Omslag De Twaalf Koningen van Sharakhai
De Twaalf Koningen van Sharakhai van Bradley P. Beaulieu

De Twaalf Koningen van Sharakhai is het eerste deel van Bradley P. Beaulieu’s exotische fantasy-reeks Het Lied van het Gebroken Zand. Een boek over een wereld van zand, waar twaalf meedogenloze koningen al honderden jaren met harde hand regeren vanuit hun ivoren torens in Sharakhai, de grote stad van de woestijn.

De jonge Çeda is de eerste die de verschrikkelijke waarheid achter de geschiedenis van de koningen ontdekt als haar moeder ter dood wordt veroordeelt, en nu is ze vastbesloten de koningen een voor een uit te roeien.

Om meer te weten te komen over deze prachtige wereld, spraken wij exclusief met de auteur over zijn invloeden, keuzes en inspiratiebronnen.

Hoe is jouw liefde voor de woestijn ontstaan?
Mijn handen jeukten al heel lang om een woestijnverhaal te schrijven. Dat komt deels omdat ik de verhalen van Duizend-en-een-nacht zo bewonder, in het bijzonder waar ze gesitueerd zijn. In mijn vorige reeks zie je, naarmate het verhaal vordert, steeds meer Perzische invloeden, en uiteindelijk zelfs hele scènes die zich in de woestijn afspelen.

De woestijn is dus altijd een plek geweest die ik wilde ontdekken, en ik wilde dat de geschiedenis van de stad (Sharakhai, red.) doorkneed was met een nomadische, bedoeïen-achtige cultuur. Maar mijn echte inspiratiebron (en dan zet ik mijn geekpet even op) waren de Thieves’ World-verhalenbundels (van Robert Lynn Asprin, red.). Ik las de verhalen op de middelbare school en was gelijk weg van de stad Sanctuary. Ik hield van het feit dat het ‘het smerigste gat’ van de wereld was, een ontmoetingsplek van oud en nieuw, en van het feit dat verschillende tempels het met elkaar uitvochten om macht, terwijl ze tegelijkertijd niet zonder elkaar konden. Maar boven alles was ik onder de indruk van de uitgestrektheid van Sanctuary, van de geheimen die het schuilhield.

Dat gevoel wilde ik ook meegeven aan Sharakhai. In feite is Sharakhai niet meer dan een soort stadsstaat, maar het heeft wel de controle over de handel in een immense woestijn die grenst aan vier machtige koninkrijken. En omdat de stad de controle heeft over de handel, heeft het ook een hoop rijkdom en macht weten te vergaren. Dat hebben de machthebbers natuurlijk niet voor elkaar gekregen zonder niet ook een hoop vijanden te kweken, en de twaalf onsterfelijke koningen van Sharakhai worden dan ook door velen gehaat. Het verhaal is diep geworteld in die haat.

In de wereld van Sharakhai kunnen boten over het zand zeilen. Heb je onderzocht of dat echt kon?
Mijn grootste inspiratiebron voor de zandschepen waren de zeilreuzen uit de tijd van de Grote Zeilvaart, en boten die over bevroren meren en rivieren zeilen. Het is een interessant gegeven, zeilen in de woestijn. Het is makkelijk zat om een soort magisch hout te verzinnen waarmee je over zand danst als glas over zijde, maar zelfs dan zit je nog met simpele natuurkundige wetten. Hoe vaart een schip over een groot duin heen? Niet vanuit stilstand, maar met wat snelheid misschien wel, als het tenminste in de juiste hoek gebeurt. Bovendien heeft de woestijn een heel scala aan type duinen, van platte golven tot massieve bergen van zand. Hoewel ik niet per se focus op het zeilen, heb ik wel geprobeerd deze zaken in het verhaal te gebruiken. Schepen worden op sleeptouw genomen door de bemanning. Ze navigeren om ruw terrein heen op dezelfde manier als zeilreuzen navigeren in ruw water. Ze kunnen zelfs onder het zand worden gezogen door een fenomeen dat ‘slipzand’ heet. En ik heb nog een hoop andere ideeën om in de rest van de serie te gebruiken.

Een zandschip uit de wereld van Sharakhai.

Je keuze om voor een vrouwelijke hoofdrol te gaan, voelt heel natuurlijk aan. Ik kan me het boek niet voorstellen met een mannelijk hoofdpersonage. Hoe kwam Çeda tot leven?
Ik ben altijd lang bezig met het bouwen van mijn wereld voordat ik mijn personages tot in detail uitwerk. Dat doe ik omdat als ik dan op het punt van cultuur kom, en uiteindelijk ook karaktereigenschappen, al dat werk dat al in de wereld zit me kan helpen formuleren wie mijn personages zijn. Toen ik aan de karaktertrekken van Çeda begon, wist ik al het fijne van de woestijnwereld, de twaalf koningen, en de rol die Sharakhai als handelscentrum speelde in de lokale politiek. Tot op zekere hoogte wist ik dat er rondtrekkende woestijnstammen moesten zijn, en dat de mensen uit Sharakhai uit die stammen afkomstig waren en zich er nog vaak mee identificeerden. En op die plek – de overgang van de oude naar de nieuwe manier van leven – begonnen Çeda en haar moeder, Ahya, echt vorm te krijgen.

Ik wilde dat het ging over familie, en wat het voor een jong meisje zou betekenen om die familie kwijt te raken.

Ik wilde dat het verhaal zou gaan over het verlies van (cultureel) erfgoed, en de drang om het te herwinnen. Ik wilde dat het ging over familie, en wat het voor een jong meisje zou betekenen om die familie kwijt te raken. En dat is volgens mij aardig gelukt. Of mensen het nu een goed verhaal vinden of niet, ik denk dat De Twaalf Koningen van Sharakhai in wezen gaat over culturele identiteit.

Çeda ontstond deels vanuit de manier waarop ik ben opgevoed. Ons huishouden werd door vrouwen gedomineerd. Niets ten nadele van mijn vader, die nog altijd een grote rol in mijn leven speelt, maar hij was de kostwinner binnen de familie, en dat betekende simpelweg dat ik meer contact had met mijn moeder en mijn twee tweelingzussen (een jaar ouder dan ik). Mijn moeder was heel zorgzaam, begripvol en geduldig (misschien meer dan ik verdiende). Ik ben niet bang om toe te geven dat mijn zussen en ik veel ruzie hadden, maar we hielden ook veel van elkaar. Dus onbewust hebben zij een grote rol gespeeld in de vorming van Çeda’s karakter, en dat van haar moeder.

Çeda heeft een hoop te verduren gehad, zowel in haar jeugd als nu. Denk je dat ze dezelfde soort persoon zou zijn als ze niet haar moeder had verloren of Emre niet gewond was geraakt? Zou ze nog steeds tegen de koningen vechten?
Dat is een heel goede vraag. Çeda zou zeker een compleet andere persoon zijn als haar moeder niet was gestorven. Ik heb nooit echt nagedacht over wat haar lot zou zijn als Ahya nog geleefd zou hebben. En nu moet ik voorzichtig zijn, zodat ik niets weggeef. Haar moeder had grootse plannen met Çeda. Zouden die haar op hetzelfde pad hebben gebracht? Zeer waarschijnlijk niet. Zouden deze plannen naar dezelfde uitkomst hebben geleid? Dat vraag ik me af… Çeda is van nature rebels. Ik vraag me af of ze zou zijn afgeweken van haar moeders plannen, omdat ze nu eenmaal haar eigen pad wilde volgen. Misschien zou ze dat wel hebben gedaan…

Wat Emre betreft: hij is natuurlijk die andere grote invloed in Çeda’s leven. Deze jongeman zorgt ervoor dat Çeda iets geweldigs ontdekt, iets dat verbonden is met haar moeder, de koningen en de asirim, de geheimzinnige wezens die één keer in de maand de stad insluipen en mensenlevens offeren aan de goden. Ik denk in ieder geval dat Çeda haar belofte om haar moeders dood te wreken serieus neemt. En ze zou hoe dan ook tegen de koningen gevochten hebben. Maar zou dat op de juiste manier gebeuren? Wie weet?

Çeda lijkt bewust afstand te nemen van haar vrienden, waarschijnlijk in een poging om hen te beschermen. Maar daardoor moet ze ook alles alleen doen. En het in je eentje tegen de koningen opnemen lijkt vrij onmogelijk, zelfs voor haar. Wat zijn jouw gedachten daarover?
Dat is zeker waar. Çeda is jong. Ze worstelt nog met een hoop dingen: hoe ze de belofte aan haar moeder kan waarborgen, hoe ze diegenen kan beschermen van wie ze houdt. Ze gaat daarin soms ook te ver, in haar poging om de mensen te helpen die ze als familie beschouwt. Het is een persoonlijke zwakte, die voortkomt uit haar angst om anderen haar lot te laten bepalen.

Door deze neiging heeft ze de illusie dat ze het lot van heel Sharakhai kan bepalen. Het is een absurde gedachte eigenlijk, maar Çeda is nog zo jong. Bij aanvang van het verhaal ook een beetje naïef. Ze kan dit niet alleen doen; dat beseft ze alleen nog niet. Deze zwakte zal haar nog flink op de proef stellen in het verloop van de reeks.

In Maleisië heb je negen heersende sultans, en eens in de vijf jaar kiezen zij onder henzelf een nieuwe koning (die echter geen politieke macht heeft). Denk je dat het systeem met de twaalf koningen tegenwoordig, democratisch gekozen of niet, zou kunnen werken in onze wereld?
Weer zo’n pikante vraag. Eerlijk gezegd denk ik dat geen enkele vorm van erfopvolging werkt in de moderne wereld. Het bestaat, zoals jullie weten, en zal ook nog wel even blijven bestaan. Maar dit soort systemen is erg gevoelig voor corruptie en incompetentie naar mijn mening.

Tegelijkertijd hebben we over de hele wereld systemen met gedeelde macht. In Amerika heeft het (gekozen) Huis van Afgevaardigden enorm veel macht, maar die wordt ingetoomd doordat er een consensus moet worden gevormd met anderen die vergelijkbare macht hebben. Ik zal niet dieper ingaan op hoe dat systeem nu wordt gemanipuleerd, maar laat ik wel zeggen dat oudere vormen van regeren zich nog herhaaldelijk laten zien. Senaatsleden en gouverneurs nestelen zich behaaglijk in hun posities, waardoor je een soort adellijk systeem krijgt van absolute macht, een soort leenstelsel van de moderne tijd, met hertogen, baronnen en graven. (En niet te vergeten horigen en pachtboeren!)

Er zijn duidelijk parallellen met hoe zulke dingen in de moderne politiek werken.

De koningen van Sharakhai zijn niet meer dan mannen met immense macht, die samenzweren over de ruggen van de bevolking. Het is geen ideaal systeem. Het is zelfs behoorlijk inefficiënt, want iedereen moet omgekocht worden. En toch zijn er duidelijk parallellen met hoe zulke dingen in de moderne politiek werken.

Maar als je zo lang als deze koningen leeft, zou je misschien kunnen zeggen dat hun keuzes, hoe wreed of onbarmhartig ze nu ook lijken, op de lange termijn beter voor het land zijn. Hoe zie jij dat? Wat is hun kant van het verhaal?
De koningen leven allemaal al langer dan 400 jaar. En ze hebben geen enkele reden om te denken dat ze niet nog eens 400 jaar zullen leven. Het verandert iemand als je zo lang leeft. Sommige koningen, zoals jij nu zegt, zullen inderdaad voorbij het normale leven van vrouwen en mannen kijken om verstrekkende beslissingen te nemen. Dat probeer ik ook op verschillende manieren in het verhaal mee te nemen. Koning Yusam is hun ziener. Hij heeft een poel, een meertje, dat hij gebruikt om de toekomst in te zien. Maar die zijn moeilijk te interpreteren. Hij krijgt veel visioenen, en ze veranderen continu naarmate gebeurtenissen zich voltrekken. Heel verwarrend. Yusam probeert dit alles te filteren. Hij is een wrede, meedogenloze man, maar van alle koningen is hij misschien wel degene die het het beste voorheeft met Sharakhai.

En dan heb je koning Kiral, de koning der koningen. Hij is het no-nonsense type. Hij regeert over de andere koningen door een soort consensus, maar hij speelt ze ook tegen elkaar uit. Hij is altijd strategisch bezig en altijd een stap voor op iedereen die zijn bewind betwist. Hij kijkt ook naar de toekomst van Sharakhai, maar voor hem gaat het meer om het behouden van zijn eigen machtspositie. Het is een uitdaging waarvan hij geniet, hij is altijd hard aan het werk om de bewegingen in het zand te voorspellen om ervoor te zorgen dat Sharakhai haar macht over de woestijn behoudt.

De koningen zijn individuen, ze vormen niet een of andere monoliet – hoewel velen hen wel als zodanig beschouwen. De koningen regeren samen. Ze plegen samen de meest verschrikkelijke misdaden. En, inderdaad, ze zorgen samen ook voor een soort voorspoed. Het is voor mij heel interessant om met die twee uitersten te spelen: de koningen als een geheel, en de individuele levens van deze mannen.

Hoe kwamen de asirim tot leven voor jou, en kan Çeda hen redden?
De asirim waren het eerste wat ik heel duidelijk voor ogen had van deze wereld. Ik stelde me een woestijnstad voor, en probeerde iets te verzinnen met een duister randje om de wereld wat aan te kleden, en (uiteindelijk) deel uit te laten maken van de centrale plot van het verhaal. Ik zag een wezen voor me dat door een donkere straat sluipt en plotseling iemand aankijkt en angst aanjaagt. Ik had destijds nog geen idee van wie ze waren. Maar, zoals verhalenvertellers doen, trok ik aan dat losse eindje. Maakte het wat langer. En verbond het met de andere lijntjes.

De samensmelting van die twee hoofdlijnen – die van de koningen en die van Çeda – is het hart van het hele verhaal.

Ik redeneerde dat ze op de een of andere manier aan de koningen verbonden moesten zijn. Ze waren zelfs een bron van hun macht, een manier voor de koningen om hun controle over de woestijn te behouden. Maar ik verbond ze ook met Çeda. Dit kwam niet vroeg in het schrijfproces, en het was ook niet makkelijk, maar toen dat idee zich eenmaal vormde was het een ware openbaring. De samensmelting van die twee hoofdlijnen – die van de koningen en die van Çeda – is het hart van het hele verhaal. Maar hoe het allemaal samenhangt, en of Çeda ze kan redden, dat moet de lezer maar ontdekken!

En dan zijn er nog de rebellen. Zij vechten ook tegen de koningen. Hoe kwam je op deze verhaallijn, en was je altijd al van plan Emre toe te laten treden?
Dat was een vrij natuurlijk proces. De koningen regeren nu al een behoorlijke tijd. En ze zijn meedogenloos geweest in het neerslaan van elke vorm van opstand. Maar, zoals zo vaak: tijden veranderen. De naden beginnen te rafelen. Dat is nog niet voor iedereen even duidelijk, maar toch is het zo. De Maanloze Horde, de verzetsbeweging, is hier een voorbeeld van. De mensen zijn zich aan het verenigen. Ze zijn het zat. En hoewel de reactie van de koningen vaak gruwelijk efficiënt is, gebruikt de Horde dat ook tegen hen. De koningen gaan ook vaak te ver, en dat hebben ze al zo lang gedaan. Elke gruwelijkheid zorgt ervoor dat meer mensen zich bij de Horde aansluiten.

Om je een inkijkje te bieden in mijn schrijfproces: ik had iemand nodig om de Horde te vertegenwoordigen. Het had elk personage kunnen zijn, maar Emre intrigeerde mij vanwege zijn karakter. Hij is Çeda’s beste vriend. Hij zal wellicht een romantische rol spelen. En ten derde: hij draagt een geheim met zich mee dat van hem een jongeman heeft gemaakt die vaak opschept, maar het niet echt kan waarmaken. Vanbinnen is hij bang, om meerdere redenen. Het beschrijven van Emres rol tegen de achtergrond van de Horde, een organisatie die eist dat hij net zo wreed is als de koningen, was een leuke manier om zijn karakter te ontdekken, en om hem te dwingen een beetje te veranderen.

Denk je dat Emre zich heeft aangesloten bij de Horde om Çeda te laten zien dat hij voor zichzelf kan opkomen, of is het meer dan dat? Ze groeiden tenslotte samen op.
Emre gaat door een heel andere transformatie als Çeda. Zonder al te veel weg te geven: hij moet van een aantal innerlijke demonen af, en de Maanloze Horde is voor hem dé manier om dat voor elkaar te krijgen. Hij had het niet zo gepland, maar nu het zover is, omarmt hij het. Maar het toont hem ook hoe wreed het verzet kan zijn. Hij heeft moeite met hun methodes, en hij begint ook in te zien waarom Çeda altijd haar twijfels had over hen. Terwijl ze fysiek voortdurend uit elkaar worden gedreven tijdens deze periode, komen ze eigenlijk meer en meer op één lijn te zitten. Die emotionele transformatie was een van de leukere dingen om over te schrijven.

Wat kunnen we verwachten van boek twee?
De Twaalf Koningen van Sharakhai gaat eigenlijk over Çeda’s herontdekking van haar nalatenschap en haar bewustwording als heldin. Boek twee heeft een andere benadering. Het is een uitbreiding van Çeda’s bewustzijn, een beter begrip van de grote oorlog tussen de stammen, haar eigen volk, en de koningen. Het is ook letterlijk een uitbreiding, nu we deels vertrekken uit Sharakhai en de woestijn in gaan. We ontdekken meer over de roerige geschiedenis van de woestijn, die ik slechts heb aangestipt in het eerste boek, en langzaamaan komt het groeiende conflict van de woestijnstammen en de vier koninkrijken bij de Grote Shangazi aan het licht.

De Twaalf Koningen van Sharakhai ligt nu in de winkel! Onze recensie van het boek verschijnt morgen online. Deel twee staat gepland voor het voorjaar van 2018.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here