De geschiedenis van de Gothic Novel (deel 3)

0
13

De Gothic Novel heeft zich steeds uitstekend weten aan te passen aan de heersende tendensen in de maatschappij. Dat is tevens de reden waarom het genre nog altijd relevant is en waarom het zelden gelezen kan worden als een vrijblijvend verhaal; de Gothic is immers de ideale spiegel om contemporaine angsten te onderzoeken.

De klassieke Gothic Novel ruimde na 1820 plaats voor een ontelbare collectie kortverhalen over spoken en andere bovennatuurlijke fenomenen die vooral verspreid werden via tijdschriften en kranten. Er is binnen dit opstel geen plaats om diep in te gaan op al die verhalen. Laten we het erbij houden dat verschillende grote namen hun aandeel hadden in de productie van populaire griezelliteratuur. Charles Dickens, Wilkie Collins en Elisabeth Gaskell waren enkele belangrijke auteurs in Groot-Brittannië. Edith Wharton, Nathaniel Hawthorne en uiteraard Edgar Allan Poe zijn enkele boegbeelden uit de Amerikaanse Gothic van de negentiende eeuw.

Monsters

Op het einde van die eeuw doet het monster dan weer zijn intrede — Frankenstein was hier een voorloper van — dankzij de impact van Charles Darwins evolutietheorie die iedereen daarmee de stuipen op het lijf had gejaagd. Want, zo redeneerde de Victoriaanse samenleving, als de mens afstamt van dieren, dan moet het voor sommige individuen onder bepaalde omstandigheden ook mogelijk zijn om die o, zo waardevolle rede en menselijkheid te verliezen. Men kon bijvoorbeeld de minder leuke kantjes van ouders en voorouders erven of enige zin met de heersende moraal van de middenklasse verliezen. Men noemde dit concept ‘degeneratie’ en het was niet alleen een inspiratiebron voor de naturalisten, maar het was tevens een rijke voedingsbodem voor schrijvers van duistere verhalen. Het monster, een gedegenereerde variant van de mens, vertolkte de hoofdrol in een hele reeks romans, waarvan er velen de tand des tijds verrassend goed hebben doorstaan.

Het bekendste monster wordt natuurlijk geïntroduceerd in Bram Stokers Dracula (1897), waarin de vampier niet alleen symbool staat voor de bedreigende immigrant, maar ook voor de verspreiding van de tering, geslachtsziekten en, vooral, de gevaren van ongeremde seksuele driften. Stokers idee was geniaal, lekker verpakt in een spannende, sensationele thriller. Toch zou Dracula enkele decennia later pas iconische proporties aannemen, met name in de cinema.

Robert Louis Stevenson pakte het dan weer intern aan. In The Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde (1886) — een fantastisch gestileerde novelle — ontdekt Dr Jekyll wat het betekent om de mens te bevrijden uit zijn wambuis van ethiek en decorum, met alle gevolgen van dien. In The Picture of Dorian Gray, uit 1890 en Oscar Wilde’s enige roman (net zoals bij Walpole en Lewis), ontrieft de schrijver zijn hoofdpersonage van morele deugden en vervangt hij die door de idealen van de Schoonheid, waar de dandy’s uit het fin de siècle zo graag mee dweepten. De vroege romans van H.G. Wells, zoals The Island of Dr Moreau (1895) en The Time Machine (1896) moeten hier ook vernoemd worden, hoewel sommige sciencefiction liefhebbers bij die gedachte zullen steigeren. Vooral The Time Machine herbergt een treffend voorbeeld van het Darwinistische monster. De Morlocks zijn aapachtige wezens, die in de duisternis onder de grond leven. Het zijn met andere woorden gedegenereerde mensen uit een verre toekomst die in fel contrast staan met de Eloi: de hernieuwde, onschuldige, door-en-door goede mens, die één is met de natuur.

Status

En dat brengt ons naadloos tot het volgende punt, namelijk de status van het Gothic genre. Eerst en vooral moet daarbij de problematiek van het definiëren van genres toegelicht worden. Het is namelijk onmogelijk om een genre de definiëren, net als het onmogelijk is om een sluiten de definitie te geven van wat literatuur nu precies is. Definities en structuralistische concepten zijn helaas—of moet ik zeggen ‘gelukkig’?—enkel waterdicht in de exacte wetenschappen en de wiskunde—en dan nog! Elke poging om een gesloten structuur en definitie in de literatuurwetenschappen te introduceren, is tot op de dag van vandaag pijnlijk mislukt. En dat is erg ironisch, als men weet dat het structuralistische denken ontstaan is in de linguïstiek, in een poging om de humane wetenschappen even positivistisch te maken als de exacte disciplines. De mens heeft natuurlijk behoefte aan structuur om de dingen des leven een plaats te geven, maar we doen er goed aan om erg relatief met die structuren om te springen. Voor elke regel in de taalkunde bestaat er, bijvoorbeeld, minstens een uitzondering en in de literatuurwetenschap is dat nog veelerger. Met andere woorden, structuralisme is een handig middel, maar het mag nooit verworden tot een doel.

Toen ik in de eerste blog enkele kenmerken opsomde van de Gothic Novel, kon u ongetwijfeld een heleboel toevoegingen en schrappingen maken. Wat bijvoorbeeld gedacht van de verschillende kruisbestuivingen tussen genres, zoals dat in het midden van de negentiende eeuw het geval was met de zusjes Brontë en Wilkie Collins, die de Gothic combineerden met respectievelijk het romantisch-realisme en de avonturenroman. En wat zou u zeggen van een film als Alien (1979) van Ridley Scott waarin de Gothic wordt gecombineerd met sciencefiction? Een vruchtbare kruisbestuiving waarvan H.P. Lovecraft en de daarnet vernoemde H.G. Wells dankbaar gebruik van maakten. Zelfs J.R.R. Tolkien gebruikte topoi uit de griezelliteratuur om zijn fantasyromans te schrijven en men kan zich zelfs de vraag stellen of Rowlings boeken over Harry Potter fantasyliteratuur zijn of veeleer Gothic Novels. Mijn boek, De Ziener, gebruikt elementen uit zowel de historische roman als uit de detective en is daarom ook geen Gothic Novel pur sang te noemen. En zo gaat het eigenlijk met alle genreliteratuur.

Een genre kan zelfs van medium veranderen en dat is precies wat er gebeurde met de Gothic, dat in het begin van de twintigste eeuw doodgebloed leek te zijn — met uitzondering van een schrijver als Lovecraft, die het genre voor het gemak helemaal opnieuw uitvond — maar in de jaren twintig terug opleefde en zich verder ontwikkelde in de bioscoop.

Over de auteur van deze gastblog: Kevin Valgaeren (Turnhout, 1979) studeerde Westerse Literatuur aan de K.U.Leuven en specialiseerde zich in de gothic novel en de duistere verhalen uit de Angelsaksische en Nederlandse literatuur van de 19e eeuw.

De geschiedenis van de Gothic Novel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here