Verborgen Paden – Brenda Hingstman

0
240

Brenda Hingstman schrijft al jaren, maar nog niet zo lang in het Nederlands en ook nog niet zo lang voor een groter publiek dan zijzelf en haar schrijfmaatjes. Ze werkt in het dagelijks leven als analyst bij een Engelstalig bedrijf en haar vrije tijd besteedt ze voor een deel aan het vertellen van verhalen, ofwel geschreven, ofwel ter plekke verzonnen en uitgespeeld met behulp van dobbelstenen, pen en papier en een gezond inlevingsvermogen. Haar favoriete genres om te lezen en schrijven zijn sci-fi en (urban) fantasy, zo lang er maar een rauw randje aan zit.

Verborgen Paden is een van de eerste Nederlandstalige verhalen van Brenda’s hand. Het heeft de eerste plaats behaald in de Fantastels schrijfwedstrijd van 2014. In Verborgen Paden zijn twee jonge vrouwen met bijzondere gaven op de vlucht. Zijn zij in staat om met behulp van hun talenten uit de handen van de autoriteiten te blijven?

 

Verborgen Paden
Brenda Hingstman

 

3 november, 2018 – 11:01

T = + 12:14

Hannah ziet amper iets door de tranen in haar ogen terwijl ze naar buiten stormt. Dat hoeft ook niet. Ze weet al wat er rechts van haar is. Daar, op de stoep, omringd door ambulancepersoneel ligt de enige persoon die ook maar iets voor haar betekent. Ze heeft het al gezien, in een kraakhelder visioen. Lexie, met haar hoofd op de stoep, haar blonde haren rood van het bloed. Lexie, die nooit meer zal lachen, nooit meer haar hand vast zal houden en nooit meer zal zeggen dat het wel weer goed komt.

Hannah weet het al, dus ze draait haar hoofd niet naar rechts en loopt met nietsziende ogen naar de drukke straat. Achter haar worden de deuren van het Registerkantoor open gegooid. De glazen deur klapt tegen de muur. Het breken van het glas is bijna niet te horen over het geluid van de sirenes.

“Hé, jij daar! Stop!” roept een stem haar toe. Het klinkt als Simon, maar ze negeert hem. Ze ziet alleen de paden voor haar. Een seconde te vroeg en ze zal geschept worden door de luxe sedan. Twee seconden te laat en de sneltram zal over haar heen denderen.

“Stop!” schreeuwt Simon.

“Kom op, Hannah. Jij kent het juiste pad,” fluistert ze zichzelf de woorden toe die Lexie zo vaak gebruikt heeft. Het pad opent zich voor haar ogen en ze rent het verkeer in. Ze negeert Simons hand, centimeters van haar arm verwijderd, op het punt om haar beet te pakken en tegen te houden. Daar is Lexie niet voor gesprongen. Op het moment dat ze haar voet op het asfalt zet, voelt ze haar pad werkelijkheid worden. De luid toeterende sedan raast achter haar langs. Ze hoort Simon schelden, op haar, op de sedan, op alles wat hem van zijn doel weerhoudt.

Een kogel slaat door de ruit van een tweede passerende auto. Hannah hoeft niet achterom te kijken om te weten dat Simon niet meer haar enige achtervolger is. Hij is wel de enige die zich in het verkeer werpt. “Verdomme Hannah, stop! Dit is het niet waard! Dit zou Lexie niet gewild hebben!” roept hij.

Hannah voelt het pad onder haar voeten vernauwen. Links van haar weerklinkt de bel van de sneltram. De stalen wielen piepen op het spoor terwijl de machinist als een gek probeert af te remmen om een ongeluk te vermijden. Ze springt en landt al struikelend op de stoep. Achter haar wordt Simons schreeuw plotseling met een luide klap afgekapt, maar ze kijkt niet om. Het pad naar de vrijheid ligt solide onder haar voeten als ze een steeg in duikt. Het gegil van omstanders wordt steeds minder luid naarmate ze verder weg rent van haar verleden.

 

3 november, 2018 – 10:54

T= + 12:07

Hannah opent haar ogen tegen het felle halogeenlicht in de verhoorkamer. Simon zit tegenover haar met een minzaam lachje op zijn gezicht, alsof hij al weet wat ze gaat doen. Hij heeft geen idee. Hij weet niet eens wat haar opties zijn, maar Hannah ziet de toekomst zich voor haar neus ontvouwen. Pad na pad wordt duidelijk. Iedere mogelijke uitkomst staat op haar netvlies gegrift. Ze heeft alleen interesse in het pad dat Lexie zal helpen.

“Dus? Heb je iets nuttigs gezien?” vraagt Simon. Hij kijkt oprecht geïnteresseerd. Dat is ook geen wonder, hij is in zijn hele leven waarschijnlijk nog nooit iemand met Hannahs gave tegengekomen. Zelfs nu gelooft hij er nog niet echt in. “Des te sneller je toegeeft, des te meer je voor je vriendin kan doen,” zegt hij, alsof het nog niet te laat is. Alsof ze Lexie niet al twee uur lang gemarteld hebben. Alsof ze haar stem nog niet gestolen hebben.

“Ja,” zegt ze met een vlakke stem, “dat snap ik. Maar ik kies een ander pad.”

Een halve hartslag lang vernauwen zijn ogen zich, om daarna op een haast komische manier te verwijden als Hannah haar stoel terug duwt en de tafel waaraan ze zitten een rotschop verkoopt. De tafel schuift luid van zijn plaats en raakt Simon in zijn maag, niet hard genoeg om hem veel schade te berokkenen, maar genoeg om hem af te leiden. De schade komt twee tellen later, wanneer Hannah over de tafel springt en hem in het gezicht schopt. Hij valt uit zijn stoel en Hannah schopt hem nog eens in zijn maag. Ze vist zijn pistool uit het holster en rent de gang in.

Even staat ze stil en sluit ze haar ogen. In de verhoorkamer doet Simon een verwoede poging om weer op te staan. Ze ziet de paden voor zich verschijnen. Verschillende kansen, verschillende uitkomsten. Ze kiest het pad dat naar Lexie leidt. Lang voordat Simon weer op zijn benen staat, is ze al naar links gerend, dieper het Registerkantoor in.

Ze is niet alleen op de gang. Een registeragent kijkt verdwaasd op als ze langs hem heen stuift. Ze duwt een secretaresse omver op het moment dat deze de gang in stapt. Papierwerk dwarrelt naar beneden. Een tweede registeragent grijpt naar Hannah. Ze danst met gemak uit de weg en veegt zijn voeten onder hem vandaan. Hij klapt met zijn hoofd tegen de muur en ze rent door, precies zoals het pad haar getoond heeft. Aan het einde van de gang gooit ze zichzelf tegen een dichte deur aan en valt een kamer binnen.

In de kamer staan vijf inspecteurs met precies dezelfde grijze uniformen als Simon, de ene met nog meer strepen op zijn schouders dan de andere. Hannah heeft alleen maar ogen voor de zesde persoon in de ruimte. Lexie kijkt verschrikt op. Haar blonde haren hangen slap langs haar gezicht en haar ogen zijn roodomrand van het huilen. Om haar nek zit een stalen halsband. Er brandt een klein rood lichtje in het midden, een teken dat de inspecteurs haar de mond al gesnoerd hebben. Haar handen zijn gebonden. Een meisje van net twintig en ze wordt behandeld als een zware crimineel.

“Laat haar gaan,” zegt Hannah. Ze richt haar gestolen pistool op de dichtstbijzijnde inspecteur. “Laat ons allebei gaan, dan hoeven er hier geen doden te vallen vandaag.”

De inspecteur onder schot doet een stap terug, maar zijn collega’s lijken niet onder de indruk. “Kom Hannah, wees niet zo naïef. Ik neem aan dat je de toekomst gezien hebt? Dan weet je dat er geen enkele manier is waarop jij en Lexie hier samen wegkomen. Lexie is simpelweg te gevaarlijk en jij bent simpelweg te uniek,” zegt de inspecteur die het dichtste bij Lexie staat.

“Jullie willen mij?” bijt Hannah de inspecteur toe, “prima. Laat Lexie gaan en je krijgt me,” ze draait het pistool weg van de inspecteur en richt het op haar eigen hoofd, “laat haar niet gaan en je verpest de eerste en enige kans die je ooit zal hebben om een volwassen ziener in handen te krijgen.”

De inspecteur die eerder sprak wisselt een vlugge blik met zijn collega’s voordat hij zijn schouders ophaalt. “Bluf,” zegt hij. Naast hem schudt Lexie met haar hoofd. Haar ogen kijken smekend naar Hannah terwijl haar lippen bewegen. Er komt geen geluid uit haar mond, maar Hannah weet wat ze wil zeggen.

“Niet voor mij,” zeggen haar lippen. “Ik hou van je.”

Hannah ziet het pad dat Lexie kiest een seconde voordat haar vriendin in actie komt.

“Nee!” schreeuwt ze als Lexie zich omdraait en uit de greep van de inspecteur worstelt. Ze is zo snel, ondanks alles wat ze die dag al heeft doorstaan. Voordat de inspecteurs de kans hebben om te reageren heeft Lexie zich al tegen het raam geworpen. Een seconde lang zijn er twee paden, één waarin het glas Lexies geweld tegenhoudt en één waarin het breekt. Hannah hoort een echo van vallend glas. Het raam breekt en ze gilt het uit terwijl Lexie tien verdiepingen naar beneden valt.

Het laatste pad houdt abrupt op. De inspecteurs staan als aan de grond genageld.

 

10 september, 2014

T = – 4 jaar

Twintig kilometer weg van de commune zet Lexie de auto naast de weg stil. Haar handen trillen aan het stuur. “Ik kan nog steeds niet geloven dat we dit doen,” zegt ze met een lach. Haar blonde haren lijken als goud in de zon en Hannah kan het niet helpen, ze grijnst van oor tot oor. Ze is bijna in alles het tegenovergestelde van Lexie. Introvert, waar Lexie overal het stralende middelpunt is. Stil, als Lexie luid is. Donker, terwijl Lexie overal licht brengt.

“Maar ik ben wel blij dat we het doen,” zegt Hannah. Ze laat haar hoofd tegen de hoofdsteun van de cabriolet rusten en geniet van de zon op haar gezicht. Lexie is verdacht stil. Enkele seconden laten opent Hannah haar ogen en draait ze haar hoofd naar links, om te zien dat Lexie haar met een frons bekijkt. “Wat?” vraagt ze.

“Dat meen je toch wel echt hè?” vraagt Lexie. Ze kijkt er onzeker bij. “Ik bedoel… jij was best gelukkig op de commune en ik wil al zo lang weg. Als je het niet echt wil, of als ik je beïnvloed heb dan kunnen we nog terug. Ze zullen niet eens merken dat we weg zijn geweest.”

“Je hebt me niet beïnvloed,” verzucht Hannah. “Ik wil dit net zo graag als jij. De commune is veilig, maar ik wil léven.”

“Ook al is het gevaarlijk?”

Hannah lacht naar haar vriendin. “Zelfs al is het gevaarlijk. Wat maakt een beetje gevaar nou uit? Ik zie het toch mijlenver aankomen en jij kletst je overal uit. En wie zegt dat de commune zo veilig is? Als we daar blijven dan zitten we binnen de kortste keren ook in het verzet, net zoals je vader. Laten we ons eigen geluk maken, met zijn tweeën. Samen zijn we onoverwinnelijk, dat zul je zien.”

Lexie pakt Hannahs hand waar deze op haar schoot rust. “Kun je dat zien? Dat we samen blijven?”

“Soms,” zegt Hannah terwijl ze haar schouders ophaalt. “Het ligt allemaal nog niet zo vast… En ik kijk niet graag zo ver vooruit.”

“Bang dat je dingen ziet die je niet wil zien?” Lexies hand klemt wat fermer om Hannahs vingers heen. Hannah bijt op haar lip en knikt.

“Soms ben ik bang dat ik in de toekomst kijk en alleen nog maar paden zonder jou zie,” geeft ze toe, “en soms ben ik bang dat ik niet meer terug kan, als ik te ver vooruit kijk. Dat ik verdwaal op alle paden.”

Lexie brengt Hannahs hand naar haar lippen en drukt een kus op haar knokkels. “Ik zal er altijd voor je zijn, Hannah. Het maakt niet uit wie we ontmoeten en wat voor avonturen we gaan beleven. Wij blijven altijd samen, oké? Je kunt altijd naar mij terugkomen.”

 

3 november, 2018 – 10:45

T = + 11:58

De muren lijken steeds meer op haar af te komen. Ze zit er voor haar gevoel nu al uren. De stoel wordt steeds minder comfortabel. Ze is alleen in de ruimte, al staat er wel een extra stoel aan de andere kant van de tafel. Haar handen liggen voor haar op het tafelblad. Ze zijn nog niet opgehouden met trillen sinds ze daar naar binnen gesleept is. De angst voelt als een blok ijs in haar maag. Niet voor zichzelf, maar voor Lexie. Haar vriendin heeft ook een gave. Met haar stem kan ze de hele wereld naar haar hand zetten en dat heeft ze ook zo vaak gedaan. Nu loopt ze het risico om haar stem voor altijd kwijt te raken.

Hannah is zo diep in gedachten verzonken dat het een moment duurt voordat ze door heeft dat de deur open is gemaakt. Er stapt iemand naar binnen, terwijl ze een dozijn paden ziet die haar stuk voor stuk naar buiten kunnen leiden. Ze blijft zitten waar ze zit. Geheimhouding is altijd haar sterkste overlevingstechniek geweest. Ze hoort de woorden van haar ouders nog in haar oren. “Niemand mag het weten, Hannah. Je kunt het nooit laten blijken. Ze maken je kapot als ze het weten.” Dus ze blijft zitten en kijkt voor het eerst op naar de persoon die aan de overkant van de tafel plaatsneemt.

Ze valt bijna uit haar stoel van de schrik. “Simon?”

De man die tegenover haar zit lijkt in bijna niets meer op de jongen die ze twaalf uur eerder voor het eerst gezien heeft. De gulle lach die Lexie zo leuk gevonden had, is niet op zijn gezicht te vinden en zijn alledaagse kleren zijn vervangen door een grijs uniform met twee strepen op zijn schouders. Hij is een volwaardig inspecteur van het Registratie Bureau, het wetsorgaan dat Hannah al haar hele leven probeert te vermijden.

“Verrassing,” zegt hij. “Ik moet bekennen, ik had niet verwacht dat we jullie ooit nog zouden vinden. Een Spreker van Lexies niveau en iemand zoals jij? Toen jullie vanmorgen verdwenen waren dacht ik dat ik mijn kans gemist had. Maar hier zit je dan, in levenden lijve. Zag je dat niet aankomen?”

Hannah schudt haar hoofd. “Waar is Lexie?” vraagt ze. Haar stem klinkt klein in haar eigen oren.

Simon vouwt zijn handen voor zich op de tafel. “Tja, Lexie. Waar zou die nu kunnen zijn. Heb je daar echt geen idee van? Misschien hebben ze het toch niet bij het rechte eind.”

“Wat heb je met haar gedaan?” bijt ze hem toe.

Simon lacht om haar venijn. “Ik heb persoonlijk niets met haar gedaan. Sprekers tot zwijgen brengen is geen klus voor een niveau-2 inspecteur. Daar zijn een paar van mijn senior collega’s nu mee bezig. Maak je maar geen zorgen, ze zal het wel overleven. We leven niet meer in de middeleeuwen,” hij haalt zijn schouders op, “niet dat dat uiteindelijk veel uit zal maken. Lexie zal de bak in draaien, Hannah. Ze is een sociopaat. Dat zijn alle Sprekers.” Zijn stem is vol sympathie.

“Lexie is onschuldig!” roept Hannah uit.

“Is dat wat je gelooft, of is dat wat ze je verteld heeft? Ik kan het me echt niet voorstellen hoe het is, om vier jaar lang met een pure manipulator op te trekken. Wéét je überhaupt nog wel wat eerlijkheid is? Of ben je niet meer in staat om leugens te herkennen?”

“Jij liegt over Lexie,” zegt ze. “Ze is geen manipulator. Ze wil alleen maar met rust gelaten worden. Dat willen we allebei.”

Simon haalt zijn schouders nog eens op. “Je hoeft me niet te geloven over Lexies persoonlijkheid. Wat je wel moet geloven, is dat Lexie hier zonder jouw hulp niet uit komt. Ze heeft je nodig, Hannah. Je moet nu goed nadenken over de situatie waarin jullie je bevinden, want zonder jouw hulp draait Lexie de bak in en is ze binnen een week dood. Je hoeft geen Ziener te zijn om dat te snappen. Denk maar eens goed na over die toekomst. Misschien zie jij nog een uitweg voor haar. Ik geef je weinig kans, maar wie weet. Misschien hebben ze gelijk over jou en zie je meer dan mogelijk zou moeten zijn.”

Hannah kan het niet helpen. Simons woorden schetsen een bitter toekomstbeeld voor Lexie en haast tegen haar wil wordt Hannahs blik vervuld met een net zo bitter visioen. Een week is een ruime overschatting van de tijd die Lexie zal hebben als ze de gevangenis in draait.

Het is twee dagen later en Lexie ligt bloedend op de grond. Haar ogen zijn opgezwollen en paars en haar lip is gebarsten. Ze is tegen de vlakte geslagen. Ze sleept zich voort over het grijze beton, haar benen akelig stil achter zich. De halsband licht rood op om haar keel, een teken dat ze verwoede pogingen doet om te spreken. Haar lippen bewegen zich, maar er komt geen geluid uit haar mond.

Het is stil om haar heen, buiten het geluid van de voetstappen die haar volgen. Twee paar voetstappen, behorend aan twee personen die ze niet goed kan zien. Lexies wanhoop is voelbaar in de lucht.

Dat is ver genoeg,” zegt een van haar achtervolgers.

Tijd om er een einde aan te maken,” zegt de ander. “Ik had wel meer verzet verwacht, eigenlijk. Iedereen heeft het altijd over hoe gevaarlijk haar soort is, maar zonder haar stem is ze niets.”

De eerste persoon grijpt Lexies pols en sleept haar dieper de gang in. Lexie worstelt als een bezetene. Dan houdt alles ineens op. Lexie hangt als een voddenpop in de greep van haar moordenaar.

 

3 november, 2018 – 08:52

T = +10:05

“Sneller,” fluistert Hannah, haar hand om Lexies pols geklemd. “We hebben niet veel tijd meer. Ik zie amper goede paden.”

“Hoe kan dat nou?” Lexie klinkt bezorgd, niet beschuldigend.

Hannah haast zich voort. “Ik weet het niet. Het is haast alsof ze weten dat we hier zijn, maar ik weet zeker dat we niet gevolgd worden.” Ze houdt haar ogen wijd open in het felle ochtendlicht. Links van haar sluit een pad zich. Vanuit haar ooghoek ziet ze iemand in een grijs uniform de straat in stappen.

“Inspecteurs,” merkt Lexie op. Ze klinkt kalmer dan Hannah zich voelt. Lexie ziet dan ook niet hoe de paden één voor één dichtvallen.

“Daar!” Hannah wijst op een steeg. Het is het enige pad dat nog hoop biedt. Misschien kunnen ze vanaf daar bij het station komen en in de menigte verdwijnen.

“Kijk uit!” gilt Lexie. Voordat Hannah kan reageren heeft Lexie haar al aan de kant geduwd. Voor hen staat een man in het grijze inspecteurs uniform. Hij heft zijn taser. De geur van ozon vult de lucht, een seconde voordat hij de trekker overhaalt. Twee sondes raken Lexie en ze valt stuiptrekkend op de grond. Hannah reikt naar haar, maar haar pad wordt geblokkeerd door een tweede inspecteur.

“Rustig maar, meisje,” zegt hij terwijl hij eenzelfde pistool op haar richt. “We kunnen dit op twee manieren doen. Óf je komt nu rustig mee, óf je krijgt 50,000 volt op je lijf en je komt alsnog rustig mee. Als ik jou was, zou ik voor de optie kiezen waarbij je zelf nog kunt lopen.”

 

7 april, 2012

T = – 6 jaar

Hannah duwt met haar voeten tegen de grond en zet de schommel weer in beweging. Met haar veertien jaar voelt ze zich soms te oud om te schommelen, maar er is nu eenmaal weinig te doen voor tieners in de commune. Naast haar is Lexie tot stilstand gekomen. Ze kijkt peinzend voor zich uit en bijt op haar lip.

“Paul?” zegt ze uiteindelijk vol ongeloof. “Paul en jouw moeder?”

“Je vader, inderdaad,” bevestigt Hannah. Ze duwt harder tegen de grond en geniet van de manier waarop de wind door haar donkere haren wappert. Lexie noemt haar vader al jaren bij zijn voornaam en Hannah kan er al jaren niet aan wennen.

“Gadver,” zegt Lexie. “Niet dat je moeder stom is of zo, maar ze is gewoon getrouwd. Paul zou echt beter moeten weten.”

Hannah haalt haar schouders op. “Het is maar een mogelijkheid. Soms zie ik ze ergens samen en dan zijn er paden waar ze samen blijven. Soms is mijn vader er gewoon bij, op de achtergrond. Soms ook niet. Ik besteed er niet zoveel aandacht aan, ze moeten het allemaal zelf weten. Dat je vader mijn moeder leuk vindt, weet ik toch al jaren.”

Lexie duwt zichzelf ook weer in beweging. “Maar toch… het blijft vervelend om te zien, lijkt me. Dat soort dingen wil je toch helemaal niet van je ouders weten?”

“Ach, ik neem aan dat het voor mijn moeder ook niet gemakkelijk is. Die weet letterlijk wat je vader van haar denkt en hoe mijn vader daar weer over denkt. Hoe jij en ik erover denken. Dan heb ik toch liever mijn gave.”

“Of de mijne,” zegt Lexie met een lach. “Ik kan ze tenminste dwingen om er niet met me over te praten als het ooit zover komt.”

“Als het ooit zover komt, ja. Voor hetzelfde geld gebeurt er helemaal niets tussen ze. De paden zijn er, maar dat betekent niet altijd dat ze uitkomen. Er is alleen maar een kans, maar die is er altijd als twee mensen elkaar overduidelijk leuk vinden en veel tijd met elkaar doorbrengen.”

Lexies lach vervult Hannah met warmte. “Dat is waar,” zegt ze als haar schommel tot stilstand komt naast die van Hannah.

 

3 november, 2018 – 08:47

T = +10:00

Ze heeft het gevoel alsof ze overal gevolgd wordt. Voor de derde keer in net zoveel minuten kijkt ze achterom, maar de straat waar ze vandaan komen is leeg. Als ze zich omdraait ziet ze dat een van de paden die ze aan het volgen was gecorrumpeerd is.

“Kom op,” zegt Lexie, “deze kant op.”

“Nee, links,” zegt Hannah. Ze pakt Lexies hand vast en trekt haar mee de straat over.

“De camera’s volgen ons,” zegt Lexie. Haar stem klinkt voor het eerst bezorgd. Ze wijst op een beveiligingscamera op de hoek van de straat. De camera draait rustig met ze mee. Het zou niet uitzonderlijk zijn, maar nu ze erop gewezen is ziet Hannah nog drie paden waar de surveillance verhoogd is. “Dat zou niet mogelijk moeten zijn.”

“Tenzij ze weten wie we zijn. Ik ben toch niet paranoïde? Jij ziet het toch ook?” Hannah duikt een steeg in waar de paden nog gezond zijn. De straat waar ze eerder liepen lijkt gevuld met grijs geklede schaduwfiguren.

“Maar hoe dan? DNA-trackers? We zijn hier pas anderhalve dag. De enige die ons DNA zou kunnen hebben is Simon. Het zou wel heel toevallig zijn als ze hem al gevonden hebben. Kun jij iets zien?” fluistert Lexie.

“Ik durf niet terug te kijken,” bekent Hannah, “ik ben bang dat ik iets mis als ik mijn aandacht niet voor me hou. Je zou het moeten zien, Lexie. Ik heb nog nooit zo snel paden zien verdwijnen. Het is alsof…”

“Alsof onze registratie is doorgezet,” vult Lexie haar aan. “Verdomme, dat kán toch niet?” De beweging van de camera’s zegt dat het niet alleen kan, maar ook is. Vanuit haar ooghoek ziet Hannah een grijze figuur met twee zilveren strepen over zijn schouder.

“We hebben niet veel tijd meer. Als ze de registratie door hebben gezet en ons DNA hebben dan moeten we zo snel mogelijk de stad uit zien te komen. Er zijn hier te veel inspecteurs om te ontlopen.”

“Wat ik er niet voor over zou hebben om die verrotte databasen op te blazen,” gromt Lexie. “Waar halen ze het gore lef vandaan om ons als criminelen te behandelen. Wij zijn toch ook mensen? Echt, als ik de kans had zou ik het hele Bureau naar de maan helpen.”

 

3 november, 2018 – 07:20

T = + 8:33

Het raam schuift met een luide piep open. Lexie giechelt erom. Hannah maant haar met een grijns op haar gezicht tot stilte. “Sshht! Straks hoort hij je nog.”

“Simon? Die hoort echt helemaal niets hoor. Ik heb hem net nog een slaapliedje toegezongen. Die wordt het komende uur echt nog niet wakker. Rustig maar,” Lexie legt haar hand op Hannahs onderrug. Haar kalmerende woorden hebben invloed, en niet alleen omdat ze haar gave gebruikt.

“Ik wil gewoon geen risico’s nemen. Des te eerder we hier weg zijn, des te beter.”

Lexie klimt geruisloos het raam uit. “Kom, laten we gaan dan. Laten we ergens een ontbijtje halen en dan kun je me alles over je nare gevoel vertellen.”

Hannah kijkt nog één keer terug het appartement in waar ze overnacht hebben. Ze weet dat er ongetwijfeld haren van zowel zichzelf als Lexie op Simons kussens te vinden zijn. Het appartement zal vol liggen met DNA en vingerafdrukken, gemakkelijk te vinden door de mensen die weten waar ze naar op zoek zijn. “Ik zou het liefst deze hele tent in de brand steken,” zegt ze.

“Dat is wat dramatisch, vind je niet? Het was maar een droom. Je voelt je straks vast beter,” zegt Lexie.

Hannah heeft niet de moed om te kijken of ze ook echt gelijk heeft. Met een zucht volgt ze Lexie naar buiten. Een minuut later staan ze op de straat. Het is nog vroeg, maar er zijn al veel mensen op pad. Het leven in de stad houdt nooit op.

Lexie loopt vol vertrouwen de straat in. De huizen staan hier zij aan zij, vier verdiepingen hoog. De vroege ochtendzon schijnt warm op de bruine bakstenen muren. Het is duidelijk een van de duurdere buurten in de stad. De schoonheid van de buurt doet weinig voor Hannahs humeur. “Kom op, volgens mij zit er daar een tentje waar we ontbijt kunnen halen,” zegt Lexie, zich niet bewust van de dreiging die Hannah niet van zich af kan schudden.

Het is niet eens echt haar bedoeling om te kijken, maar op het moment dat ze Lexies wijzende vinger volgt ziet ze dat het pad de straat in verrot is. Ze schudt haar hoofd. “Laten we ergens anders heen gaan. Ik wil liever wat verder weg van deze plek zijn voordat we ergens gaan zitten.”

“Wat jij wilt,” zegt Lexie met een lach. De ochtendzon is prachtig en even lijkt het alsof ze een halo heeft. Hannah probeert de zorgen van zich af te schudden. Lexie heeft gelijk. Ze zal zich vast beter voelen als ze iets gegeten heeft.

 

28 juli, 2004

T = – 14 jaar

Hannah is net zes jaar oud als ze Lexie en haar vader Paul voor het eerst ontmoet. Ze verschuilt zich half achter haar ouders. Tot op dat moment heeft ze nog nooit zoveel mensen bijeen gezien als er in de commune wonen. Ze kan zich niet herinneren dat ze meer dan een dozijn mensen ontmoet heeft tijdens haar hele leven. Ze is altijd het grote geheim van haar ouders geweest.

“Jullie zijn hier veilig,” zegt Paul. “Het Bureau heeft lange armen en bijna overal ogen, maar hier kunnen ze niet komen. Er wonen hier nu zeven geregistreerde Lezers.”

Hannahs moeder kijkt naar beneden, waar Hannah zich nog steeds tegen haar aangedrukt heeft. “En ongeregistreerd?”

“Lezers en Sprekers,” zegt Paul. Hij kijkt om zich heen en fluit naar een meisje van Hannahs leeftijd. “Lexie! Kom eens hier,” roept hij. Het meisje komt al snel aangehuppeld. “Dit is mijn dochter, Alexa,” stelt Paul haar voor. “Ze is een ongeregistreerd Spreker. Haar moeder was ook een Spreker.”

“Was?” vraagt Hannahs vader.

Paul haalt zijn schouders op. “Lexie was drie toen het Bureau haar moeder ontdekte. Ze hebben haar door de registratie gehaald. We hebben haar niet meer gezien sinds die dag. Je weet wat ze doen met Sprekers, of ze nu een strafblad hebben of niet.”

“Wat naar. Het spijt me ontzettend voor je,” zegt Hannahs moeder. “Ik ben een geregistreerd Lezer. Ik heb een paar jaar voor het Bureau gewerkt. Niet op een Registerkantoor, maar wel bij justitie. Ze zetten ons graag in voor hun eigen doeleinden. Hoe vaak ik niet moord in de gedachten van een aangeklaagde heb gelezen om later toch een vrijspraak te horen… Ik trok het niet meer.”

“Dat is geen enkel probleem. We vallen hier buiten het zichtveld van het Bureau en des te minder gebruik ze van de gaven van anderen kunnen maken des te beter. En deze jongedame?” Hij kijkt naar Hannah, die zich zo mogelijk nog dichter tegen haar moeder aandrukt. “Ook een Lezer?”

“Nee,” zegt Hannahs vader. Zijn stem is vol trots, zoals altijd. “Onze Hannah is een Ziener.”

Pauls mond valt open. “Je maakt een grapje,” zegt hij, zijn stem plotseling hees.

Hannahs moeder lacht. “Je ongeloof is zelfs zonder gave te zien. Nee, het is geen grap. Hannah is een bonafide Ziener. We weten ook niet hoe het komt. Voor zover we weten zit het bij geen van ons in de familie. Ik hoop dat het geen probleem is? Ze is niet geregistreerd en dat willen we graag zo houden. Je weet wat ze met Zieners doen als ze ontdekt worden.”

“De commune is veilig voor iedereen met de gave, Lezer of Ziener. Dat ik nooit verwacht had hier ooit een Ziener te ontvangen betekent niet dat ze niet welkom is. Jullie zijn alle drie van harte welkom.”

Heel even ziet Hannah de man in een uniform, eerst grijs en daarna legergroen. Ze kijkt op naar haar vader, die warm naar haar glimlacht. “Dus, dit is het hart van het verzet, kleine. Als we je hier niet veilig kunnen houden dan weet ik het ook niet meer.”

 

3 november, 2018 – 06:58

T = + 8:11

Hannah slaapt onrustig. Zelfs Lexies normaal zo kalmerende aanwezigheid doet niets om de mengelmoes van nachtmerries en visioenen tegen te gaan. Simons aanwezigheid voelt als een verstikkende deken, ook al slaapt hij niet eens in dezelfde kamer. Keer op keer voelt Hannah zich wegzakken in haar droom, geleid door een gestaag, ritmisch piepen dat ze uit haar oudste nachtmerries herkent.

De machine piept gelijk met haar hartslag. Een stabiel, langzaam ritme met weinig variatie. Dit in tegenstelling met de machine die haar hersenactiviteit meet. Deze slaat continu uit, alsof ze vast zit in de REM-cyclus van een droom. Hannah staart voor zich uit de leegte in. Ze ziet al jaren niets meer van het heden. Haar ogen bewegen zich rusteloos terwijl haar geest langs duizenden paden loopt. Geen van die paden bevatten haar eigen toekomst. Daar is al tijden niets meer van over, slechts één lang pad, waarin ze op een stoel zit en voor zich uit staart, haar lichaam in leven gehouden door machines terwijl haar geest rent en rent, totdat ze uiteindelijk door complicaties te overlijden komt. Als er nog iets over was van haar persoonlijkheid zou ze gewenst hebben dat het pad korter was dan het is.

Een schaduwfiguur buigt zich over haar heen en trekt een van de pennen uit haar schedel. “Defecte sensor,” zegt hij tegen haar, ook al moet hij weten dat zijn woorden niet gehoord worden door Hannah. “Die hebben we zo vervangen, en dan hebben de hoge heren weer volledig beeld.” Een paar minuten later schuift hij een nieuwe pen op zijn plaats. Hannahs lichaam verkrampt en even versnelt haar hartslag. Een paar seconden later hervat het oude ritme zich.

De enige beweging van Hannah komt van haar mond. Woorden rijgen zich aan elkaar tot zinnen die geluidloos over haar lippen vallen. Voor haar gezicht worden de woorden opgevangen en haar lippen gelezen. De eindeloze voorspellingen rollen over een holoscherm boven haar hoofd, om direct doorgestuurd te worden naar het Bureau. Zonder nog te weten wat ze doet heeft Hannah ze alles al verteld over Sprekers en Lezers die ze gekend heeft, maar ook over mensen die ze nog nooit gezien heeft. Buitenlandse zaken, binnenlandse zaken. Het verzet, de beurs, alles waar het Bureau ook maar enige interesse in heeft.

Haar stoel is niet de enige in de ruimte. Naast haar zit een jongetje van een jaar of vijf. Hij zit er pas een paar dagen, maar zijn pad is nu al zoveel korter dan dat van Hannah. Zijn hartslag is hoog en zijn jonge hersenen kunnen de druk niet aan, weten nog niet hoe ze alle toekomstbeelden moeten interpreteren. Hij kijkt nietsziend voor zich uit terwijl de tranen over zijn wangen rollen. Hij zal het niet meer dan een week volhouden. Dat doen ze nooit, op die leeftijd.

Hannah schrikt wakker en slaat haar hand over haar mond om niet te gillen. Naast haar ligt Lexie vredig te slapen, zich van geen kwaad bewust. In de woonkamer slaapt ook Simon door, zijn mooie gezicht enigszins gespannen, alsof hij ook nare dromen heeft.

“Lexie?” fluistert ze terwijl ze zachtjes aan haar schouder schudt. Haar vriendin wordt langzaam wakker, totdat ze Hannahs gespannen gezicht ziet.

“Nachtmerrie?” fluistert ze, haar stem hees van de slaap. Hannah knikt. Ze hoeft gelukkig niet meer te vertellen waar de droom over ging. Ze heeft tenslotte al jaren dezelfde droom. Op slechte dagen is ze ervan overtuigd dat de droom hoe dan ook haar toekomst is. Een pad waar ze uiteindelijk altijd op terecht zal komen, welke beslissing ze ook neemt. Lexie wrijft troostend over haar rug.

“Kunnen we hier weg? Ik heb een naar gevoel,” zegt ze. Na vier jaar alleen op elkaar vertrouwd te hebben heeft Lexie geen verdere uitleg nodig.

“Natuurlijk. We gaan meteen.”

 

3 november, 2018 – 00:45

T = + 1:58

“Ik zou weg willen uit de Staat,” zegt Lexie met een dromerige stem. “Naar het buitenland. Ik hoef niet eens zo ver weg, gewoon de zee over. Of juist wel, naar het oosten. Azië of zo. Als het maar niet hier is.” Ze zit naast Simon op de bank, terwijl Hannah zich in een comfortabele stoel heeft gevouwen.

Naast haar rekt Simon zich eens uitgebreid uit en laat zijn arm over haar schouder vallen. Hij is een wandelend cliché, maar hij kan er ook weinig aan doen. Hij is niet de eerste jongen die zich volledig voor schut zet onder de invloed van Lexie. “Dat lijkt me wel wat,” zegt hij met een wazige glimlach op zijn gezicht. Waarschijnlijk heeft hij nog nooit nagedacht over lange reizen. Hij heeft een mooi appartement en vast een goede baan, of rijke ouders die ervoor zorgen dat hij comfortabel kan leven. Hij heeft geen enkele reden om weg te willen, in tegenstelling tot Hannah en Lexie.

“Jammer dat het zo pokkeduur is,” mijmert Hannah, “anders waren we al jaren geleden gegaan. Stel je voor, een leven zonder dat het Bureau continu over je schouders meekijkt en je beoordeelt op alles wat je doet.”

“Dat zou fijn zijn,” zegt Simon, “even niet de dagelijkse beslommeringen en recensies.” Zijn ogen staan op het punt om dicht te vallen. Lexie heeft hem eerder op de avond verteld dat hij niet zo gespannen moet zijn en dat hij niet zo hoeft op te letten. Haar stem heeft het beoogde effect gehad. Simon heeft zich waarschijnlijk nog nooit zo ontspannen gevoeld.

“Ik kan me niet voorstellen hoe het is om hier in de grote stad te leven. Word je echt zo in de gaten gehouden?” vraagt Lexie hem.

Hij haalt zijn schouders op. “Het is voor een goed doel. Ik moet carrière maken. Mijn vader is zo trots. Ik ben alleen zo moe,” bekent hij met een eerlijkheid die direct veroorzaakt wordt door Lexies stem. De tranen staan hem in zijn ogen. “Het voelt alsof ik alleen nog maar werk. Ik heb mijn vrienden al weken niet gezien. Vanavond was de eerste keer in tijden dat ik überhaupt uit kon gaan en ik ga er morgen vast spijt van hebben.”

“Gelukkig heb je ons ontmoet. Anders had je vast een nare avond gehad. Dan had je alleen maar aan je werk gedacht. Nu kun je met ons mee dromen over een toekomst op de koloniën.” Lexies stem is warm. Simon zinkt zichtbaar verder in zijn roes.

“Jammer dat wij nooit door de Bureautesten heen gaan komen,” fluistert Hannah. “Hij zal waarschijnlijk al moeite hebben, met zijn goede baan, trotse ouders en oh zo gewone leven. Stel je voor dat wij daar zouden staan, met zijn tweeën. De inspecteur zou erin blijven van het lachen.”

“Hé, jullie zouden er ook wel door komen. Twee topmeiden zoals jullie? Ze zouden gek zijn als ze jullie niet doorlaten,” zegt Simon vol overtuiging.

“Wat jij zegt, Simon,” lacht Lexie hem toe. “Wij nemen het wel even op tegen het Bureau.”

 

2 november, 2018 – 22:49

T = + 0:02

“Ik weet het niet. Ik krijg hier geen goed gevoel bij, Lexie.”

“Maar je zag niets ernstigs toch, de komende paar uur? Als hij een of andere viespeuk is dan had je dat toch wel gezien?” vraagt Lexie.

Hannah haalt haar schouders op. “Dat gevoel krijg ik niet bij hem. Het is moeilijk uit te leggen. Er hangt een schaduw over hem heen, of iets dergelijks, maar het is niet iets wat hij gaat doen vannacht.”

“Wil je nog verder kijken? We kunnen wel een andere slaapplaats vinden als het je niet zint, of je kunt nog wat meer tijd nemen om verder in zijn toekomst te zien?”

Hannah schudt haar hoofd. “Het heeft al te lang geduurd. Het valt te veel op als we hier nog langer naar hem blijven staren zonder iets te doen.”

Lexie lacht. “Jij wordt altijd zo paranoïde van de grote stad. Het valt echt niet op als twee meiden samen op een straathoek staan te kletsen. Zeker niet in een goede buurt zoals deze.” Ze pakt Hannahs hand beet en geeft een geruststellend kneepje. “Als het je echt niet aanstaat dan zoeken we verder. Wel jammer, hij heeft een leuke lach.”

Op dat moment heft de jongen zijn hoofd en lacht naar Hannah en Lexie. Hij heeft inderdaad een mooie glimlach. “Simon,” zegt Hannah. “Zo heet hij. Ik denk dat het wel kan. Als het alsnog misgaat dan zie ik dat vast aankomen.”

“Je bent fantastisch,” zegt Lexie met een grijns. “Het gaat helemaal goed komen. Samen kunnen we alles aan, ook mooie jongens met schaduwen in hun toekomst.”

Een moment later stapt ze op de jongen af. Ze lacht naar hem. Hannah hoort de echo van zijn stem als hij zichzelf voorstelt. Ze sluit haar ogen en ziet hoe een duidelijk pad vorm neemt voor haar ogen terwijl Lexie Simon met haar stem om haar vinger windt. Hij weet het nog niet, maar hij staat op het punt om twee meiden mee naar huis te nemen. Hannah ziet zijn appartement duidelijk voor zich, alsof ze er al is.

 

2 november, 2018 – 22:47

T = 0

Lexie gaapt voor de zoveelste keer en leunt tegen Hannah aan. “Wat vind je van die jongen?” vraagt ze met een slaperige stem. Hannah kijkt heel even in de richting die Lexie aangeeft voordat ze met haar hoofd schudt.

“Die heeft al weken zijn lakens niet verschoond en schimmel in zijn badkamer staan. Ik snap dat je moe bent, maar ik heb geen zin om iets op te lopen.”

“Zo veeleisend,” zucht Lexie. “Ik wil alleen maar slapen.”

“Natuurlijk, maar dan wel in een schoon bed,” zegt Hannah met een grijns. “Kom op, kies er nog een uit. Er is hier vast wel iemand die niet ranzig of vervelend is. We hoeven hem of haar alleen nog maar te vinden.”

“Wat vind je van hem?” Lexie klinkt plotseling een stuk energieker. De jongen waar ze op wijst is dan ook aantrekkelijk, met blonde krullen en een leuke lach. “Kun je zien of hij oké is?”

Hannah leunt tegen Lexie aan en sluit haar ogen. Honderden paden ontspringen voor haar ogen, elk met een ander toekomstbeeld.

 

2 november, 2018 – 22:49

T = + 0:02

Het duurt even voordat Hannah zich ertoe kan brengen om haar ogen te openen. Ze ziet zichzelf nog een steeg induiken met het gegil van de mensen op straat in haar oren.

“En?” vraagt Lexie, “kan ik met hem gaan praten?”

Hannah schudt haar hoofd. “Niet met deze jongen. Niet hier. Ik denk dat we het beste ergens anders heen kunnen gaan vanavond.”

“Smerige badkamer?” grapt Lexie.

“Smerige ziel,” antwoordt Hannah. “Hij is een inspecteur.”

“Oh gadverdamme,” sniert Lexie. “Dat zie je er ook niet aan af, zo aan de buitenkant.”

“Ik denk dat we vanavond het beste een hotel op kunnen zoeken. Voor hetzelfde geld zijn er meer inspecteurs. Ik heb geen zin om het risico te nemen.”

“Nee, je hebt gelijk,” geeft Lexie toe, “al heb ik wel zin om hem alsnog wat in zijn oor te fluisteren. Zo‘n inspecteur verdient echt niet beter.”

“Kijk, dit is waarom ze altijd achter Sprekers aan zitten. Deze inspecteur heeft ons niets aangedaan. Ik denk dat we hem het beste zijn gang kunnen laten gaan.”

“Ik heb maar een minuutje nodig,” smeekt Lexie half.

“Ja en het Registratie Bureau heeft ook maar een minuutje nodig om je stembanden af te snijden. Het is me het risico niet waard. Wat als je een haar op zijn jas achterlaat? Wat als de camera’s je oppikken? Dan sta je wel mooi met naam en toenaam in het Register. Dan hebben ze ons zo gevonden.”

“Je hebt gelijk,” geeft Lexie toe. Ze werpt nog een boze blik op de jongen voordat ze Hannah de straat uit volgt.

 

3 november, 2018 – 11:01

T = + 12:14

Lexie wordt in etappes wakker. De zon is al uren op en gluurt door de gordijnen. Hannah kijkt toe hoe haar vriendin zich langzaam uit haar slaap worstelt. Haar huid heeft een gezonde gloed ten opzichte van het witte hotelkussen. “Hé,” zegt ze als ze doorheeft dat Hannah al rechtop in bed zit, “ben je al lang wakker?”

“Ik heb niet zoveel geslapen,” geeft Hannah toe.

“Nachtmerries? Of zit die inspecteur van gisteren je nog dwars? Wat heb je eigenlijk gezien, toen je naar hem keek?”

Hannah lacht wrang. “Niet veel goeds, in ieder geval. Het was zo écht. Alle paden klapten voor mijn neus dicht. Ze wisten wie we waren en volgden ons overal en uiteindelijk… nou ja, uiteindelijk zouden we ook niet weggekomen zijn. Ze stalen je stem en gooiden je de bak in. Je zou het niet lang overleefd hebben.”

“En jij?” vraagt Lexie. Haar gezicht is bleek.

“Dat heb ik niet gezien, maar het zal niet veel beter geëindigd zijn. Je kent mijn nachtmerries.”

“Denk je dat het geen nachtmerries maar visioenen zijn?” vraagt Lexie. Het is niet de eerste keer dat ze erover gespeculeerd hebben, maar het heeft altijd te vreselijk geleken om werkelijkheid te zijn. Hannah haalt een schouder op.

“Ik denk dat we er rekening mee moeten houden dat het werkelijkheid kan zijn. Als je had gezien wat ze met jou deden, dan is het logisch dat ze met Zieners niet veel beter omgaan. Ik denk dat we gisteren door het oog van de naald gekropen zijn.”

Lexie bijt op haar lip. “Wat wil je doen? We kunnen terug naar de commune, als je denkt dat we daar veilig zijn.”

“Ik denk dat we nergens echt veilig zijn, niet zolang het Registratie Bureau erop gebrand is om mensen zoals jij en ik te registreren en te misbruiken of vermoorden. En we gaan nooit echt veilig zijn zolang het Registratie Bureau bestaat. Ze hebben mijn moeders DNA, en dat van Paul. Eén misstap en ze hebben ons zo gevonden.”

“Dat klinkt angstig veel alsof je je bij het verzet aan wil sluiten,” zegt Lexie, “en je weet dat ik met je meega, als dat je keuze is. Wat we ook doen, we doen het samen. Maar weet je het zeker? Is dat een pad waar toekomst in zit? Is het iets wat je zelf wil? Ik wil je niet beïnvloeden.”

“Ik weet het niet,” fluistert Hannah, “maar ik ben bereid om het uit te zoeken. Als we niets doen dan komen we uiteindelijk per ongeluk op een pad terecht waar we tegen het Bureau aanlopen. Dan ga ik die confrontatie liever met ogen open aan en met alle hulp die we kunnen krijgen.”

“Lexie en Hannah, verzetsstrijders. Paul zal het fantastisch vinden,” lacht Lexie.

“Dat mag ik hopen, want we zullen zijn connecties nodig hebben.”

“Dus dan gaan we naar huis?”

“We gaan naar huis,” zegt Hannah met een weke glimlach, terwijl ze het beeld van bloed in Lexies blonde haren probeert te vergeten.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here