BoekenBoeken
Home Strips Stripachtergrond De geschiedenis van het stripverhaal 50: Superman, Superboy en contracten

De geschiedenis van het stripverhaal 50: Superman, Superboy en contracten

0
43

In de Verenigde Staten waren de superheldencomics bijna weggevaagd na de oorlog en de romatische comics vierden hoogtij. Toen gebeurde er iets dat de superhelden toch weer op de kaart zette. Eerst wat context: In de Verenigde Staten staat in hun grondwet een artikel opgenomen over eigendom van gecreeërd werk. Als gevolg van een uitspraak in 1886, was het zo in de Verenigde Staten dat op het moment dat iemand iets had gecreëerd en ook uitgegeven, de staat erkende dat de rechten bij de bedenkers lagen.

Dit verandere echter in 1909 toen de Copyright Act goedgekeurd werd. Daarin werd geregeld dat werknemers die ingehuurd werden door een bedrijf en vanuit dat bedrijf iets nieuws creëerden, geen eigendom kregen op het copyright. Die lag bij het bedrijf dat ze had ingehuurd. In de volksmond werd dit “Work for Hire” genoemd.

Jerry en Joe hadden in het midden van de jaren 30 hun Superman strips naar diverse uitgeverijen toegezonden. In 1938 tekende Jerry en Joe een contract bij National Allied Publications (wat later DC zou gaan heten). Joe en Jerry waren toen jong en onervaren en ze verkochten de rechten van Superman ‘to have en to hold forever’ voor $130,- en $10- per pagina voor de eerste 13 pagina’s van hun Superman verhaal in Action Comics #1.

DC claimde de rechten in hun eigen naam na de release van Action Comics #1, waardoor Joe en Jerry de status van “Work for Hire” kregen. De werkwijze lag in werkelijkheid iets anders. Jerry en Joe werkten vanuit hun studio in Cleveland, waar ze mensen ook inhuurden om mee te werken aan hun comics. Joe en Jerry betaalden hun medewerkers vanuit hun eigen studio. De gemaakte comic werd dan verkocht aan DC die het daarna publiceerde. En alhoewel Jerry en Joe al veel meer verdienden dan andere grote namen verdienden bij Timely, was er toch een behoorlijk verschil met wat Jerry en Joe verdienden in vergelijking met de bazen van DC.

Dit resulteerde in vele briefwisselingen van Jerry naar de baas van DC, Jack Liebowitz. Jerry klaagde over het feit dat ze te weinig geld terug zagen van hun werk en dat de editors bij DC, zich te veel bemoeiden met de comics. Liebowitz op zijn beurt klaagde weer over de kwaliteit van de comics die Jerry en Joe maakten. Jerry werd pas echt boos toen een pitch die hij op 30 november 1938 bij DC had neergelegd werd afgekeurd en ditzelfde verhaal later ineens in een comic van DC te zien verschijnen. Zeker omdat hij dezelfde pitch in 1940 nogmaals deed en deze weer werd afgewezen. Dit was de pitch voor Superboy.

Maar toen Jerry mee moest vechten in de oorlog en in Europa gestationeerd was, nam DC contact op met Joe Shuster. Joe werd niet opgeroepen om mee te vechten omdat zijn ogen niet goed genoeg waren. De opdracht die Joe kreeg was om voor de comic More Fun Comics een verhaal te maken. Jerry werd niet om toestemming gevraagd, hij wist van niets. Via deze manier, zouden de rechten van Superboy van DC zijn. Jerry was woest en besprak dit met andere soldaten. Een daarvan was Alfred Zugsmith, een advocaat, en die zag kansen voor Jerry.

Na de oorlog begon Jerry hier werk van te maken. Hij dacht samen sterker te staan en wist dat het contract van Bob Kane ook hernieuwd zou moeten worden. Jerry zocht contact met Bob Kane om hem te overtuigen om gezamenlijk stelling te nemen tegen DC. Wat Jerry wellicht niet wist, was dat Bob Kane alle credits en rechten van Batman had geclaimd ook al had hij dat samen met Bill Finger gedaan (Bill Finger had zelfs the Joker en Robin gecreëerd).

Bob nam contact op met de baas van DC en vertelde hem wat Jerry van plan was om te doen. Voor Bob leverde dit een nieuw contract op bij DC , waarbij zijn prijs per pagina omhoog ging en hij een deel van de rechten van Batman kreeg. Bob zou hier later over zeggen dat een nieuw contract moest omdat hij het eerste contract als minderjarige had ondertekend. Jerry liet het hier niet bij zitten en in 1947 werd er een rechtzaak tegen DC aangespannen. Jerry en Joe claimden eigenaarschap van de rechten van Superman en Superboy en een schadeloos stelling van $ 5 miljoen.

De rechter gaf DC gelijk aangaande de rechten van Superman, maar Jerry aangaande de rechten van Superboy. DC onderhandelde met Jerry en Joe en bood hen $100.000 voor alle rechten van Superman en Superboy. Joe en Jerry gingen hier met frisse tegenzin mee akkoord. Niet in de laatste plaats omdat de kosten van de rechtzaak, Jerry’s vriend Alfred Zugsmith was hun advocaat, betaald moest worden. Van alles wat Superman nog zou worden, zouden Joe en Jerry geen deel meer uitmaken.

Wordt vervolgd

Avatar
Gert-Jan van Oosten is schrijver en podcaster, en bovendien groot fan van het stripverhaal. Samen met Kenny Rubenis en Roderick Leeuwenhart heeft hij de Podcast Geekers op je Speakers. Hij is een van de mede oprichters geweest van Drop Comics, een kleine stripuitgeverij van eigen werk zoals ACE en Sanguis.

GEEN REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here