Interview met Jochem de Jong

0
28

 

Jochem de Jong (1982) schreef als kind elke maandagochtend op school een kort verhaal. Hij gaf al snel blijk van een levendige fantasie en vroeg zijn leraar of hij de betreffende ochtenden mocht gebruiken om aan een langer verhaal te werken. Toen hij dit verhaal had afgerond, typte zijn moeder het voor hem uit en gaf hem een ingebonden versie voor zijn verjaardag. Hij was apetrots en raakte vastbesloten om schrijver te worden. Met vier boeken op zijn naam is hem dat ook gelukt. Vorige maand presenteerde Jochem zijn laatste boek, Vloek van het IJzer, op de Elf Fantasy Fair. FantasyWereld stelde hem een aantal vragen over zijn fascinatie met het schrijven.

 

Volgens je biografie begon je in je jeugd al met het schrijven van verhalen. Waar gingen je verhalen toen over? Stuit je nu tijdens het schrijven nog wel eens op ideeën of verhalen die je vroeger al eens uitgewerkt had?

De verhalen die ik op de basisschool schreef gingen meestal over uitvinders en verre reizen, geïnspireerd door series zoals Ducktales en Teddy Ruxpin. Iets later, na het zien van de Disney animatie Robin Hood, raakte ik in de ban van het boogschieten en zwaardvechten en begon ik te schrijven over heldhaftige stalknechten en schildknapen in een middeleeuwse setting, iets waar ik eigenlijk nooit meer vanaf ben gekomen. Voordat ik met het Aardrijk begon heb ik drie korte romans geschreven die ik nog steeds erg leuk vind om te herlezen, in het bijzonder De Laatste Mars van Anrath, een fantasy/scifi boek dat ik ooit nog hoop te herschrijven.

Op je 20e ben je begonnen met het schrijven over Aardrijk en heb je een hele geschiedenis, mythologie en zelfs een taal ontwikkeld. Waar werd je door geïnspireerd?

Eigenlijk ging dat een beetje vanzelf. Ik had allerlei sfeerbeelden in mijn hoofd van landschappen en primitieve mensenstammen die ik in een bevlieging op papier heb gezet. Zo ontstonden de eerste passages van mijn debuutroman het Lotsoffer. Ik kreeg onmiddellijk de drang om de achtergronden van de setting uit te werken om het verhaal en de personages van een realistische context te voorzien. Ik vond dat een taal daar een belangrijk onderdeel van was. De werelden van auteurs Greg Keys en Steven Erikson hebben mij in het begin erg geïnspireerd en later natuurlijk ook Tolkiens wereld Midden Aarde.

In veel fantasy komt wel een vorm van ‘oude taal’ voor, waarbij vaak slechts enkele woorden zijn verzonnen. Een taal volledig uitwerken, zoals bijvoorbeeld Tolkien deed, wordt niet vaak gedaan. Toch heb jij gekozen om dit voor Aardrijk te doen. Waar begin je bij het bedenken van een taal en hoe groeit het?

Ik was als kind altijd al bezig met het verzinnen van geheimtalen met mijn vriendjes en vond het toen ik met het Aardrijk begon eigenlijk gelijk heel belangrijk dat namen van plekken en personages een oorsprong hadden. Het Aardrijk moest zo echt mogelijk worden. Sindsdien verdiep ik me met veel plezier in diverse kunsttalen. Voor mijn taal het Rionarth’ta (Aardrijks), heb ik het meest opgestoken van de kunsttalen Esperanto en Basic English. Ik ben in eerste instantie vrij intuïtief te werk gegaan met het samenstellen van een grammaticaal stelsel en een lijst morfemen (woorddelen met een eigen betekenis, die niet in kleinere woorddelen met eigen betekenissen kunnen worden opgesplitst). Met die basis heb ik geprobeerd om mijn woordenlijst zo logisch mogelijk op te bouwen

(Een voorproefje van de taal, geschreven en gezongen is te vinden op de officiële website van Jochem de Jong.)

Je hebt inmiddels vier boeken geschreven die zich afspelen in het Aardrijk. Hoe begin je met het uitschrijven van een boek? Heb je een verhaal dat je in de wereld gaat verweven, of haal je uit je aantekeningen over de mythologie een onderdeel dat je dan gaat uitschrijven tot een boek?

Het schrijven van mijn debuutroman het Lotsoffer en het creëren van het Aardrijk ging grotendeels tegelijkertijd. Daardoor zitten er in het Lotsoffer veel verwijzingen naar mythen en legenden. Toen het Lotsoffer af was ben ik een aantal van die verhaallijnen gaan uitwerken tot korte romans. Nu ik die basis heb gelegd voel ik me soms als een kind in een snoepwinkel als ik mijn mythologie doorlees. Eigenlijk zijn er te veel verhalen die ik nog tot romans wil uitwerken. Ik heb echter een selectie gemaakt van ongeveer zeven verhaallijnen die samen een getailleerd beeld geven van de geschiedenis van het Aardrijk. Zo blijft het behapbaar voor me.

Haal je voor je eigen wereld en mythologie veel inspiratie uit de culturen op deze wereld, of uit je eigen ervaringen?

Hoewel ik erg van het lezen van fantasy boeken houd, heb ik altijd het gevoel gehad dat ik iets miste. Een bepaalde sfeer of setting waar ik graag over wilde lezen. Het scheppen van het Aardrijk was mijn manier om dat gemis in te vullen. Er is geen specifieke cultuur waaruit ik bewust dingen uit heb geleend, maar ik ben altijd erg geïnteresseerd geweest in natuurreligies en de bezieling van plekken en voorwerpen. Daarnaast heb ik altijd graag gelezen over mythologieën waarin Goden feilbaar zijn en menselijke gebreken vertonen. Dat heeft samen de basis van het Aardrijk gevormd.

Lotsoffer was het eerste boek dat zich afspeelt in Aardrijk, deze heb je later in herziene uitgave nog eens uitgebracht. Wat zijn de belangrijkste dingen die je hebt geleerd na het uitbrengen van de eerste editie van Lotsoffer?

De eerste editie van het Lotsoffer was een eigen beheer uitgave en hoewel ik veel advies heb gekregen had ik geen budget voor een professionele redacteur. Ik heb het boek geheel naar mijn eigen smaak geschreven; bloemrijk en vol achtergrondinformatie over het Aardrijk, waardoor niet iedereen er even makkelijk doorheen kwam. Nadat ik een contract tekende voor de heruitgave bij Uitgeverij Zilverspoor van Jos Weijmer, is het boek door de intensieve redactie enorm gegroeid. Door die hulp ben ik het ambacht schrijven veel beter gaan begrijpen en waarderen en heb ik bovenal geleerd wat een verhaal een goed verhaal maakt.

Daarna kwamen De Zieltoging en Anira en de Huinen. Twee mythologische vertellingen die de wereld van het Aardrijk extra diepgang gaven. Komen zij ook nog eens in herziene uitgave uit?

Ik hoop natuurlijk dat alle manuscripten die ik over het Aardrijk heb geschreven dezelfde aandacht krijgen als mijn twee Zilverspoor uitgaven, ook degenen die nooit zijn uitgegeven. Daarvoor moeten er natuurlijk voldoende geïnteresseerde lezers zijn, maar ik ga in ieder geval mijn uiterste best doen. Mochten er verhalen op de plank blijven liggen, wil ik die in ieder geval ooit nog opnemen in een soort encyclopedie of spelboek over het Aardrijk.

 

Vloek van het IJzer is je recentste boek. En een heel bijzonder project, want naast het verhaal heeft het boek illustraties van Jos Weijmer en een muziekcd van 25 minuten dat door jou is gecomponeerd. Hoe kwam je op het idee om je verhaal op deze manier uit te brengen?

Het is vanaf het begin al mijn wens geweest om het Aardrijk op zoveel mogelijk verschillende manieren tot uiting te brengen. Ik vind het geweldig om met bijvoorbeeld illustratoren samen te werken en de interpretatie van het Aardrijk van iemand anders tot leven te zien komen. Toen Jos aanbood om het boek te illustreren heb ik die kans daarom gelijk gegrepen. Wat de soundtrack betreft leek het mij als auteur erg leuk om zelf de sfeer te kunnen bepalen waarin mensen De Vloek van het IJzer lezen. Mijn grote droom is een verfilming, wat tevens één van de redenen is dat ik als filmcomponist aan de slag ben gegaan. Dromen mag, toch?

Hoe is de muziek verweven met het boek? Heb je muziek bij bepaalde scènes geschreven, of geeft het een gevoel weer van het boek in het algemeen?

De soundtrack bestaat uit acht stukken die allemaal gebaseerd zijn op een scene uit het boek. Een conceptalbum dus eigenlijk. De soundtrack is bedoeld als achtergrondmuziek, maar als je het boek hebt gelezen kun je aan de titels zien waar de stukken over gaan. Voor mij persoonlijk zijn de muziek en het verhaal ondertussen volledig met elkaar verweven. Als ik de muziek hoor zie ik daarbij de beelden uit het boek, en als ik bepaalde scènes lees kom ik vanzelf in de dromerige sfeer van de soundtrack.

Componeer je de muziek na of tijdens het schrijven?

Ik vind het fijn om een context te hebben voor de muziek die ik schrijf, net als bij het schrijven van muziek voor films. Daarom heb ik gewacht tot ik de eerste versie van De Vloek van het IJzer klaar had voordat ik aan het componeren begon. Daarna heb ik het concept van de soundtrack uitgedacht en ben ik tijdens het herschrijven van het verhaal begonnen met de muziek.

Je componeert ook muziek voor films, is er verschil tussen het maken van muziek voor films of voor je boek(en)?

Bij het componeren van muziek voor een film bepaalt een regisseur over het algemeen op welke momenten hij muziek wil in de film, en welke sfeer die muziek moet oproepen. Het is dan mijn taak om zijn visie te vertalen naar een passende soundtrack. Bij het componeren van de soundtrack voor De Vloek van het IJzer hoefde ik met niemand rekening te houden. Een heel andere benadering, waarbij het voornamelijk draaide om mijn eigen expressie en niet om de impressie van iemand anders. Ik heb daardoor veel plezier gehad in het conceptualiseren en componeren van de soundtrack.

Heb je al plannen voor een volgend boek? En gaat zich dat ook afspelen in het Aardrijk?

Momenteel ben ik bezig met de voorbereidingen van een nieuwe Aardrijk roman. Het gaat over de broers Harnus en Arphenus, twee onsterfelijke Wakers die ook in het Lotsoffer voorkomen. Het boek zal waarschijnlijk uit drie delen bestaan die zich in verschillende eeuwen afspelen. Daardoor zal het verhaal een hele nieuwe invalshoek bieden op de geschiedenis van het Aardrijk en de legende van de Wakers. Daarnaast wordt De Vloek van het IJzer momenteel in het Engels vertaald, iets wat ik al heel lang op mijn verlanglijstje heb staan. Voorlopig blijf ik nog wel even bezig met het Aardrijk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here