Stormhart is een klassieke fantasy geschreven door Rolf Bakker waarin het IJzerrijk van de dwergen bedreigd wordt door de verwoestende macht van Vyrillia, een stormdraak. Thalon Saffierhamer, raadgever van koning Einar IJzerhelm, wordt eropuit gestuurd om de dreiging te beëindigen. Hij vangt zijn queeste aan met een bont gezelschap van dwergen, een elf, een halfling en een Aeran. In hun zoektocht reizen ze het hele land door en komen ze op de meest wonderbaarlijke plekken, op zoek naar een manier om de imposante draak te verslaan en rust te laten wederkeren naar het IJzerrijk.
Voor lezers die genoten van De Hobbit, Eragon en verhalen uit de Forgotten Realms: Stormhart neemt je mee naar een wereld vol dwergen en draken, profetieën die alles bepalen en een reisgenootschap dat samen sterker blijkt dan wie dan ook.
Oorsprong
De dwergen van het IJzerrijk stammen af van de oude bergvolken uit het oosten, waar ooit acht grote dwergensteden lagen. Toen de ertsen daar uitgeput raakten en de alliantie met de draken op zijn eind liep, trokken de clans westwaarts. Hun tocht eindigde in het Glimmerpiekgebergte, waar ze een uitzonderlijk rijke Dracolietader ontdekten. Die vondst markeerde het begin van een nieuw tijdperk.
De dwergen begonnen met het delven van het erts, en na verloop van tijd ontstond in de uitgeholde berg de stad Grommal. De immense mijnschachten, tunnels en smederijen groeiden uit tot een ondergrondse hoofdstad – het hart van wat nu bekendstaat als het IJzerrijk.
De steden
Grommal – hoofdstad van steen en vuur
Grommal is de hoofdstad van het rijk en zetel van koning Einar IJzerhelm. Wie binnenkomt, hoort de stad leven. De echo van aambeelden vult de lucht en de geur van smeedvuren mengt zich met het geroezemoes van markten en kroegen. In de troonzaal in de Scepterwijk debatteren de clanhoofden over handel en eer, terwijl in de Zaal van Kennis kronieken en kaarten worden bewaard. Wie wat eenvoudigers zoekt, vindt warmte in Steenkil’s Haard, een herberg waar het bier rijk is, de stoofpot dik, en waar Steenkil’s Glanzend Goud net zo beroemd is als de verhalen die er verteld worden.
Diep in de berg liggen twaalf gigantische holtes, verbonden door immense drakengangen – tunnels groot genoeg voor een draak om doorheen te vliegen – en talloze dwergengangen die de stad met elkaar verweven. Direct achter de grote toegangsdeuren bevindt zich het Pionierskwartier, waar de garnizoenen van de IJzerwacht gelegerd zijn. Een zaal verder ligt Warenwal, van oudsher de plek van de altijd veranderende markt, en daarachter de Koperwijk, het hart van de smeden.
Diep in de berg, in het midden van de Koperwijk, brandt de Grote Smederij, waar al eeuwen het vuur van Nylarion brandt – het industriële en kloppende hart van Grommal. Hier stroomt vloeibaar metaal door kanaaltjes, slaan honderden hamers het ritme van het rijk, en schieten vonken als sterren door de rook.
Elke aambeeld draagt de sporen van generaties vakmanschap; hier worden zwaarden, helmen en erfstukken gesmeed die eeuwen meegaan. Voor de dwergen is smeden niet zomaar werk — het is eer. In vuur en zweet houden ze de wereld draaiend.
Bronshaven – de stad aan zee
Waar de rivieren de bergen verlaten en de Barundur uitmondt in het Drakenwater, ligt Bronshaven. Het domein van Aartshertog Torgar Ziltpad en zijn zeedwergen die hun blik altijd op het water gericht houden. Bronshaven is gebouwd in de kliffen en op de golven. Hun dokken kraken van bedrijvigheid: scheepsbouwers, vuurtorenwachters en vissers werken er zij aan zij. Als meesters van de oceanen zijn er ontelbare scheepswerven, waar de litharnietschuiten gemaakt worden, zeilmakers en kroegen te vinden. Tussen de marktkramen liggen koraalsculpturen en navigatie-instrumenten zij aan zij, en in de herbergen klinken zeemansliederen over oude reizen en verloren schepen.
Steenreik – wachters van het woud
Noordelijker, in het Fluisterwoud bij de samensmelting van twee grote rivieren; de Barundar en Dorgron ligt Steenreik, de stad van de bosdwergen. Hier zetelt Faelia Steenwoud en leven de bosdwergen. Dwergen die hun liefde voor steen, metaal en bergen combineren met die voor de natuur.
Tussen de bomen hebben ze hun huizen gemaakt, platforms in de kruinen de bomen zijn verbonden met elkaar, tussen de wortels zijn werkplaatsen verstopt en de grote Verenigingszaal is gebouwd dankzij de levende bomen die het skelet van het imposante bouwwerk vormen.
Hier eindigen de bergen en beginnen de Hemelbossen, waar de grens met het elvenrijk loopt. De bewoners van Steenreik zijn nuchter en gehard: wachters, spoorzoekers en soldaten die weten dat vrede een dunne draad is.

De bergen
Het Drakentandgebergte
Verder oostwaarts doemen de Drakentanden op, een ruggengraat van steen die het continent van noord naar zuid splijt. In hun schaduw liggen oude dwergensteden, ooit gebouwd in samenwerking met draken.
In de diepten schuilt de Verborgen Smederij, een legendarische plaats waar draken en dwergen samen smeedden — artefacten die nog altijd de loop van de geschiedenis bepalen
Het Glimmerpiekgebergte
Rondom Grommal rijst het Glimmerpiekgebergte op, een krans van toppen vol terrassen, boerderijen en geitenpaden. In de dalen liggen dorpen die leven van mijnbouw, leerbewerking en het verbouwen van wortelgroenten. Midden in het gebergte schittert het Zilvermeer, dat de stad van water voorziet. Wie over de Grote Toegangsweg reist, passeert het meer en ziet hoe het daglicht danst over de bergwand — een rustpunt voordat de tunnels van Grommal je weer opslokken.
Winderige Hooglanden
Ten noorden van Bronshaven en Steenreik liggen de Winderige Hooglanden. Het gebergte met de hoogste pieken van het hele IJzerrijk en de plek. Hoog in het noorden ligt Vyrillia’s hol, een werveling van storm, bliksem en furie. En nog hoger, aan de top van de Stormhartspits, zingt de wind door de beenderbogen van de oude draak Zephyrion — een plaats waar steen, storm en herinnering samenvallen.
De veelzijdigheid van het IJzerrijk
Ten westen van het Glimmerpiekgebergte strekt de Woestenij zich uit, een dorre vlakte waar de verzengende hitte de lucht doet trillen. Hier rusten de botten van de oude draak Nylarion, half verzonken in zand en steen. De grond is geblakerd, de lucht droog, en het weinige leven dat hier bestaat klampt zich vast aan de schaduw van die reusachtige beenderen.
Verder naar het oosten ligt de Grote Vlakte — een uitgestrekt grasland dat de dwergen de kriebels bezorgt. De openheid is voor hen beangstigend; zonder bergen boven hun hoofd of bossen om zich heen voelen ze zich bloot en klein. Dit is het domein van de zachtmoedige donderhoeven: immense, langharige grazers met poten zo dik als een beer en hoeven groter dan die van een elf. Hun dikke koppen dragen brede, vertakte geweien en hun vacht varieert van diepbruin tot het groen van het gras zelf. Majestueuze, vredige reuzen die met hun kuddes de horizon doen golven.
Aan de zuidrand van het rijk ligt het Duistere Regenwoud, een dichte, vochtige jungle die door de halflingen het Stille Woud wordt genoemd. Het is een plek waar het zonlicht slechts in flarden door het bladerdak breekt en waar elke stap klinkt alsof de aarde ademhaalt. De halflingen noemen Distelwick hun hoofdstad, al zouden de dwergen het nauwelijks een dorp noemen. Toch wonen er meer halflingen dan een dwerg ooit zou vermoeden — verborgen tussen wortels, lianen en het eeuwige gefluister van de regen.
Buiten het rijk
Achter het Drakentandgebergte ligt het Verlaten Domein, een land van mist en legenden. Men zegt dat de wind daar fluistert, dat bomen spreken en dat wie te lang luistert, nooit meer dezelfde is. Weinigen gaan erheen; nog minder keren terug.
Buren en bondgenoten
Aan de andere kant van de noordelijke grens liggen de Hemelbossen, het domein van de elven: sierlijk, oud en koppig. Tussen hen en de dwergen bestaat een wankel evenwicht — een vrede die vaker hersteld wordt dan dat ze standhoudt.
In het zuidoosten leven de halflingen, klein van stuk maar snel en vindingrijk. Ze kennen de junglepaden beter dan wie ook en verdienen hun bestaan als handelaren, gidsen en overlevers die zich net zo gemakkelijk verstoppen als verschijnen.
Ver voorbij het Drakenwater in het westen ligt Aeranath, de zwevende hoofdstad van de Aeran – een volk dat de lucht als thuis heeft en de stormen als bondgenoot.
En in het uiterste noorden strekt zich Eisigur uit, het land van de Eisengrim: geharde ijsreuzen met een onverwachte liefde voor kunst, muziek en debat. Tot verbazing van veel dwergen wordt hun samenleving niet geleid door koningen of krijgsheren, maar door een functionerende democratie.
Een rijk vol verhalen
Het IJzerrijk is een wereld van vuur en steen, van eer en wantrouwen, van tradities die even zwaar wegen als het metaal dat ze smeden. In dat land probeert Thalon Saffierhamer het onmogelijke: een oorlog voorkomen, een draak redden en de balans herstellen tussen volkeren die elkaar eeuwenlang wantrouwen.
Wie het IJzerrijk binnenstapt, komt voor staal en storm — en blijft voor de verhalen.




