Heksenkind – Iris Compiet & Martijn Adelmund

0
78

Omslag Heksenkind

Heksenwaan en Heksenkind zijn een bijzonder duo. Waar de gemiddelde fantasy-auteur zijn hand niet omdraait voor bijna vierkante boeken van meer dan zevenhonderd pagina’s, telt dit tweeluik nog geen honderdtachtig pagina’s per deel – en dat is zelfs nog inclusief de illustraties achterin. Lukt het Martijn Adelmund en Iris Compiet hiermee toch om het verhaal over Nikkie Zeevensloten mooi af te ronden?

‘Bloed – vlees – dood…’
Aan het begin van Heksenkind zeilt Nikkie nog steeds samen met Balthus door de lucht in hun gestolen luchtschip. Ze proberen even rustig bij te komen van hun ontsnapping uit Koterije, totdat ze zich realiseren dat het schip een vooringestelde route aflegt. En waar ze moeten landen? Daar staat ongetwijfeld de Schaduwraad met de gruwelijke Patroon op hen te wachten… Nikkie geldt immers nog steeds als mens die is ontsnapt met nornir-geheimen, en daar wordt snel en bloederig tegen opgetreden.

Op het nippertje krijgen de twee het luchtschip op een andere plek aan de grond, maar het duurt niet lang voordat ze weer moeten vluchten. De Bezembrigade heeft doodshonden ingezet, die met hun akelige doodsmantra je gedachten binnendringen, en ook de gevreesde corax zitten achter hen aan. Zelfs midden in de stad Keulen zijn ze geen moment veilig, en intussen wordt Balthus steeds zwakker door een onbekende vervloeking…

Alleen al het kotervlees uit Koterije, dat letterlijk van ‘koters’ is gemaakt: daar kun je toch een boek over volschrijven?

Actie en achtervolging
De titel geeft het al een beetje weg: in het eerste deel ontdekte Nikkie dat ze zelf ook een norn is, oftewel een heks. Die heftige achtervolging is dus eigenlijk helemaal niet terecht, en al helemaal niet omdat haar ‘boek met nornir-geheimen’ gewoon haar schetsblok is. Maar zou jij blijven staan om doodshonden, de Patroon en legendarische raven op te wachten? Balthus en Nikkie vluchten voor hun leven, want de Schaduwraad is het moment van vragen stellen ruim voorbij.

Het grootste deel van het boek staat dan ook in het teken van die jachtige achtervolging, maar Nikkie leert – als ze eenmaal een schuilplaats hebben gevonden – ook meer over zichzelf en haar krachten. Als lezer krijg je daarbij wat achtergrondinformatie over het ontstaan en de rol van nornir in de wereld, wat het boek een mooie verdieping geeft. Zo blijken nornir bijvoorbeeld allemaal familie van elkaar te zijn, omdat ze allemaal uit een van de drie Oermoeders zijn geboren. Zelf kunnen nornir alleen mismaakte, laagbegaafde trollen ter wereld brengen.

Een einde met vraagtekens
De plot zorgt voor onverwachte verrassingen en een weinig voorspelbare afloop. Het verhaal wordt dus op zich wel netjes afgesloten, maar toch blijft het jammer dat het boekje zo dun is. Er zijn allerlei interessante elementen die door de haast maar vluchtig worden genoemd, zoals de corax, die drie Oermoeders en Nikkies krachten. Het boek bevat bovendien zoveel mooie vondsten, dat die nu eigenlijk niet helemaal tot hun recht komen. Alleen al het kotervlees uit Koterije, dat letterlijk van ‘koters’ is gemaakt – daar kun je toch een boek over volschrijven?

Hoewel wat dunnere fantasyboeken ter afwisseling wel aantrekkelijk zijn, hadden Heksenwaan en Heksenkind prima als één boek uitgegeven kunnen worden – met dan bij voorkeur nog een extra deel erachteraan. Het boek leest opnieuw vlot weg met zijn korte hoofdstukjes, en de illustraties zijn weer bijzonder fraai. Het is alleen wel nog steeds wat onhandig dat ze achterin zijn weggestopt, zonder duidelijke indicatie voor welke illustratie bij welk hoofdstuk hoort. De doelgroep blijft ook wat mysterieus, omdat het tweede deel opnieuw prima geschikt is voor kinderen.

Conclusie
Heksenwaan en Heksenkind zijn een opvallend tweeluik. Niet alleen zijn het – naar fantasymaatstaven – erg dunne boekjes, maar ook staan achter in de boeken prachtige illustraties van Iris Compiet. Heksenkind zet de toon van het eerste deel voort, wat veel actie in een mooi vormgegeven wereld betekent. De serie krijgt een afgerond einde, en het boek leest weer heel vlot weg. Jammer is wel dat veel van die zo intrigerende ideeën niet verder worden uitgewerkt. Een aantal vragen uit het eerste deel wordt niet beantwoord en door de jachtigheid van de achtervolging blijven ook de personages weer een beetje op de vlakte. De doodshonden, de steengeboren nornir en het kotervlees – daar zit nog veel meer verhaal in dan nu aan bod komt.




Heksenkind

Iris Compiet en Martijn Adelmund | Luitingh-Sijthoff | 2014

Na de bloedstollende ontsnapping uit Koterije wil Nikkie Zeevenslooten nog maar één ding: terug naar huis. Terug naar haar normale leventje, weg van alle magie, en vooral weg van de gevaarlijke heksen die haar wilden oppeuzelen. Het leven in de Binnenlanden is niets voor haar, en nu haar schetsboek vol staat met bewijs dat heksen echt bestaan, is ze vastbesloten hen eens en voor altijd te stoppen.

Maar het gestolen luchtschip waarmee Nikkie en Balthus door de lucht zweven, koerst rechtstreeks af op de Schaduwraad en hun meedogenloze leider, de Patroon. Halsoverkop landen ze bij een nornirgemeenschap die het tweetal helpt ontsnappen naar een vrijhaven in Keulen, maar het duurt niet lang of de beruchte Bezembrigade is hen op het spoor, en dan moeten Nikkie en Balthus vluchten voor hun leven…

RECENSIEOVERZICHT
Eindwaardering
Vorig artikelDe Grisha 3: Val en Verlossing – Leigh Bardugo
Volgend artikelElfenblauw 4: De Helm van Armata – Johan Vandevelde

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here