De Amerikaanse schrijfster Naomi Novik kennen we natuurlijk allemaal van haar fantastische drakenserie Temeraire en het wat recentere Ontworteld. Vanaf volgende week ligt haar nieuwste boek, Zilvergaren, in de winkel, een sprookjesachtige hervertelling van de klassieker Repelsteeltje. In april kwam Naomi Novik naar Nederland ter gelegenheid van de Dag van het Fantastische Boek, en uiteraard grepen wij onze kans om haar een paar vragen te stellen over sprookjes, schrijven zonder planning en toekomstige projecten.

Is dit je eerste bezoek aan Nederland? Wat vind je er tot nu toe van?

Ja, dit is mijn eerste keer hier! Helaas heb ik tot nu toe alleen nog maar het vliegveld gezien (erg mooi vliegveld!) en het hotel (erg mooi hotel!), maar toen ik vanmiddag van mijn Nederlandse uitgeverij naar mijn hotel liep, belden mijn man en dochter me via FaceTime, dus ik heb ze toch nog een stukje van Amsterdam kunnen laten zien.

Terwijl je in Nederland was heb je ook de vertaalster van je boeken, Inge Boesewinkel, ontmoet. Hoe was dat?

Zilvergaren – Naomi Novik – Bestel bij Bol.com

Ik vond het erg leuk om haar te ontmoeten! Ik denk dat Zilvergaren best een uitdaging is geweest om te vertalen, aangezien er zes verschillende vertellers zijn, allemaal geschreven vanuit de eerste persoon. De stem van de personages wordt dus met name bepaald door woordkeuze en de manier waarop de zinnen zijn gevormd, en dat verandert natuurlijk enorm wanneer je het omzet in een andere taal. Het is dus een flinke uitdaging om datzelfde gevoel weer te geven in een andere taal. Je kunt niet gewoon de betekenis van de zinnen vertalen, aangezien je ook zes verschillende stemmen moet zien te behouden. Ik heb het mijn vertaalster dus niet bepaald makkelijk gemaakt!

Heeft ze je ook nog om advies gevraagd?

Nou, er zitten wat Hebreeuwse transcripties in dit nieuwe boek, dus we hebben het er wel even over gehad hoe we dat het beste om konden zetten, en óf we het moesten vertalen. Het Hebreeuws is natuurlijk sowieso al een transcriptie, aangezien het om een compleet ander alfabet gaat, dus wat mij betreft is het zeker belangrijk om de beschrijving van die klanken aan te passen aan een Nederlands publiek in plaats van aan een Amerikaans publiek. Dus daar hebben we wel even over na zitten denken.

Reis je veel voor je boeken?

Nou, nu ik een kind heb, vind ik het niet zo fijn om ver bij haar vandaan te zijn. Dit is zelfs de verste reis die ik tot nu toe heb gemaakt sinds ze er is. Maar tegelijkertijd vind ik wel dat reizen veel vruchten afwerpt bij het schrijven. Ik heb veel gereisd toen ik onderzoek deed voor mijn Temeraire-serie, en heb echt het idee dat je op die manier een bepaalde ervaring opdoet die je anders niet krijgt, een soort tactiele, zintuiglijke ervaring: andere geuren, ander licht, dingen die je niet per se onder woorden kunt brengen of terug ziet op foto’s, maar die wel invloed hebben op het schrijven. In de Temeraire-boeken wil ik mijn lezers een realistische ervaring geven, ik wil ze laten geloven dat deze draken echt hebben bestaan in onze daadwerkelijke geschiedenis, maar om dat te doen is die zintuiglijke ervaring enorm belangrijk. Als ik Afrika beschrijf, wil ik dat het ook echt voelt als Afrika. Daarom ben ik voor Temeraire onder andere naar Schotland, Londen, China en Afrika geweest.

En voor Ontworteld en Zilvergaren?

Nadat mijn dochter geboren werd, werd reizen een stuk lastiger, dus mijn reizen voor Ontworteld en Zilvergaren waren eerder mentaal. Ik ben als het ware op reis gegaan door mijn eigen jeugdherinneringen. Dus waar ik Temeraire neer probeerde te zetten als een soort realistische foto met een draak erop, waren Ontworteld en Zilvergaren meer een soort aquarel. Ik heb bewust geen details proberen te geven over de tijd waarin het zich afspeelt of in welke stad. Om die reden heb ik de namen van de landen ook veranderd. Polnja is natuurlijk Polen en Zilvergaren speelt zich af in Litouwen, dus het zijn wel echte plekken, maar ook weer niet, want de plekken waar ik over schrijf zijn niet écht Polen of Litouwen. Het zijn de versies die ik in mijn hoofd heb ontwikkeld toen ik als kind naar de verhalen van mijn familie luisterde, omdat je er lange tijd gewoon letterlijk niet naartoe kon vanwege het communistische regime daar. Deze boeken zijn dus eigenlijk gebaseerd op een heel ander soort ervaring.

Temeraire, Ontworteld en Zilvergaren zijn voor een groot deel gebaseerd op geschiedenis, folklore en sprookjes. Heb je veel onderzoek moeten doen tijdens het schrijven?

Jazeker. Temeraire is natuurlijk een alternatieve geschiedenis die zich afspeelt in de Napoleontische oorlog, dus ik had een heel strenge regel voor mezelf: ik wilde zo dicht mogelijk bij de daadwerkelijke feiten blijven, met uitzondering van de draken dan natuurlijk. Bij historische fictie is het namelijk heel belangrijk dat je niet valsspeelt, en met valsspelen bedoel ik dan je eigen regels breken, wat die ook mogen zijn. Je moet van tevoren goed bepalen hoeveel historische details je in je verhaal wilt hebben, en die regel niet overtreden om het bijvoorbeeld gemakkelijker voor jezelf te maken om het verhaal te vertellen. Als je dan vervolgens tegen bepaalde problemen aanloopt, moet je die zien op te lossen, en dat maakt het verhaal vrijwel altijd beter.

Zelf was ik toevallig al heel erg geïnteresseerd in de tijd van Napoleon. Toen ik een jaar of tien was las ik al mijn eerste biografie over Napoleon, en daarna heb ik nog veel meer over hem gelezen. Ik vond het eigenlijk altijd al een heel interessante periode in de geschiedenis, omdat het tegelijkertijd heel ver weg is, maar ook nog zo dichtbij dat veel van onze wortels daar liggen. Ik heb zeker wel onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld militaire technologie in die tijd, maar veel wist ik dus ook al. Wat ik bij Temeraire heel vaak heb gedaan is van tevoren een soort algemene tijdlijn maken, zodat ik me weer herinnerde wanneer wat zich ook alweer had afgespeeld, en daarna begon ik gewoon met schrijven. Na afloop keek ik dan pas of er dingen waren die niet klopten. Het gevaar van research na afloop van het schrijven is dat ik soms enorme fouten tegenkwam en hele stukken weg moest gooien. Maar ik vind het niet erg om stukken weg te moeten gooien. Bij deel twee heb ik zelfs een keer 60.000 woorden moeten weggooien omdat mijn redacteur geheel terecht opmerkte dat mijn slechterik pas in het laatste deel van het boek opdook. Maar ik schrijf vrij snel als ik eenmaal weet waar ik heen wil, dus dat heb ik nooit zo’n probleem gevonden.

Betekent dat dat je ook veel vooruit plant in je schrijfproces?

Nee, ik plan heel bewust niets vooruit. Mijn uitgever vraagt me nog wel eens om een opzet, waar ik dan heel hevig tegen protesteer. Tegen het einde van Temeraire, na negen boeken, kon ik er natuurlijk niet echt meer onderuit, met alle losse eindjes en verhaallijnen die aan elkaar geknoopt moesten worden. Maar het maakt het wel moeilijker voor me om te schrijven. Mijn reden om te schrijven is namelijk om erachter te komen wat er gaat gebeuren. En als ik al te veel weet over wat er staat te gebeuren, waarom zou ik het dan nog opschrijven? Uiteraard heeft mijn uitgever allerlei redenen waarom ik het op zou moeten schrijven, maar ik ben dan toch wat minder betrokken bij het verhaal. Ik kán het wel. Ik kan me na afloop ook vaak niet meer herinneren welk deel ik moeilijker vond om te schrijven, maar ik vind het schrijfproces veel leuker als ik gewoon niet weet wat er volgt.

En loop je dan nooit tegen een moment aan waarop je gewoon niet meer weet wat er verder gaat gebeuren?

Nee, bij mij gebeurt juist het tegenovergestelde. Bij mij ontstaat een writer’s block als ik zes verschillende routes zie en niet kan kiezen welke ik zal inslaan. In mijn hoofd zie ik dan twee compleet verschillende boeken ontstaan, maar ik kan niet kiezen welke het best is. Op dat moment zal ik toch een keuze moeten maken, en dan schets ik toch maar een heel ruwe opzet om te kijken waar het verhaal heen gaat en of ik dat leuk genoeg vind. Bij Ontworteld en Zilvergaren gebruikte ik echter sprookjes als beslissende factor. Als ik niet wist welke kant ik op moest, vroeg ik me af aan welk sprookje dit deel van het boek me deed denken. Op een bepaald moment in Zilvergaren wist ik bijvoorbeeld niet wat ik met een paar personages aan moest. Op dat moment deed het me aan Hans en Grietje denken, dus liet ik ze uiteindelijk verdwalen in het bos. Zo gebruik ik sprookjes in mijn boeken. Het is niet alsof de personages vervolgens het hele boek lang Hans en Grietje zijn of dat ik een hervertelling van Hans en Grietje probeer te schrijven. Het draait echt puur om dat ene moment in het boek dat me aan het sprookje doet denken.

Je hebt meer dan tien jaar aan je Temeraire-serie gewerkt, maar nu ben je begonnen aan een paar kortere, op zichzelf staande verhalen. Vond je het fijn om aan iets korters te beginnen?

Nou, eigenlijk zijn deze nieuwe boeken een stuk dikker dan de individuele Temeraire-boeken, maar ze zijn inderdaad op zichzelf staand. Ik vind het eigenlijk wel fijn om een verhaal te beëindigen, aangezien het boek zelf enorm veel kracht krijgt als je het sterk eindigt. Je wilt dat alle puzzelstukjes op hun plaats vallen. En dat lukt niet echt als je het eerste boek van een trilogie schrijft en pas na publicatie aan het volgende deel kunt beginnen. Het maakt me dus eigenlijk niet zo uit wat het uiteindelijke formaat van het boek wordt, zolang ik het maar in één ruk kan schrijven. Na afloop kan de uitgever dan alsnog beslissen om de boel op te splitsen, maar dat maakt mij niet uit. De lezer hoeft het niet allemaal als één boek te lezen, zolang ik het maar als één boek heb geschreven.

Denk je dat je schrijfstijl zich heeft ontwikkeld tussen Temeraire en je nieuwste boek?

Jazeker. Ik denk dat mijn verhalen op emotioneel gebied een stuk complexer zijn geworden, maar ik denk dat ik daarnaast ook gewoon een stuk beter ben geworden in mijn vak. De Temeraire-reeks is meer dan een miljoen woorden lang, dus dan leer je gewoon heel veel. Je ontwikkelt je als je zo veel schrijft. Ik zie het bijvoorbeeld heel goed terug in mijn fanfictie. Zo zijn mijn verhalen een stuk langer geworden, ze worden steeds complexer en ik heb geleerd om gaandeweg steeds meer elementen in mijn verhalen te stoppen waar ik later wat mee ga doen, ook al weet ik op dat moment vaak nog niet wat. Soms moet ik ze er ook weer uithalen, maar soms blijken ze ook erg belangrijk te zijn. Ik heb over het algemeen het idee dat ik tegenwoordig wat meer controle heb over het verhaal, ook omdat ik geleerd heb om al te redigeren tijdens het schrijven.

Vind je het lastig om je personages los te laten wanneer hun verhalen ten einde zijn gekomen?

Nee, juist het tegenovergestelde! Ik kan letterlijk één van mijn eigen verhalen oppakken en niet beseffen dat ik het geschreven heb totdat ik het bijna uit heb. Ik vergeet het gewoon. Zodra het online staat of gepubliceerd is, is het weg. Mijn boek is klaar, dit is het verhaal, en dat is het gewoon. Op naar het volgende verhaal!

Ontworteld en Zilvergaren bevatten een aantal verwijzingen naar de Poolse en Litouwse cultuur. Je hebt zelf een Poolse moeder en een Litouwse vader, hebben deze culturen je altijd al gefascineerd?

Ontworteld – Naomi Novik – Bestel bij Bol.com

Het is eigenlijk meer iets wat altijd bij mijn leven heeft gehoord. Ik besefte zelf pas nadat ik Ontworteld en Zilvergaren had geschreven dat ze eigenlijk allebei vertellen over de ervaringen van een kind van immigranten. Ontworteld gaat over mijn moeders kant van de familie en Zilvergaren over de kant van mijn vader, die als jood uit Litouwen kwam en aan de holocaust is ontsnapt. Mijn moeder heeft me eigenlijk altijd haar liefde voor Polen meegegeven. Als ik nu naar Polen ga, komt veel van de cultuur daar me bekend voor omdat het gewoon deel heeft uitgemaakt van mijn jeugd, en dat heb ik ook in mijn boek verwerkt. Mijn vaders familie, daarentegen, behoorde tot een onderdrukte minderheid die eigenlijk altijd het gevoel heeft gehad bedreigd te zijn, en die ervaring zit ook heel erg in Zilvergaren. Beide culturen zijn dus heel erg belangrijk geweest voor zowel mijn eigen jeugd als voor mijn boeken.

De omgevingen waarin Temeraire en Ontworteld/Zilvergaren zich afspelen verschillen enorm van elkaar. Heb je nog andere plekken in je hoofd voor eventuele nieuwe verhalen?

Dat weet ik eigenlijk pas als ik er echt voor ga zitten en begin met schrijven. Ik werk momenteel aan een paar korte verhalen – Zilvergaren is ook begonnen als een kort verhaal – en wie weet groeien die uiteindelijk wel uit tot iets groters. Ik ben op het moment bezig met een YA-boek dat losjes is gebaseerd op het verhaal van de Scholomance, een oude Roemeense legende over een school voor zwarte kunsten, geleid door de duivel. In het Engels hebben we een uitdrukking, ‘The devil will take the hindmost’, wat betekent dat de duivel de laatste zal nemen. Het idee is dus dat aan het eind van het jaar de schooldeuren opengaan en alle studenten naar buiten rennen, en degene die als laatste is wordt gegrepen door de duivel, die zijn ziel steelt, als een soort vergoeding voor de rest. Dat is heel losjes de inspiratie geweest voor mijn nieuwe verhaal, en het is eigenlijk ook een beetje een reactie op Harry Potter. Ik ben oprecht dol op Harry Potter, maar in die wereld lijkt magie niet echt een prijs te hebben en dat geloof ik niet. Ik denk dat magie zeker wel een prijs heeft, een hoge prijs zelfs, en in dit verhaal onderzoek ik een beetje wat voor prijs dat is en wie hem moet betalen.

Je Temeraire-serie is een alternatieve geschiedenis, die zich afspeelt in de echte wereld, maar in Ontworteld en Zilvergaren heb je een wat meer fantasievolle wereld gecreëerd. Was het moeilijk om je voor te stellen hoe die werelden eruitzagen en wat er bijvoorbeeld mogelijk was op het gebied van magie?

Niet echt, want Ontworteld en Zilvergaren spelen zich af op plekken die voor mij wel echt bestaan. De uitdaging was juist om dat zo realistisch mogelijk en niet afleidend weer te geven voor de lezer, want voor mij was het dan wel echt, maar ik heb het verzonnen toen ik vijf was. Met het magiesysteem had ik eigenlijk ook niet zo veel moeite. Dat van Ontworteld kwam vrij makkelijk bij me op. Het is een beetje op taal gebaseerd. De Draak en zijn stijl van magie zijn geïnspireerd op een combinatie van Fins, Estisch en Hongaars. Zilvergaren heeft daarnaast juist een beetje een sprookjeslogica. De kern is dat je iets drie keer moet doen en dan komt het uit. Met die zin begon ik ook aan het korte verhaal, en toen besefte ik dat ik een compleet boek nodig had om het verhaal te vertellen dat ik in mijn hoofd had. Zilvergaren lijkt daarbij erg op het verhaal van Repelsteeltje, en daardoor haalde ik mijn magie eigenlijk ook vaak een beetje uit dat sprookje.

Veel fantasyboeken worden tegenwoordig verfilmd. Denk je dat we binnenkort ook één van jouw verhalen op het witte doek terug zullen zien? En zou je betrokken willen zijn bij het filmproces?

Er zijn momenteel geen concrete plannen voor, nee, maar ik zou er op zich best aan mee willen werken. Zoals ik al zei ben ik niet iemand die mijn personages niet kan loslaten. Zodra ik het af heb, mag je eraan sleutelen zo veel je wil. Toevallig genoeg werk ik momenteel aan mijn eigen filmscript van Temeraire, gewoon omdat ik dat een keer gedaan wilde hebben, en dat vind ik eigenlijk wel heel leuk. Het is eigenlijk net een hervertelling van een sprookje: je kunt niet letterlijk hetzelfde verhaal vertellen in een film, dus is er sprake van een soort vertaalproces. En een goede vertaling is niet woord voor woord, een goede vertaling is een kunstwerk op zich. Je moet er dus echt achter zien te komen hoe het verhaal verandert als het een film van twee uur is in plaats van een boek waar je meerdere dagen over kan doen.

Je hebt natuurlijk een paar prachtige boeken geschreven, maar zijn er ook fantasy- en/of sciencefictionboeken die je ons zou kunnen aanraden of die je geïnspireerd hebben?

Ik kan Ursula K. Le Guin enorm aanraden. Ik was Omelas aan het lezen vlak voor ze stierf en dat heeft me tijdens het schrijven best wel beziggehouden. Voor iedereen die Engels leest: er zijn onlangs een paar bundels van haar korte verhalen en novelles gepubliceerd, echt enorme boeken, en die kan ik ontzettend aanraden. Die kun je zo van kaft tot kaft uitlezen. Ik heb ook enorm genoten van Katherine Ardens De beer en de nachtegaal en Zen Cho’s Sorcerer to the Crown. En Robin McKinleys Damar-boeken zijn echt heel vormend voor me geweest. Die las ik voor het eerst toen ik tien was en ben ik constant blijven lezen, samen met de boeken van Patricia McKillip en Anne McCaffrey. Die boeken hebben echt een basis gelegd voor mijn eigen werk.

Marije behoort tot de Harry Potter-generatie en het is daarom ook niet gek dat de boeken over de tovenaarsleerling, die meteen haar eerste kennismaking met de wereld van fantasy waren, nog steeds haar lievelingsboeken zijn. Ondertussen heeft ze de rest van de fantasywereld ook ontdekt. Ze is dol op het lezen van young adult-boeken, dystopische verhalen, epische fantasy en eigenlijk alle kinderboeken waar ook maar een beetje magie in voorkomt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.