Michael Reefs zit niet stil. Met bekende reeksen als De Bieb-bende en De Backroom Files op zijn naam weet de auteur als geen ander hoe hij jonge lezers aan het boek gekluisterd houdt: met een hoog tempo, slimme interactiviteit en volop spanning. Deze maand verschijnt bij uitgeverij Luitingh-Sijthoff het eerste deel van zijn nieuwste serie Nachthelden, waarin hij lezers meeneemt naar een duister parallel universum vol Japanse folklore. Wij spraken Michael over zijn groei van uitgeven in eigen beheer tot gevestigde naam, zijn unieke manier van interactief vertellen én wat we precies kunnen verwachten van de gevaarlijke wereld van de D.I.M.
Hallo Michael, we kennen je ondertussen bij FantasyWereld al sinds je debuut met de eerste Bieb-Bende en ondertussen heb je een indrukwekkende reeks boeken op je naam staan. Wat vind jij het element waaraan lezers jouw boeken kunnen herkennen als een echt ‘Michael Reefs’ verhaal?

Vooral aan het hoge tempo en de spannende elementen. Ik gun de lezer nauwelijks rust: de ene spannende gebeurtenis volgt op de andere. Met korte hoofdstukken, cliffhangers en veel vaart probeer ik lezers voortdurend nieuwsgierig te maken naar wat er op de volgende bladzijde gebeurt. Die aanpak blijkt vooral goed te werken voor jonge lezers bij wie lezen niet altijd vanzelfsprekend is. Voor ze het weten, zijn ze bij het einde van het boek beland.
Je hebt je echt toegespitst op het schrijven van boeken voor de jeugd (die overigens ook voor volwassenen heel erg leuk te lezen zijn), waarbij je ook goed aan te sluiten bij hun belevingswereld. Een goed voorbeeld is je verhaal De Backroom Files. Hoe zorg je dat je niet de plank misslaat bij zoiets actueels en ook voor de jeugdige lezers qua schrijfstijl en spreektaal ze weet aan te spreken?
Bij actuele thema’s vind ik het belangrijk dat ik het onderwerp zelf ook interessant vind. Ik moet me er namelijk helemaal in verdiepen, en dat lukt minder goed als het onderwerp me niet aanspreekt. Kinderen hebben bovendien snel door of een schrijver echt weet waar hij het over heeft. Ik wil natuurlijk niet door de mand vallen.
Mijn fascinatie voor de Backrooms begon toen ik er op TikTok allerlei filmpjes over voorbij zag komen. Ik ging op onderzoek uit en ontdekte steeds meer over die mysterieuze wereld. Daarbij viel me iets interessants op: nergens werd echt verteld waardoor de Backrooms waren ontstaan. Precies daar vond ik het uitgangspunt voor mijn eigen verhaal. Dat heb ik gecombineerd met mijn voorliefde voor urbexen (het bezoeken van verlaten gebouwen).
Tijdens het schrijven houd ik altijd rekening met mijn doelgroep. Bij het bedenken van mijn personages denk ik vaak aan de kinderen die ik tijdens schoolbezoeken ontmoet. Mijn personages zouden zomaar bij hen in de klas kunnen zitten. Daardoor kunnen jonge lezers zich gemakkelijker met hen identificeren. Ook gebruik ik termen uit de gamewereld, zoals ‘glitchen’ en ‘noclippen’. Voor kinderen voelt die taal vaak heel vertrouwd. Sommige volwassenen begrijpen er misschien wat minder van, maar dat levert soms juist grappige reacties op, haha.
Ik ken je daarnaast niet anders dan dat je in je boeken extra mogelijkheden zocht om interactiviteit toe te voegen. Met filmpjes, QR-codes en puzzels zoek je buiten de verhalen ook de contacten met je doelgroep. Hoe is dat zo ontstaan en hoe bedenk je telkens iets nieuws dat ook nog bij het verhaal past?

Dat is ontstaan bij De Bieb-bende. Omdat ik toen nog een onbekende auteur was, wist ik dat ik iets unieks moest bedenken om de aandacht te trekken. QR-codes waren destijds nog vrij nieuw in de boekenwereld en bijna niemand wist goed wat je ermee kon doen. Ik herinner me nog een gesprek met een boekverkoopster die zei: “Ach, die QR-codes waaien wel weer over. Dat is niets voor boeken.” Zelfs dertien jaar later weet ik dat nog precies.
Toch bleken juist die QR-codes een groot succes, vooral in de boeken over Bram. In zijn avonturen reist hij de wereld rond en bezoekt hij allerlei bijzondere en magische plekken. Dankzij de QR-codes kunnen kinderen die locaties ook digitaal ontdekken. Ze krijgen aanvullende informatie, bekijken filmpjes en afbeeldingen en kunnen via Google Maps zelfs zien waar sommige plekken ongeveer liggen. Zo wordt het verhaal niet alleen interactiever, maar leren ze er ook nog iets van.
Voor mij werkt zo’n toevoeging alleen als die echt bij het verhaal past en iets biedt wat niet in het boek zelf staat. Ook probeer ik bij iedere serie een interactieve website te maken waarop kinderen langer kunnen ronddwalen in de wereld van de boeken. Op www.nachthelden.info kunnen ze bijvoorbeeld het dorp Duisterdal verkennen. Op die manier kan ik de wereld buiten het boek verder uitbreiden.
Daarnaast maak ik zelf lesbrieven waarmee scholen kennis kunnen maken met mijn boeken. Dat vind ik ontzettend leuk om te doen. En natuurlijk maak ik nog altijd boektrailers. Ik blijf het geweldig vinden om steeds nieuwe manieren te bedenken waarop lezers een verhaal kunnen beleven.
Als laatste, voordat we ingaan op je nieuwste boek, was ik benieuwd: Je bent met hard werk, talent en doorzettingsvermogen van een auteur in eigen beheer die alle touwtjes in handen had, gegroeid naar een gevestigde naam die al bij verschillende uitgevers is uitgegeven. Als je terugkijkt op die reis, waar ben je het meest trots op, en waar heb je het meest van geleerd?
Ik ben er vooral trots op dat ik het destijds heb aangedurfd om mijn boeken zelf uit te geven. In 2013 verscheen mijn eerste boek van De Bieb-bende bij Zilverspoor. Ook toen deed ik al veel zelf op het gebied van marketing, en gaandeweg merkte ik dat ik graag nog meer touwtjes in handen wilde hebben. Ik ben kritisch en wil altijd het beste voor mijn verhalen. Soms lopen dingen anders dan je had gehoopt en moet je een moeilijke knoop doorhakken. Zelf uitgeven was voor mij daarom een spannende, maar heel bewuste stap.
Door jarenlang hard te werken en veel te netwerken, is het me uiteindelijk gelukt om een brede groep lezers te bereiken en een naam op te bouwen. Dat heeft bijna tien jaar geduurd. Daarvan heb ik vooral geleerd dat succes niet van de ene op de andere dag ontstaat. Je moet geduld hebben, blijven doorzetten en bereid zijn om voortdurend nieuwe dingen te leren (en ook om te gaan met afwijzingen en teleurstellingen).
Ook nu ik voor grote uitgeverijen schrijf, doe ik nog veel zelf. Ik bouw websites, maak boektrailers en promotiemateriaal en verzorg soms zelfs de opmaak van een boek. Die betrokkenheid bij het hele proces past bij mij. Ik vind het nog steeds het fijnst om niet alleen het verhaal te schrijven, maar ook actief mee te bouwen aan alles eromheen.

Je nieuwste boek komt eind deze maand uit en heet Nachthelden. Dit boek zal worden uitgegeven door Luitingh, zoek je per boek(enserie) vaak de uitgever die daar het beste bij zou passen? En kun je ons iets wat vertellen hoe het contact met Luitingh tot stand kwam?
Ik probeer een complete boekenserie het liefst bij één uitgever onder te brengen. Verschillende van mijn recentere series verschenen bij Billy Bones, maar op een gegeven moment voelde ik dat ik toe was aan een volgende stap en een nieuwe samenwerking. Daarom ben ik op zoek gegaan naar een uitgever die goed bij mijn nieuwe plannen paste.
Ik stuurde Thille, uitgever van het kinderboekenfonds van Luitingh-Sijthoff, een berichtje waarin ik vertelde dat ik een volledig uitgewerkt idee voor een nieuwe serie had liggen en daarvoor een uitgever zocht. Ze reageerde meteen enthousiast. Twee maanden later zat ik samen met haar en acquirerend redacteur Hannerlie op het kantoor van Luitingh-Sijthoff in Amsterdam.
Ze waren enthousiast over mijn ideeën en over alles wat ik rond mijn boeken doe, maar ze waren ook kritisch. Ze zagen dat mijn verhalen nóg sterker konden worden, en daar wilde ik graag alles voor doen. Een contract kreeg ik dan ook niet meteen: eerst moest ik laten zien wat ik van het verhaal kon maken.
In december 2025 kwam uiteindelijk het verlossende mailtje: ze wilden Nachthelden 1 – In het hart van de duisternis opnemen in de zomeraanbieding van 2026. Ik sprong een gat in de lucht! Na drie jaar hard werken is het moment nu bijna aangebroken en verschijnt het eerste deel van mijn nieuwste serie. Ondertussen werk ik alweer volop aan deel twee – en dat wordt wat mij betreft zelfs nóg gaver.
De setting waarin Nachthelden zich afspeelt heeft zijn inspiratie uit Japanse folklore, heb jij zelf ook een fascinatie daarmee?
Die fascinatie is in de afgelopen jaren ontstaan. Tot 2025 begeleidde ik schrijflabs bij verschillende bibliotheken, waar kinderen samen aan allerlei creatieve projecten werkten. Ik vroeg hun regelmatig welke verhalen en onderwerpen zij interessant vonden. Daarbij merkte ik dat manga en andere Japanse verhalen en series enorm populair waren.
Ik besloot me daarin te verdiepen en ontdekte via internet steeds meer over de Japanse folklore. Daar kwam ik de gruwelijkste verhalen tegen, zoals dat van een bloeddorstige boom die zich voedt met het bloed van verdwaalde reizigers. Hoe meer ik las, hoe meer ik gefascineerd raakte. Uit die fascinatie ontstond uiteindelijk het eerste idee voor Nachthelden. De titel had ik al vrij snel, maar het verhaal moest toen nog vorm krijgen.
Een verhaal over een gruwelijke heks die in de bergen leeft, vormde uiteindelijk de belangrijkste basis. Volgens de legende doet zij zich soms voor als een mooie jonge vrouw om reizigers naar haar hut te lokken. Voor Nachthelden heb ik dat gegeven flink uitgebreid. Mijn heks heet Yashihana en verschijnt ieder jaar om een kind op te halen en mee te nemen naar de D.I.M., de gruwelijke wereld waarin zij leeft.
Ik heb verschillende elementen uit de Japanse folklore in een nieuw jasje gestoken en er mijn eigen draai aan gegeven. Zo is een duister verhaal ontstaan dat duidelijk door die oude vertellingen is geïnspireerd, maar tegelijkertijd een geheel eigen wereld en mythologie heeft. En daardoor toch redelijk uniek aanvoelt!

Kun je ons iets meer vertellen over die wereld D.I.M., die de hoofdpersoon moet betreden voor zijn zoektocht, en over de bijzondere wezens die zich daarin ophouden?
Al vrij snel wist ik dat Yashihana, de heks uit het verhaal, over een eigen duister rijk moest beschikken. Voor de troosteloze, dreigende sfeer liet ik me onder meer inspireren door de Upside Down uit Stranger Things, maar de D.I.M. kreeg uiteindelijk een heel eigen karakter. De afkorting staat voor Duistere Integrale Matrix. Aanvankelijk wilde ik deze wereld diep in het binnenste van de aarde situeren, maar dat bleek niet goed bij het verhaal te passen. Daarom maakte ik er een parallelle wereld van.
De D.I.M. wordt bevolkt door allerlei monsters en mysterieuze wezens, waarvan veel zijn geïnspireerd op de Japanse mythologie. Zo zijn er vampierbomen, regenjagers, mistdolers en Oni-dienaren. Ik wilde niet dat ze alleen maar voor gevaar en spektakel zouden zorgen: ieder wezen vervult een eigen functie binnen het verhaal.
Rond het paleis van Yashihana liggen bijvoorbeeld vier magische cirkels. De hoofdpersoon moet ze allemaal doorkruisen om haar te kunnen bereiken, en elke cirkel kent zijn eigen gruwelijke bewoners en beproevingen. De mistdolers bewaken een van die cirkels; dat heeft geleid tot een van de spannendste scènes uit het boek. Ook de vampierbomen, geïnspireerd op de Japanse Jubokko, spelen een belangrijke rol. Zonder te veel te verklappen: zij zorgen er uiteindelijk voor dat de titel Nachthelden zijn volledige betekenis krijgt.
Voor mijn gevoel ben je een heel geordende schrijver die al ver vooruit verhaallijnen plant. Klopt dat en weet je van de hele serie Nachthelden al waar het heen gaat en hoeveel boeken het zal bevatten, of zul je dat de komende tijd nog tijdens het schrijven uitvinden?
Grotendeels weet ik al waar Nachthelden naartoe gaat. Ik ben inderdaad een schrijver die graag vooruitplant, maar ik laat tijdens het schrijven ook ruimte voor het verhaal om zich verder te ontwikkelen. Nu ik aan deel twee werk, merk ik bijvoorbeeld dat sommige dingen anders lopen dan ik vooraf had bedacht. Daardoor veranderen ook de verhaallijnen voor de delen die daarna komen.
Hoe omvangrijk de serie uiteindelijk wordt, weet ik nog niet. Dat hangt natuurlijk ook af van hoe de boeken worden ontvangen. In principe kan ik het overkoepelende verhaal in drie delen afronden, maar als de serie goed loopt, hoop ik vijf of misschien zelfs zes delen te schrijven.
De wereld van Nachthelden is in ieder geval rijk en uitgebreid genoeg om nog veel verhalen te kunnen vertellen zonder dat het langdradig hoeft te worden. Ik heb goed nagedacht over de wereldopbouw en de verschillende verhaallijnen, maar er blijft voldoende ruimte over voor nieuwe personages, plekken en gevaren. Met De Bieb-bende heb ik ervaren dat een serie lang kan doorgaan en toch spannend en verrassend kan blijven. Ook het twaalfde deel voelt voor mij niet als een herhaling van wat eraan voorafging. Diezelfde uitdaging ga ik graag aan met Nachthelden.
Volgende maand komt de Kinderboekenweek er ook weer aan. Ben je weer net zo druk in de weer met schoolbezoeken als voorgaande jaren?
Jazeker! De Kinderboekenweek is voor mij de drukste periode van het jaar – al duurt die bij mij meestal bijna twee maanden. Na een heerlijk rustige zomer, waarin ik vooral veel heb geschreven, vind ik het fijn om weer op pad te gaan en mensen te ontmoeten. Het leukste vind ik de reacties van kinderen wanneer ik over mijn nieuwe boeken en projecten vertel.
In november mag ik bovendien naar Aruba. Samen met de bibliotheek en een groep auteurs en illustratoren ga ik daar verschillende scholen bezoeken om kinderen nieuwsgierig en enthousiast te maken voor mijn boeken. Vorig jaar deed ik hetzelfde op Bonaire, en dat werd een avontuur dat ik nooit zal vergeten. Ik bof dus enorm dat ik zoiets dit jaar opnieuw mag beleven, maar dan op Aruba!





