schrijvensullivan

 

sullivan
Laten we in deze eerste les beginnen met de bouwstenen van een verhaal. Ik zal in dit artikel met allerlei termen gaan smijten en doen alsof ik de autoriteit op dit gebied ben, maar het is belangrijk dat jullie in je achterhoofd houden dat ik ook geen idee heb waar ik over praat. Dat wil zeggen: wat ik vertel is wat ik heb geleerd door vallen en opstaan en door zelf onderzoek te doen. Veel termen heb ik bovendien zelf bedacht. Als je de meer traditionele schoolse aanpak wilt hebben, zijn er meer dan genoeg andere websites en boeken om te raadplegen. Wat ik nu ga vertellen is datgene wat werkte voor mij. Misschien hebben jullie er iets aan, misschien niet…

Nu dat uit de weg is, laten we beginnen!


 

Wie, wat en waar

De basiscomponenten van een verhaal zijn karakterisering (wie), plot (wat), en setting (waar) – pas later in de artikelserie zal ik ook wat vertellen over het waarom. Hoewel dit de drie bouwstenen van het verhaal zijn, zijn dit niet de daadwerkelijke gereedschappen die je als schrijver tot je beschikking hebt. De gereedschappen zijn namelijk: beschrijving, dialoog, en reflectie (met reflectie bedoel ik de gedachtes van de personages). Een van de grootste fouten die ik beginnende schrijvers heb zien maken, is dat ze slechts één of twee van deze gereedschappen gebruiken om hun verhaal te schrijven. Het is begrijpelijk dat mensen die ervaring hebben met toneelstukken focussen op Dialoog. Anderen, zoals schrijvers die ongeduldig zijn, vliegen door hun verhaal heen door alles te Beschrijven. Deze eerste groep schrijvers maakt echter zijn lezer blind voor de wereld in het verhaal, terwijl de tweede groep het verhaal erg saai maakt omdat de lezer alles opgelepeld krijgt en niks zelf kan beleven.

sullivan2

Daarom moeten beschrijving, dialoog en reflectie in een boek uitgebalanceerd worden. Door deze gereedschappen niet allemaal (evenredig) te gebruiken, wordt het samensmeden van een goed verhaal namelijk een stuk moeilijker. Samen zorgen deze drie gereedschappen er ook voor dat een verhaal nooit te langzaam of te snel verloopt. Zo heeft beschrijving de neiging een verhaal te vertragen, terwijl dialoog deze juist zal versnellen. Reflectie kan het verhaal ook vertragen, maar op de juiste manier toegepast kan het ook dingen in beweging houden. Ik zal dit later wat uitgebreider uiteggen, maar het punt dat ik hier wilde maken, is dat het evenredig gebruiken van alle gereedschappen die je als schrijver tot je beschikking hebt je verhaal een stuk soepeler maakt. Het krijgt hierdoor een evenwichtig tempo.

Op dit punt zal vast iemand een hand opsteken om mijn aandacht te vragen en mij te vertellen: “Charles Dickens deed het op die manier, of Stephen King deed het op die andere manier,” om te laten zien dat succesvolle auteurs zich niet altijd houden aan welke regel dan ook. Vaak wordt zo’n opmerking dan beantwoordt met: “Dat klopt, maar jij bent geen Charles Dickens of Stephen King.” (Dit gebeurde trouwens daadwerkelijk een aantal keren in schrijfgroepjes.) Dus om dit te verduidelijken: ja, de regels die ik hier ga behandelen worden wel eens verbroken… Alle regels kunnen verbroken worden, maar voordat je dat gaat doen zul je ze eerst onder de knie moeten krijgen. Je kunt beter beginnen met kruipen, voordat je salto’s achterover gaat proberen.

 

De basiscomponenten

riyriafrans1

Laten we terug gaan naar de basiscomponenten van een verhaal, karakterisering, plot en setting. Elk van deze bouwstenen kan worden onderverdeeld in verschillende subonderdelen.

Karakterisering is het voorstellen van je personages aan de lezer. Dit kan intern of extern, vertellend of situationeel gebeuren. Intern betekent dat karakterisering wordt gedaan door de gedachten van het personage te laten zien, extern vindt plaats als een personage een ander personage beschrijft of observeert. Als de auteur naar voren treedt en een personage beschrijft via het verhaal is dat vertellend, en als een personage zijn of haar karakter alleen laat zien door hij of zij reageert op een situatie, wordt dat situationeel genoemd.

De plot is het verhaal dat je probeert te vertellen. Ook dit kan op verschillende manieren gedaan worden: simplistisch, oftewel rechttoe-rechtaan, losjes, dat is wat minder samenhangend, beknopt, wanneer niets dat wordt vermeld overbodig is, of draaiend, met veel onverwachte ontwikkelingen. (Er zijn vast en zeker nog een paar andere manieren, maar het gaat om het idee.)

Setting is de omgeving waarin je verhaal zich afspeelt. Deze kan worden onderverdeeld in functioneel, atmosferisch of effectief. Functioneel betekent dat je slechts vertelt dat er een tafel in de kamer staat. Je bent atmosferisch bezig als je een bepaalde stemming bij de lezer probeert op te roepen, bijvoorbeeld door te beschrijven dat de tafel mysterieuze inkepingen op zijn oppervlak heeft en dat de poten eruitzien als klauwen die elk moment kunnen bewegen. Het is effectief als je je setting verwerkt in de plot. Zo kun je uitleggen dat de tafel van hout is gemaakt, zodat wanneer deze wordt gebroken, een splinter kan worden gebruikt om de vampier te doden.

Afhankelijk van het type verhaal dat je wilt vertellen, zul je meer van een bepaald type gebruiken dan een ander. En, anders dan beschrijving, dialoog en reflectie, zal de hoeveelheid karakterisering, plot, en setting variëren.

 

Combinaties

Bepaalde genres, uitzonderingen daargelaten, hebben de neiging om bepaalde combinaties te gebruiken. Traditionele sciencefiction neigt er bijvoorbeeld naar om de plot te benadrukken. Setting komt dan als tweede en op afstand, op de derde plek, staat de karakterisering. Ik denk dat dit te wijten kan zijn aan het idee dat als je de meeste sciencefiction-auteurs of -lezers vraagt wat sciencefiction is, het antwoord waarschijnlijk iets is als: een verhaal over het effect van een mogelijke technologische vooruitgang op de samenleving. Zo ligt de nadruk op het ‘wat’, en zal er veel aandacht naar de centrale technologische vooruitgang gaan en wat het effect hiervan is. In fantasy lijkt er een voorkeur voor de setting te zijn, oftewel de ‘waar’;  hoewel dit in de woorden van fantasyfans ‘wereldbouwen’ genoemd zal worden. In romantische verhalen vermoed ik dat de nadruk meer op de “wie” ligt. En thrillers hebben meer focus op het ‘wat’,  met een vleugje ‘wie’. Horror concentreert zich dan weer graag op setting, dus ‘waar’, met een beetje ‘wie’ – zet een persoon in een beangstigende omgeving en je hebt een horrorverhaal. Wat er dan precies allemaal gebeurt, is niet altijd even relevant.

riyriafrans1

Hiermee wil ik niet zeggen dat alle verhalen zo zijn, of zouden moeten zijn. Auteurs wisselen wel eens van aanpak. Het boek Duin, van Frank Herbert, heeft bijvoorbeeld een sterke nadruk op de setting, tot op het punt dat het meer in de stijl van een wereldbouwend fantasyboek is geschreven dan in sciencefiction-stijl. Misschien dat het daarom, en ook omdat het niet zo afhankelijk is van allerlei wetenschappelijke regels en feitjes, ook wel ‘science-fantasy’ werd genoemd. Dit heeft het boek er echter niet van weerhouden zowel de Hugo als de Nebula Awards te winnen.

Waarom imiteren zo veel verhalen in hetzelfde genre elkaar? Ik denk dat dit voor het grootste deel komt omdat schrijvers leren door te lezen, en de meeste aspirant-schrijvers worden aangemoedigd om veel te lezen in hun genre om “te zien hoe men het doet”. Ik ben het hier persoonlijk niet mee eens. Ik denk dat het belangrijk is om enkele boeken uit het genre waarin je wilt gaan schrijven te lezen, maar het is net zo belangrijk om ook boeken uit andere genres te lezen. Blijf je hangen bij één genre, waarin je vervolgens ook gaat schrijven, dan is er op een gegeven moment sprake van inteelt. Net als in de biologie wordt het genre hierdoor zwak, voorspelbaar en sneller vatbaar voor ziektes. Als je genrestijlen en technieken met elkaar kruist, heb je veel meer kans op frisse ideeën. Hoe meer je buiten je genre leest, hoe meer kans op het creëren van een verrassend nieuw concept dat een bestaand idee net weer wat anders benadert.

Toen ik mijn eigen fantasyserie schreef, heb ik er opzettelijk voor gekozen om een ‘thrillergevoel’ aan de serie mee te geven, in plaats van een ‘fantasygevoel’. Ik had twee redenen voor dit besluit. Ten eerste wilde ik een zeer uitgebreid en complex plot hebben, zonder dat de lezer zou verdrinken in een grote hoeveelheid gedachtes van personages of allerlei nuances van wereldbouwen. Dus ging ik voor een focus op een complexe en nauw verweven verhaallijn, met een beetje situationele karakterisering. Dit gaat er niet altijd zo makkelijk in bij fantasyfans, maar het gaf een frisse benadering, terwijl ik toch ook traditionele fantasy-elementen gebruikte. Ten tweede vond ik dat ik zelf veel liever boeken las die vanaf het begin interessant waren, maar de meeste fantasy die zich in een alternatieve wereld afspeelt of historische fantasy is doet dat niet. Dat was zelfs een van de redenen dat ik mijn liefde voor fantasyboeken had verloren, het was gewoon te moeilijk om erin te komen.

Dus hoe gebruik je de gereedschappen beschrijving, dialoog en reflectie om de basiselementen karakterisering, plot en setting te creëren? Dat is precies wat schrijvers blijven ontdekken en waarover ze steeds blijven leren. Het is datgene wat goede schrijvers onderscheidt van slechte en het heeft tot de beroemde uitspraak “Show, don’t tell” geleid. Deze algemene regel zal ik, net als bijvoorbeeld het toepassen van dialogen in een verhaal, in de komende artikelen behandelen. Voor nu is de tekst alweer lang genoeg.

 

Als huiswerk krijgen jullie het volgende mee: denk na over een aantal van de boeken en verhalen die je de afgelopen tijd hebt gelezen en probeer te achterhalen waar de nadruk lag. Plot, karakterisering, setting of een variatie hierop? Daarna probeer je te kijken of er een patroon is te vinden in de boeken die je het liefste leest. Hebben deze boeken wat dat betreft dezelfde vorm? Is jouw schrijfstijl vergelijkbaar, of juist het tegenovergestelde hiervan? Denk je dat je altijd dezelfde vorm moet hanteren, of moet je dit laten afhangen van het type verhaal dat je wilt vertellen?

De volgende les behandelt de schrijfregel Show, don’t tell >>

 


Reacties op: Schrijftips van Michael J. Sullivan 2: Wie, wat en waar

Jouw mening: