Dochter van de Djinn – Boukje Balder

0
9

Omslag Dochter van de Djinn

Op 1 januari 2011 om 00.00:01 (één seconde in het nieuwe jaar dus) was de deadline van de Castlefest Book Award, een manuscriptenwedstrijd ontstaan door een samenwerking tussen Castlefest en Books of Fantasy. In een aantal rondes streden de deelnemers tegen elkaar om hun manuscript als boek vast te kunnen houden op Castlefest, begin augustus. Uiteindelijk konden Boukje Balder – Dochter van de Djinn – en Marieke Frankema – Dochter van de Zilv’ren Maan – hun boekendochters aanschouwen, daar zij samen wonnen.

Dochter van de Djinn
Na jaren twijfelen durft de zestienjarige Jasmijn eindelijk op het vliegende tapijt onder haar raam te stappen. Het tapijt blijkt een djinn te zijn en hij brengt haar naar zijn wereld. Daar hoort Jasmijn dat haar vader ook een djinn is en zijzelf dus halfdjinn. Om te voorkomen dat er steeds meer djinns zullen verdwijnen, zal ze haar vader uit Asgard, de wereld van de Noorse Goden, moeten redden.
Maar wat moet je als zestienjarige wanneer je helemaal geen zin hebt in verantwoordelijkheden? En wat doe je als de ontmoeting met je vader anders gaat dan gepland?

Onduidelijke doelgroep en titel
Wat gelijk opvalt aan Dochter van de Djinn is dat het onduidelijk is. Niet alleen qua titel – het is onduidelijk waarom juist Jasmijns vader ‘de’ djinn is en waarom Jasmijn niet gewoon ‘Dochter van een Djinn’ is – maar vooral qua doelgroep. Gezien de samenwerking met Castlefest, verwacht je niet snel dat een van de winnende boeken een echte YA-roman is – die wat het taalgebruik en de plotlijn betreft ook al door twaalfjarigen gelezen kan worden. De doelgroep staat ook niet vermeld op de kaft of in de webshop. Dit is zonde, gezien een snelle koper zo toch een miskoop kan doen.

Vervelend hoofdpersonage
Jasmijn is een zestienjarige en dus een puber. Ruzie met haar moeder is dan ook aan de orde van de dag. Geen enkel probleem bij een YA-roman, pubers zijn wel vaker ruziezoekers. Jasmijn heeft echter ook vervelende andere trekjes. Zo besteedt ze het liefst al haar werk uit. Haar beste vriend moet de nodige informatie opzoeken en zich meermaals opofferen, haar vriendin moet op haar broertjes passen en lijdzaam toezien wat er met haar eigen broer gebeurt, enzovoorts. En gemeende bedankjes vanuit Jasmijn kunnen er niet van af.
Maar wat pas echt vervelend wordt, is de inconsequentie in Jasmijn. Het ene moment lijkt ze wel een jengelende kleuter, het andere moment oogt ze een paar minuutjes volwassen. Ze vindt het geen ramp als een ander een fout maakt en daarvoor een zeer hoge prijs moet betalen, maar zelf probeert ze – tot ergernis van haar familie – meermaals onder een afspraak uit te komen. Dit alles maakt van Jasmijn een jengelende, luie, mopperende, hypocriete puber.

Maar toch weet Boukje op een gegeven moment wat medelijden voor Jasmijn op te wekken. Door de gebeurtenissen bij de djinns raakt Jasmijn plotsklaps aan haar djinnhelft verlamd. Wanneer ze dan met moeite op haar kont de trap afschuift, zou je haar bijna een knuffel willen geven. Helaas weet Boukje dit niet goed vast te houden en viert de ergernis weer snel hoogtij, waardoor er ook weer ruimte is voor vragen. Want als er al jaren problemen zijn bij de djinns, waarom verloor Jasmijn de kracht in haar djinnhelft dan niet geleidelijk?

Wisselende djinns, een rare familie
Jasmijn is dus de dochter van een djinn en komt al in de eerste bladzijden van het verhaal in de djinnwereld terecht. Direct is al duidelijk dat de djinns zichzelf erg hoog achten en neerkijken op het halfmenselijke hoopje dat voor hen staat. Deze positie is natuurlijk erg vervelend voor Jasmijn en maakt haar een menselijker, minder vervelend personage. Jammer genoeg wordt dit effect enkele pagina’s later al teniet gedaan. Jasmijn stelt vragen die op dat moment zeer voor de hand liggend zijn, maar de djinns zijn dan ‘onder de indruk van je [Jasmijns] verstand en je [Jasmijns] vooruitziende blik’ (pagina 14-15). De zielige underdog wordt dus op ongeveer gelijk  niveau gehesen en verliest daardoor direct aan kracht als personage. En ook de djinns boeten in door hun wisselvalligheid.

Jasmijn heeft het als puber – die geen buitenbeentje wil zijn – overduidelijk niet getroffen met haar familieleden. Enkel de nieuwe vriend van haar moeder en haar (half)broertjes zijn normaal. Ze weet dus al snel dat haar vader een djinn is en dat ze van die kant dus geen grootouders, ooms en tantes hoeft te verwachten. Maar het aantal vreemde familieleden is daarmee nog niet uitgeput. Haar moeder heeft een geheim voor haar verborgen – ze is een Walkure en is daardoor al vele eeuwen oud. En opa en oma hebben ook zo hun eigen dingen. Los zijn alle identiteiten van haar familieleden geweldig. Dochter zijn van een wezen dat als eerste door Allah is geschapen. Of dochter zijn van een Walkure, die in dienst staat van de Noorse Goden en op de rug van een vliegende wolf door de tijd heen de helden op moet halen. Of de kleindochter van een ander niet-alledaags wezen. Maar alles bij elkaar lijkt het te gezocht. Hoe krijgt een Walkure het voor elkaar dat ze een kind krijgt – en dus gemeenschap heeft gehad, terwijl een Walkure maagd moet blijven – met een wezen dat ze met heel haar eigen wezen veracht? Boukje Balder had er dan ook beter aan gedaan om te kiezen, want meer is niet altijd beter. Maar als je de overdaad even negeert, heeft ze Jasmijn een rijke achtergrond meegegeven die – afgezien van de hamvraag – goed in elkaar schuift.

Weinig rust, teleurstellend einde
In Dochter van de Djinn wordt de lezer weinig rust gegund. Jasmijn en haar vrienden jakkeren van hoogtepunt naar hoogtepunt, zowel fysiek als emotioneel. Nergens krijgen ze de tijd om de losse eindjes bij elkaar te zoeken en alle informatie bij elkaar te rapen. Ditzelfde geldt voor de lezer, die de draad hierdoor soms kan verliezen. Ook lijkt het alsof de auteur zelf niet altijd een goed overzicht had. Zo is Jasmijns vliegende wolf niet blij met haar en dit laat hij ook duidelijk merken, waardoor Jasmijn hem een tijdje niet durft op te roepen. Even later lijkt ze echter het hele voorval weer vergeten te zijn, want zonder aarzeling roept ze hem op en verschijnt hij zo mak als hij maar kan zijn.

Na alle grootste gebeurtenissen verwacht je als lezer een finale die al het eerdere overtreft. Helaas gebeurt dit niet. Vooral de plaats van de eindstrijd en de manier waarop de finale wordt afgesproken, stellen teleur. Hopelijk weet Boukje bij een volgend boek van het einde een echte klapper te maken.

Geen krachtig debuut, maar wel vol beloftes
Dochter van de Djinn is een avonturenroman met de Young Adults als doelgroep. Door inconsequentie, het ontbreken van rust en een teleurstellend einde kan ik dit werk helaas geen krachtig debuut noemen. Toch zitten er genoeg beloftes in het werk. Als Boukje bij een volgend boek alle elementen goed weet te doseren, ze logisch en consequent houdt en het einde recht aan doet, kan het een prima werk worden. Mits ook de redactie dan beter oplet, want de mindere punten vallen uiteraard niet enkel de auteur te verwijten.




Dochter van de Djinn

Boukje Balder | Books of Fantasy | 2011

Een meningsverschil met je moeder kan je als tiener soms vreemde dingen laten doen. Zo besluit Jasmijn dat ze gewoon op het vliegend tapijt, dat zweeft onder haar slaapkamerraam, moet stappen. Het tapijt, een djinn, brengt haar naar zijn wereld. Daar krijgt ze de opdracht haar vader – tot haar grote verbazing ook een djinn – te bevrijden om zo te voorkomen dat er steeds meer djinns verdwijnen.

Samen met haar vrienden reist Jasmijn naar Asgard, de wereld van de Noorse goden, waar ze haar vader gevangen houden. Maar goden en djinns zijn rare wezens en Jasmijn raakt verstrikt in een mysterieus web. Maar erger nog: haar vader reageert anders op het weerzien van zijn dochter dan ze had gehoopt. Gaandeweg begint Jasmijn zich zelfs af te vragen of ze er misschien toch niet beter aan had gedaan haar vader niet te bevrijden. Maar ja, dan is alles al te laat…

Vrienden, familie, Goden en djinns; allemaal hebben ze hun redenen om Jasmijn te helpen of juist te dwarsbomen. En terwijl Jasmijn worstelt met haar afkomst, IJsreuzinnen, Goden en kwaadaardige djinns, beginnen steeds meer goede djinns te verdwijnen. Het instorten van deze magische wereld heeft ook grote gevolgen voor Jasmijn. Tenslotte is dit ogenschijnlijk ‘doodgewone’ tienermeisje van zestien niet voor niets ook zelf – deels – djinn…

Hoe kan ze zich in evenwicht houden, haar eigen leven redden en haar vader voor de ondergang behoeden?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here