Interview met Brad Winning

0
11

 Brad Winning is het pseudoniem van schrijver en uitgever Alex de Jong. In 2003 verscheen van de hand van Alex De Raad van Zeven, het eerste deel van de Santoriaanse Kronieken. In de jaren daarna ontpopte Alex de Jong zich als organisator van vele activiteiten rondom de Nederlandse fantasy. Zo verschenen het tijdschrift Pure Fantasy, de schrijfwedstrijd Unleash Award en het BoF Boekenbal om de fantasy vanuit het Nederlandse taalgebied te stimuleren. Nu richt Alex zich vooral op zijn eigen uitgeverij Books of Fantasy en schrijft hij verder aan zijn eigen boeken. In de planning staan onder andere Heksenjacht, Ondergang en Godendoder. Als fan van het Sword & Sorcery genre was Alex de ideale kandidaat om te interviewen tijdens onze Sword & Sorcery themaweek.

(De omslagen van Godendoder en Ondergang zijn nog niet de definitieve omslagen.)

 


Eerst willen we even wat meer te weten komen over Brad Winning. Wanneer kwam jij in aanraking met fantasy? Wat voor boeken en/of schrijvers inspireerden jou om ook fantasy te schrijven?

Vreemd genoeg dacht ik vroeger altijd dat ik thrillerschrijver zou worden. Fantasy las ik niet, dat waren ‘sprookjes voor volwassenen’ en daar had ik niets mee. Dacht ik. Pas als volwassene, toen ik zelf een fantasyboek had geschreven, realiseerde ik me dat ik als tiener al veelvuldig fantasy had gelezen en dat ik dat genre toch wel erg leuk vond. En ik dacht nog wel dat Robin Hobb (de Boeken van de Zieners) mijn eerste kennismaking met fantasy was. No way, José. Ja, die boeken las ik als volwassene en ja, ook Tad Williams’ boeken van Heugenis, Smart en het Sterrenzwaard, de serie van De Poorten des Doods van Weis & Hickman, inspireerden me tot het schrijven van fantasy, maar ik realiseerde me pas later dat ik al veel eerder door het fantasyvirus was gegrepen. Tenslotte las ik als tiener al de strips van Conan de barbaar en verslond ik de comics van John Carter, man van Mars. Deze laatste, bedacht door Edgar Rice Burroughs, de geestelijk vader van Tarzan, heb ik zelfs in romanvorm verslonden! Kortom: fantasy zit er bij mij al van jongs af aan in…

Je schrijft korte verhalen en romans. Wat is bij het schrijven (behalve uiteraard de lengte 😉 ) het grootste verschil tussen deze twee vormen? En heb je een voorkeur voor het een of het ander?

Een kort verhaal is ideaal voor als je, zoals ik, vaak niet veel tijd hebt. Is er het idee voor een leuke setting en plot, dan is een middagje schrijven voldoende om een idee in concept al te hebben geschreven. Dan nog een paar uurtjes schaven en schuren en een nieuw verhaal is klaar. Helaas heb ik niet zo vaak hele goede plotideeën en ‘zeuren’ de grotere verhalen om geschreven te worden, maar ontbeer ik de tijd… Maar het liefst doe ik beide. De kortjes voor het lekkere, snelle werk en de romans omdat een verhaal vaak zo veel meer te vertellen heeft dan ik in een middagje eruit kan rammelen.

Naast deze verschillende schrijfvormen beperk je je bovendien absoluut niet wat betreft subgenres. Na de duistere verhalen van Kwade Geesten en de detective-fantasy Bloed & Eer over Sylvestre Curare ben je nu bezig aan een Sword & Sorcery boek en een steampunk boek (over deze titels later meer). Hou jij van de uitdaging om telkens een nieuw subgenre in te duiken?

Inderdaad, ik houd ervan om de niet-platgetreden paden te bewandelen. Maar, geloof me, dat gaat volledig onbewust. Ik heb geen vooropgezet plan om een bepaalde mix te maken; zoiets overkomt me, puur door het idee dat ik voor een verhaal heb. Zo is Ondergang ontstaan vanuit het idee dat een plaatje bij me opriep. Het plaatje was van een zeppelin in een kloof, dat werd nagekeken door duivelachtige creaturen. Voordat ik het wist had ik een idee voor een roman en tja, vanwege de zeppelin moest dat iets steampunkachtigs worden. Maar ik heb nog nooit steampunk gelezen, dus of de liefhebber van dat genre het genre met al haar kenmerken erin herkent?

Voor mij is niet het genre, maar het verhaal leidend. De fantasy-detective Bloed & Eer was ingegeven door het feit dat ik als tiener pockets met hardboiled detectives van mijn vader heb gelezen: Mike Hammer. Ooit ook verfilmd met Kevin Spacey in de hoofdrol. Het idee: zuipende, rokende en altijd aan de grond zittende detective heeft het doorlopend aan de stok met zijn ex, de huisbaas en de plaatselijke misdaad. Hij neemt altijd de verkeerde klusjes aan want tja, hij blijft een ruwe bolster, blanke pit. Dat is mijn Sylvestre Curare, maar dan overgoten met een fantasysausje om het lekker te maken 😉

Hoe verschillend in thema ook, probeer je in al je boeken wel bepaalde elementen te stoppen waaruit blijkt dat het echt een “Brad Winning” boek is?

Collega en goede vriend Adrian Stone zei, na mijn fantasydetective te hebben gelezen, dat hij Sylvestre Curare, mijn hoofdpersoon, een boer vindt. Maar wel een hele charmante boer, net als de schrijver die dit personage had bedacht.Ik denk dat mijn boeken veel hebben waarvan mensen zeggen ‘dat is typisch Alex/Brad’. Zo houd ik van het ruige, het ruwe, schuw ik de platvloerse (schutting)taal en situaties niet en ben ik ook niet vies van een beetje erotiek. Sterker nog: ik vind dat dat vaak ontbreekt in de fantasy en dat dit gemis het verhaal vaak zo ‘liefjes’ maakt, zo steriel en echt een ‘sprookje voor volwassenen’. Mijn fantasy is wat volwassener, denk ik. Ik zou dan ook geen kinderboek kunnen schrijven.

Mijn personages, over het algemeen mannen, zijn antihelden, mensen die geen held willen zijn, maar het tegen wil en dank toch zijn. Ietwat boers, ongemanierd, maar met een hart van goud. Of dit een weerspiegeling is van wie ik ben? Geen idee. Misschien wil ik graag zo zijn; wie zal het zeggen? Tenslotte weten deze mannen als geen ander vrouwen aan te trekken…

Verhaalideeën kunnen op veel verschillende manier opgedaan worden. Hoe kom jij vaak aan een nieuw uitgangspunt voor een verhaal?

Soms is het een plaatje. Of nee, vaak is het een plaatje. Een potentiële cover. Soms een situatie van alledag die ik vertaal naar een mooie plot en een fantasysetting. En soms ook komt het gewoon door te gaan zitten en te gaan skrieven! Zeker als ik eenmaal denk te weten waar ik naar toe moet, stroomt het verhaal ‘als vanzelf’ door mij heen en ratelt het toetsenbord als een bezetene.

Inspiratie voor Heksenjacht, mijn inzending voor de Luitingh Fantasy wedstrijd, kreeg ik nadat een oorspronkelijk idee over orken werd omgebouwd tot een geheel nieuw idee. De eerder genoemde Adrian Stone, en mijn partner Eva, hielpen me bij het uitdenken van een nieuw idee, want orken zijn een te strak keurslijf om over te schrijven en spreken bovendien alleen mannen met een voorliefde voor ‘blood and gore’ aan. Het verhaal moest dus meer diepgang krijgen en heeft dat, door de inbreng van eerder genoemden, gekregen. Vooral mijn partner was erg duidelijk: ‘Je moet eens wat anders dan een barbaar als hoofdpersoon nemen, Alex. Iemand uit de hoogste klasse, zodat het schrijven een echte uitdaging voor je wordt.’

Kun je iets vertellen over jouw schrijfproces? Sta je nog steeds in alle vroegte op om te schrijven en heb je hierbij nog bepaalde rituelen voor of tijdens het schrijven?

Vroeger dacht ik dat je om te schrijven geïnspireerd moet zijn en dat ik pas iets op papier kon zetten als ik echt de inspiratie voor een scène heb, maar inmiddels weet ik ‘beter’. Schrijven is voor tien procent inspiratie en voor negentig procent transpiratie. Laat ik mijn inzending voor de Luitingh Fantasy Schrijfwedstrijd als voorbeeld nemen: Heksenjacht. April 2011 had ik eens een hoofdstukje over orken geschreven, want tja, ik wilde nog eens een roman over deze lieden schrijven. Leek me leuk: onbehouwen vechtersbazen, veel moordpartijen, blood and gore… heerlijk. Toen werd het 11 november, diende de wedstrijd zich aan en dacht ik: daar ga ik aan mee doen.

Vanaf dat moment werd het idee van de orken een heel ander idee, rolde er een verhaallijn uit en wilde ik deze roman schrijven. Mensen weten dat ik in de komkommers werk. Seizoensarbeid van ’s ochtends zeven tot ’s middags twaalf. Maar in november kwam dat stil te liggen en dus zette ik nog steeds de wekker op zes uur, ging met een bak koffie achter de pc zitten en heb dat 45 dagen lang volgehouden. Iedere dag schreef ik minimaal tweeduizend woorden. Ook in de weekenden. Want: ik wilde in 45 dagen een manuscript van 90.000 woorden klaar hebben. Die 45 was niet alleen 45 maal 2.000, maakt 90.000, maar was ook magisch omdat ik het schreef in mijn 45e levensjaar. En dus, na precies 45 dagen schrijven, was het af. Nou ja… de kladversie. Je wilt niet weten wat de eindredacteur er allemaal nog aan heeft zitten sleutelen. Man, wat zag dat script rood! Maar ach, dat schijnt normaal te zijn 😉

Wat doe jij wanneer een verhaal even niet verder komt?

Aan de kant smijten en met iets nieuws beginnen. Dat is mijn probleem van de afgelopen tien jaar. Ik maak nooit iets af. Er liggen te veel halve of driekwart manuscripten. Vandaar ook dat ik vorig jaar november Ondergang heb afgeschreven dat al voor driekwart af was. En daarna was het voor mij een uitdaging om binnen een afgebakende periode eens iets aan één stuk door te schrijven en af te ronden. Maar Godendoder, mijn Sword & Sorcery-roman over Sirkhan de barbaar is nog steeds niet af. De reden: ieder hoofdstuk is een apart avontuur, een kort verhaal; aaneengeregen door een bepaalde samenhang moet het zo uiteindelijk een boek worden. Dat ligt stil omdat ik plotgedreven schrijf en helaas al een hele tijd geen nieuwe verhaalideeën heb voor mijn held… Ik wacht dus gefrustreerd tot de inspiratie me weer om de oren slaat…


Je bent altijd heel direct in contact getreden met je lezers, via bijvoorbeeld het boekenbal, maar ook de bezoeken aan fairs en evenementen. Nu zit je bovendien op Twitter. Hoe ervaar je dit directe contact met lezers en schrijvers?

Oh, dat deed ik al ver daarvoor. Toen ik met De Raad van Zeven bezig was. Destijds maakte ik een website over De Santoriaanse Kronieken, zocht ik contact met collega-schrijvers en bouwde ik een community op omdat ik graag gelijkgestemde zielen wilde ontmoeten. Mensen begonnen toen, omdat ze ook mijn roman in wording mee konden lezen, spontaan alvast mijn boek te bestellen. De laatste jaren wordt er steeds meer over crowdfunding gesproken, maar mijn Raad van Zeven was al een door crowdfunding gerealiseerd boek. Tenslotte had ik al ruim 150 boeken verkocht nog voordat het daadwerkelijk was afgeschreven.

Zo direct in contact staan met lezers en geïnteresseerden is mooi, maar werkt soms ook averechts. Er is me wel eens verweten dat ik met Pure Fantasy te zeer iedereen wilde laten meebeslissen; zelfs mensen die wel op het forum hingen, maar PF nog nooit financieel hadden gesteund. En: er waren/zijn op het PF-forum ook mensen die een zeer uitgesproken mening hebben en anderen afschrikken. Dat had ook weer zijn negatieve weerslag op Pure Fantasy. Menigeen ‘moest’ PF/mij niet vanwege de soms vijandige houding van PF-forumleden… Twitter is wat dat betreft veel veiliger. Ik slinger mijn gedachtegoed de wereld in en wie het leuk vindt, retweet het en anders verdwijnt het in de vergetelheid; niemand die zich er druk om maakt.

De droom van een schrijver is gelezen worden, indien mogelijk ook in het buitenland. Het aannemen van het pseudoniem Brad Winning was een eerste stap, zijn er nu ook verdere plannen? Vertalingen naar het Engels of wellicht naar het Duits?

Mijn pseudoniem Brad Winning is natuurlijk een woordgrapje, maar wel eentje met een diepere betekenis. Laten we eerlijk zijn: de Nederlandstalige markt zal, binnen de fantasy, niemand een boterham als schrijver opleveren. Pas wanneer je naar het buitenland gaat, beginnen die kansen op ‘rijkdom’ toe te nemen.

Denk ik dat ik al zo goed ben? Ja. En nee. Ja, ik denk dat er kansen zijn en dat je je eigen geluk kunt maken. Maar dan moet je ook de ambitie hebben en dat uitstralen. Daar werk ik aan. Dat begint met deze ambitie kenbaar te maken in een pseudoniem. In het buitenland bekt Alex de Jong nu eenmaal niet en Alex Young was me veel te voor de hand liggend. Bovendien houd ik van humor en met Brad Winning heb ik ambitie en humor weten te combineren. Oh ja, de nee… soms denk ik echt wel dat ik iets kan en dat ik best een leuk verhaal kan vertellen. Maar soms… soms kruipt die eeuwige twijfel weer omhoog en denk ik ‘wie ben ik nu eigenlijk?’. Bijvoorbeeld als een gerenommeerde eindredacteur mijn manuscript onder handen neemt en het meer rood dan zwart ziet. Of wanneer ik een bijzonder goed en vlotgeschreven boek van een collega lees. Dan denk ik: ‘je hebt nog een hoop te leren, Bradje’.

 

Je had het er al even over, je nieuwe Sword & Sorcery bundel over Sirkhan de barbaar. Al in 2005 schreef je het eerste verhaal over dit personage, wat spreekt jou zo aan in dit genre?

Oh, mijn god, ben ik er al zo lang mee bezig? Help! Wat me aanspreekt? Het avontuurlijke, het romantische (tenslotte verovert hij niet alleen landen, maar ook de harten van vrouwen). Het is de belichaming van de ultieme schelmenroman en daar heb ik iets mee vanaf het moment dat ik de comics van Conan kreeg en ze heb stukgelezen. Waarom dit het summum is? Tja, sommige dingen zijn niet rationeel te verklaren. En dat geeft ook niet. Het is zoals het is. Adrian Stone noemde me onlangs de Robert E. Howard van de lage landen en dat is een fantastisch compliment; eentje die ik koester. Ik kan alleen maar hopen dat anderen het met hem eens zijn als ze de roman eindelijk te lezen krijgen.

En lees je als voorbereiding op verhalen als deze bijvoorbeeld nog andere S&S verhalen van Howard of Leiber om de S&S sfeer een beetje te proeven?

Nee, niet echt. Ik heb de verhalen wel allemaal ooit gelezen (hoewel ik geen fan ben van Leiber, dus die heb ik niet veel gelezen), maar herlezen voordat ik zelf ga skrieven, nee. Dat is deels omdat ik er nooit aan heb gedacht, deels ook omdat ik denk dat ik gewoon graag vanuit mezelf schrijf. Ik heb de verhalen van Robert E. Howard ook nooit geanalyseerd. Ik doe dat trouwens nooit, want ik schrijf gewoon vanuit mijn eigen gevoel. Het mag in essentie gebaseerd en geïnspireerd zijn door zijn verhalen, maar het moet uiteindelijk wel een geheel ‘eigen’ Brad Winning ‘feel’ krijgen. Zodoende lees ik wel altijd datgene wat ik al heb geschreven. Ik heb dus al veel meer van mezelf gelezen dan van menig ander. Nu nog skrieven!

Eerder zijn er al enkele korte verhalen over Sirkhan in verschillende uitingen verschenen. Geeft Godendoder voor de lezers van die verhalen nog verwijzingen?

Omdat de verhalen plotgedreven zijn en ieder kort verhaal een hoofdstuk van het af te ronden boek vormt, zullen deze verhalen (wellicht iets herschreven omdat ik door de jaren heen ook leer), integraal in de roman Godendoder verschijnen. Wel heb ik er verwijzingen in staan naar De Santoriaane Kronieken, maar ook naar andere verhalen die zich in deze zelfde wereld afspelen. Zo komt Sirkhan in een verhaal ook oog in oog te staan met een abrasi; een wezen dat ook in mijn fantasydetective Bloed & Eer een rol van betekenis speelt…

Klinkt interessant! Kun je al iets meer vertellen over de verwachte verschijningsdatum van deze bundel?
Zodra ik de ‘geest’ krijg en ik drie, vier nieuwe avonturen weet te bedenken, is Godendoder af. Dat kan heel snel. Maar de ervaring leert ook dat het lang kan duren. Echter: het plan is om in 2013 en 2014 veel nieuwe boeken uit te brengen. Godendoder moet daar bij zitten!

 

Met een ander manuscript doe je waarschijnlijk mee aan de Luitingh Manuscriptenwedstrijd: Heksenjacht. Ligt dat manuscript nog helemaal op schema?

Zeker. Ik ben net klaar met het volledig redigeren van het manuscript (en met het incasseren van al het commentaar van mijn redacteur). Nu nog een echte epiloog schrijven, de laatste losse eindjes wegwerken en klaar is Brad!


Daarnaast is er een steampunk verhaal met naam Ondergang in de planning. Een goede timing met het einde van de wereld in aantocht. Kun je ons hier al wat meer over vertellen?

Ondergang speelt zich, anders dan al mijn andere fantasyboeken, af op onze wereld in een alternatieve geschiedenis. De locatie is een deprimerende mijnwerkerskolonie in een diepe kloof op wat ooit de zeebodem was. Daar graven de mensen, in hun honger naar rijkdom, naar een moeilijk vindbare delfstof. De kolonisten worden herhaaldelijk belaagd door ‘duivels’ die hen van het delven willen afhouden omdat volgens hen deze hebzucht tot de ondergang van de mensheid zal leiden. Natuurlijk luistert er niemand. Hoewel… een eigenzinnige sheriff, de dochter van de plaatselijke magister en een zonderlinge alchemist voelen nattigheid. Zij zijn ervan overtuigd dat ‘het kartel’, opkoper van de delfstof Nod, een vuil spelletje speelt. Maar of ze uiteindelijk op tijd de ondergang van de kolonie en de wereld kunnen voorkomen…

Naast al je eigen schrijfwerkzaamheden heb je ook een eigen uitgeverij: Books of Fantasy. Ook daar loopt de productie de laatste jaren aardig op. Hoe krijg je het voor elkaar zoveel balletjes tegelijk in de lucht te houden?

Ik heb geen vaste baan meer van negen tot vijf. Dat scheelt. Ik zit van zeven tot twaalf in de komkommers om de hypotheek te betalen en kan me ’s middags en ’s avonds aan mijn schrijf- en uitgeefactiviteiten wijden. Waarbij het eigen skrieven altijd aan het kortste eind trekt, want de boeken van anderen gaan altijd voor. Daarbij heb ik de hulp van een drietal redacteuren, dus helemaal alleen doe ik het ook weer niet. En ook de vormgeving is uitbesteed…Toch is het een terechte vraag. Reden waarom ik begin dit jaar – mede – heb besloten om met Pure Fantasy te stoppen. Tenslotte gaan er niet meer uren in een dag dan er in zitten en zal ik dus op een andere manier mijn tijd efficiënter moeten indelen…

Er lijkt een trend te zijn waarbij steeds meer mensen de pen oppakken en proberen hun pennenvruchten te publiceren. Merk je die aanloop ook in jou toegestuurde manuscripten?

Oh ja, er komt erg veel binnen. Maar er wordt door mij ook erg veel geweigerd. Tenslotte willen we met Books of Fantasy wel kwaliteit blijven bieden. Dus is niet de bereidheid van beginnende auteurs om met ons te investeren in hun boek van belang, maar de kwaliteit van hun manuscript.

Wat vind je het leukst aan het werken met andere auteurs aan hun boek?

Dat mensen, als ze hun verhaal inzenden ervan overtuigd zijn dat ze het verhaal al helemaal goed op papier hebben staan en er geen speld meer tussen te krijgen is, maar dat ze, als je eenmaal met ze aan het redigeren bent, ontdekken dat hun oorspronkelijke verhaal nog zovele malen beter is te krijgen dan ze ooit dachten. Die verwondering en blijdschap is bijzonder en maakt het leuk om met andere schrijvers te werken aan het vervolmaken van hun droom.

2012 was een bewogen jaar met veel mooie uitgaven van Books of Fantasy, maar ook vervelende aankondigingen over het einde van het Boekenbal, de Unleash Award en Pure Fantasy, het fantasymagazine. Hoe kijk je nu (ook al is het jaar nog niet voorbij) terug op dit jaar en de genomen beslissingen?

Allemaal goede beslissingen. Al die activiteiten kostten enorm veel energie, tijd en geld. En tja, als je daarvan geen ongelimiteerde hoeveelheid hebt, dan moet je keuzes maken. Ooit begon ik PF met het idee dat deze hobby tot een inkomstenbron uit zou groeien, maar het is nooit veel verder dan een hobby gekomen. Een professionele hobby die geld kost en dat kon ik me niet langer veroorloven (en ik wilde niet langer afhankelijk zijn van de goodwill en sponsorbijdragen van sponsors, want als een blad alleen zo kan voortbestaan, dan heeft het naar mijn idee geen recht van bestaan). Bovendien kost(te) het immens veel tijd; tijd die ik aan mijn eigen boeken (van mezelf en van BoF) wil besteden. Hoewel de aanloop naar het besluit moeilijk was, voelde ik, toen het besluit eenmaal was genomen, alleen maar opluchting. Het is goed geweest. Tijd voor een nieuwe fase.

Wat voor plannen staan er allemaal op stapel in deze nieuwe fase?

Ik ben een rasoptimist, dus heb ik altijd met vertrouwen naar de toekomst gekeken en ik blijf dat doen. BoF zal nog steeds mooie boeken uitbrengen, zij het in een wellicht minder snel tempo dan andere uitgevers dat doen, want tja, naast al die boeken van anderen wil ik nu eenmaal ook meer tijd voor mijn eigen schrijfcarrière hebben. Als zesjarige riep ik al ‘ik word schrijver’ en de laatste jaren was ik veel te veel uitgever geworden. Die rol beviel me minder goed. Ik ben een schrijver en wil daar dus meer mee doen. Die ambitie uit zich in het meedoen aan de wedstrijd van Luitingh, in het plannen van nieuwe boeken en projecten, en ja, binnen afzienbare tijd moet dat ook gaan leiden tot vertalingen.

Ik heb serieuze plannen om Heksenjacht naar het Engels te laten vertalen, om zo mijn geluk ook buiten onze eigen landsgrenzen te beproeven. Ook is het niet ondenkbaar dat dit boek in het Duits verschijnt. Tenslotte is de Duitse markt immens en spreken mijn boeken qua thematiek en ruige taal, seks en geweld (klinkt wel heel erg als ik het zo zeg), de Duitse lezer ook erg aan. Nu nog de uitgever vinden die met mij het buitenlandse avontuur aandurft. Meer ik ben niet bang; die uitgever gaat er komen!

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here