Interview met Kelly van der Laan

0
22

 Kelly van der Laan schrijft wanneer de inspiratie toeslaat en maakt zich daarbij niet zo druk om genres. Fantasy, SF, drama, horror, wie maakt zich eigenlijk druk om hokjes? Voor haar gaat om de verhalen, de personages, de plot twists en de gevoelens, het gevoel van buiten adem zijn wanneer je vol spanning de pagina omslaat (of op de ‘volgende’ knop van je e-reader drukt). Haar debuut Stof en Schitteringen werd met lof ontvangen, en met het korte verhaal Roze water wonze in 2013 de Fantastels Verhalenwedstrijd. Door het overlijden van uitgever Jos Weijmer van Zilverspoor werd het tweede deel van de Lentagon serie even uitgesteld, maar aankomend CastleFest wordt het dan toch gepresenteerd. Een mooi moment om Kelly te ondervragen over haar ervaringen met het schrijven van haar boeken.

kelly1

Eerst willen we even wat meer te weten komen over Kelly van der Laan. Wanneer kwam jij in aanraking met fantasy? Wat voor boeken en/of schrijvers inspireerden jou om ook fantasy te schrijven?

talismanHet duurde voor mij een tijdje om me te realiseren dat er zoiets wás als genres. Als kind las ik alles wat los en vast zat – van Thea Beckman tot de Kameleon tot stuiverromannetjes. Ik weet nog heel erg goed dat ik een jaar of tien was en dat mijn ouders ‘De Talisman‘ van Stephen King en Peter Straub op tafel hadden liggen. Ik dacht heel lang dat ik geen boeken voor volwassenen mocht lezen omdat ik nog een kind was, maar toen ik de achterkant las en zag dat de hoofdpersoon Jack van mijn leeftijd was, besloot ik toch te gaan lezen. Die zomer heb ik het oeuvre van Stephen King zo ongeveer verslonden, en daarna Dean Koontz.

Ik las dus eigenlijk vooral veel supernatural thrillers en horror. Dat was ook wat ik begon te schrijven toen ik een jaar of dertien was. Superslecht als je dat nu terug leest, maar iedereen moedigde me aan om het te blijven doen. Op mijn veertiende, vijftiende gaf mijn toenmalige vriendje (nu man) me de Belgarion serie van David Eddings en de Ender serie van Orson Scott Card – en ik denk dat dat een beetje mijn officiële gateway was in de SF en Fantasy, als je de Donkere Toren serie van Stephen King niet meetelt.

Maar zelfs nu schrijf ik niet alleen fantasy; ik heb ook SF, thrillers en dystopische verhalen geschreven. Het hangt er een beetje vanaf hoe mijn pet staat. Sowieso vind ik het moeilijk om me aan gedefinieerde genres te houden; “Stof en Schitteringen” staat als een Thriller te boek, en de NUR code van “Bloed en Scherven” is Science Fiction. Ik vind het wel grappig.

Ik las dat je tijdens het schrijven je enkele plotpunten en gebeurtenissen in je hoofd hebt en daarna aan het schrijven gaat, waardoor je nogal eens andere paden kiest tijdens het schrijven. Hoe gaat dat in zijn werk?

nanowrimoMet heel veel frustratie, haha! Ik heb mezelf leren wordcount produceren dankzij Nanowrimo (de National Novel Writing Month – http://www.nanowrimo.org) en de insteek daarvan is dat je gewoon moet schrijven, en dat het redigeren later wel komt. Het voordeel is dat je jezelf heel erg pusht om te produceren en voorbij gaten in het plot heen perst, gewoon vooruit knalt en dingen op papier gooit. Dan achteraf ga je kijken wat er wel werkt, wat er niet werkt, en wat er beter moet. Er komen verrassend vaak momenten en plotpunten uit die ruwe diamantjes zijn en jezelf ook positief verbazen. Maar het nadeel hiervan is dat dingen als motivaties en logistiek soms wel vier/vijf keer aangepast en geschreven moeten worden. Ik schrijf een gemiddeld boek dus ongeveer een keer of vijf, merk ik. Ik heb geen idee of dat daadwerkelijk ook efficiënt is en ik zit regelmatig met mijn handen in het haar (zoals nu ook met het schrijven van het derde Lentagon boek…) maar uiteindelijk komt er dan wel een resultaat uit waar ik tevreden mee ben.

In de Lentagon boeken is de mix van magie en technologie erg belangrijk, waarbij er wordt getracht wordt duidelijke grenzen en achtergronden bij de Talenten te geven. Is dit bewust gedaan?

9789490767570Uiteraard. In principe is het Talent eigenlijk een gewone eigenschap die jij en ik ook bezitten, iedereen kan bepaalde dingen in meer of mindere mate. Zoals goed zijn in wiskunde, of goed kunnen ruiken. Nu ben ik anosmisch en kan ik helemaal niet ruiken, dus alles wat mensen met geur doen, is voor mij iets als magie bezitten. Met die insteek heb ik ook het Talent in de Lentagon serie benaderd. Dat talent drijft eigenlijk alles aan, in deze wereld. Hun technologie is compleet afhankelijk geworden van wat mensen met hun talent kunnen doen. Als je wil douchen, dan moet je of met je talent je eigen water verwarmen, of je legt een hoop geld neer voor technologie die dat voor je regelt. Je merkt er in deze boeken vrij weinig van omdat de huidige cast ofwel supergetalenteerd is (in het geval van de Lentans en Valeria) of steenrijk (Joy). Er is wel een heel pijnlijk moment in boek 2 dat uitlegt wat het verlies van je Talent (als je geboeid wordt) met je doet als je zo gewend bent om op je Talent te leunen. Je kan letterlijk de magnetron niet meer aanzetten.

Maar een supertalent zijn komt dus ook met zijn nadelen. Hoewel de kans op een goeie baan (meestal ingenieur of het leger) heel erg groot is, willen mensen je ook gebruiken voor hun eigen doeleinden. Je wordt al heel snel tegen je wil in een speelbal. En als je je dan gaat verzetten en je bewapenen, word je opeens een terrorist – terwijl eigenlijk alles wat je zou willen is dat ze je gewoon met rust laten om je leven te leiden. Seamon begon met daadwerkelijke ambities, maar inmiddels is hij zich alleen maar aan het verzetten en wil hij vrij zijn. Dat wordt helaas steeds moeilijker…

Het tweede deel van de Lentagon serie liet wat langer op zich wachten, door het ontzettende trieste nieuws dat uitgever Jos Weijmer was overleden. Hoe is het gevoel nu toch deel 2 vast te houden. En wat voor rol heeft Jos gespeeld in het maken van de Lentagon boeken?

Jos’ dood was een ongelofelijke schok. Het meeste van mijn contacten met Uitgeverij Zilverbron gingen via Cocky van Dijk, die al eens eerder een kort verhaal van me geredigeerd had voordat het gepubliceerd werd bij Pure Fantasy. Zij was ook degene die me het contract aanbood. Maar Jos is verantwoordelijk geweest voor mijn prachtige kaften (ook “Bloed en Scherven” gelukkig nog) en natuurlijk alle logistiek en contracten binnen de uitgeverij. Ik kende hem als een super warme en bevlogen man, die zich kapot werkte voor zijn uitgeverij en zich zo hard maakte voor zijn doel: auteurs als ik een kans geven op de Nederlandse boekenmarkt. Zijn initiatief met Zilverspoor en Zilverbron heeft mij mijn kans gegeven. Zonder zijn uitgeverij denk ik dat het misschien nog wel heel lang geduurd zou hebben voordat ik ooit gepubliceerd zou worden.

Toen “Stof en Schitteringen” eindelijk een contract kreeg, was ik eigenlijk van plan om mijn Lentagon serie aan de wilgen te hangen – ik merkte dat omdat ik niet goed genoeg in het fantasy genre paste, dat ik niet geaccepteerd werd bij uitgeverijen. Als mensen aan fantasy denken, dan willen ze bij hun magie toch echt draken en geen smartphones en auto’s. Ik was van plan een oud thriller/drama verhaal te herschrijven dat zich afspeelde in Den Haag, over spanningen in een vriendengroep. Nu heb ik die nog steeds liggen hoor, maar voorlopig ben ik met alle liefde bezig met de Lentagon. En aangezien dit een van mijn lievelingswerelden is om in te spelen en te schrijven, heb ik zo veel aan Jos te danken wat dat betreft.

Ik zou willen dat hij zou kunnen zien hoe hard iedereen bij Team Zilver de afgelopen maanden gewerkt heeft om zijn droom voort te zetten.

Je gaat Bloed en Scherven presenteren op CastleFest aankomend weekend, vind je dat spannend? Wat vind je het leukste aan zo in contact te komen met je lezers?

97890767570Jaaaa! Bij “Bloed” is het misschien nog wel spannender dan de presentatie van “Stof en Schitteringen”, want “Stof” vond ik leuk om te schrijven, maar “Bloed” is het verhaal dat ik altijd al wilde vertellen. Deel twee van de serie gaat flink de duisternis in en is een stuk rauwer. Ik ben best met mijn hart en mijn ziel in dit verhaal gaan zitten, dus ik hoop heel erg dat mensen het waarderen… of dat het hen in ieder geval iets dóét.

Het is tot dusver fantastisch geweest als mensen naar me toe kwamen en zeiden: “Ik heb je boek gelezen, het was gaaf, wanneer komt deel twee?” Dat gevoel is echt ongekend. Of mensen die me vroegen of we meer van Sirka zouden gaan zien in deel 2, omdat ze haar zo sympathiek vonden (mensen, het antwoord is “Ja!” – het boek is een 50/50 gedeeld perspectief tussen Joy en Sirka). En de verschillende meningen over verschillende plotpunten. Fantastisch! Ik zit met deze hele wereld in mijn hoofd – al sinds 2006, dus dat ik daar nu hardop in kan delen… dat is geweldig.

Ik las dat de geplande tweeluik nu een trilogie wordt. Wat heeft daarvoor gezorgd?

Mja. Het was niet de bedoeling, laten we het zo zeggen. Ik wist al jaren dat de serie twee boeken zou worden – het is in principe namelijk één verhaal dat netjes in tweeën gebroken is: een deel in Parsia, en een deel in Jediah, zes maanden later. Een paar jaar geleden had ik ook inspiratie voor een prequel, die zich zeventig jaar eerder speelt en zich bezig houdt met de uitbraak van de eerste oorlog tussen de twee landen (en de ontmoeting van opa en oma Lentan in zich heeft). En tot november vorig jaar was een deel drie alleen nog maar een opmerking van mijn man, die zei dat hij het jammer vond dat ik nooit meer met de Jonge Radicalen in Parsia had gedaan, en wat vage ideeën. En toen was ik een paar maanden geleden op weg naar huis van een klantbezoek in Malta, in de trein van Brussel airport naar Den Haag, en ik was verveeld want mijn telefoon was leeg, en toen ben ik voor de grap gaan uitschetsen wat er nodig zou zijn voor een deel drie. En toen kwam er echt een flits van een beeld, en een concept… je zou mijn notitiebloek moeten zien, allemaal omcirkelingen en pijlen en uitroeptekens – en toen wist ik dat er meer moest komen, dat het niet klaar is. Ik voel me een beetje als een hypocriet, want zelf heb ik een enorme hekel aan schrijvers die zeggen dat er maar X aantal boeken komen, en dan komen er steeds meer. Mijn excuses dat ik er nu ook zo eentje ben. Ik snap nu wel beter hoe dat zomaar kan gebeuren!

Je won met het korte verhaal Roze Water Fantastels 2013. Ook heb je korte verhalen geschreven die zich afspelen voor boek 1 en tussen boek 1 en 2. Wat is het mooie aan een kort verhaal in vergelijking met een boek?

Het is een heel ander medium, hè? Ik schrijf verhalen van alle lengtes – variërend van 1500 woorden tot 20.000 tot de volledige romans van 80.000. Sommige verhalen roepen om een bepaalde lengte en dan is het klaar. Soms wil je alleen een moreel dillemma stellen (zoals in ‘Roze Water‘), of een stukje personageontwikkeling (zoals in mijn Fantastels verhaal van dit jaar, ‘Zij die weggingen’) dat op zichzelf staat. Dan heb je niet meer nodig dan een bepaalde lengte. Maar je hebt wel veel minder tijd om het verhaal te vertellen, en dat is wel weer een uitdaging. Geef je genoeg om het personage na 8000 woorden? Leef je mee met het conflict? Je hebt een stuk minder tijd om je doel te bereiken, dus je moet extra economisch zijn. Ik vind het wel een leuke uitdaging.

Na het winnen van Fantastels en de 10e plek de komende keer jurylid. Wat voor tips zou jij schrijvers die er aan denken mee te gaan doen mee willen geven?

Ik ben heel vereerd om jurylid te mogen zijn dit jaar en heb er heel veel zin in! Het voelt een beetje aanmatigend om te zeggen wat mensen moeten doen in hun verhaal, want ik heb zelf nog niet het gevoel (nog stééds niet) dat ik weet waar ik over praat in hoe je dingen aan moet pakken. Maar als lezer heb ik wel een mening: ik vind het fijn als je me weet te verwonderen, of als ik kippenvel krijg van wat ik lees, of dat ik echt even van de rel ben van een verhaal en het weer moeilijk vind om me op de echte wereld te concentreren. Bij een goed verhaal heb je als je het einde bereikt soms echt het gevoel alsof je uit een droom ontwaakt. Ik heb bij een paar korte verhalen uit de bundel van George R. R. Martin (“A Song For Lya”) letterlijk tranen moeten wegvegen. Maak wat bij me los! Emoties of verwondering… of béwondering. Als je dat met me kan doen, dan ben je wat mij betreft een winnaar.

Er waren plannen om de Lentagon reeks te vertalen naar het Engels, gaat dat nog gebeuren?

“Stof en Schitteringen” heb ik oorspronkelijk in de allereerste versie in het Engels geschreven, en ik heb een vrij groot netwerk in het buitenland, dus de droom is er zeker. Op het moment wil ik me eerst richten op de trilogie afschrijven, en dan ga ik daar voor zitten. Dus ik hoop het wel! De wil is er. Wat de mogelijkheden en het tijdschema betreft, is het nog even kijken.

Heb je al verhalen in je hoofd voor het moment dat je ook deel 3 van de Lentagon serie hebt afgerond?

Yep. Wellicht als collaboraties met schrijfvrienden, maar ik heb ook nog een wat meer high fantasy idee in de koelkast liggen wat volgens mij ook heel gaaf zou worden. Maargoed, dat is nog toekomstmuziek hoor… eerst maar even de Lentagon af!

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here