Sophie Lucas debuteert in april bij de Boekerij met haar roman Reigers vlucht, een fantasyboek gebaseerd op de culturen van het oude China en Japan. Voor FantasyWereld schrijft ze een gastblog over haar fascinatie voor deze culturen.


Gastblog: Sophie Lucas – Arigatō, babi pangang

sophielucas

Mijn debuutroman heb ik in zekere zin te danken aan de afhaalchinees. Normaal gesproken raak ik niet echt geïnspireerd van plastic bakjes babi pangang, maar dit was een speciale gelegenheid, die vergezeld ging van een flinke voedselvergiftiging. Drie dagen lag ik ziek, zwak en misselijk op de bank, met als enige afleiding een tv met videorecorder.

Maanden voor het babi pangang-debacle had ik van iemand de film Crouching Tiger, Hidden Dragon gekregen. Die video was ergens in een hoek van mijn kamer terechtgekomen en zou daar waarschijnlijk zijn blijven liggen, ware het niet dat ik plotseling een perverse interesse ontwikkelde voor het land dat mij in een dergelijke staat van onheil had gebracht. (Dat babi pangang eigenlijk een Indonesisch gerecht is, drong op dat moment niet tot mij door.) Wie deze Chinese film heeft gezien, zal mijn fascinatie waarschijnlijk wel begrijpen; alsof ik een andere wereld was binnengestapt.

Ik heb altijd een voorliefde voor geschiedenis gehad. Als elfjarige verdiepte ik me in de geschiedenis van de oude Grieken. Een paar jaar later verlegde ik, gedreven door teksten vol heldendom en verraad, mijn interesse naar het antieke Rome. Fantasy heb ik vanaf mijn tienerjaren veel gelezen, maar ik ontdekte al snel dat verhalen met elfen en dwergen mij maar matig konden boeien. De beste fantasyverhalen waren wat mij betreft de boeken waarin ik onze eigen geschiedenis op iedere pagina kon voelen, met nét dat vleugje magie om de wereld een nieuw aanzien te geven.

In Crouching Tiger, Hidden Dragon was deze magie ook aanwezig, maar ik bedacht dat die magie helemaal niet nodig was om deze wereld interessant te maken. De manier waarop de personages elkaar benaderden, de stilte tussen de dialogen, die een eigen verhaal leek te vertellen… Dit was een wereld die ik helemaal niet begreep.

De film liet mij niet los. Steeds weer betrapte ik mezelf erop dat ik me afvroeg hoe het moest zijn om in zo’n wereld te leven, door eer en schaamte gedreven. Om een antwoord op die vraag te vinden, besloot ik zelf zo’n wereld te scheppen. En zo werd het idee voor Reigers vlucht geboren.

Omdat ik van mijn denkbeeldige keizerrijk geen letterlijke kopie van het feodale China wilde maken, begon ik ook informatie over andere landen in het verre oosten te verzamelen. Zo kwam ik al snel uit bij Japan – en dat land stal mijn hart. Waren het de stoere samurai, de bevallige geisha? Was het de geheimzinnigheid die dit gesloten keizerrijk al honderden jaren omgeeft?

Eerlijk gezegd was het, net als met de babi pangang, gewoon toeval. In mijn zoektocht naar de ziel van deze oosterse culturen besloot ik een talencursus te gaan volgen. Door de taal leer je een volk immers beter kennen. De cursus Chinees was op woensdagmiddag, Japans op woensdagavond. Omdat ik overdag stage liep, was de keuze snel gemaakt.

Inmiddels kan ik in vloeiend Japans vragen waar de toiletten zijn. Ik heb Kyoto en Tokio bezocht. Maar het mooiste is nog dat mijn roman onder invloed van al deze inspiratie gestaag groeide. Ik vond een uitgever die geïnteresseerd was en voor ik het wist was ik plotseling een echte fantasyschrijver. Allemaal dankzij die babi pangang.

Onlangs bekeek ik weer eens een Aziatische film; en ondanks al mijn inspanningen besefte ik dat ik de wereld van het verre oosten nog altijd niet begreep. Toch vond ik dat niet zo erg. Ik heb een andere wereld leren kennen: die van Yuan en Yamatan, de keizerrijken in mijn verhaal. En andere werelden dan de onze leren kennen, is tenslotte het doel van fantasy.

Meer informatie over Sophie Lucas en Reigers vlucht is te vinden op de officiële website van Sophie Lucas.




Reacties op: Gastblog: Sophie Lucas – Arigatō, babi pangang