Auteur Mike Jansen won afgelopen jaar de Fantastels trofee en publiceerde zijn tweede boek in de Kronieken van Cranborn reeks (In Schaduwen van Weleer). Op beide prestaties kreeg hij naar eigen zeggen goede reacties. De schrijver is niet van plan daar te stoppen en heeft nog meer dan genoeg inkt in zijn pen. De man achter de woorden spreekt.

Update: 2 mei 2015. Het derde deel van de Cranborn reeks is op komst en Mike blijft actief schrijven aan korte en lange verhalen. We gingen weer even ‘digitaal’ bij hem langs om hem te vragen waar hij nu mee bezig is…

interviewmike1

Je vertelde ons tijdens ons vorige interview (augustus 2013) dat je van plan was veel mee te gaan doen aan nieuwe schrijfwedstrijden, is dat gelukt?

De afgelopen jaren heb ik inderdaad aan veel wedstrijden meegedaan. Mijn doel was natuurlijk het aanscherpen en opdoen van meer schrijfervaring. Tegelijk wilde ik daarmee wel consistent hoog proberen te eindigen. Het leert je ook een ander aspect van wedstrijden: Winnen is leuk, maar in een jurysysteem speelt smaak vaak een (te) overheersende rol en moet je verhaal maar net de juryleden (of voorselecteurs) aanstaan. Winnen bij verhalenwedstrijden, met name die wedstrijden waarin voorrondes plaatsvinden, is helaas toch een beetje een loterij. En zelfs in die wedstrijden waarin de juryleden alle verhalen lezen, zie je een stuk willekeur terugkomen (ja, uitgebreide analyse etc.) Het consistent hoog eindigen is in ieder geval best aardig gelukt. Op dit moment doe ik even rustig aan met korte verhalen en wedstrijden omdat ik met romanschrijven bezig ben.

Ik zag op facebook regelmatig aankondigingen van vertaalde werken die in het buitenland verschenen. Is dat toeval, of ben je je daar meer op aan het focussen?

In een andere taal schrijven is ook zo’n proces dat veel oefening en opdoen van ervaring vereist. Dus schrijf ik veel direct in het Engels. Meestal volgt er dan ook snel een Nederlandse versie. En er zijn natuurlijk ook markten in den vreemde die buitenlands werk voor de eigen markt vertalen. Het is natuurlijk geweldig een boek of tijdschrift in je handen te hebben met een Duitse, Poolse of Chinese vertaling van je werk. Daar komen er nog veel meer van.

Het enige nadeel van publiceren in het buitenland: het kost zoveel tijd om de juiste markten te zoeken en vinden, vooral als je veel schrijft. Als je maar een of twee verhalen hebt en die rondstuurt, dan werkt dat nog wel. Maar probeer het maar eens met een of twee dozijn verhalen. Heb je een dagtaak aan.

Het derde deel van de Cranborn serie, Het Afwezige Licht, is vertraagd. Hoe gaat het nu met het boek?

hal-small.jpgBegin 2015 heb ik korte verhalen en wedstrijden op een laag pitje gezet en inmiddels ben ik ongeveer op de helft. Het wordt weer een lijvig werk van zo’n 130.000 woorden. Ik kreeg nogal wat vragen van lezers ‘hoe het nu verder ging’, daarom ben ik begonnen met het online zetten van een stukje van het nieuwe boek, zo’n 1000 woorden per twee weken, zodat mensen een idee krijgen waar het nieuwe boek naartoe gaat. (hier te lezen overigens)

Wat is er voor jou het grootste verschil (behalve de lengte ;) ) tussen je korte werk en je epische romans? Heb jij zelf enig voorkeur in een van de twee vormen?

Elke verhaalvorm heeft zijn eigen uitdagingen. Hele korte en korte verhalen zijn redelijk specifiek, geven vaak maar weinig ideeen weer, maar moeten wel de indruk van een complete, uitgewerkte wereld geven. Episch is daar makkelijker in. Meer wereld? Beschrijf het maar. Meer complexiteit? Zolang je het onder controle kunt houden, prima. Mijn voorkeur gaat denk ik wel uit naar de boekvorm. Daar heb ik de ruimte het volledige verhaal te vertellen, zonder al te veel concessies te hoeven doen aan de vorm. Korte verhalen zijn leuk omdat ze redelijk kort zijn en je de ruimte geven te experimenteren met nieuwe technieken en verhaalideeën.

Wat staat er de komende tijd allemaal op stapel staat bij de uitgeverij Verschijnsel?

In ieder geval komt dit jaar nog ‘Het Afwezige Licht‘ uit, maar daarnaast komen er ook werken van Jaap Boekestein, Tais Teng en Guido Eekhaut uit. En Roelof en ik houden natuurlijk onze ogen goed open voor eventueel aanstormend talent.

 

interviewmike1

mikejansenHoe ben je op het idee gekomen om schrijver te worden?

Eigenlijk was dat in mijn studententijd een uitdaging van collega auteur Max Hirschfeld om in de King Kong Award van 1991 mee te doen, nadat hij in 1990 dertiende geworden was. Daarvoor schreef ik vooral stukjes voor mijn roleplaygroep en dat beviel op zich wel. In ’91 won ik de Rob Voorenprijs voor beste nieuwkomer, het jaar daarop de King Kong Award voor een verhaal dat ik samen met Paul Harland geschreven had.

Als ik professioneel kon schrijven, en daar voldoende mee zou kunnen verdienen, dan zou ik dat zeker doen. Helaas valt er met schrijven in Nederland niet veel te verdienen, behalve voor de paar gelukkigen die continu, om wat voor reden dan ook, aan de top staan. Gelukkig heb ik een andere passie en dat is IT innovatie en daarvoor betalen ze wel goed.

 

Zie je jezelf puur als schrijver of meet je jezelf ook andere identiteiten aan?

Een schrijver ben ik wel. En dan met name van proza. Maar ik doe ook wel eens uitstapjes naar gedichten en essays, hoewel dat zeldzaam is. Daarnaast ontwerp ik covers en bewerk ik foto’s, meestal met als doel publicatie van verhalen en boeken, hetzij voor Verschijnsel, hetzij voor mezelf. Andere creatieve ambities heb ik niet echt.

Wat is er nog meer belangrijk in je leven?

Mijn leven is vrij strak ingericht. Gezin, werk en schrijven, in die volgorde. Ik ben op zich redelijk perfectionistisch ingesteld maar probeer dat te balanceren met ambitie en een dosis ‘ongeduld’, voor mij gaat alles langzaam. Dat blijkt vaak ook uit mijn productie, ik schrijf gewoon heel erg veel. Dus ik doe ook maar mee met veel wedstrijden, omdat dat in Nederland een van de weinige manieren is om je werk onder de aandacht te brengen.

culturebanks

Welke schrijvers waren jouw grote voorbeelden?

Ik heb duizenden boeken gelezen. Daartussen de grote namen zoals Asimov, Tolkien, Frank Herbert, maar ook Dan Simmons, Stephen King, Robert Jordan en George R.R. Martin. Mijn grootste invloed op fantasygebied is denk ik wel Glen Cook. Dat zie je duidelijk in mijn werk. Op science-fictiongebied is het Iain M. Banks met zijn Culture serie, hoewel ook Vernor Vinge indruk maakte. Op horror gebied las ik een stuk minder, maar ik kwam recentelijk een jonge schrijfster genaamd Paula D. Ashe tegen die de rillingen over mijn rug joeg. En dat is heel zeldzaam.

Hoe kom je op de ideeën voor je verhalen?
Ideeën komen op de meest vreemde momenten tevoorschijn. Muziek inspireert me vaak om mijn gedachten te laten dwalen en ik zie dan echt complete landschappen en scenario’s voorbijkomen. En die beschrijf ik dan maar. Zo schrijf ik de Cranborn boeken meestal met wat Ierse of Gotische muziek op de achtergrond. Maar ik zit natuurlijk ook in een high-tech functie, dus ik volg ook de trends op dat gebied.

Het winnende Fantastels 2012 verhaal is overigens op Ennio Morricone geschreven.

 

omslagjansen

Wat in het dagelijks leven inspireert jou het meest?

Schrijven is voor mij onder andere een methode om mijn gedachten te organiseren. Met een redelijk druk hoofd heb ik dat ook echt nodig. Ik maak nog wel eens wat mee en dat beïnvloedt dan ook mijn schrijven.

Binnen het schrijven ben ik tegenwoordig lid van een aantal Amerikaanse schrijversclubs. Discussies en opdrachten van die clubs verrijken zowel mijn blik op de wereld als mijn schrijven.

Ondervind je wel eens problemen onder het schrijven en hoe los je die dan op?

Ja hoor. Ook ik heb wel eens writer’s block. En jengelende kinderen. En belangrijke zaken die mijn tijd en aandacht vragen. Het is niet anders. De eerste los ik op door te praten met andere auteurs (daar ken ik er wel een aantal van), de andere werk ik me maar gewoon doorheen, een tegelijk.

Wat voor reacties krijg je op je boeken en wat doet dat met je?
Redelijk kort na publicatie van mijn debuutroman ‘De Falende God’ kreeg ik mijn eerste fanmail. Lezers die daadwerkelijk een berichtje stuurden dat ze van het boek genoten hadden en benieuwd waren naar het volgende deel. Het geeft je een heel warm en blij gevoel dat iemand, een onbekende, de moeite neemt een berichtje te sturen om aan te geven dat je verhaal ze op de een of andere manier op een positieve manier geraakt heeft. De meeste reacties zijn positief tot zeer positief en de enkele negatieveling die alleen over details kan miepen en niet naar het grote geheel wil kijken, die moet ik maar op de koop toe nemen.

Voor de rest kijk ik vooral naar de verkoopcijfers van mijn boeken bij Verschijnsel en die zijn bijzonder goed voor een kleine uitgeverij. Ik haal niet de verkoopcijfers van een Olde Heuvelt of Adrian Stone, maar dat kan ook niet met het kleine marketing budget en de beperkte verkoopkanalen van Verschijnsel.

koperenoase

Wat betekent het winnen van de Fantastelsprijs voor je?

Het is een fijne bevestiging van mijn schrijfkunde. Hoewel ik in 2012 met name experimentele verhalen heb geschreven om aspecten van schrijven beter te oefenen en ik dus niet heel veel resultaat verwachtte, heb ik met een 9de plek in de PHP, een 1ste, 8ste en 9de plek in Fantastels en een 5de, 6de en 8ste plek bij Trek Sagae toch een goede score gehaald. Ik heb er ook weer veel van geleerd, ik was tenslotte zo’n tien jaar gestopt met schrijven omdat leven en werk wat druk geworden waren. Dan moet je je pen toch weer een beetje scherpen en dat is aardig gelukt.

(NB: Het winnende verhaal De Koperen Oase is gratis te lezen op Smashwords)

Wat zijn je plannen voor volgend jaar?

Ambitieus. Meedoen met wederom PHP, Fantastels en Trek Sagae en daarnaast nog wat andere wedstrijden. Het blijven interessante uitdagingen. Dit jaar en volgend jaar nieuwe afleveringen in de Cranborn reeks. En ik schrijf ook veel in het Engels en publiceer steeds meer in de token en semi-pro markten als voorbereiding op publiceren in de pro-markt voor bladen en anthologieën.

Als alles in de wereld perfect was, hoe zou het er dan voor jou uitzien?

In een perfecte wereld zou mijn focus gezin, schrijven, schrijven zijn. Ik vind schrijven heerlijk en ik zou het de hele dag kunnen doen. Ik heb heel veel verhalen in mijn hoofd die ik wil vertellen. Cranborn is zo een groot verhaal en ik heb er nog veel meer. Maar natuurlijk moet ik ook werken. Het is niet anders.

 



Reacties op: Interview met Mike Jansen

Jouw mening: