Vorige week was Tad Williams op bezoek in Nederland om zijn nieuwste boek(en) te promoten. En dat was niet zonder reden, want na dertig jaar is Williams met zijn verhalen teruggekeerd naar Osten Ard! Een terugkeer naar de wereld van de serie Heugenis, Smart en Sterrenzwaard, waarvan schrijvers als Patrick Rothfuss, George R.R. Martin en Christopher Paolini hebben gezegd dat het hen heeft geïnspireerd bij het schrijven van hun eigen boeken. Een ware klassieker dus! Wij waren vereerd dat we hem uitgebreid konden interviewen:

 

In het voorwoord van Het Hart van Steen schrijf je dat veel mensen zich afvroegen hoe het verderging met de wereld van Osten Ard na het einde van de oorspronkelijke trilogie. Is dit iets waar je zelf ook al over na hebt gedacht na het schrijven van de eerste reeks boeken?

Het Hart van Steen, ontworpen door Wouter van der Struys, met beeld van Michael Whelan.

Niet echt, want ik had eigenlijk helemaal geen plannen om een vervolg te schrijven. Gelukkig voor mij bleken er mensen te zijn die dat wel graag wilden, wat een goed teken is, aangezien je blijkbaar toch iets hebt losgemaakt bij de lezers. Maar ik ben altijd iemand geweest die van het ene project naar het andere springt en graag ergens anders mee bezig gaat. Ik had de Schaduwmars-boeken, nog zo’n grootse, epische fantasyserie, misschien niet eens geschreven als die niet oorspronkelijk voor de tv bedoeld was, en toen dat niet lukte hebben we het eerste boek als een soort vervolgverhaal op internet gezet, dus het was eigenlijk een soort experiment. Qua materiaal leek het verhaal dus wel op mijn eerdere boeken, maar ik schreef en publiceerde elke twee weken een hoofdstuk, dus dat maakte het toch anders voor me. Ik hou ervan om verschillende dingen te doen, dus terugkeren naar Osten Ard was echt een verrassing voor me.

Een positieve verrassing?

Tot nu toe zeker ja. Eén van de redenen dat ik een beetje bang was om terug te keren naar een wereld die ik eerder heb verzonnen is de angst dat het niet meer nieuw en spannend zou voelen. Als je van die uitgebreide boekenseries schrijft, dan moet het wel iets zijn wat je leuk vindt om te doen, omdat je duizenden pagina’s moet schrijven en er vaak wel een jaar of vijf mee bezig bent om het af te krijgen. Ik denk dat ik er deels bang voor was dat ik er niet enthousiast van zou worden als ik er eenmaal mee bezig was, en dat heb ik nog nooit meegemaakt. Ik schrijf altijd verhalen waar ik enthousiast van word. Maar gelukkig is dat niet het geval geweest en geniet ik er echt van.

Toen werd aangekondigd dat er nieuwe boeken zouden verschijnen over Osten Ard, kwamen er enorm veel reacties. Voelde je de druk om mensen niet teleur te stellen?

Absoluut! In het begin was het gewoon een nieuw boek. Ik begon gewoon aan mijn normale schrijfproces: ik schrijf een nieuw boek en ik hoop dat mensen het leuk vinden, en zo niet, dan heb ik mijn best gedaan en dat is alles wat je kunt doen. Maar ja, toen maakte ik het bekend en stroomden de reacties binnen. En niet alleen reacties als: ‘O, ik ben zo blij dat er een nieuw Osten Ard-boek komt’, maar ook dingen als: ‘Deze boeken hebben me door mijn tienerjaren heen geholpen’ en ‘Dit boek vertegenwoordigt mijn jeugd’. En plotseling besefte ik: o mijn god, als ik dit boek verpest, dan verpest ik niet alleen maar één boek, maar dan verpest ik met terugwerkende kracht hun complete jeugd!

Dus ja, ik voelde zeker druk en ik was dan ook erg opgelucht dat mensen tevreden leken te zijn met de nieuwe boeken, want ik ben helemaal niets zonder mijn lezers en het idee dat ik van iemands geliefde fantasyschrijver kon veranderen in de vijand die iemands jeugd had verpest, was erg verontrustend…

De vier omslagen van Heugenis, Smart en het Sterrenzwaard, ontworpen door Wouter van der Struys, met beeld van Michael Whelan.

Heb je voordat je aan de nieuwe trilogie begon je eigen boeken nog eens teruggelezen?

Ik moest wel. Ik had ze nog nooit teruggelezen sinds ze af waren, want wie wil nou zijn eigen boeken lezen, vooral als ze zo verschrikkelijk dik zijn? Ik vervloekte de schrijver tijdens het herlezen, met al die verschillende personages en verhaallijnen en appendices! Maar gelukkig heb ik heel veel hulp gehad van twee lezers die goede vrienden zijn geworden en allebei erg veel kennis hebben van mijn boeken. Ze hebben ze vele malen herlezen en eentje heeft er zelfs een rollenspel op gebaseerd, dus die heeft alles nog heel goed in zijn hoofd zitten. Ik kon hen midden in de nacht mailen als ik een bepaald personage wilde gebruiken en wilde weten hoe ik hem had achtergelaten in het verhaal. En dan mailden ze terug: ‘Die is dood’, en dan mocht ik weer een nieuwe oplossing verzinnen!

De eerste twee boeken van de nieuwe serie zijn nu verschenen, maar hoe begin je aan zo’n enorme uitdaging? Had je nog aantekeningen liggen van de vorige trilogie?

Ik heb nooit aantekeningen gehad. Het zit allemaal in mijn hoofd, dat werkt het fijnst voor mij. Het lijkt wel een beetje op schaken: elke keer als je een zet wilt doen denk je niet alleen na over die ene zet, maar ook over de zetten die daarna komen en over hoe het ene tot het andere leidt. Zo voelt het schrijven van deze enorme complexe verhalen ook. Dus nee, ik had bijna niets over van de vorige trilogie omdat dat er eigenlijk nooit is geweest. Het idee ontstond eigenlijk vooral toen ik aan mijn vrouw en Amerikaanse uitgevers probeerde uit te leggen dat ik geen vervolgen kón schrijven omdat ik geen verhaal had om te vertellen.

Dus op een nacht lag ik in bed te bedenken hoe ik haar dat duidelijk kon maken, en toen bedacht ik hoelang het geleden is dat ik die eerste trilogie schreef en hoeveel ik veranderd ben in die dertig jaar. En toen begon ik te bedenken hoeveel mijn personages veranderd zouden zijn in diezelfde tijd. De personages die tieners waren geweest aan het eind van de eerste trilogie zouden nu volwassen zijn en misschien wel kinderen en kleinkinderen hebben. Er zouden nieuwe generaties zijn, er zouden politieke verschillen zijn, maar het zou niet zo ver gaan dat het een compleet andere wereld zou worden. Het zou dezelfde wereld zijn, maar dan een stukje verder in de tijd. Dus zodra ik daar een beetje over na begon te denken, begonnen de ideeën te komen, dus stond ik de volgende ochtend op en zei: ‘Nou, daar gaan de komende zes jaar van m’n leven. Ik had nog zo veel andere schrijfplannen, maar nu móét ik hier wel mee verder. En bedankt!’

De wereld die je gecreëerd hebt was en is immens. Hoe voelde het om na al die jaren het schrijven over deze personages, rassen en locaties weer op te pakken?

Eigenlijk erg goed! Ik besefte namelijk dat ik deze wereld niet opnieuw hoefde uit te vinden, maar dat ik juist dingen kon toevoegen. Ik hoefde niet weer helemaal opnieuw te beginnen, aangezien ik alle geschiedenis en achtergronden van personages al had uitgewerkt in de vorige boekenreeks. Dus nu kon ik aandacht besteden aan nieuwe dingen, nieuwe typen personages. Zo heb je bijvoorbeeld de Nornen, een soort slechte elfen, die in de eerste boeken vrij vaag blijven. Ze zijn een vijand en ze zijn erg beangstigend, maar je leert ze niet echt kennen. Dus één van de dingen die ik in de nieuwe boeken wilde doen was personages van ze maken en de lezers laten zien dat ze écht zijn, dat ze gezinnen en een cultuur hebben, ondanks het feit dat iedereen een hekel aan ze heeft omdat ze de mensen, de stervelingen, willen vernietigen.

Het was erg leuk om te schrijven over een plek die altijd erg ver weg leek, over personages die erg onbekend waren gebleven in de eerste boeken en om hun wereld te bekijken vanuit hun eigen perspectief. Het was erg interessant om naar plekken te gaan die in de eerste trilogie alleen maar genoemd werden of heel kort voorbijkwamen. Nu had ik de tijd om er echt heen te gaan.

Waren er bepaalde favoriete personages of verhaallijnen waar je graag mee verder wilde?

Jazeker. Toen ik eenmaal over de hoofdpersonages uit de eerste boeken begon na te denken, over Simon en Miriamele bijvoorbeeld, toen voelde het een beetje alsof ik een oude schoolvriend tegenkwam na hem jaren niet gezien te hebben. Eerst herinner je je dat je die persoon heel aardig vond en dan word je nieuwsgierig naar wat er allemaal met hem is gebeurd. In dit geval verzon ik dat natuurlijk zelf, maar ik verzon het op basis van wat ik al wist van de personages en van welke kant ze op gingen aan het eind van de eerste reeks verhalen. Het was heel interessant om hen een leven te geven dat ik ze nog niet had kunnen geven in de eerste trilogie.

In totaal verschijnen er vijf nieuwe boeken over Osten Ard: twee dunnere novelles en drie dikkere boeken. De eerste novelle laat het verhaal van de kant van de Nornen zien na het einde van de grote oorlog. Kunnen we meer van dit soort perspectieven verwachten die ons beeld van Osten Ard uitbreiden en veranderen?

Absoluut, er komen nieuwe personages voorbij en er wordt een ander licht geworpen op zaken waarvan lezers dachten dat ze al wisten hoe het in elkaar stak, zodat ze er op een nieuwe manier naar zullen gaan kijken.

Hoeveel van deze nieuwe boeken heb je van tevoren uitgedacht? Wist je al hoe de trilogie zou eindigen toen je begon?

Zo ongeveer wel ja. Ik moet eigenlijk wel, want ook al verschijnen deze boeken in meerdere delen, ik schrijf ze als één groot verhaal. Net als bij een gewoon boek moet ik aan het begin van het verhaal dus dingen uitzetten die aan het einde allemaal weer bij elkaar komen. Ik moet hints geven naar wat er staat te gebeuren, ik moet mysteries, puzzels en geheimen toevoegen die aan het eind van het verhaal opgelost worden. Als ik bij het einde van het verhaal ben aangekomen, dan zijn de eerste delen van de serie al verschenen en kan ik er niets meer aan veranderen, dus ik móét wel vooruit plannen.

Niet alles, maar wel het meeste, en als ik niet helemaal zeker ben van hoe iets zal verlopen, dan moet ik zo vaag blijven dat het voor de lezer lijkt alsof ik precies weet wat ik aan het doen ben, terwijl ik eigenlijk nog geen flauw idee heb… Ik zie het een beetje als een evenwichtsoefening, als een soort koorddansen: als je te veel vooruit plant, dan verliest het boek zijn spontaniteit omdat je geen nieuwe ideeën inbrengt. Alles staat al vast aan het begin. Maar als je te weinig plant, dan bedenk je nog wel eens dingen waar je later spijt van krijgt. Er moet een soort balans zijn tussen de twee.

Voelde het schrijfproces bij deze nieuwe trilogie anders dan bij de vorige serie?

Alleen in de zin dat de eerdere boeken al geschreven waren. Die fungeerden als een soort bijbel voor de nieuwe boeken, want ik kon me niet zomaar omdraaien en zeggen dat iets wat in de vorige delen als feit was vastgesteld nu niet langer klopte. Als een personage iets in het eerste deel heeft gezegd wat ik nu wil veranderen, dan kan ik nog zeggen dat hij ongelijk had, maar de dingen die echt gebeurd zijn en deel uitmaken van de achtergrond van de wereld moet ik gewoon gebruiken en respecteren, dus op die manier moest ik wat terughoudender zijn dan ik normaal gesproken ben. Aan de andere kant heeft dat ook zo z’n voordelen, want het is natuurlijk geweldig om de verhalen van je personages weer op te pakken en plekken te ontdekken waar je eerder geen tijd voor hebt gehad.

Illustratie van Michael Whelan, gebruikt voor de cover van De Kroon van Heksenhout

 

Michael Whelan heeft ook deze keer weer prachtige illustraties gemaakt voor de covers van de nieuwe boeken, en uitgeverij Luitingh heeft ook de oude trilogie opnieuw uitgegeven met zijn werk op de voorkant. Was het je wens om zijn werk weer op de covers van je boeken te hebben?

Nee, ik had geen idee, want Michael heeft een paar periodes gehad waarin hij geen covers meer ontwierp voor boeken. Hij maakt zelf namelijk ook kunstwerken, dus ik wist niet precies waar Michael zich op dit moment mee bezig hield. Maar toen mijn Amerikaanse uitgever zei dat ze Michael wilden vragen voor de boekcovers, zei ik: hoera! Daar was ik echt heel blij mee, allereerst omdat ik dol ben op zijn werk, en ten tweede omdat het daardoor echt voelde alsof ik terugging naar diezelfde wereld, omdat we dezelfde kunstenaar zouden gebruiken en hij zo goed is. Michael is zo bekend in de fantasywereld dat hij niets hoeft te doen wat hij niet wil, maar hij is wel iemand die écht de verhalen wil vertegenwoordigen in zijn kunst, dus in tegenstelling tot anderen leest hij de eerste versies van de boeken al zodat hij al kan gaan nadenken over de illustraties. Daarbij is hij bij mij ook altijd erg geïnteresseerd geweest in wat ik er zelf van vind en of het goed voelt, en dat is best zeldzaam, vooral bij iemand die zo succesvol is.

In eerdere interviews heb je gezegd dat je erg veel tijd steekt in onderzoek voor je boeken, bijvoorbeeld naar geologie of geschiedenis. Is dat ook iets wat je voor deze nieuwe serie hebt gedaan?

Zeker, want ik moest deze keer niet alleen onderzoek doen naar alles wat ik in deze nieuwe trilogie aan het schrijven was, maar ik moest ook flink onderzoek doen naar mijn eigen wereld! In sommige opzichten heb ik voor deze boeken dus waarschijnlijk juist meer onderzoek moeten doen dan voor de eerste Osten Ard-boeken, al heb ik daar ook erg veel research voor gedaan. Ik ben dol op het opbouwen van werelden. Ik denk dat het lezen van Tolkiens In de Ban van de Ring toen ik jong was mijn liefde voor het bouwen van goed geconstrueerde fantasiewerelden echt heeft aangedreven. Ik ben echt iemand die misschien niet alles, maar in elk geval wel een beetje van alles wil begrijpen, zodat ik weet waar ik onderzoek naar moet doen, welke vragen ik moet stellen. Als ik een stad verzin waar mijn personages tijd door zullen brengen, dan wil ik weten wat voor plek het is, wat voor werk er te vinden is, waarom de stad eigenlijk bestaat. Ligt hij bijvoorbeeld aan een handelsroute of aan een rivier? Hoe voeden de mensen zichzelf? Ik wil dat het voelt als een echte plek, dat het niet iets is wat ik zomaar uit mijn duim heb gezogen, maar dat het er al was en dat het een reden heeft om te bestaan.

Lees hier verder in deel 2!

Avatar
Marije behoort tot de Harry Potter-generatie en het is daarom ook niet gek dat de boeken over de tovenaarsleerling, die meteen haar eerste kennismaking met de wereld van fantasy waren, nog steeds haar lievelingsboeken zijn. Ondertussen heeft ze de rest van de fantasywereld ook ontdekt. Ze is dol op het lezen van young adult-boeken, dystopische verhalen, epische fantasy en eigenlijk alle kinderboeken waar ook maar een beetje magie in voorkomt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here