De Kus van Alev – Marieke Frankema

0
21

Marieke Frankema schrijft van alles, theatervoorstellingen, musicals, korte verhalen en romans. Na enkele verhalen te hebben gepubliceerd in het PureFantasy tijdschrift, debuteerde ze in 2011 met haar fantasyroman Dochter van de Zil’vren Maan. In 2013 volgde Offer in de Mist en afgelopen Elfia stond ze met haar nieuwe verhalenbundel Sprankels achter de stand van Books of Fantasy.

Over De Kus van Alev: 
Toen ik een heel klein meisje was, dacht ik altijd dat aan de andere kant van de wereld, waar het nacht was als wij de dag beleefden, een andere meisje woonde dat hetzelfde deed als ik. Dat wij elkaars evenbeeld waren en elkaars leven leefden. Dat in onze nachten de ander de dag overdeed en we op zo’n manier samen opgroeiden. Ik vroeg me vaak af hoe zij de wereld zag en of ze dezelfde keuzes maakte als ik. Of ze ook zo gelukkig was. Of zo verdrietig, of boos.

Maar ach, je wordt ouder, je leert meer over de wereld en hoe de dingen in elkaar steken en je vergeet dit soort gedachten. Bijna dan.

Toen ik uitgedaagd werd een verhaal te schrijven rond het thema ‘ondersteboven’, greep ik vrijwel meteen terug naar mijn kinderlijke fantasie. Dit leidde tot de basis voor dit verhaal, de Kus van Alev. Ik vond het terug in mijn map vol verhalen en ik ben trots dat ik dit verhaal nu via FantasyWereld mag delen. Ik hoop dat je ervan geniet. Of anders je Tweede. Of ben jij dat zelf…?

De Kus van Alev
Marieke Frankema

 

De vlucht van de Eerste kwam ten einde in de badkamer. Het lemmet van Sara’s mes blonk in het licht van de spotjes. Het was tijd.

Het was alsof ze in de spiegel keek. Hetzelfde blonde haar, dezelfde ogen waarin hetzelfde verdriet te lezen stond.

Misschien vond ze het niet erg te sterven. Misschien keek ze ernaar uit, net als zij.

Sara stootte het mes in de buik van de Eerste. Warm bloed vloeide over haar hand, maar ze voelde het niet lang. De vrouw stierf, en Sara, de Tweede Sara, werd eindelijk gekust.

 

***

 

‘Sara, zit je hier nu alweer?’ Haar moeder klonk ongeduldig, maar Sara hoorde de bezorgdheid eronder. Ze antwoordde niet, maar keek uit over het water. De laatste zonnestralen braken uiteen in duizenden lichtjes, die dansten over de oppervlakte van het meer. Ergens riep een watervogel zijn kroost bijeen en in de struikjes tsjirpten krekels een ode aan de schemering. In de spiegeling van het water reikten de bergen met hun toppen naar de bodem. Een nauwelijks hoorbare zucht ontsnapte haar.

‘Lieverd, het heeft geen zin.’ De oudere vrouw ging ook op de grond zitten. Ze streek een blonde lok uit het gezicht van haar dochter en sloeg haar arm om haar heen. ‘Je brengt Fynn er niet mee terug.’

Sara verroerde zich niet. Een traan trok een spoor langs haar wang. Het was alsof de geschiedenis zich herhaalde, met als enige veranderende factor de persoon die ze nooit meer terug zou zien. Toen ze de wagen met haar kleine zusje erin had zien wegrijden, had ze echter geweten dat Naomi een nieuwe toekomst tegemoet ging. Fynn was simpelweg verdwenen. Voor eeuwig buiten bereik.

Haar moeders liefde was tastbaar, net als toen. Ze sprak op troostende toon. ’Het is Alevs wil. Het heeft geen zin je ertegen te verzetten. Als je antwoorden wilt, ga dan mee naar de Samenkomst. Je bent er niet meer geweest sinds… Al weken niet meer. Alsjeblieft?’

 

De nacht was duister, het enige licht kwam van de cirkel van toortsen. De vlammen wapperden in de wind en deden schaduwen dansen over de grond. De stilte werd alleen doorbroken door een fluitspeler, die een oeroude melodie tot leven bracht met zijn instrument.

In het midden van de menigte stond Azinez, zijn ogen eerbiedig dicht. Zijn rode gewaad leek te golven in het spel van licht en schaduw. Terwijl de muziek wegebde spreidde hij zijn armen.

‘Alev, Alev, hoor ons aan. U heeft ons allen geroepen op de tijd die U verkoos. Zo ook zult U ons weer bij U nodigen met een kus…’

Sara hoorde de oude woorden maar half. Ze voerden haar terug naar een van de mooiste momenten van haar leven, een herinnering overschaduwd door alles wat er daarna was gebeurd.

 

Ze stond met Jason in de binnenste kring. Hij had zijn arm om haar heen geslagen, ze voelde zijn hartslag tegen haar schouder. Af en toe keek hij even liefdevol naar het kleine bundeltje dat ze in haar armen hield, en keek haar dan met stralende ogen aan.

Terwijl Azinez de woorden sprak, voelde Sara zich voor het eerst groter dan zichzelf. Ze ervoer dat ze deel uitmaakte van de Traditie, als één van de Uitverkorenen van Alev die sinds mensenheugenis aan de oevers van het Zilvermeer woonden. Ze was er trots op dat haar zoontje ook deel uit zou maken van deze gemeenschap. Ze zou hem met liefde alle gebruiken en legenden bijbrengen, en hem leren trots te zijn op het bijzondere feit dat zijn tante een Dromer was. Hier en nu was alles goed.

‘We zijn aangekomen bij de Naamgeving,’ zei Azinez plechtig. Sara merkte dat ze haar adem inhield. De priester kwam naar hen toe en legde zijn hand op het voorhoofd van de baby.

‘Jason en Sara. Jullie zijn ooit door Alev geroepen. Hij bracht jullie samen en heeft jullie gezegend door dit kind te roepen. Van nu af aan zal jullie zoon als Fynn worden gekend. Hij zal door het leven gaan, geleid door de sterke hand van Alev en één van ons zijn, tot de kus van Alev hem naar de volgende wereld roept. Fynn, wees welkom.’

Een applaus van duizenden handen barstte los en stopte abrupt toen Azinez Fynn losliet en zijn staf naar de hemel hief, om daarmee de naamgeving definitief te maken.

‘Laat die kus voorlopig maar zitten,’ fluisterde Sara terwijl de priester naar het volgende stel liep.

‘Inderdaad,’ fluisterde Jason. ‘Dat is iets voor als je oud, grijs en rimpelig bent, Fynn. Over honderd jaar. Of duizend.’ Sara keek Jason dankbaar aan. Fynn, wakker gemaakt door de menigte, keek met zijn groene ogen nieuwsgierig de wereld in.

 

Sara zou alles geven om die groene ogen nog één keer te zien. Ze voelde de tranen alweer prikken. Alles eindigde in tranen de laatste tijd. Ze liet haar adem langzaam ontsnappen en vocht het verdriet weg. Haar moeder stond naast haar en die was al bezorgd genoeg.

Jason stond een eindje verderop. Sara vermeed zorgvuldig hem direct aan te kijken. Waarschijnlijk ontweek hij haar blik net zo hard. Hij zag er slecht uit.

Azinez dankte Alev voor zijn gulle giften en wijze inzichten. Sara wilde dat ze hem kon slaan.

 

‘Sara, heb je even?’ Azinez onderschepte haar vlak voordat ze in de menigte had kunnen opgaan. Ze keek snel naar haar moeder, maar die wendde haar ogen af. Een moment overwoog Sara om hem alsnog te raken waar het pijn deed, maar ze beheerste zich.

‘Ja, natuurlijk,’ zei ze met een ongemeende glimlach. Azinez leek het niet te merken. De priester ging haar voor over het smalle pad dat leidde naar het meer. Ze liepen een tijdje zwijgend naast elkaar. De maan kwam achter de wolken vandaan en zette het water in de zilveren gloed waar het meer haar naam aan dankte.

‘Alev heeft een mooie woning voor zichzelf uitgezocht,’ zei de priester.

Sara wist niets te zeggen en ze liepen in stilte verder. Ze verwonderde zich erover dat de priester altijd aan de basis stond van alles dat in de drukke gemeenschap gebeurde. Hij stuurde duizenden levens, van het grootste geluk en de diepste ellende. Haar huwelijk, de naamgeving van Fynn. Het moment dat Jason van haar werd afgenomen. Onwillekeurig dacht ze terug aan hun vorige wandeling, inmiddels vele jaren geleden, toen haar zusje net was weggevoerd om Alev te gaan dienen. De priester leek geen dag ouder dan toen. Zijn praatje zou ook weinig verschil vertonen.

‘Hoe gaat het met je?’ vroeg hij.

‘Het gaat.’

‘Ik weet hoe moeilijk het is om een kind te verliezen.’

‘Hmm.’ Ze wist dat ze onbeleefd moest klinken, maar hier kon ze toch geen antwoord op geven? Hij wist helemaal niets. Hoe kon hij, de eeuwige priester van Alev, begrijpen wat verlies met een mens kon doen? Hij stond dan aan de basis van alles, maar hij was met niets verbonden. Niet zoals zij.

‘Soms lijken de beslissingen van Alev onbegrijpelijk. Helemaal wanneer Alev besluit een jong kind te kussen, dan is het lastig ons daar bij neer te leggen. Sara, Alev heeft het beste met jou voor. Met ons allemaal. Het maakt allemaal deel uit van zijn grotere plan. Kijk naar de kans die je zusje kreeg, om Dromer te zijn. De wil van Alev is ook onze wil, vergeet dat niet.’

Sara zuchtte. Ze kon het zich moeilijk voorstellen dat het Alevs wil was om haar zusje van haar familie te scheiden. Dromers waren zeldzaam, maar was eenzaamheid dan ook onlosmakelijk met die roeping verbonden? Niet alleen voor Naomi, maar ook voor de familie en vrienden die achterbleven? Met een steek in haar buik vroeg ze zich af of het voor Fynn beter was dat hij jong gekust was, omdat zijn wereld nog maar zo klein was geweest. Maar als ze zich voorstelde hoe haar kleine mannetje, alleen in… Ze beet op haar lippen tot ze bloedden en de tranen net op het randje van haar oogleden bleven steken.

Azinez sprak verder, alsof hij niet gemerkt had dat Sara in gedachten elders had vertoefd. ‘Het is moeilijk. Het kost tijd, dat begrijp ik best. Alev maakt het ons soms niet makkelijk. Toch zul je je erbij moeten neerleggen. Later zul je begrijpen dat het beter was.’

Sara schudde bijna onzichtbaar haar hoofd en balde haar vuist. ‘Was dat alles?’

‘Kom op, Sara,’ zei Azinez. ‘Het leven gaat door.’

Sara keek de priester met onverholen minachting aan. Het liefst zou ze hem de huid vol schelden, en die van Alev erbij. Desondanks sloeg ze haar ogen neer. ‘Ja, Azinez,’ zei ze zacht.

 

Ze zat weer aan de oever van het Zilvermeer. Haar dunne, grijze jurk bood weinig bescherming tegen de kou, ze had kippenvel over haar hele lijf. Alev roerde zich niet, het wateroppervlak rimpelde amper onder de streling van de wind.

Toen ze klein was, had Alev opa gekust. Samen met haar oma en ouders had ze bloemen bij het water gelegd, als laatste afscheid.

‘Groeit hij niet gewoon weer terug?’ had Sara met een klein stemmetje gevraagd. ‘Is er niet nog een stukje van opa over?’

‘Kind,’ had haar moeder gezegd, bijna op verwijtende toon. ‘Een heel lichaam is wel wat anders dan een vinger of een voet.’

Maar oma had Sara in haar armen genomen en over haar haren gestreken. ’Opa is gekust,’ had ze verteld. ‘Hij woont nu bij Alev. En weet je? Het meer is de doorgang naar de andere wereld. Daar, aan de andere kant, wonen ze heel gelukkig, allemaal bij elkaar. En daar gaan wij ook heen wanneer we gekust zijn.’

Sara had uren naar het meer gestaard. Naar de golfjes en naar de bergen in de verte, en vooral naar de bergen in het water, die met hun toppen naar beneden reikten. Ze stelde zich voor dat de gekusten deze bergen ook zagen, maar dat voor hen de weerspiegeling juist waarheid was.

Later kon ze lachen om die kinderlijke gedachtengang, dat mensen na de kus verder leefden in een andere, ondersteboven wereld.

Nu was het gewoon fijn om met de gedachte te spelen dat Fynn daar was, aan de andere kant van het water, en dat ze beiden naar dezelfde bergen keken.

Ze huiverde, de wind joeg kleine golfjes over het wateroppervlak. Het gras ruiste, er kwam iemand naar haar toe. ‘Ik dacht al dat je hier zou zijn,’ zei hij.

‘Jason? Wat doe jij hier?’

‘Ik zag je vanavond bij de Samenkomst. Je was zo bleek. Ik maakte me zorgen.’

Sara wendde haar blik af. ‘Je mag je geen zorgen meer maken om mij,’ zei ze.

‘Dat weet ik,’ zei hij. ‘Maar ik kan niet anders. Het is Alevs keuze dat wij niet langer bij elkaar mogen zijn! Niet de mijne. En toen werd Fynn…’ Hij zweeg.

Sara plukte twee bloemen en gaf er eentje aan Jason. Bijna teder lieten ze de bloemen in het water zakken en keken toe hoe de stroming ze in de kleine kabbeling meenam.

‘Ik begrijp de wereld niet meer,’ zei Sara. Voor het eerst in lange tijd keek ze Jason weer recht aan.

‘Ik ook niet,’ zei hij. Hij kwam naast haar zitten en trok haar in zijn armen. Het voelde warm en vertrouwd.

‘Het was zo’n mooie dag,’ zei Sara. ‘De zon scheen. Hij speelde in de zandhoop, vlak bij huis. Hij had zijn nieuwe vest aan. Hij liet zijn schepje vallen en wilde hem juist weer oppakken. En toen… was hij weg.’ Jasons hemd werd nat. Sara wist niet of het door haar tranen of door de zijne kwam. ‘Ik kon het niet geloven. Eerst moest ik jou missen, en daarna Fynn… Vervloekte Alev. Toen Azinez naar ons toe stapte bij de Samenkomst en ons…’

‘Ik wilde met je praten, maar ik mocht niet eens meer naar je kijken. Voordat ik het wist was er een nieuw huis. Mijn bezittingen waren zelfs al overgebracht. De Traditie…’

‘Traditie…’ zei Sara. Ze maakte een schamper geluid. Daarna hief ze haar hoofd en kuste hem.

Als hij al verbaasd was, dan liet hij het niet merken. Hij beantwoordde haar kus teder, zoals vroeger, vlak nadat Alev hen had samengebracht. Een verlangen laaide in haar op, heftig en diep. Het kon haar niet schelen of Alev hen had gescheiden of niet. Zij en Jason hoorden bij elkaar. Ze ging volledig in hem op en genoot van het trotseren van Alev en zijn wispelturigheid.

 

Ze lagen dicht tegen elkaar aan. Het gras om hen heen was nat van de dauw, maar de zon begon al warm te worden en de wind streelde hun naakte lichamen. Sara tekende met haar vingertoppen figuurtjes op zijn borst.

‘Konden we maar terug naar vroeger,’ zei Jason zacht. ‘Toen alles nog normaal was. Toen we kinderen waren.’

‘Zelfs toen was het voor mij niet normaal,’ zei Sara zacht.

‘Je bedoelt…’

‘Naomi.’ Ze zuchtte en trok een hartje op zijn huid. ‘Weet jij wat een Dromer doet?’

‘Dromers zijn de dienaren van Alev.’

‘Maar wat doen ze dan? Zijn voeten wassen? Zijn potje koken? Zijn nachtmerries voor hem dromen?’

‘Laat het los, Sara. Je weet dat de Dromers een apart leven leiden, dat niemand anders dan Azinez contact met ze heeft.’

Haar vingers stokte midden in een beweging. ‘Ik was degene die ontdekte dat Naomi een Dromer was. Ze werd midden in de nacht wakker. Ik zie haar nog zitten. Het was alsof er diamanten in de plaats van haar ogen waren gekomen. Ik heb elk woord dat ze sprak onthouden. Van ons gescheiden leven zij. Aan de andere kant wonen de Eersten, waar Alev zijn licht op hen laat schijnen. Wanneer de Eerste valt, zal de Tweede worden geroepen naar diens rechtmatige plaats. Dat is ons lot. Ze maakte me zo bang, dat ik keihard om mijn moeder riep.’

‘Dat kan ik me voorstellen.’

‘Ze zei dat Frank zou worden gekust. Ze voorspelde het. En diezelfde dag was hij verdwenen.’

‘Bedoel je…’

‘Ik heb dat nooit aan iemand verteld. Maar Naomi sprak de waarheid. Ik weet niet of Dromers voorspellen… Of beslissen.’

‘Sara, wat wil je…’

‘Ze heten niet voor niets Dromers. Wie weet wat ze met die dromen doen. Als hun woord waarheid wordt, kan het woord van een Dromer wellicht ook mensen terugbrengen.’

‘Fynn…’

‘We moeten het proberen.’

 

Sara voelde haar hart bonzen in haar keel. Verborgen in de schaduw van een grote haag had ze perfect uitzicht op de voordeur van het priesterhuis. Gelukkig woonde hij aan de rand van de volle, drukke gemeenschap. In het hart van de stad had ze nooit zo lang ongezien kunnen staan wachten, daar was het altijd een komen en gaan van mensen. Sara liet haar adem langzaam ontsnappen. Ze had nooit gedacht ooit zo dicht bij die plaats te komen; sinds Azinez Naomi had laten halen, had ze hem gemeden zoveel ze kon. Nu bad ze tot iedereen behalve Alev dat de priester haar naar de Dromers zou leiden, het liefst zelfs naar haar zusje. Er waren twee kinderen geboren in de gemeenschap en wanneer haar veronderstellingen over de Dromers ook maar een greintje waarheid bevatten, dan zouden zij de namen hebben gedroomd. Vroeg of laat zou Azinez met hen spreken.

Jason wachtte verderop langs de weg, klaar om Azinez’ vertrekken te doorzoeken zodra de priester was verdwenen. Ze wisten natuurlijk niet zeker of hij hen nu naar de Dromers zou leiden en wellicht kon Jason een aanwijzing vinden in de kleine behuizing van de priester. Sara wist hoe Jason zich moest voelen, zij voelde de spanning ook. Ze was er een beetje misselijk van. Wie weet wat Azinez hen zou aandoen als hij ontdekte…

Ze schrok bijna toen de deur open ging. Azinez blies een olielamp uit en sloeg zijn mantel dichter om zich heen. Gehaast liep hij zijn pad af. Sara volgde hem op veilige afstand en wist ineens zeker dat hij naar de Dromers ging. Dit was de snelste weg het dorp uit. Het pad dat de wagen met Naomi erin had genomen. Ze knikte naar waar ze wist dat Jason verscholen zat en hoorde aan het gekraak in de takken dat ook hij in beweging kwam. Het speet haar dat ze hem niet nog een keer kon kussen, maar ze moest door. Met elke stap kwamen de antwoorden dichterbij.

 

‘Naomi?’

De jonge vrouw die aan de rand van het bassin zat, keek niet eens op bij het horen van haar naam, maar Sara wist zeker dat het haar zusje was. Ouder, magerder, en nog altijd met ogen als van diamant. Het kon niemand anders zijn. Ze was alleen. Azinez was al lang geleden huiswaarts gekeerd.

Naomi bewoog zich onrustig toen Sara haar arm aanraakte, alsof ze zich verwonderde over de aanwezigheid van een ander dan de wind.

‘Ik ben het, Sara.’

‘Sara, gescheiden van Jason, moeder van Fynn die gekust werd,’ zei Naomi.

Sara slikte. ‘Wat doe je hier?’

‘Jason, gescheiden van Sara, zal weldra gekust worden.’

‘Waar heb je het over?’

‘Vader van Fynn die gekust werd. Fynn werd geen Eerste. Jason zal geen Eerste worden.’

‘Naomi…’

‘Naomi is een Dromer. Is geen Tweede, heeft geen Eerste. Een lotsbestemming om Alev te dienen en de waarheid te zien.’

‘Is dit de waarheid? Kun je Fynn terugbrengen?’ Sara had het gevoel dat haar hart aan haar lichaam wilde ontsnappen, zo hard bonsde het.

‘De waarheid ligt vast. Fynn is gekust en werd geen Eerste. De Eersten leven aan de andere kant. Alev laat zijn licht over hen schijnen. De Tweeden worden geroepen om Eerste te zijn, of worden doorgestuurd. Alev weet wat hij doet.’

‘Draai het terug. Naomi, alsjeblieft.’

‘Naomi is een Dromer. Is geen…’

‘Kun je het kussen van Jason stoppen? Waarom is Fynn gekust?’

‘De waarheid ligt vast. Fynn is gekust en werd geen Eerste. De Eersten leven aan de andere kant…’

Sara’s hand beefde toen ze Naomi losliet. Het meisje waar ze ooit elke dag mee speelde, wiens gezicht ze in haar hart zou dragen tot ze zelf gekust zou worden, sprak monotoon tot de wind. Sara knielde voor haar neer in de hoop dat Naomi haar zou zien door de starre bevroren ogen heen.

‘Naomi, je bent de enige die me kan helpen. Is het waar wat oma zei? Leven de gekusten aan de andere kant…’

‘Aan de andere kant van het water laat Alev zijn licht schijnen,’ zei Naomi.

Sara bedwong haar tranen, kuste haar zusje op beide wangen en omhelsde haar verstarde lichaam.

‘Sara,’ zei Naomi. ‘Gescheiden van Jason, moeder van…’

‘Het spijt me dat ik moet gaan,’ fluisterde Sara. ‘Maar ik kom terug. Met mama. En met Fynn.’

 

Het water was koud. Ze stonden er tot hun enkels in, een paar meter van de oever. Sara voelde haar hart kloppen in haar keel. Jason hield haar hand stevig vast.

‘Kom op,’ zei Sara. ‘De doorgang is vast dichtbij.’

Ze waadden verder. Het water kwam steeds hoger, Sara’s schouders verdwenen onder water.

‘Gaat het nog?’ vroeg Jason, die tot aan zijn borst onder water stond.

‘Jawel,’ zei Sara, die moeizaam doorliep. Opeens verdween ze onder water. Ze voelde Jasons hand nog, hij moest met haar mee zijn gevallen. Het water omsloot haar, het leek alsof ze voorover lag. Daarna viel ze nog een keer. Ze wist niet meer waar ze was, wat onder of boven was. Het enige wat ze wist, was dat ze Jasons hand vast hield. Even later voelde ze weer vaste grond onder haar voeten. Ze ging staan. Naast zich zag ze Jason boven komen.

‘Alles goed?’ vroeg ze. Hij hoestte en kokhalsde, maar knikte toen. Sara keek om zich heen. De bergen waren anders dan normaal. Toen werden haar ogen groot van opluchting. ‘We zijn er!’

 

Ze zwierven rond door ontelbare straten en stegen, die vertakten en kruisten als in een labyrint. Alles was anders. De huizen waren groter en hadden veel meer ramen. Soms waren er meerdere huizen aan elkaar vast gebouwd, of zelfs bovenop elkaar. Er hingen geuren die Sara niet kon thuisbrengen en de mensen reageerden overal anders op dan thuis. Langs de weg stonden koetsen zonder dissels, in allerlei kleuren. Zonder lastdieren reden de wagens door de straten, onder luid geronk en stinkende rook.

Naarmate de ochtend vorderde, werd het drukker op straat.

Opeens verstijfde Sara en wees naar een blond meisje aan de overkant van de straat.

‘Dat is Maren! Zie je dat?’

‘Maar… Zij is toch niet gekust?’

‘Nee, volgens mij niet…’

Het meisje bleef staan om haar veter vast te maken. Sara rende de straat over.

‘Maren?’ vroeg ze. Het meisje keek op.

‘Ja? Hoe weet u hoe ik heet?’ vroeg het meisje achterdochtig. Jason kwam dichterbij.

‘Weet je niet wie wij zijn?’ vroeg Sara.

‘Nee. En laat me met rust. Ik mag van m’n vader niet met vreemden praten.’ Ze draaide zich om en liep haastig weg, waarbij ze bijna een dame met een hond overhoop liep.

‘Die vrouw lijkt precies op Janna, die op de hoek woont met Sem,’ zei Jason zacht.

Sara knikte. ‘Maar zij is toch ook niet gekust? Ik zag haar bij de Samenkomst gisteravond.’

‘Ja, ik stond vlak bij haar.’

Sara kneep in Jasons hand. ‘Volgens mij is dat Daan.’

‘Maar Daan is zeker niet…’

‘Wat is hier aan de hand?’

‘Ik weet het niet,’ zei Jason. ‘Ze kunnen vandaag gekust zijn.’

‘Meerdere mensen op dezelfde dag? Die ons allemaal niet meer herkennen?’

Jason keek haar ongerust aan. ‘Wat als Fynn ons niet herkent?’

‘Dat kan niet,’ zei ze, plotseling met tranen in haar ogen. ‘We moeten gewoon verder zoeken.’

Zijn hand voelde warm en vertrouwd.

Aan het einde van de straat bevond zich een plein, waaraan een groot gebouw stond met een toren. De deur was enorm. Naar boven toe werden de versieringen uitbundiger en het dak van de toren was getooid met sierlijke bogen die samenkwamen in een spits.

‘Ik denk dat Alev hier woont,’ zei Sara. Ze voelde haar lichaam tintelen toen ze zich herinnerde hoe ongehoorzaam ze was geweest. Maar Jason was bij haar, en terwijl ze in zijn hand kneep voelde ze zich weer krachtiger worden. Ze had geen spijt. Dat gunde ze Alev niet.

Er hing rust om het Huis van Alev heen. Een soort eerbied, zoals ook rondom Azinez kon zweven. In de verte klonk een klok. Ook in deze toren begon een klok te luiden, een zwaar en rond geluid. Sara kreeg er kippenvel van. Alev gaf geen blijk van woede of van wraak. Het leek eerder alsof hij hen verwelkomde. ‘Misschien moeten we Alev vragen waar Fynn is,’ stelde ze voorzichtig voor.

‘Denk je?’

Een deur van het Huis ging open, een klein deurtje, aan de zijkant. Er stapte een man naar buiten. Hij had een capuchon over zijn hoofd, maar Sara en Jason herkenden hem meteen. Jasons mond zakte open van verbazing en Sara kon slechts van Jason naar de man kijken en weer terug.

‘Maar…’ begon Jason.

Sara kneep in Jasons hand. Hij was er echt, hij was bij haar. Hoe kon dit dan?

‘Dit moet mijn Eerste zijn,’ zei Jason zacht.

‘We moeten jou – hem volgen,’ zei Sara. Plotseling hoorde ze de voorspelling van Naomi weer, onheilspellend in haar gedachten. Ze moest de kus tegenhouden! Maar hoe?

 

De andere Jason liep gehaast door de straten. Al leek het een doolhof, hij wist waar hij heen moest. Bij een drukke weg stak hij over op een pad van zwart en wit, de paardloze koetsen lieten hem voorgaan. Sara en Jason keken vanaf de overkant toe hoe de andere Jason naar een klein wit kruis liep. Er lagen oude bloemen bij en een speelgoedbeertje. Hij knielde bij het kruis, een gebroken man. De tranen schoten Sara in de ogen en ze trok Jason dichter tegen zich aan.

‘Hij is echt jouw Eerste…’ fluisterde ze.

‘Ik heb ook zo gezeten,’ zei Jason zacht. ‘De eerste avond nadat Alev ons uit elkaar had gehaald, zat ik zo naast mijn bed. En toen ik hoorde dat Fynn was gekust…’

‘Jij bent het echt. En toch sta je hier naast me.’ Sara’s stem sloeg over. ‘Ik begrijp het niet. Wat voor wereld heeft Alev hier gecreëerd? Als wij de Tweeden zijn… Zijn we dan… Reserve?’

De andere Jason stond op, veegde ruw zijn wangen droog en liep weg.

‘We moeten hem volgen,’ zei Sara.

‘Maar dat kruis lijkt belangrijk,’ wierp Jason tegen. ‘We moeten op z’n minst gaan kijken.’

Sara keek de andere Jason na en onthield dat hij richting het water liep. ‘Snel dan.’ Ze staken ze de straat over bij het zwart-witte pad, de wagens stopten ook voor hen. Het onbehaaglijke gevoel in Sara’s borstkas groeide met elke hartslag. Haar keel zat dicht en ze had kippenvel. Jason kneep extra hard in haar hand.

De blaadjes van de droge bloemen ritselden zacht in de wind. Het speelgoedbeertje lachte naar de voorbijrazende koetsen. Er waren gouden symbolen op het kruis aangebracht, en een portretje.

‘Het is Fynn,’ zei Sara ademloos. Ze knielde bij het kruis en raakte Fynns beeltenis aan, alsof hij echt was. Zijn groene ogen keken haar lachend aan, maar ze waren leeg. Jason kwam naast haar zitten.

‘Wat zou het te betekenen hebben?’ Ze hoorde de brok in zijn keel.

‘Fynn is echt…’ Sara wilde haar zin niet afmaken. Als ze het hardop zou uitspreken, dan was alles voorbij. Dan zou ze hem werkelijk nooit meer zien. Jason keek haar aan, Sara wilde niets liever dan vluchten in zijn armen. Ze sloot haar ogen, voelde de warmte van zijn borstkas en sloeg haar armen om hem heen. Opeens was er niets meer.

‘Jason?’ Een blinde paniek nam bezit van Sara’s hart. ‘Jason!’ Nee! Nee, niet nog een keer!

Sara zakte tegen het kruis in elkaar en vervloekte Alev met alle kracht die ze nog in zich had.

 

De koetsen bleven voorbij razen. Sara zat tegen het kruis geleund en keek met nietsziende ogen voor zich uit.

Een kind was met zijn moeder langs gekomen en had haar uitleg over de symbolen gevraagd. Sara had het grotendeels begrepen. Gekust worden heette hier blijkbaar doodgaan. Weg, dacht Sara. Hoe dan ook, weg.

‘Sara?’ Ze hoorde een bekende stem.

‘Mam?’ Ze had net zulke vreemde kleding aan als de rest van de mensen hier.

‘Lieverd… Ik hoorde van Jason. Dat hij van de brug is gesprongen. Ik weet dat jullie sinds de scheiding geen contact meer hadden, maar…’

Sara keek opzij. Het was niet haar eigen moeder, en tegelijkertijd ook wel. Haar aanwezigheid voelde zo vertrouwd. De vrouw sloeg haar armen om Sara heen, en Sara huilde tot ze geen tranen meer over had.

 

De laatste zonnestralen braken uiteen in duizenden lichtjes, die dansten over de oppervlakte van het meer. In de spiegeling van het water reikten de bergen op hun eigen manier met hun toppen naar de bodem.

Sara staarde ernaar. Ze kon niet meer terug. Ze had het geprobeerd. Ze had al zoveel geprobeerd in de dagen die ze in deze wereld had doorgebracht.

In het Huis van Alev had een vriendelijke man haar uitgelegd dat ze Fynn weer zou zien in de hemel, na haar eigen dood. Van Eersten en Tweeden wist hij niets, hij had alleen iets gebazeld in de zin van De Eersten worden de Laatsten en Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Sara was maar niet meer begonnen over de Dromers, of over Azinez. Deze priester had ook een ander woord voor Alev, dat zogenaamde God. Alles was anders in de wereld van de Eersten.

Het waarom achter haar eigen bestaan kon Sara niet langer interesseren. Ze had zoveel theorieën verzonnen en weer verworpen. Als het inderdaad waar was dat sommige Eersten zo belangrijk waren dat zij bij hun dood werden overgenomen door een Tweede, opdat een bepaalde lotsbestemming werkelijk zou plaatsvinden, dan hadden de levens van zowel Fynn als Jason blijkbaar niet genoeg zin gehad. Dat zij de reserve was voor iemand die nog wel leefde aan deze kant van de wereld, iemand die Jason blijkbaar van zich had weggeduwd en die Fynn was kwijtgeraakt, was een idee dat bijna ondraaglijk was. Ze wilde er klaar mee zijn.

De dansende lichtjes waren verdwenen. De maan zette het meer in een zilveren gloed. Terwijl sterren fonkelden in het zwart van de nacht, stond Sara op. Het verband om haar pols verschoof een beetje toen ze haar hand in haar jaszak stak. Ze slikte en haar gekneusde nek voelde beurs. Het zou echter niet lang meer duren. Het heft van haar mes voelde koel en hard in haar hand. De Eerste Sara slenterde voorbij en Tweede Sara kwam in beweging. De kus van Alev was dichtbij.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here