Joe Abercrombie is de schrijver van de De Eerste Wet-trilogie, die begin 2013 een herdruk krijgt bij uitgeverij De Boekerij. Hij schreef ook een aantal andere boeken die zich in diezelfde wereld afspelen, maar deze zijn nog niet naar het Nederlands vertaald: Best Served Cold, The Heroes en Red Country. Naast het recenseren van goede whiskey, geeft Joe op zijn blog ook af en toe een kijkje achter de schermen van het schrijven van fantasyboeken.


Gastblog: Joe Abercrombie over kaarten

Joe AbercrombieTolkien, Jordan, Martin, Feist en Brooks: ze hebben ze allemaal. Scott Lynch heeft ze niet, dus hij heeft ze op zijn website gezet. Mervyn Peake kon ze gewoonweg niet maken. M. John Harrison zou je waarschijnlijk vermoorden als je suggereert dat hij het zou moeten doen. David Gemmell had er geen, maar bezweek voor de druk en plaatste er toen eentje die door een fan was gemaakt en die (schijnbaar) iedereen slecht vond. Ik heb er zelf in mijn Eerste Wet-trilogie geen gedrukt, maar je kunt er donder op zeggen dat ik een hele berg in een ringmap heb liggen!

Waar hebben we het over? Nou, de universele must have van de fantasyboeken natuurlijk: kaarten.

Waar zou jij voor kiezen? Zou je voor die enorme uitvouw-kaart gaan, afgezien van het feit dat ze nooit echt goed teruggevouwen kunnen worden als je ze eenmaal geopend hebt (zoals degene die ik per ongeluk kapot scheurde in mijn vaders speciale uitvoering van De Reisgenoten, waarop ik meteen alle betrokkenheid daarmee ontkende)? Of kies je voor één van die hele kleine, onleesbare kaarten die heel slecht gekopieerd lijken te zijn, zoals de handouts op school, waarbij een groot deel van de gestippelde lijn, die de reisroute van het bij elkaar geraapte zooitje helden moet voorstellen, onleesbaar is door de vouw in je paperback?

Zou je er als schrijver voor kiezen om ieder dorpje in jouw verzonnen wereld met minutieus detail uit te werken? Om jouw bloed, zweet en tranen tijdens/van het verzinnen van je Gnoomse terminologie te laten zien? Of zou je er eentje maken met zes steden die in het verhaal worden betrokken en verder een zo goed als een witte vlek houden, met kustlijnen die nog maar net zichtbaar zijn, die uitschreeuwt: “Ik was te lui om meer dan twaalf namen te verzinnen, maar mijn uitgever zei dat ik dit moest doen!”?

Over uitgevers gesproken, ik was ooit bij de Gollancz Autumn Party en het hoofdredactielid Simon Spanton was vuur aan het spuwen (oké, hij was lichtelijk geïrriteerd) over kaarten in fantasyboeken. Hij houdt er niet zo van en vindt ze op geen enkele manier noodzakelijk. Boeken zijn volgens hem in beginsel geschreven werken die op zichzelf zouden moeten staan, zonder een vaak inaccurate tekening op het schutblad.

Ik ben het met hem eens, tot op zekere hoogte. Mijn eigen idee hierover is dat kaarten niet helemaal passen bij het type boeken dat ik schrijf, die hevig gecentreerd zijn rondom de personages. Om een filmmetafoor te gebruiken: ik heb het gevoel dat fantasy (te) vaak wordt verteld vanuit ‘wide shots’, waarmee ik bedoel dat we grote gebeurtenissen te lezen krijgen die zich afspelen in een enorm landschap. Hierbij kunnen we de intimiteit met en het begrip van de personages verliezen. En er is geen groter beeld dan een hele wereld op een enkele pagina, nietwaar?

Kaart Shannara
Een kaart uit de Shannara-reeks, van Terry Brooks

Ik wil dat mijn lezers het gevoel hebben dat ze bij mijn personages zijn, in hun hoofden zitten. Dat ze deel uitmaken van de actie, in plaats van er passief boven te hangen en slechts toeschouwers te zijn. Ik wil zo dichtbij als mogelijk komen, zodat je het zweet kunt ruiken, de pijn kunt voelen en de emoties kunt begrijpen. Ik wil dat lezers op hun vingernagels bijtend de pagina’s omslaan om te weten wat er gaat gebeuren, niet dat ze telkens terugbladeren naar een kaart om te zien hoe ver noordelijk Carleon nou precies is vanaf Uffrith, of wat dan ook. De personages weten soms niet eens wat er allemaal gebeurt, laat staan dat ze een handige en accurate kaart meedragen, dus waarom zou de lezer dat wel moeten hebben?

Op een subtiele manier probeer ik de lezer weg te sturen van de behoefte aan kaarten, terwijl ze mijn boeken lezen. Een focus op de wereld, de setting en alle kleine details zou de lezer misschien in de weg zitten als ik ze eigenlijk wil laten opgaan in de personages en het verhaal. Ik zou liever hebben dat de lezers het over zich heen laten komen en dat ze mij de details in mijn (bijzonder capabele) handen laten houden, zodat ze zich kunnen concentreren op de gebeurtenissen die zich afspelen.

Noem me gek, maar het hebben van een kaart doet naar mijn mening afbreuk aan het gevoel van schaal, ontzag en verwondering dat een lezer zou kunnen hebben voor je wereld. Het is zoals het moment in de horrorfilm waarop je eindelijk het monster ziet. Serieus? Is dat alles? Ik was bang voor/vanwege een stukje rubberschuim? Het onbekende kan mysterieus en spannend zijn, waarbij een aantal gekrabbelde lijntjes op een stuk papier dat vaak… niet zijn. Het is hetzelfde probleem als ik heb met tekeningen van personages op de voorkant van fantasyboeken. Plaatjes zijn, vergeleken met woorden, heel krachtig in het overbrengen van een boodschap. De lezer is dan meteen beperkt in zijn verbeelding omdat ze het personage nu hebben gezien, terwijl ik graag vind dat mijn lezers een eigen fantasie hebben en dat ze vrij moeten zijn om zo ver op te gaan in het verhaal als ze zelf willen.

Ik denk dat, hoewel de hardcore fantasyfan graag een kaart zou willen zien, de meer casual fantasylezers er helemaal niet zo geobsedeerd door zijn, of misschien zelfs wel blij zijn om er geen aan te treffen. Je komt het dan vooraan in het boek tegen en je voelt je verplicht even te kijken. Op dat moment heb je de indruk dat je al een beetje iets weet over het verhaal, nog voordat je begonnen bent, begrijp je? Het voelt alsof de auteur ieder moment kan verschijnen om je te testen op je kennis van de omgeving.

Je zou dus kunnen zeggen dat ik in het anti-kaartenkamp zit, als er al kampen bestaan. Alleen blijft een deel van mij wel van kaarten houden. Dit deel snapt waarom lezers soms klagen over de afwezigheid van een kaart. Dit deel zat lang geleden compleet tevreden ieder klein boompje op een enorm A2-blad te tekenen, terwijl in de achtergrond de eerste episodes van Star Trek: Next Generation speelden. Dit deel houdt er nog steeds van om de oude RPG-supplementen naar het toilet mee te nemen, zodat ik ondertussen nauwkeurig de plattegronden van Orthanc kan bestuderen…

Als mijn uitgever een kaart had gewild, in Groot-Brittannië, de Verenigde Staten of waar dan ook, dan had ik hem er graag een gegeven. Zelfs een slechte kaart. Het zou absoluut geen deal-breaker zijn geweest, dat kan ik je vertellen. Maar het is me nooit gevraagd. Misschien dat ik er ooit eentje op mijn website plaats, alleen maar om hem te laten zien… Maar dan hoor ik al snel weer dat kleine stemmetje fluisteren: “Wat als iemand erachter komt dat Carleon helemaal niet zo ver ten noorden van Uffrith ligt als jij hebt gezegd? Wat dan? Dan wordt je nooit meer serieus genomen…”

 

Deze blog is al eerder op de blog van Joe Abercrombie verschenen en werd met permissie vertaald. De originele (Engelse) tekst is hier te vinden.




Reacties op: Gastblog: Joe Abercrombie over kaarten