(Juryleden van de Paul Harland Prijs geven antwoord op vragen waar schrijvers tegenaan lopen)

Fantasywereld en de Paul Harland Prijs hebben de handen ineen geslagen om de schrijvende lezers en lezende schrijvers alhier van interessante tips van de PHP juryleden te voorzien. Vandaag deel 4 alweer en we hebben een nieuwe vraag!

De vraag van vandaag luidt:

Hoe kan ik in het beperkte woordenaantal van een kortverhaal toch  informatie over mijn wereld plaatsen, zonder te verzanden in infodumps?

In mijn hoofd is mijn wereld tot in de details uitgewerkt en dat wil ik  graag laten doorschemeren in mijn verhaal. Maar hoe kan ik de lezer interesseren voor mijn wereld en er over vertellen, zonder dat het  afleidt van de plot?

 


 


eissopost
Eisso Post

Eisso Post is de schrijver van het instructieboek ‘Schrijven met het Oerverhaal, hoe gebruik je thema’s uit sprookjes, mythen en sagen‘ en van het avonturenboek ‘De nutvolle Pikku‘. Hij geeft schrijfcursussen bij de Schrijvers Vakschool Groningen en op Schrijven Online, en heeft een manuscriptbeoordelingsbureau: www.bureaupterodactylus.nl

 

Bij een kort verhaal (kortverhaal lijkt me een Vlaams woord of een germanisme) zou ik mijn wereld niet te onherkenbaar maken, tenzij het om een reeks verhalen gaat, en dat is bij de PHP niet van toepassing. Laat je wereld op de middeleeuwen lijken of op het oude Egypte of op de Sprookjes van Grimm of gewoon op het hier en nu, en dan kun je altijd nog variaties inbrengen. Uitzondering: als je er juist op uit bent het de lezer te doen duizelen, b.v. in een soort Pratchett-tekst.

 

florismkleijne
Floris Kleijne

Floris Kleijne is tot op heden de enige Nederlandse auteur die als volwaardig lid is toegelaten tot de SFWA, het grootste verbond van (Engelstalige) sciencefiction- (en fantasy)schrijvers ter wereld. Floris is sinds 2008 betrokken bij de Paul Harland Prijs. In dat jaar organiseerde hij de wedstrijd samen met W.J. Maryson, was hij jurylid en deed hij de redactie van de verhalenbundel Millennium, waarin de beste verhalen van die editie werden gebundeld. In 2012 was hij voorselecteur, dit jaar is hij jurylid. Lees meer op zijn website: http://floriskleijne.nl

 

In een kort verhaal heb je geen ruimte voor directe wereldbouw. Infodump (uitgebreide beschrijvende alinea’s) vertraagt en leidt af van de rode draad van je verhaal. Met suggereren en impliceren—doorschemeren, zoals de vraag al zegt—kom je gelukkig een heel eind. Onderschat daarbij vooral je lezer niet; die heeft aan een half woord vaak al genoeg. En een half woord is voor je plot meestal ook voldoende, omdat je wereld in een kort verhaal alleen van belang is voor zover die de plot ondersteunt of drijft. (Sfeer is daarvan nadrukkelijk wél een aspect!)

Bedenk daarbij dat je hoofdpersonen jouw wereld het beste kennen. Daardoor kan je ze veel in de mond leggen en laten waarnemen dat bijdraagt aan de wereldbouw. Dit is echter een tweesnijdend zwaard: het schetsen van je wereld door de ogen van je hoofdpersonen betekent ook dat je veel dingen niet kán laten zien omdat het in hun optiek geen opmerkelijke zaken zijn. Laat je je hoofdpersonen oreren over allerlei tangentiële aspecten van de door jou verzonnen wereld, dan klinken ze al gauw pedant en irrelevant; een geoefende lezer zal direct de author intrusion herkennen.

En omgekeerd heb ellek nadeel se foordeel: je wereld tonen door de ogen van je hoofdpersonen garandeert dat je alleen die aspecten van je wereld toont die voor hen, dus voor je verhaal, relevant zijn, en helpt ook nog bij de karakterisering, omdat je alleen aan je lezer toont wat de hoofdpersonen belangrijk of opmerkenswaardig vinden.

Dat alles betekent wel dat je van je gedetailleerd uitgewerkte wereld maar een fractie kan laten zien in je korte verhaal. Maar dat juist een kracht: dat helpt je bij je verhaal te blijven. Je eigen totale, gedetailleerde wereldbeeld maakt daarbij dat de paar aspecten en details die je wél kwijt kan samenhangend en consistent zijn, en in het ideale geval zelfs hints geven van de rijkdom en complexiteit van de wereld die je hebt verzonnen.

 

peterschaap
Peter Schaap

Schrijver van fantasyromans,  historische jeugdavonturen en kinderboeken en sporadisch  korte verhalen. In 1991 en 2011 was hij al eerder jurylid en nu in 2013 weer!

Lees veel meer over hem: www.peterschaap.nl

 

 

Soms kan informatie aan het begin het verhaal al verstikken voor het geboren wordt. Dit noem ik het HETZALWEL-effect. Vooral bij verzinsels die al veel vaker zijn verzonnen, is dit dodelijk. Als je het toch wilt doen, op een manier die het verhaal sterk maakt, zorg er dan voor dat de lezer als het ware op een totaal onbekend station uitstapt. Wees dus origineel . Denk aan de Sense of Wonder, die echt niet exclusief voor SF is bedoeld. Dit werkt in alle genres. Voor alles geldt: maak levensechte personen, dan volgt de  lezer die graag, door wat voor kosmos dan ook. Informatie via dialoog werkt bovendien beter dan een betoog. Is dat laatste niet te vermijden, wees beknopt, of kom alleen met wat nodig is. Een enkel woord kan ervoor zorgen dat de lezer het beeld zelf verder invult.

 

nataliekoch
Natalie Koch

Natalie Koch is auteur van de romans Streken (2006) en De sterren stil (2013), beide verschenen bij Querido, en de fantasytrilogie De verborgen universiteit, waarvan de eerste twee delen in 2011 en 2012 verschenen bij Querido-imprint Q. In 2011 was ze voorselecteur en in 2012 jurylid van de Paul Harland Prijs. www.nataliekoch.nl

Eén goedgekozen detail kan meer zeggen dan een beschrijving van tien regels. Kies je details zorgvuldig en beperk je tot die informatie die functioneel is voor het verhaal en de lezer kan verrassen. Over het algemeen heb je als schrijver veel meer achtergrondinformatie over je wereld en je personages dan je in je verhaal kwijt kunt (geldt ook voor romans!), maar dat geeft niet; jouw kennis over de wereld resoneert wel mee in wat je wel vertelt.

Integreer de informatie in de handelingen, om te voorkomen dat een lange beschrijving de verhaalhandeling stilzet. Beschrijf bijvoorbeeld niet eerst de stad en laat dan je held de poort doorgaan, maar laat hem onder het binnengaan kijken, luisteren, ruiken, voelen en zich verbazen (als hij er voor het eerst is) of dingen herkennen (als hij er vaker komt) (dat zegt ook meteen iets over de relatie van het personage met zijn omgeving). Zo komt je beschrijving directer binnen bij de lezer.

 

Hopelijk kunnen jullie wat met de gegeven antwoorden, volgende keer een nieuwe vraag!


Reacties op: Hoe kan ik infodumps vermijden?

Jouw mening: