Afgelopen week verscheen De Ziener, het epische fantasy-debuut van de Engelse Anna Stephens. Het eerste deel van een reeks over religieuze intolerantie en fanatisme, over gender en seksuele gelijkheid, en over familie en verlies ten tijde van een allesbepalende oorlog. Wij mochten het boek al eerder lezen en waren zeer onder de indruk (getuige ook de quote op de cover van het boek). Daarom waren we erg blij dat we ook een interview met haar konden doen. Wij spraken met de auteur over haar inspiraties, haar schrijfhelden en over karate.

Dom is lid van de Wolven, een krijgerskaste die vanuit een kleine nederzetting de grenzen van het nabijgelegen Rilpor bewaakt tegen invallen van de bloeddorstige Mireces. Dom is ook vervloekt, want hij heeft een gave waarmee hij angstaanjagende visioenen van de toekomst ontvangt.

Als de lijfeigene Rillirin aan de Mireces ontsnapt en ze in het dorp van de Wolven terechtkomt, voorziet Dom het ondenkbare: een verschrikkelijke oorlog tussen Rilpor en de Mireces.

Cover van De Ziener

De Ziener is een waanzinnig succes in je thuisland Engeland, en werd bovendien wereldwijd verkocht aan meerdere landen. Hoe heb jij dat ervaren?

Het was voor mij echt een shock. Na jaren van afwijzingen vond ik eindelijk een agent en die verkocht het boek al binnen een paar maanden aan Harper Voyager. Dat was al te gek, maar vervolgens vertelde mijn agent dat hij het ging uitsturen naar het buitenland. Als ik heel eerlijk ben had ik niet verwacht dat daar iets uit zou komen. Ik was zo blij dat mijn boek eindelijk hier in Engeland was verkocht, dat de rest meer op een sprookje leek. Maar toen mijn boek ook daadwerkelijk werd verkocht in het buitenland was dat alleen maar een bevestiging van het feit dat 2016 echt een krankzinnig goed jaar was.

 Wanneer besloot je dat je schrijver wilde worden? En welke stappen nam je om die droom waar te maken?

Ik schreef al verhalen toen ik nog maar een kind was; ik verzon werelden en personages en allemaal dingen die hun overkwamen. Literatuur en creatief schrijven waren mijn sterkste vakken op school, en ook mijn meest favoriete. Heel lang schreef ik puur voor mijn eigen vermaak, maar toen het oorspronkelijke idee voor De Ziener in mijn hoofd vorm begon te krijgen, wist ik dat dit het verhaal was dat ik wilde vertellen.

Vervolgens ging ik literatuur studeren aan de Open Universiteit, en daar deed ik de vaardigheden op die ik nodig had. Toen ging ik schrijven, en herschrijven, en nog eens herschrijven, net zolang tot mijn manuscript goed genoeg was om een agent te krijgen. Door de jaren heen is het 36 keer afgewezen, maar ik heb nooit opgegeven.

Ik kom nog regelmatig seksistische opmerkingen tegen over door vrouwen geschreven boeken.

Het fantasygenre wordt veelal gedomineerd door mannelijke schrijvers. Had je daar last van als beginnende vrouwelijke schrijver?

Ik denk niet dat het me tegenhield als schrijver van het soort verhalen dat ik produceer – daar ben ik veel te koppig voor! – maar ik ga er wel van uit dat een hoop mannelijke lezers De Ziener niet willen kopen omdat het geschreven is door een vrouw. Ik kom nog regelmatig seksistische opmerkingen tegen over door vrouwen geschreven boeken. Vaak beweren deze mensen dan dat vrouwen alleen romantische fantasy schrijven, geen ‘echte’ fantasy, of dat vrouwen niet weten hoe ze over veldslagen of oorlogen moeten schrijven.

Ik snap nooit waarom ze dat geloven, aangezien er honderden mannelijke schrijvers zijn die ook romantiek in hun boeken verwerken. Net zo goed zijn er genoeg mannen die veldslagen of oorlogen niet snappen. Het is mijn missie om dat soort lezers te overtuigen van hun ongelijk en ze te veranderen in fans van mijn werk en dat van andere vrouwen.

Anna Stephens

Wie zijn jouw vrouwelijke rolmodellen als het om schrijven gaat? En hoe belangrijk was het om die rolmodellen te hebben?

Dat zijn er best wel wat, in verschillende genres ook. Mary Shelley is waarschijnlijk mijn grootste rolmodel – zo’n ongewoon leven leiden als zij heeft gedaan, door ervandoor te gaan met Percy Shelley en toen, natuurlijk, Frankenstein te schrijven toen ze nog maar twintig was – dat is altijd een grote inspiratiebron gebleven. Hoewel mijn leven volgens haar maatstaf behoorlijk conventioneel is te noemen, hou ik van het feit dat haar liefde voor het leven haar inspireerde tot alles wat ze deed.

Ik heb ook heel veel respect voor Anne McCaffrey en Robin Hobb. De Drakenrijders van Pern-boeken openden voor mij de weg naar meer fantasy-boeken, en ik verslond ze telkens weer als kind. Ik heb net Drakenvlucht en Drakentocht herlezen en kon me nog alles herinneren van wat in de boeken gebeurde, zo vaak had ik die boeken als kind gelezen.

En Robin Hobb –  jarenlang dacht ik dat ze een man was (in het Engels is Robin een uniseks naam). Toen ik erachter kwam dat ze een vrouw was, was ik echt verbaasd – ze schrijft zulke duistere, karaktervolle, pakkende fantasy. Met heel duistere en meeslepende thema’s ook. Bovendien wordt ze zo gerespecteerd dat ik bij mezelf dacht dat ik misschien ook wel een kans maakte. Misschien had De Ziener toch nog potentie. Het feit dat ik heel lang niet wist dat Robin Hobb een vrouw was, had uiteindelijk veel meer impact op mij als schrijver.

iedereen draagt licht en duisternis in zijn of haar persoonlijkheid en ziel met zich mee

Hoewel jouw boek een duister randje heeft, is het ook heel hoopvol. Wat intrigeert je aan die scheidslijn tussen donker en licht, tussen goed en kwaad?

Wat ik zo fascinerend vind aan die lijn, is dat die diep vanbinnen in ons allemaal zit – iedereen draagt licht en duisternis in zijn of haar persoonlijkheid en ziel met zich mee. Het intrigeert me dat die lijn bij ieder van ons op een andere plek zit – dingen die mijn zus nooit zou doen, vind ik bijvoorbeeld misschien heel acceptabel. Dus we hebben allemaal die lijn die we niet overschrijden, maar er komt een moment dat er zich een situatie voordoet waarop we dat wel moeten doen, ook al weten we dat dat fout is. Wat mij fascineert is dus niet alleen waar die lijn loopt, maar ook hoe mensen omgaan met het overschrijden ervan. Wat hun reactie is op het overschrijden van die lijn, hoe ze zich voelen, of ze het stiekem toch wel leuk vinden, en of die lijn nu misschien iets is opgeschoven door die hele situatie.

Het hoopvolle karakter van je verhaal komt met name heel duidelijk naar voren in de kameraadschap tussen de verschillende personages. Waarom was het belangrijk voor jou om dat te laten zien?

Dat komt waarschijnlijk uit mijn jeugd. Mijn vader, mijn oom, en mijn achteroom waren allemaal brandweermannen, en daardoor groeide ik op met een sterk gevoel van kameraadschap – van de recepties en kerstfeesten op de kazerne tot de vriendschappen die we sloten met de andere kinderen. Toen ik ouder werd, begon ik steeds beter te begrijpen waarom mijn vader zijn leven zou geven voor een complete vreemdeling, ondanks het feit dat hij thuis een gezin had. Het was zijn plicht, zijn werk, en hoewel hij het met spijt in zijn hart zou doen, zou hij toch zijn leven geven. En dat heb ik hem nooit kwalijk genomen. Ik begreep het, diep vanbinnen.

Het is duidelijk dat mijn vader mijn held is en een van mijn vele inspiratiebronnen, en die kameraadschap van hem en zijn collega’s wilde ik eren. Dit was een van de manieren waarop ik dat heb gedaan.

Een Wolf, een Rilporiaan en een Mireces lopen een bar binnen… wat gebeurt er?

Ha! Waarschijnlijk loopt dat uit op een bloedbad.

Het hangt erg af van de locatie van de bar – als die in Mireces-gebied ligt, dan zou het binnen een paar seconden oorlog zijn. Als de bar in Rilpor zou liggen, dan zou men tenminste nog een poging tot een gesprek doen voordat er messen worden getrokken. Hoe dan ook zie ik het niet goed aflopen, tenzij één partij zich vrijwillig overgeeft.

Naast schrijver ben je ook actief karateka. Gebruikte je die vaardigheden bij het schrijven van gevechten en veldslagen?

Dat doe ik zeker, elke keer weer. Het is maar goed dat ik thuis schrijf, in plaats van in het openbaar, want elk vechtscène die ik schrijf speel ik eerst helemaal na. Dan weet ik zeker dat het 1) geloofwaardig is, en 2) dat de juiste ledematen in de juiste richting bewegen als mijn personage een stap neemt of een klap uitdeelt. Ik heb zelfs wapens waar ik mee oefen, en ik speel het gevecht altijd vanuit beide partijen om er zeker van te zijn dat het allemaal klopt.

Het is raar, maar het werkt wel.

Als je moest kiezen tussen het opgeven van schrijven of karate, wat zou je dan doen en waarom?

Dat is een gemene vraag! Ik zou zeggen: geen van beide – en iedereen die me dwingt te kiezen, kan klappen verwachten. Als dat niet werkt, dan schrijf ik een welbespraakt en prachtig pleidooi om ze ervan te overtuigen dat ik met beide mag doorgaan. En daarna sla ik ze ermee op de kop…

Zou jij een deal sluiten met de Rode Goden om speciale krachten te krijgen?

Nooit. Die lijn tussen licht en donker waar ik het eerder over had, staat heel duidelijk tussen mij en de Rode Goden in.

Dus nee, ze hebben me niets te bieden. Alhoewel, ik zou wel graag een hond willen, maar om daar nou mijn ziel voor op te geven gaat misschien wat ver.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.