De hongerende diepten – Chantal Noordeloos

0
13

Chantal Noordeloos is een Nederlands schrijfster die voornamelijk in het Engels publiceert. Haar korte verhalen werden al in verschillende Engelstalige tijdschriften en anthologiëen uitgebracht. In 2013 kwam haar eerste roman uit: Coyote, een steampunk/Wild West-verhaal over en vrouwelijke bountyhunter. Haar echte liefde ligt echter bij de horror (niet voor niets is ze lid van de Horror Writers Association in Amerika). Haar horrorverhalen bracht ze uit in de bundel Deeply Twisted. Een tweede bundel met de naam Even Hell Has Standards is in de maak.

De hongerende diepten is een horrorverhaal in de traditie van de Cthulhu mythologie. Dit verhaal verscheen in september 2012 in het tijdschrift Wonderwaan.

 

De hongerende diepten
Chantal Noordeloos

 

De bus naar Cozumel was heet, de airco liet het vlak na vertrek afweten. De toeristen zwoeren volgende keer meer geld uit te geven aan een gerenommeerde touroperator. Lars Davidson zat met een bezweet gezicht voor zich uit te staren. Debbie, zijn vrouw, maakte zich zorgen om het bleke gezicht van haar man. Hij was sinds gisteren toen ze van het strand kwamen al zo stil terwijl hij normaal vrolijk was.

‘Voel je je wel goed?’ vroeg ze hem. Geen antwoord, hij keek haar met verwilderde ogen aan. Ze hoopte dat een dagje strand in Cozumel hem goed zou doen. Lars was gek op snorkelen.

Plots begon Lars keihard te gillen en Debbie viel haast van haar stoel. De andere toeristen keken hem geschrokken aan. Hij begon in Debbie’s tas te graaien waar hij haar appelmesje vond. Voor Debbie kon reageren rukte Lars zich los uit zijn veiligheidsgordel en stak hij het mes in haar schouder. Bij het zien van bloed brak chaos uit in de bus.

Het kostte de chauffeur veel moeite om zonder ongelukken aan de kant te komen. Debbie en twee andere passagiers waren ernstig gewond voor Lars tegen de grond werd gewerkt. Schuimbekkend kraamde hij allerlei onzin uit over de zee, hel en verdoemenis.

***

Magenta Moretti staarde lusteloos naar haar wasmachine. Er lag een hoopje zand voor. Na de scheiding was ze met haar drie kinderen naar Crotone verhuisd. Sinds ze aan zee woonde leek het zand niet uit haar huis te krijgen.

Niet alleen het zand maakte haar moedeloos, maar alles in Crotone. Ze miste haar oude leven en zelfs haar ex.  Sinds de verhuizing sliep ze slecht. Gisteren ging ze met de kinderen naar het strand in de hoop dat de zeelucht haar zou bedaren en tot rust brengen. Het zwemmen werkte averechts. Er was iets aan de zee wat haar dwars zat. Als ze ’s nachts in bed lag hoorde ze de golven nog en als ze haar ogen sloot waande ze dat een hartslag te horen. Een hartslag van iets vreselijks.

‘Mamma?’ Haar oudste dochter van zeven keek haar met grote bruine ogen aan. ‘We hebben honger’.

Zuchtend stond Magenta op en liep de keuken in. Uit de koelkast haalde ze een opgerolde krant. Toen ze hem opende keek ze verdwaasd naar de inhoud, een wirwar van octopus tentakels. Een duisternis trok over Magenta Moretti en als in een droom liet ze de krant vallen. De tentakels gleden alle kanten op over de witte tegels.

‘Kom,’ zei Magenta tegen haar kinderen met een stem die niet de hare was. Gehoorzaam volgden haar drie dochters haar en gezamenlijk liepen ze de flat uit en richting strand. De zee riep en Magenta gehoorzaamde.

Zes dagen later spoelden twee lijken aan op het strand. Magenta en haar jongste dochter. De andere twee werden dagen later gevonden, op een andere plek. De kranten stonden vol van de moeder die zichzelf en haar drie kinderen van het leven beroofde door samen met ze de kolkende zee in te lopen.

***

Schokkend nieuws uit de Costa del Sol. In de lobby van het hotel Melia Rosa heeft een Amerikaans gezin van vier het vuur geopend op het personeel en de andere gasten in de lobby. Met pijlen en bogen van de boogschietbaan brachten zij negen mensen om het leven, waarvan vier personeelsleden van het hotel. Nadat zij op het publiek in de lobby schoten, richtten zij de wapens op elkaar. De vader en de dochter zijn om het leven gekomen. Moeder verkeert in kritieke toestand, de verwondingen van de zoon zijn licht maar hij is toch opgenomen in het ziekenhuis. De motieven van deze brute aanval zijn vooralsnog onbekend, maar er wordt gesuggereerd dat de familie aan een geestesziekte lijdt.

***

De nacht was broeierig, het zweet liep langs de dansende lijven naar beneden. Luide house muziek blèrde over het strand en de DJ schreeuwde of iedereen het nog naar zijn zin had.

De voeten stampten op het rulle zand en de lichamen schokten op de maat van de muziek. Alcohol vloeide rijkelijk. Het leek alsof de muziek werd weerkaatst door de zee. De golven bewogen zich in een hypnotisch ritme en de dansende mensen voelden zich verbonden met het kolkende water.

De muziek werd harder gezet en de lichamen dansten sneller op de pompende tonen, harder en sneller alsof ze in trance waren. Een kenner zou gezegd kunnen hebben dat het dansen van de jeugd op het Frangokastello strand in Kreta erg leek op de rituele dansen uit de diepste jungles van donker Afrika.

Met rollende ogen en open mond dansten de jongeren op de maat van de muziek, zich niet bewust van hun daden. Op de achtergrond zong de zee mee met ritmische golven. Het duister maakte zich van hen meester. De jongeren stortten zich op elkaar, handen gebogen als klauwen. Kleren scheurden, bloed vloeide. Sommigen renden de zee in, roepend naar het fluisterende ritme dat hen lokte. Anderen stierven op het land, badend in bloed.

De lokale politie was geschokt over wat ze aantroffen. De mobiele eenheid werd opgeroepen om de agressieve overlevers in bedwang te houden.  Niemand wist wat er met de jongeren gebeurd was, maar men speculeerde dat een nieuwe drug de aanleiding was. De medisch forensisch onderzoekers waren een andere mening toegedaan, maar hadden geen verklaring.

***

De adrenaline stroomde door de aderen van Mandy de Wit terwijl ze zich in de kleine eenpersoons-onderzeeër perste. De Nautilus was een geavanceerdere versie van James Cameron’s deep sea challenger. Hij was vernoemd naar haar favoriete boek, 20.000 mijlen onder de zee. Net als Verne droomde Mandy al jaren van de diepten van de oceanen. Nu was het haar beurt om het diepste deel van de wereld te verkennen.

Nabij de kust van Papoea Nieuw Guinea lag de Vitjazdiepte, in de Marianentrog, op een diepte van elf kilometer. Slecht drie mensen, Cameron, Walsh en Piccard waren haar voorgegaan in meer dan vijftig jaar. Nu was het haar beurt. Zij zou langer onder blijven dan wie dan ook. Zeven uren kreeg ze om de bodem te onderzoeken in de hoop dat ze nieuw leven zou vinden. 

De onderzeeër was krampachtig klein, maar de Wit was het gewend. Voor ze in de  Marianentrog afdaalde had ze al een aantal proeftesten gedraaid en behoorlijke dieptes weten te behalen. De daling die iets meer dan tweeënhalf uur duurde, voelde als het wegzinken in een nieuwe wereld. De duisternis werd hier en daar onderbroken door het voorbij zwemmen van bleke vissen en dansende kwallen. Het licht van de Nautilus bracht het diepzee-ballet in de duisternis tot leven. Terwijl de onderzeeër dieper en dieper zich een weg door het donkere, kille water baande, was er steeds minder leven te zien. De tijden waarin ze alleen maar zicht had op een lichtstraal in de bedompte duisternis leken eeuwen te duren.

‘Hoe lang zou iemand hier moeten zitten voor ze gek werd?’ vroeg de Wit zich af. Eventjes stelde ze zich voor dat ze een reis door de ruimte aan het maken was, een reis door de oneindigheid. De onderzeeër trilde door de stijgende druk. Het raam waardoor Mandy naar buiten keek werd iets naar binnengedrukt. Ze was er op voorbereid maar moest toch even slikken.

‘Haring in een tonnetje,’ fluisterde een stem in haar hoofd. Het kraken van het schip dat de druk probeerde te weerstaan galmde door de stilte. Er was niets dan duisternis en geluid. De duisternis maakte plaats voor helder wit zand, bijna maanblauw in het schijnsel van de lampen.

‘Verlaten,’ fluisterde haar innerlijke stem weer, ‘afgezonderd’, maar ze schudde het snel van zich af. Ze was dieper afgedaald dan de Mount Everest hoog was, maar boven, elf kilometer boven de kleine onderzeeër, wachtte het Fillipijnse schip Dolphin op haar. Mensen van vlees en bloed. Ze was niet alleen… nou ja niet helemaal alleen. Het zand glom in haar licht en weer waande ze zich even in de ruimte.

‘A small step for man,’ mompelde ze terwijl haar vingers met de knopjes van de camera speelde. ‘Dit is Mandy de Wit. Het is nu 12:02 lokale tijd en ik ben zojuist aangekomen op de bodem van de Vitjazdiepte,’ sprak ze met duidelijke stem. Terwijl haar ogen de verlaten zeebodem afstruinden, sprak ze tot de camera. Een tweede camera was naar buiten gericht en nam op wat de Wit observeerde.

***

Twee uur vroeger dan gepland kwam Nautilus weer boven. Een raaskallende Mandy de Wit werd met moeite uit de onderzeeër gehesen. Tot hun schrik zagen de omstanders en collega’s van Mandy dat ze met haar nagels haar eigen gezicht openhaalde. Ze vocht als een wild dier met haar reddingswerkers en moest uiteindelijk met een injectie gekalmeerd worden. Later bleek ze het puntje van haar tong te hebben afgebeten.

***

Voor de zevende keer luisterde Mark Davids naar de opnamen die tijdens de reis van de Nautilus waren gemaakt. Naast hem zat dokter Hashbach, een gerenommeerd psychiater.

Wat er precies met Mandy was gebeurd, was niemand helemaal duidelijk. De filmbeelden waren onduidelijk en lieten niet goed zien wat Mandy probeerde te zeggen. De eerste vier uur op de bodem van de Vitjazdiepte waren gewone beeldopnamen van de wetenschapster die zich bezig hield met het verzamelen van verschillende monsters. De verrukking was duidelijk in haar stem te horen toen ze een aantal dieren opmerkte waarvan de Wit vermoedde dat het onbekend nieuw leven was. Na het vierde uur veranderde alles. Het kleine voertuig zweefde langzaam boven de zeebodem en daar stuitte de Wit op iets dat op de camera overkwam als een donkere schaduw of misschien een steen. De Wit was duidelijk geïntrigeerd door het object en bracht de Nautilus dichterbij.

‘Dit is waanzinnig’, hoorde Davids haar zeggen in een ademloze toon. ‘Het lijkt wel de klauw van een wezen…. Een enorme klauw, ik kan het eind niet zien.’ Waar de Wit uit opmaakte dat het een klauw was, snapte Davids niet helemaal.

De Wit begon te raaskallen. ‘Het is hier, ik voel het. Ik kan de aanwezigheid voelen… het probeert mijn schedel fijn te drukken en mijn hersenen te vermorzelen. Oh God, het lijkt wel of mijn ogen uit mijn kop worden gerukt. Au, au, au, mamma ze doen me pijn. Ik voel het, ik voel het, ik voel het. Die druk… Stop alsjeblieft, alstublieft, oh stop, oh God… dit is de hel. Wat is dit? Oh, mamma, help me dan toch!” Even leek een verwarde de Wit zich tegen het glas te willen aangooien maar ze verloor haar bewustzijn.

Na een kwartier kwam ze weer bij zinnen en schakelde ze noodstijging in. De gekte sloeg weer toe en de camera moest het ontgelden. Enkele uren later werd ze met spoed naar een ziekenhuis gebracht. Na het incident in de Nautilus wist niemand een zinnig woord uit haar te krijgen.

En nu, zeven weken later stonden de artsen en haar collega Davids nog steeds voor een raadsel. De videobeelden leverden geen informatie en de psychiaters hadden geen verklaring waarom de Wit in zo korte tijd mentaal kon instorten. Davids kende Mandy al vanaf de jaren negentig en hij kon zich geen stabieler persoon voorstellen. Nooit zou hij gedacht hebben dat juist haar zoiets zou overkomen.

***

Haar blonde haar hing in klitten op haar schouders. Om haar bovenlichaam droeg ze een dwangbuis. Ze deed zichzelf makkelijk iets aan. Met een pen haar eigen nek doorboren bijvoorbeld. Wat er ook met Mandy de Wit gebeurd was in de Vitjazdiepte, haar wil om te leven was verdwenen.

’s Nachts gilde ze dat hij zou komen, dat niemand veilig was. Met medicijnen werd ze rustig gehouden. Haar familie keek met lede ogen toe hoe de eens briljante wetenschapster apatisch en met wilde, verwarde ogen in de verte staarde.

***

Hij ontwaakte, langzaam. Mandy voelde het tot in het diepste van haar ziel. De stem in haar hoofd, anders zo vertrouwd, klonk anders na haar tocht met de Nautilus.

‘Weldra,’ fluisterde de stem. ‘Zee over land, de mensen naar beneden gesleurd. Hij komt, de oudste en brengt de zee met zich mee.’ Als Mandy haar ogen dichtdeed zag ze de doden drijven. Sommigen heel als opgeblazen vleeszakken met een blauwgrijze huid en uitpuilende ogen… anderen in stukken gescheurd door de monsters van de zee. Monsters zoals de mensheid ze niet kende, zoals de mensheid niet eens durfde te dromen.

Slapen deed ze niet meer, niet echt en in het donker werd ze hysterisch. De duisternis overheerste in haar hoofd. De artsen wisten haar in een lichte slaaproes te brengen, maar echt slapen was het niet. Liever wilde ze sterven. Ze wist wat er kwam, wist wat haar geliefden zou overkomen… haarzelf.

Soms voelde ze de monsters al. Voelde ze klauwen over haar huid schrapen, tentakels langs haar organen likken… soms… Oh, lieten ze haar maar sterven. Een vredige dood, haar ziel in veiligheid, niet blootgelegd voor… wat was het in hemelsnaam? God, Duivel? Wat het ook was, het zou haar voor altijd in de greep houden. In zijn hel. Mandy vocht om vrij te zijn. Ze gilde en smeekte, maar niemand wilde luisteren, niemand hoorde haar. Terwijl ze wist dat het zou komen… weldra…

 

***

In het duister van de door mens gemaakte pier, keek de zwerm naar de mensen die in het water spartelden. Grijs-blauwe lichamen gekleed in fel gekleurde stoffen verstoorden de natuurlijke beweging van het water. Ongecontroleerde voeten stoven het zand op en schopten tegen het koraal zodat er kleine stukjes afbraken. De kleinere vissen, naïef genoeg om het mens-wezen niet als bedreiging te zien, haastten zich naar het dansende zand in de hoop daar een hapje uit te kunnen scharrelen. De zwerm keek alleen maar toe en wachtte.

‘Buitenstaanders,’ dachten zij als één terwijl ze als gehypnotiseerd keken naar de mensen die zich in hun territorium bevonden. ‘Vijand.’

Hun gedachten dwaalden terug naar de duisternis van de tijd die ooit was. Een tijd waarin de oceaan regeerde en er niets te vrezen was dan grotere vissen. Een tijd dat de zwerm zich tegoed deed aan de restjes van wat de oceaan had verzwolgen.

Niets smaakte beter dan de wezens van het land. Sappig, vettig, taai, de zwerm kon zich de smaak goed heugen. Het waren herinneringen die al jaren van generatie op generatie overgingen zodat de zwermgeest in leven bleef. Het kon herinnerde zich hoe de aarde beefde en de oceaan sidderde als aankondiging van een nieuwe tijd. Een tijd van chaos.

Wat in het diepste van de oceaan sliep ging van een diepe slaap over in een lichte sluimer. Het wakende bewustzijn schokte de oceaan en het land dat er aan grensde. Vanuit de donkerste kraters van de diepste zeeën kropen wangedrochten langzaam omhoog. Ze verslonden alles in hun weg.

De verwoesting was zo immens dat het de eens frivole zwerm angst leerde. Miljoenen vissen stierven in vlijmscherpe klauwen en scheurende tentakels. Vluchten kon de zwerm voor deze verschrikkelijke vijand, enkel vluchten. Slechts een kleine groep van de zwerm overleefde die tijd van duisternis.

Het wezen in de diepte van de oceaan werd nooit volledig wakker, maar verzonk weer in een diepe slaap waardoor de rust weerkeerde op de wereld. De rust was helaas van korte duur. Millennia later verscheen een nieuwe vijand. Deze was minder verschrikkelijk en minder destructief, maar het bleef een vijand, genaamd mens. Boten, netten, olie en vuilnis lieten hun littekens achter op het leven in de oceaan.

De zwerm vreesde de mens, maar nooit zo erg als het wezen dat sliep in de diepte. De zwerm voelde een trilling door het water glijden en wist nu zeker: Het was terug. Ze voelden de druk van zijn aanwezigheid. Een langzaam ontwaken, dit keer zou het zich niet alleen maar verroeren. Alleen die gedachte deed de zwerm bibberen van angst.

Met een zweem van medelijden keken ze naar hun menselijke vijand. De Oceaan zou het land opslokken en de laatste van de mensheid naar beneden sleuren. Na de verwoesting zou de de zwerm zich tegoed doen aan het vlees van opgezwollen lijken verspreid door de oceanen. Een waar feest voor wie sterk genoeg waren het duister te doorstaan. Na chaos kwam vrede en keerde de zwerm terug naar zaligmakende rust in een oceaan waar de enige vijanden andere, grotere vissen waren.

***

Het duister dreigde. De mensheid was zich van geen kwaad bewust. In de diepte wachtten de soldaten op het signaal, op het ontwaken van de grootste, de fluisterende duisternis.

Een enkele kleine octopus, onbenullig in de ogen van de mensheid, waagde zich naar voren om zich tegen de benen van zijn toekomstige prooi aan te wrijven. Weldra…

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here