Leviathanjager – Mike Jansen

0
249

Mike heeft Flash Fiction, korte verhalen en langer werk gepubliceerd in verschillende verhalenbundels en bladen in Nederland, waaronder Cerberus, Wonderwaan, Ator Mondis en de Babel-SF en Verschijnsel verzamelbundels zoals Ragnarok en Zwarte Zielen. Daarnaast heeft hij in verschillende King Kong Award en Millenniumprijs jury’s gezeten en bestiert hij samen met Roelof Goudriaan Uitgeverij Verschijnsel.

In 1991 won hij de Rob Vooren prijs voor beste nieuwe auteur en in 1992 de King Kong Award voor beste korte verhaal, samen met Paul Harland. Na een schrijfhiaat van zo’n tien jaar schreef Mike eind 2011 zijn debuutroman, De Falende God, het eerste deel van een breed opgezette dark fantasy reeks. Het tweede deel ‘In Schaduwen van Weleer’ is inmiddels ook verschenen. In 2012 won hij Fantastels met De Koperen Oase. Met Leviathanjager kwam hij in de bundel van FantasyStrijd Brugge 2014.

Hij schrijft tegenwoordig regelmatig in het Engels en heeft al zo’n 50 verhalen in de US en UK gepubliceerd.

 

Leviathanjager
Mike Jansen

 

Laat ons de Leviathans vieren, die wonderschone dieren, met hun staarten als kometen en het sterrenstof dat ze eten.

— Interplanetair Zoölogisch Manifesto, 2651AD

 

Het object verscheen uit het niets op de langeafstandsradar. Op dat moment was het ding aan de rand van het zonnestelsel, al ruim voorbij de Oortwolk. De gruwelijke deceleratie die het onderging, veroorzaakte zwaartekrachtfluctuaties die alarmen lieten afgaan in alle habitatieplatformen. In sommige hydrophonicastations barstten plastaanruiten.

Het indringende geluid van de noodsirene wekte Derc Agremain en zoals het een goed soldaat betaamt, stond hij binnen een kwart minuut paraat in zijn drukpak met zijn helm op en zijn levensdover mark 3 in de aanslag. Pas toen hij er zeker van was dat er geen acute decompressie had plaatsgevonden, sprak hij een statuscommando uit dat de boordcomputer kon opvangen.

Het antwoord kon niet vreemder zijn: “Onbekende entiteit, snelheid meetbaar onder een half c en snel vertragend, massa twee komma vier Luna, uit het niets verschenen voorbij Pluto orbit, dreigingklasse omega.”

Een kil gevoel beklemde Dercs borst. In die ene zin meldde de computer vijf zaken die hij individueel al bijna voor onmogelijk hield, laat staan dat ze tegelijk optraden. ”Wie zijn er in de buurt?”

“Alleen wij,” klonk de emotieloze stem.

“Zijn er al instructies?” vroeg hij.

“De informatie is nog niet bij het hoofdkwartier. Onze baan rond Neptunus ligt vrijwel direct in het pad van het object.”

“Dus we staan er alleen voor,” concludeerde Derc.

“Conform protocol heb je de leiding, Derc Agremain.”

Derc zette af in de richting van de brug en snoerde zich in de commandostoel in. De overige vijf stoelen waren leeg. Bezuinigingen troffen ook de vloot. De economie in de eerste helft van de tweeëntwintigste eeuw was niet florissant.

“Kunnen we een beeld krijgen van het object?”

Het scherm voor hem flitste aan en toonde een schaduwmassa op een veld van kleine vlekjes die de boordsystemen identificeerden als de wat grotere asteroïden en protokometen van de Oortwolk. Terwijl hij toekeek werd de omtrek ingekleurd en werd een groot aantal foto’s achter elkaar geplaatst zodat een animatie ontstond. Het geheel zag eruit als een nachtmerrie van kilometerslange, krioelende schaduwtentakels rond een immens donker gat.

“Dat ding leeft?”

“Het lijkt te voldoen aan criteria voor levensvormen,” bevestigde de boordcomputer.

“Hoe staan onze wapensystemen ervoor?” In zijn hoofd ging Derc het arsenaal af waarmee de sentinelschepen waren uitgerust. “Massa ruim twee Luna toch?”

“Correct.”

Inwendig vloekte Derc. Het enige wapen dat hij op die schaal kon inzetten was een nanoprojectiel waarvan hij wist dat die het doelwit reduceerde tot een aantal basiselementen zoals waterstof, koolstof en zuurstof. Perfect om dreigende asteroïden of kometen te vernietigen, of zelfs piraten die zich niet aan de conventies hielden. Maar daarmee een onbekende levensvorm aanvallen, dat viel ver buiten de gebruikelijke toepassing.

“Begin in ieder geval maar te versnellen. Ik wil dat ding van dichtbij zien voordat ik beslis over leven of dood,” zei Derc.

De lichte druk die hem in zijn stoel hield, nam snel toe tot een loden gewicht op zijn borst. Het sentinelschip kon vele malen sneller accelereren, maar bij aanwezigheid van menselijk personeel werden strikte parameters aangehouden. Dood personeel was, zo mogelijk, nog kostbaarder dan levend personeel.

Enkele uren later dook het schip uit zijn ruime, ellipsvormige baan en arriveerde schuin achter en boven de entiteit. Van dichtbij was het een indrukwekkende verzameling van organische elementen, donkere kleuren, vloeiende lijnen. De achterzijde van de entiteit was open en was duidelijk anders dan de rest van het object. Er braken regelmatig stukken en stukjes af en af en toe spoten stralen vloeistof de ruimte in.

“Het is een levensvorm,” zei Derc. “De eerste die we ooit zijn tegengekomen.” Hij floot zachtjes. “Wat een Leviathan.”

“Alle tekenen wijzen inderdaad op een levensvorm.”

“Jammer dat hij te groot is om door te laten,” zei Derc. “Hij zou de Aarde zelf kunnen bedreigen.” Ze bleven in het kielzog van het wezen en Derc nam één van de moeilijkste beslissingen uit zijn carrière. “Prepareer het nanoprojectiel voor inzet.”

Terwijl hij keek zag hij een vurige streep uit de duisternis achter het wezen komen die door pantser, vlees en organen sneed en grote brokken wegsloeg.

“Identificeer,” zei Derc.

“Een onbekend schip,” meldde de boordcomputer. “Identificatie niet mogelijk.”

“Kan ik aannemen dat de Leviathan op de vlucht is voor dat schip?” vroeg Derc.

“De waarschijnlijkheid is hoog.”

Derc boog zich voorover naar het scherm. “Dit verandert alles. Dit is een andere beschaving. Eén die op Leviathan jaagt. Of op Leviathans, als er meer zijn.” Hij wreef met zijn vingers over zijn slapen. Zijn hersenen werkten op volle snelheid en een reeks aan scenario’s ging aan zijn geestesoog voorbij. Zijn ogen knipperden onwillekeurig en zweetdruppeltjes verschenen op zijn voorhoofd. Uiteindelijk vroeg hij de boordcomputer: “Zijn er vergelijkbare situaties uit de menselijke geschiedenis? Walvisjagers of zo?”

“Dat is afhankelijk van de mate waarin je een vergelijking wil maken. Niets dat hier gebeurt, is exact hetzelfde als ooit op Aarde is gebeurd.”

“Duidelijk.” Hij dacht na en probeerde een andere formulering te bedenken. “Is er ooit een dier geweest waarvan het uitsterven of grotendeels verdwijnen ook een menselijke populatie heeft aangetast?”

“Er zijn meerdere voorbeelden. De duidelijkste is het verdwijnen van de Amerikaanse bizon van de vlakten van Noord Amerika.”

“Wie was uiteindelijk de grote winnaar?” vroeg Derc.

“De kolonisten.”

“Ten koste van de inheemse bevolking, nietwaar?” Derc zuchtte. Hij zag nogmaals vurige strepen op de Leviathan inslaan. “Zijn dat kolonisten?”

“In de vergelijking zoals net besproken, ja.”

“Wat moet ik nu? Waarom moet ik deze beslissing nemen?”

“Omdat je de enige en dichtstbijzijnde vertegenwoordiger van je ras bent, in een moeilijke situatie,” zei de boordcomputer. “En nu kun je nog actie ondernemen. Zonwaarts voorbij de baan van Jupiter is de ruimte bezaaid met habitatie- en hydrophonicaplatformen. De Leviathan kan daar miljarden slachtoffers veroorzaken.”

“De beste keus is ze allebei vernietigen,” zei Derc. “Maar ik heb maar één nanoprojectiel. Verdomde politici met hun nutteloze bezuinigingen.”

“Dan zul je een keus moeten maken, Derc Agremain.”

Derc knikte langzaam. “De stralen die dat andere schip afvuurt, hoe verhouden zich die qua sterkte met het arsenaal van dit sentinelschip?”

“Mijn inschatting is dat ze enkele factoren zwaarder bewapend zijn dan wij.”

“En ze komen ergens vandaan, dus ze zijn door de interstellaire ruimte geweest.” Derc pijnigde zijn hersenen. “Kolonisten. Zelfs als ze het goed bedoelen kunnen ze ons per ongeluk vernietigen.”

“Ze kunnen ons ook dankbaar zijn voor het vernietigen van de Leviathan.”

“Die kans acht ik klein,” zei Derc. “Ze hebben ons niet nodig en ze zijn geavanceerder dan wij. Met wat geluk mogen we de Aarde als reservaat houden. Maar het is en blijft een gok. Geef me de lanceerknop.”

“Je vertrouwt op dat menselijke instinct dat jullie intuïtie noemen?” zei de boordcomputer terwijl het richtsysteem op het scherm verscheen en het licht in het sentinelschip een rode tint kreeg als waarschuwing.

Derc knikte en tikte enkele instructies op het scherm. “Het is gedaan. De geschiedenis zal uitwijzen of ik de juiste keus heb gemaakt. Als er nog zoiets als een geschiedenis bestaat.”

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here