Esther Wagenaar schreef meer dan 25 jaar geleden de trilogie over Terra 7, maar pas dit jaar verscheen het eerste boek bij Celtica Publishing: Het Groene Kristal. Eerder deze maand hielden we ook een interview met haar om meer te weten te komen over haar fascinatie met sciencefiction en haar plannen voor toekomstige boeken! Nu mogen we ook een kort verhaal van haar plaatsen, speciaal geschreven voor FantasyWereld. Het gaat vooraf aan de gebeurtenissen in Het groene kristal en maakt duidelijk waarom Dion op reis gaat.

 

De profetie
Esther Wagenaar

 

Charissa schoot overeind in haar bed. Haar mosgroene huid was nat van het zweet. Ze veegde haar bruine haar uit haar gezicht en slikte met moeite maagzuur weg. Haar keel brandde en ze stond op voor een slok water. Toen ze uit bed kwam, werd Relf ook wakker.

‘Wat is er?’, hoorde ze hem in haar hoofd zeggen.

Ze antwoordde niet en dronk van het lauwe water uit de mok die op een lage tafel bij het bed stond. Het was al moeilijk genoeg om kalm te blijven, laat staan om telepathisch een antwoord te formuleren. Dan nog; haar hoofd was één grote warboel van indrukken, beelden en emoties die zo snel op elkaar gevolgd waren dat Charissa geen idee had wat ze nou had gezien.

Soms vervloekte ze haar vermogen om de toekomst te zien. Het was een onvoorspelbare gave,  weinig Beryls bezaten het en dan zeker niet in zo’n sterke mate als zij. Het had haar de positie van hogepriesteres opgeleverd en rechterhand van vester Relf. Ze was zelfs zijn gezellin, al wist ze ook dat dat nooit officieel zou zijn. Relf was 42 jaar ouder dan zij en de machtigste vester die de Tempel van de Beryls ooit gekend had. Een vitale man van begin zeventig die kracht uitstraalde. Ze voelde iets van die kracht toen hij achter haar kwam staan en zijn armen om haar heen legde. Haar maag kwam tot rust en de wervelstorm in haar hoofd nam af.

‘Kun je me laten zien wat je zag?’ vroeg Relf haar.

Charissa probeerde een aantal beelden terug te halen, maar het lukte haar niet. Het waren niet meer dan flitsen.

‘Dit is al de derde nacht dat je dit hebt, is het niet?’

Charissa knikte bevestigend. ‘De toekomst is in beweging. Zo sterk dat de beelden alle kanten opgaan. Ze hebben alleen wel iets gemeen. Zowel jij als Dion komen erin voor.’

‘Dion.’ Relf liet de naam in haar hoofd klinken als een vloek.

‘Het heeft ongetwijfeld met de proef van Indra te maken dat over een paar maanden plaats zal vinden. Relf, wat als hij het redt? Dan is Dion vester en officieel de Laban.’

‘Dion mag dan het teken van Candara en Dagomar hebben, ik ben nog steeds niet overtuigd dat hij de Laban is. Ons volk wacht al te lang op een uitverkorene. Ik kan simpelweg niet geloven dat die koppige driftkop van een zoon van mij een bijna oneindige gave bezit.’

Charissa deed haar beste een zucht te onderdrukken. Ze hield van Relf, maar als er een ding was dat ze niet in hem kon uitstaan, dan was het wel zijn narcisme. Hij was geweldig, dus hoe kon een ander nog geweldiger zijn? Dion was Relfs blinde vlek.

‘Of Dion nou wel of niet Laban is, maakt voor de toekomst die ik zie niet veel uit. Ik zie jou en Dion in mijn visioenen voorbijflitsen. Het gaat alle kanten op, maar één ding weet ik zeker: jullie lot is met elkaar verbonden.’

Relf knikte dat hij het begreep. Hij liep van haar weg en keek door het kleine raam in hun slaapkamer. Iets wat hij altijd deed als hij rustig nadacht. Zijn gewoontes hadden meestal een kalmerende werking op haar, maar nu maakte het Charissa onrustig. Iedere gewoonte leek een stap extra naar de dreiging van een toekomst die misschien wel Relfs einde betekende. Charissa wist dat het niet zo werkte, het kon best zijn dat nietsdoen het beste was, maar zo voelde het niet. Er moest iets gebeuren en de enige manier om te weten wat, was meer duidelijkheid krijgen over de toekomst. En om dat te forceren, moest ze…

Je moet cykringif gebruiken’, vulde Relf haar gedachten aan. ‘Wil je eerst nog slapen of het maar meteen doen?’

‘Slapen lukt me toch niet meer. Laten we het maar meteen doen.’

 

Charissa had plaatsgenomen op haar meditatiekleed en staarde naar het flesje dat op haar handpalm lag. De groene vloeistof in het flesje leek zo onschuldig, maar Charissa wist wel beter. Gif van de cykrin, een klein en groen diertje dat in de toppen van parabomen woonde, was dodelijk en er was geen antigif. De enige manier om de dood te ontlopen was om het zelf te verwijderen uit iedere cel waar het zich naar binnen drong. Tegelijkertijd was dat ook precies de eigenschap waarom ze het nam. De cykrin had de Beryls hun gave gegeven en het gif zou haar gave tijdelijk groter maken. Het zou haar helpen om door te dringen tot het oog van de storm die nu de toekomst was.

‘Ik pas op je, net zoals ik altijd heb gedaan’, stelde Relf haar gerust. Hij legde een schrijfstift en papier voor haar neer. Ze zou het straks nodig hebben om een voorspelling op te schrijven.

Ze moest dit doen, dat wist ze, maar alles in haar wilde hier heel hard voor weg rennen. Wat als het haar dit keer niet zou lukken om het gif uit haar lijf te verjagen? Misschien zou het dit keer niet werken. En als het wel werkte, zou ze dan Relf zien sterven? Zou ze haar twee kinderen nog terug zien? Wat als… Nee, het had geen zin zo te denken. Willoos afwachten tot het noodlot zou toeslaan kon ze niet accepteren. Ze wilde zien wat er zou komen. Charissa haalde de dop van het kleine flesje en goot de inhoud in haar mond. De bittere smaak was afschuwelijk, maar ze slikte het door.

Zelfs een kleine hoeveelheid gif had snel effect. Ze voelde het branden in haar maag. Het drong zich via minuscule openingen in de maagwand haar bloedbaan binnen. Nu had het vrij toegang tot haar lichaam en haar hart pompte het steeds verder en verder. Ze werd licht in haar hoofd: het teken waar ze op gewacht had. Charissa richtte zich op de visioenen die ze de laatste drie nachten had gezien. Eerst gingen de beelden zo snel dat ze niet te volgen waren, maar uiteindelijk vertraagde het. Langzaam werden de beelden herkenbaar. De beelden trokken aan haar en als een wilde rivier sleurde ze haar mee de diepte in.

 

Een gevoel om weg te gaan drong zich aan haar op. Waar naartoe wist ze nog niet. Weg van hier, weg van de Tempel midden in het oerwoud in ieder geval. Het volgende beeld waren krinkobomen, niet één maar hele rijen. Ze herkende het als de boomgaarden die aangeplant waren ten noorden van hier, waar het oerwoud minder dicht was en waar genoeg zon de fruitbomen kon bereiken. Haar blik vloog over de bomenrijen, alsof ze er voorbij moest. Ineens volgden beelden elkaar weer snel op: ze zag mensen, vreemde mensen in zilveren pakken, een Terrazone, een bastaard, een Oude, maar ook Beryls. Geen van deze mensen kende ze. Ze probeerde hun gezichten helder te krijgen, maar het lukte niet. Ze bleven in beweging, ondanks het cykringif.

‘Jullie… mij… nodig…’ Het was Dion die hardop sprak en dat was meteen het vreemde eraan. Beryls spraken niet meer zodra ze telepathie voldoende beheerste en Dion zou ook prima in staat moeten zijn om andere volken telepathisch te bereiken. Het leek wel of Dion in een grot stond en hij sprak tegen iemand, maar wie dat was, kreeg Charissa niet helder. Ze gaf die poging op en concentreerde zich op de jonge man. Het was haar duidelijk geworden dat hij de spil was van deze voorspelling. Maar waarom? Wat stond er te gebeuren?

Het volgende moment drong een stortvloed aan beelden zich aan haar op: ze zag hoe Dion vlamvatte in het groene licht van het kristal in de Tempel terwijl de zon Indra met volle kracht door het kristal scheen. Ze zag hem in haar armen terwijl ze vreeën in het licht van de manen Candara en Dagomar en vervolgens gevangengenomen worden door een Terrazone. De beelden versnelden: Dion ten midden van een gevecht waar energiestralen voorbij flitsten, Dion naast een vrouw met haar van een vreemde kleur, Dion die huilde, lachte, schreeuwde van wanhoop en uiteindelijk stierf. STOP! Charissa greep naar de schrijfstift en kraste letters op het papier. Ze wist niet wat ze schreef, dat zou ze later wel zien. Ze was moe, doodmoe en het gif was diep binnengedrongen in haar lijf. Ze was te ver gegaan en ze wist het. Er was geen weg meer terug. Een zwart gat slokte haar op en ze verwelkomde de duisternis. Hoe bang ze net ook geweest was voor de dood, nu was het haar vriend.

 

‘Charissa. Charissa kom terug. Kom bij me terug.’ Er rukte iets aan haar. Ze wist niet wat of waar. Ze hoorde woorden, maar wist niet wat ze betekende. Waarom werd ze niet met rust gelaten? Ze moest voorwaarts, niet terug. ‘CHARISSA KOM TERUG!’ Dit keer kon ze het niet negeren. Dit was een bevel. Ze opende haar mond en een flinke teug lucht vulde haar longen. Daarna opende ze haar ogen en keek ze in het bezorgde gezicht van Relf.

‘Ik dacht dat ik je kwijt was.’ Relf drukte zijn lippen tegen haar voorhoofd en het was zo’n teder gebaar dat ze tranen in haar ogen kreeg.

‘Je hebt me gered.’ Ze voelde nog steeds verbazing over het feit dat ze hier was, liggend op haar meditatiekleed in de armen van Relf en niet in het niets van de duisternis.

‘Natuurlijk heb ik je gered. Mijn lief, ik laat je niet zomaar los.’

Charissa negeerde de neiging om in zijn armen te blijven liggen en ging zitten. Ze wilde zien wat ze had opgeschreven. Ze trok het papier naar zich toe en las in een verbazingwekkend net handschrift: Vertrek uit het oerwoud. Ga naar het noorden, voorbij de krinkobomen. Er wacht je een ontmoeting die je leven voor altijd zal veranderen. Jouw hulp zal nodig zijn. Hulp die jou leert wie je bent of wilt zijn.

‘Dit gaat over Dion.’

‘Heb je kunnen zien wat ik zag?’

‘Een paar flitsen, meer niet. Het gif verspreidde zich razendsnel en ik wilde er zeker van zijn dat ik je terug kon halen.’

‘Het gaat over Dion. Zoals ik al gedacht had, is hij de spil in de chaos die nu de toekomst is. Zijn doen en laten zal de toekomst weer richting geven.’

‘Weet je ook welke richting?’

Charissa schudde haar hoofd. Zoals wel vaker met voorspellingen werd niet alles onthult.

Relf stond op en tilde haar van de grond. Hij nam haar in zijn armen mee naar het bed en legde haar daar voorzichtig neer.

‘Waar denk je aan?’ vroeg ze hem. Ze kende de blik die nu op zijn gezicht stond: hij had een besluit genomen.

‘Dat we niets over deze voorspelling tegen Dion zeggen.’

Dat antwoord had Charissa niet verwacht. ‘Maar de voorspelling zegt dat we hem weg moeten sturen.’

‘Dat kan zo zijn, maar ik wil helemaal niet dat hij leert wie hij is. Zijn hele educatie in de Tempel van de laatste paar jaar is er juist op gericht om hem zo min mogelijk te leren over de mogelijkheden van zijn gave. Ik ben Nanne voor weinig dingen dankbaar, maar ik ben wel blij dat ze onze zoon heeft geleerd zijn gaven te beheersen en zo min mogelijk uit te proberen.’

‘Ik zag hem branden in het licht tijdens de proef van Indra’, bracht Charissa ertegenin. ‘Is dat niet wat we willen?’

‘Ik wil een zoon die zich ook gedraagt als mijn zoon en doet wat ik zeg zodat we samen ons volk groot kunnen maken, maar als hij koppig blijft, is sterven het enige alternatief.’ Relf nam haar liefdevol in zijn sterke armen. ‘Ga nu slapen, mijn lief. Laat het rusten en gun je lichaam de tijd om verder te herstellen.’

Charissa legde haar hoofd op Relfs borst en liet zich meevoeren op het ritme van zijn ademhaling. Al snel viel ze in slaap.

 

Ze liep door de gangen van de Tempel naar de grote zaal en opende de deur. Op de vloer van de Tempel lag een mozaïek van het teken van de zon en de manen met daar recht boven in het plafond een enorm groen kristal. De zon Indra stond loodrecht boven het dak van de Tempel en scheen door het kristal de Tempelhal in. Een rij Beryls stonden naakt opgesteld voor de lichtbundel en liepen een voor een in het dodelijke groene licht. De meeste verbrandden onmiddellijk, maar een aantal van hen bezaten voldoende gave om het licht te overwinnen en stapten er ongeschonden uit. Charissa kende ze niet, maar wist intuïtief dat dit vesters waren; leiders van de Beryls in het verleden. Als laatste stapte een twintigjaar jongere versie van Relf in het licht en ook hij kwam er ongeschonden uit. De vesters gingen in een kring om de lichtbundel heen staan en het felle licht werd diffuus en zachter: het licht van de manen Candara en Dagomar scheen door het groene kristal de Tempelhal in. De vesters pakten elkaars hand vast en vielen achter elkander als as uit elkaar. Charissa rende naar Relf om hem uit de kring te halen en trok zijn rechterhand los. Het lukte, maar toen ze zijn linkerhand los wilde maken greep ze een verkoolde hand vast. Ze keek naar Relf en zag hem wegbranden totdat er niets meer van hem overbleef dan as dat langzaam om haar heen dwarrelde.

 

Charissa zat rechtop in bed. Gal kwam omhoog en ze dwong zich te slikken. Ze keek naar Relf die naast haar lag te slapen, veilig lag te slapen met zijn prachtige, sterke en ongeschoonde lichaam en ze wist wat ze moest doen. Ze stond op, trok haar mantel aan en liep de Tempel in. Het was nog vroeg en ze kwam geen priesters tegen. Ze rende de trap op en dwong haar adem weer rustig te worden toen ze voor de deur van Dions slaapkamer stond. Relf zou boos worden, maar daar kon ze wel tegen. Dion moest weg, op reis gaan naar het noorden en weg van het oerwoud, ze was ervan overtuigd dat dat het enige juiste was. Dan zou hij kunnen omkomen in een gevecht of gevangengenomen worden door Terrazones en Relf zou blijven leven. Het was tijd om de toekomst weer in beweging te zetten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.