De tiener Martijn Vlieghe staat op een dag in 1988 oog in oog met een oudere man, die Martijn Vlieghe uit 2030 beweert te zijn. Hij is door twee Engelse wetenschappers teruggestuurd in de tijd om Londen te redden van een grote ramp in 2027. De jonge Martijn denkt er het zijne van, maar laat zich toch meesleuren in een bizar avontuur. Hij moet niet alleen zijn eigen toekomst onder ogen zien, maar ook de keuzes van zijn vriend Frank bijsturen om een catastrofe te voorkomen. Terwijl de twee Martijnen proberen samen te werken, zorgen generatieconflicten, hilarische confrontaties en onverwachte wendingen voor chaos én zelfinzicht. Een flitsende en grappige rollercoaster, waarin verleden en heden met elkaar botsen.
Een tijdreis zonder geloofwaardig doel
Wat zou jij tegen je jongere zelf zeggen, als je die met een tijdmachine kon bezoeken?
De volwassen Martijn probeert allereerst zijn jongere zelf ervan te overtuigen dat hij zijn toekomstige versie is, door een aantal herinneringen te benoemen die verder niemand zou kunnen weten. Daarna vertelt hij hem over zijn missie: Over pakweg veertig jaar vindt er een ramp in Londen plaats en Martijn is gestuurd om dit te voorkomen. Hoe? Door ervoor te zorgen dat Martijns beste vriend Frank betere resultaten krijgt op school en daardoor betere keuzes zal maken in zijn leven. Eén van die keuzes is dat hij het dan tijdens wintersport niet zal aanleggen met de vrouw van de taxichauffeur die een professor naar Londen had moeten brengen, die met bouwtekeningen de ramp had kunnen voorkomen.
Huh, wat? Waarom moet Frank daarvoor betere cijfers halen? Is een hoger geschoold iemand niet geneigd om een affaire te beginnen? Of een betere vraag: waarom zou je je met een jeugdige Frank bemoeien? Waarom niet gewoon zorgen dat er iemand klaarstaat die de professor wél naar Londen kan brengen? Sterker nog: het is 2027 en alles gaat digitaal. Dus waarom daar dan geen gebruik van maken?
Een aaneenschakeling van losse gebeurtenissen
Het is duidelijk een verhaal waarbij je niet te veel naar logica moet zoeken. Dan vind je namelijk geen goede reden waarom uitgerekend Martijn naar het verleden wordt gestuurd, noch waarom er tegenwerking plaatsvindt en iemand Frank wil omleggen. Dat daar geen duidelijke motivatie over naar voren kwam vond ik zelf erg frustrerend – of misschien las ik eroverheen – maar als ik het er niet uithaal, betwijfel ik of de doelgroep (12+) dat wel zal doen. Het verhaal is vooral een aaneenschakeling van vrij losse gebeurtenissen waarin de jonge en oude Martijns met elkaar optrekken: ze gaan samen naar de bioscoop, halen grappen uit, zitten samen in de klas (want de oude Martijn wordt een invaller voor Latijn). Humor is duidelijk van belang voor het verhaal, al was deze voor mij te flauw. Iedereen heeft natuurlijk een andere smaak wat dat betreft, dus wellicht zal het anderen wél aanspreken.
Meer van verwacht
Aangezien er een ramp op handen is, had ik veel meer avontuur en spanning van dit verhaal verwacht. Er is daarentegen niet echt tijdsdruk, er zijn geen geniale plannen en het plot is uiteindelijk nogal vaag. Waar de auteur wel heel goed in geslaagd is, is het scheppen van het tijdsbeeld in de jaren tachtig. Vooral voor jongeren – voor wie dat nog verder weg voelt dan voor een dertiger als ik – zal het interessant zijn om de benoemde verschillen te zien. Het concept van tijdreizen en tijd doorbrengen met jezelf is op zich ook intrigerend, toch verschilden de twee versies te weinig van elkaar om dat echt interessant te maken. Waar de tijdmachine vandaan komt en waar die verder voor wordt gebruikt is ook een raadsel, het voelt alsof het hele verhaal gewoon niet zo goed is uitgedacht en de auteur een paar leuke losse scènes in zijn hoofd had, die hij daarna aan elkaar heeft geregen met een flinterdun plot.
Conclusie
De grote sprong is een tijdreisverhaal dat bestemd lijkt voor jongvolwassenen, maar dan wel echt voor de jongsten van die leeftijdscategorie. De humor is wat flauw, het plot is niet goed doordracht en dat lijkt verder ook niet de ambitie van de auteur te zijn geweest; het komt over alsof Van Der Elst vooral zijn jonge publiek wilde vermaken met grappige scènes, die bij de een wel zullen aanslaan en bij de ander niet. Van mij had het allemaal wel wat meer gemogen: wat grappiger, wat avontuurlijker, wat mysterieuzer, wat spannender – iets wat de kaft wel laat zien, maar het verhaal zelf niet.



