassenen schrijven. Ook daar heb ik ideeën genoeg voor. Ik hoop dat ik daar nog eens de tijd voor vind.

femkedekkerDe serie ‘Verhalen uit de Heksenkeet’ heb je samen met illustrator Marieke Nelissen gemaakt. Hoe zijn jullie op het idee gekomen om deze verhalenreeks te beginnen? Of was het idee er al eerder en zijn jullie daarna pas gaan samenwerken?

Bij deze serie is het eigenlijk omgekeerd gegaan: de illustrator had de heksen bedacht, met een heel verhaal eromheen, en zocht een schrijver om het verhaal te structureren en in goede banen te leiden. Zij is toen via een vriendin bij mij terechtgekomen. Ik vond de heksen en haar ideeën zo leuk, dat ik graag met haar wilde samenwerken. Marieke had al bedacht dat één van de heksen een halve kat was, de toverthee van Luna zat er al in en zo waren er wel meer elementen waar ik als schrijver heel goed mee uit de voeten kon. Ik heb daar De Heksenkeet aan toegevoegd, met het idee dat de heksen ergens moesten wonen en ik kan heerlijk fantaseren met alle gekke dingen die daar gebeuren.

Hoe gaat die samenwerking precies in zijn werk? Komt eerst het verhaal, waarna de illustraties erbij verschijnen?

In het kort gaat het inderdaad zo. Ik verzin een verhaal dat voortborduurt op iets wat in een eerder deel gebeurd is, of waarin ik iets uitbouw uit Mariekes oorspronkelijke verhaal. Dat idee leg ik Marieke voor, zij voegt daar soms nog wat aan toe, en dan schrijf ik het verhaal helemaal. Daarna overleggen Marieke en ik, waarbij zij vooral kijkt hoe ze het verhaal in beeld wil brengen en of ze goed uit de voeten kan met wat ik heb geschreven. Als de uitgever het verhaal ook goedkeurt, gaat Marieke het hele verhaal illustreren.

Op je website hou je al sinds 2008 bij waar je mee bezig bent, is het fijn om zo in contact te blijven met je lezers?

Ik hou het op dit moment niet meer zo consequent bij als in het begin. Toen ik Argadwyn schreef, schreef ik iedere week iets op mijn blog over het schrijfproces. Dat was voor mezelf heel fijn, want nu was ik niet meer die schrijver die eenzaam zat te ploeteren. Een leuk bijkomend effect was dat al heel wat mensen wisten van het bestaan van Argadwyn voordat het een boek werd. En ik heb heel veel steun ondervonden toen het boek steeds maar door uitgevers werd afgewezen.

In 2011 ben ik begonnen met de Fantastische Nieuwsbrief, waarin ik schrijf over te verschijnen boeken, iets loslaat over het boek waar ik op dat moment mee bezig ben en over het schrijfproces. Soms zijn dat ook frustraties over vastzitten of uitgevers die een boek afwijzen. Heel af en toe stuur ik een fragment uit het boek dat net af is of waar ik nog mee bezig ben. Ik krijg altijd leuke reacties en soms gebeuren er bijzondere dingen.

femkedekkerDat was bijvoorbeeld het geval met De legende van de Vuurvogel, dat over een paar weken uitkomt bij uitgeverij Dutch Venture Publishing. Dat werd ook iedere keer maar afgewezen door uitgevers, en sommige van mijn volgers waren daar ronduit verontwaardigd over. Toen in de zomer bekend werd dat het dan toch werd uitgegeven, kreeg ik niet alleen enthousiaste reacties, maar ook de eerste bestellingen voor het boek.

Je schrijft er dat je inspiratie krijgt door even niks te doen, een wandeling te maken, naar mensen te kijken of gewoon naar de wolken te staren. Loop je ook wel eens vast tijdens het schrijven?

Oja, regelmatig! Ik kan soms dagen rondlopen met de vraag hoe dat nieuwe hoofdstuk moet beginnen, of hoe ik een personage weer uit de problemen krijg. Afstand nemen helpt dan. Soms is het een kwestie van even naar de keuken lopen voor een kop thee, en een andere keer ben ik dagen achter elkaar bezig meteen door te strepen wat ik net heb opgeschreven. Maar altijd dient de oplossing zich aan als ik iets anders doe dan proberen iets op papier te krijgen. Dat gaat dan bijna vanzelf en iedere keer denk ik: is het zo simpel?

Je geeft ook workshops, is het fijn om met (aspirant)schrijvers zo bezig te zijn? En krijg je daar zelf ook veel inspiratie van?

Ik sta er steeds weer van te kijken wat er tijdens zo’n workshop los komt. De workshops zijn heel intensief, schrijvers duiken echt heel diep in hun verhaal. De meeste deelnemers komen met een verhaal waarmee ze al bezig zijn, soms zelfs jarenlang. En steeds weer boort iedere deelnemer iets nieuws aan in haar of zijn verhaal. Iets dat hij of zij nooit had verwacht en wat soms het hele verhaal op zijn kop zet. En ja, dat is voor mij ook heel inspirerend.

femkedekkerHeb je alweer plannen voor nieuwe boeken of verhalen? En zo ja, zou je ons daar misschien al wat over kunnen vertellen?

Er is een stoer, eigenzinnig, grappig piratenmeisje naar me toe gekomen, dat nu al een half boek heeft gevuld met haar avonturen. Zij is dochter van een piratenkapitein en wil zelf niets liever dan ook kapitein worden. Maar… zij is een meisje. En meisjes worden geen kapitein. Midden in de nacht verlaat zij het schip van haar vader om dan maar zelf kapitein te worden. Wat ze dan allemaal meemaakt, kunnen jullie hopelijk volgend jaar zomer lezen in een geweldig boek.

Tijdens deze kinderboekenweek vragen we aan schrijvers ook naar hun favoriete jeugdboeken, heb jij een top 5? Dit mogen boeken zijn die je vroeger hebt gelezen, of jeugdboeken die je recentelijk hebt ontdekt.

Niet per se in deze volgorde hebben deze boeken op hun eigen manier indruk op mij gemaakt:

  • Hasse Simonsdochter van Thea Beckman;
  • Daantje de wereldkampioen van Roald Dahl;
  • De torens van februari van Tonke Dragt;
  • De bende van rode Zora van Kurt Held;
  • Ronja de Roversdochter van Astrid Lindgren.

 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here