Gastblog Roelof Goudriaan: terug op 20 jaar Verschijnsel

0
27

Roelof Goudriaan is al sinds begin jaren tachtig actief in het fantasygenre. Hij publiceerde een internationaal fanzine genaamd Shards of Babel en organiseerde, jureerde en hielp met regelmaat de Paul Harland Prijs en zijn voorlopers. In 1993 richtte hij samen met Mike Jansen Babel Publications op, een uitgeverij gericht op het fantastische genre.  Ruim een decennium later werd Babel Publications omgedoopt tot Verschijnsel.

Twintig jaar ideeën: een terugblik op Babel en Verschijnsel
Door: Roelof Goudriaan 

In het begin van de negentiger jaren was oorspronkelijke Nederlandstalige sciencefiction in een dal terechtgekomen. Vincent van der Linden, redacteur bij uitgeverij Bruna en pleitbezorger voor auteurs als Eddy C. Bertin, had de langlopende Ganymedes-anthologie met origineel Nederlandstalig werk eind jaren tachtig moeten stopzetten wegens onvoldoende verkopen. De overige grote uitgeverijen hadden een sterk anglocentrisch beleid, en de kleine uitgeverijtjes die iets probeerden gingen bijna alle kopje-onder na één of twee titels: het financieel draaiend houden van zo’n uitgeverijtje bleek steeds weer tegen te vallen. Met uitzondering van een enkele fantasy-auteur als Peter Schaap (vanaf 1987) kwamen Nederlandstalige auteurs daardoor begin jaren negentig niet aan de bak met sf&f.

Aan de kwaliteit lag het niet: de King Kong Award (de voorloper van de huidige Paul Harland Prijs) kreeg elk jaar een linke stapel inventieve, goed geschreven en ronduit inspirerende inzendingen.

In 1990, toen Kees van Toorn erin was geslaagd de SF Wereldconventie in Den Haag te organiseren, moesten bij gebrek aan een uitgever de King Kong Award-winnende verhalen zelfs in eigen beheer (in een Nederlandse en Engelse editie) worden uitgegeven door de KKA-organisator (ikzelf), als verlengstuk van mijn Engelstalige Europese SF-nieuwsblad “Shards of Babel”. Dat was de druppel: drie jaar plannen later hadden Mike Jansen en ik de fundamenten gelegd voor een kleine uitgeverij zonder winstoogmerk: Babel.

 

De Aanpak

Het doel van Babel: om de beste Nederlandse en Vlaamse auteurs publicatiemogelijkheden te bieden gedurende een langere periode. De grote lijnen om op lange termijn overeind te blijven waren eenvoudig, maar scherp afgetekend:

  • Zorg vanaf het begin voor voldoende schaalgrootte om te kunnen overleven. Met één titel kan je nooit je kosten terugverdienen.
  • Produceer een gelikt product. Destijds betekende dat o.a.: vind een betaalbare kwaliteitsdrukker in het communistische Oosten – net als de echt grote jongens deden.
  • Doneer je eigen tijd als uitgever  en redacteur, onbetaald dus.
  • Selecteer de best mogelijke inhoud. We durfden nee te zeggen, ook tegen vriendjes – we moesten in feite nee zeggen in meer dan 99 procent van de gevallen – en we durfden een brede verscheidenheid aan, van magisch realisme tot dark fantasy.

Het businessmodel werkte (voldoende voorbereiding verricht wonderen), het partnership hield stand (wederzijds respect verricht even grote wonderen), en de zeven daaropvolgende jaren groeide het fonds gestaag.

De zeven vette jaren werden gevolgd door zes magerder jaren. Succes was onze ergste vijand. Zowel Mike als ik hadden mooie – maar tijdrovende – jobs geaccepteerd, ik was zelfs al eind jaren negentig naar Ierland verhuisd: de uitgeverij stond op een laag pitje door tijdsgebrek, en uiteindelijk doofde de vlam zelfs eventjes.

 

Verschijnsel

Dat veranderde toen ik vanuit Ierland naar België verhuisde, en met wat grijs haar ook weer wat meer vrije tijd kreeg. Ik startte daar in 2006 Verschijnsel op, een doorstart met een andere naam, een sterkere nadruk op individuele ideeënboeken in plaats van een uniforme genrereeks en een veel flexibeler scala aan productiemogelijkheden.

In 2011 kreeg ook Mike meer tijd om te schrijven, én om uit te geven. Met het oorspronkelijke Babelteam weer aan ’t stuur, heeft Mike in razend tempo het aanbod aan eboeken en de digitale footprint van Verschijnsel vergroot. Eboeken hebben het model van Verschijnsel helemaal omgegooid, maar daar zal Mike in een volgend artikel zeker meer over vertellen.

Het Babelfonds begon met verhalenbundels van Tais Teng en Paul Harland, plus een opvolger voor de Ganymedesbundels waarin de beste King Kong Award-verhalen gepubliceerd werden: Ragnarok. Zowel bij Babel als bij Verschijnsel bleef een flink aantal anthologieën met hoog geëindigde verhalen uit verhalenwedstrijden verschijnen: in totaal een dozijn.

In de negentiger jaren publiceerde Babel bijna alle vooraanstaande sf&f-auteurs van die periode, zoals Jan J.B. Kuipers, Gerben Graddesz Hellinga en Guido Eekhaut: schrijvers die ook vandaag nog grote successen oogsten in heel uiteenlopende genres. Ook destijds nieuwe schrijvers als Jaap Boekestein konden zich een plaatsje in het fonds veroveren. Gelukkig konden tegen 2000 steeds meer schrijvers terecht bij een groeiend aantal uitgeverijen, die steeds meer open stonden voor fantastisch werk van eigen bodem. Elke vraag schept zijn aanbod, en het aanbod van goede debuutromans is daardoor sterk toegenomen. Dat weerspiegelt zich in onze recente uitgaven. De romans van bijvoorbeeld Adinda Volkers, Frank van Dongen en Marcel Orie vind ik daar heel geslaagde voorbeelden van.

Waar deden wij het voor? Want het gaat tenslotte allemaal om de boeken! Ik vind ze allemaal mooi, natuurlijk, maar een paar van mijn persoonlijke favorieten uit twintig jaar Babel- en Verschijnselpublicaties zijn hieronder te zien.

 

Mijn hoogtepunten

Tais Teng is een woordkunstenaar en ideeëngenerator zonder weerga. Hij heeft meer dan honderd boeken geschreven, voor elke denkbare leeftijd en elk denkbaar (fantastisch) genre, en is door bijna alle grote Nederlandse uitgeverijen gepubliceerd. Hij schrijft heel graag avonturen die zich in meerdere locaties afspelen, zodat hij genoeg ideeën per boek kwijt kan. Zijn sf-verhalen voor volwassenen zijn vergeleken met het werk van Jack Vance, en terecht, hoewel Teng eenzelfde soort magie met minder woorden weet te bewerkstelligen. Babel en Verschijnsel hebben een grote selectie van zijn sf en fantasy voor volwassenen  uitgebracht.

Zelf ben ik enorm gesteld op Steden van zilver en leisteen, een bundel die honderdendertig (130) ultrakorte verhalen verzamelt: gestolde emotie en vindingrijkheid op elke pagina. Veel luchtiger maar even tomeloos zijn de fantasy-avonturen van Hans d’Ancy (Aan de oevers van de nacht – De gunsteling van Sedna – In de gloed van vulkanen – Onder parelmoeren hemels), in een alternatieve wereld waar magie even goed werkt als techniek, de Gouden Eeuw nooit eindigde en de rijken ronddraven op gemuteerde kakkerlakken. Troubadour-speurder Hans moet tijdens zijn reizen door onvergetelijke oorden tegenstanders weerstaan als de Sjamaan van het hoge noorden en de Dame van de Vlammen die As en Bergen baart. En door al deze exotische avonturen heen zijn er vette knipogen naar ons eigen Nederland: dit is onversneden fantasy van eigen bodem.

 Mike Jansen kwam al begin jaren negentig breed grijnzend naar me toe met een Black Company-boek van Glen Cook in de hand. “Hier gebeuren heel náare dingen in. Móet je gelezen hebben!” Toen had hij zich al bewezen in genreverhalen door de King Kong Award in 1992 te winnen, met co-auteur Paul Harland. Nu hij zijn carrière-gedreven schrijverssabbat heeft beëindigd, bewijst Mike zijn veelzijdigheid door alleen al dit jaar (2012) een twintigtal genreverhalen geplaatst te krijgen (de meeste in het Engels) en zijn literaire kwaliteiten door dit jaar zowel de publieksprijs als de juryprijs van de literatuurprijs van het Cultureel Festival Baarn te winnen.  In De falende God en  In schaduwen van weleer, de eerste tweede delen van Mike’s dark fantasy-cyclus over Cranborn, gebeuren werkelijk heel náare dingen. Móet je gelezen hebben!

Paul Harland heeft een te klein maar wel puntgaaf oeuvre achtergelaten. Paul schreef aanvankelijk veel samen met Tais Teng, en hun samenwerkingen zijn opgenomen in bundels van Tais (Lovecraft mijn liefste) en Paul (De wintertuin). Later schreef Paul steeds meer alleen. Het vlijmscherp taalgebruik, de kosmische weemoed en de rijke ideeën in de verzamelde verhalen van Paul Harland (De wintertuin – De werelden van Vince Crux – Tegenlicht) maken ze voor mij een absoluut hoogtepunt in de Nederlandstalige SF&F.

Marcel Orie put uit een verscheidenheid aan onwaarschijnlijke bronnen, van moderne sf tot gangsterfilms, van de spaghettiwesterns van de Marx Brothers tot de geheime bijbelversen van Kurosawa, van de sprookjes van Conrad tot de Commedia Dell’Arte van Kirino. Een masker met een tong is Marcel Orie’s debuut, een tiental fragmenten uit honderddertig jaar in de levens van Pan, de Cyperse Kater en Cagliostro’s Groot Poppentheater. Het zijn verrukkelijke verhalen (hoofdstukken!) vol vragen oproepende illusies, tall tales en zich ontplooiende figuren, letterlijk en figuurlijk. In januari 2013 verschijnt Een vuist vol tanden, een minstens even rijk gelaagde bundeling, behorend tot de beste fantastiek die momenteel in Nederland wordt geschreven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here