We gaan weer verder met ons gezamenlijke wekelijkse leesclub waarbij jullie ook eigen input kunnen geven. Auteur Jeroen Cornelis is druk bezig met het schrijven van zijn manuscript en wil daarbij al in een vroege fase lezers betrekken in het schrijfproces. In het interview met Jeroen kun je iets meer lezen wat hij met al die input doet. Vorige weken plaatsten we al de proloogdeel 1, deel 2, en deel 3. Deze week het vierde deel.


– Hoofdstuk 1, vervolgd –

Bezweet en hevig hijgend kwam Storm tot stilstand. Het wolkendek had de maan wat ademruimte gegeven en verlichte de akkers die zich aan weerskanten bevonden van een verharde weg richting de stadspoort. De breedte van de weg was net groot genoeg voor paard en wagen en liep door tot aan de zuidwestelijke stadspoort richting de haven. Storm bekeek de akkers, de oogst was al maanden geleden binnengehaald en op een viertal vogelverschrikkers na stonden de landerijen er triestig en kaal bij. Er bevonden zich verder geen boerderijen of landhuizen buiten de stadsmuren van Rhoden, want al het akkerland grensde aan het woud. Ook al was er geen directe dreiging van bandieten of gevaarlijk wild, toch waagde niemand zich ’s nachts buiten de stadsmuren. Storm wist dat er in een ver verleden wel bewoners buiten de stadsmuren hun huizen gebouwd hadden, maar een terugkerende, roedel hongerige wolven maakte daar al snel een eind aan. De witte adelaar met gouden banieren, de huiskleuren van kasteel Rhoden en haar Hertogdom, wapperden sidderend door de aanhoudende wind en reflecteerde zo nu en dan door het heldere maanlicht. Af en toe verloor de maan het van de dichte bewolking en zag Storm enkel wat lichten uit de stad om zo zijn weg te volgen. Hij was nog op geen tien el van de poort verwijderd toen hij een zware stem door de wind hoorde.

“Wie gaat daar?” Storm antwoordde. “Storm, heer, wees aan huize Karvan de meester-kok van Hertog Rorick.” Een metalen klik verraadde de acties van de poortwachter en een klein luik ter grootte van een mensenhoofd opende zich uit de zware eikenhouten poort. “Goedenavond, jonge heer” antwoordde de soldaat, zijn sarcasme niet verhullend. “Ik neem aan dat meester Karvan u beter de regels van de nachtklok kan uitleggen dan ik dat kan en daarom zal ik u niet lastig vallen met een extra preek.”Hij glimlachte en een tweede zware klik opende de poort. “Excuses heer, ik ken de regels, maar ik zal u dan ook niet langer ophalen met sterke verhalen waardoor ik mij zo laat nog buiten de stadsmuren bevindt.” De poortwachter grinnikte. “Ga je gang jongen, maar mocht ik binnenkort eens flink hongerig zijn na mijn dienst, dan weet ik je te vinden.” Storm rende lachend langs de poortwachter. “Ik zal wat kip proberen achter te houden, heer” Storm wist dat hij onmogelijk wat eten achter kon houden, maar de soldaat wist dit ook en daarom moest hij lachen. Het was een spelletje wat hij speelde met de poortwachters wanneer hij weer eens van hun gunsten gebruik moest maken.

Storm keek de Poortweg af terwijl hij zijn kleren probeerde af te kloppen en zijn laarzen stampte op de verharde straatklinkers. De Poortweg was een sluisachtige weg, welke omringd was door stadsmuren. Oorspronkelijk was het bedoeld als tweede hindernis voor eventuele belagers die zich door de stadspoort hadden weten te breken. De belagers zouden dan stuitten op een tweede stadspoort die vele malen sterker en breder was met aan weerszijden van de muren schutplaatsen voor boogschutters welke een makkelijke prooi zouden vinden. Maar de tijden van oorlogen en angst kende Storm enkel van uit de boeken welke hij las uit de bibliotheek van de Hertog. Een luxe die hij zich had gepermitteerd door de jongste zoon van de Hertog, Aaron genaamd, op zijn vrije dag uit jagen te nemen. Storm liep door de tweede openstaande poort en hij concludeerde dat hij zijn drijfnatte kleding en zijn vol modder besmeurde laarzen niet schoon kon krijgen. Aaron was vier jaar jonger dan hij was, maar door zijn opvoeding aan het hof was er niets te merken aan zijn jeugdige verschijning. Het was een aardige jongen die ondanks zijn rang een zelfde avontuurlijk verlangen had naar problemen.

De tweede poort eindigde in een smalle weg met aan de rechterkant de soldatenbarakken en stallen, aan de linkerkant een grote tuin. De stadstuin bezat een groot grasland waar de mannelijke jeugd van Rhoden zich vaak bevond voor een spelletje trapbal. De vrouwelijke jeugd bevond zich daar vaak ook om zich te vergapen aan de trainende soldaten aan het oefenterrein of de ballende jongens die zich in het zweet werkten. De barakken en de tuin lagen er verlaten bij. Hier en daar zag Storm wat luidruchtige mannen hard lachend hun kronkelweg hervatten, de vaste klanten van de Verschoten Patrijs. De Patrijs, zoals de kroeg genoemd werd, was een nieuwere taveerne in de stad. Het was een kroeg die wat meer bedoeld was voor de adel of hoger geplaatsten binnen Rhoden. Storm had meer de voorkeur voor de armenkroeg de Kroon. De naam was meer een grap geweest naar de adel toe, want de oude taveerne had niets koninklijks over zich. Niet dat het écht een armenkroeg was, maar zo werd Zuidoostelijk gedeelte van Rhoden genoemd. Daar bevond zich de markt, wapenhandelaars en een enkele legale goktent. Het was geen hol van halzensnijders en dieven zoals in de grotere steden in het Koninkrijk. Het was meer een heerlijke samenloop van mensen op gelijke stand.

 

Storm liep langs wat gesloten winkels en schoot de straat links in, richting Kasteel Rhoden. Hij zag nog een vuur branden bij de stadsbakker en ook de lichten bij de meestersmid waren nog niet gedoofd, al hoorde hij niet de slagen van de hamer. Rhoden was in vergelijking met de noordelijk steden een gehucht, met ruim vierduizend inwoners en een kleine verzameling soldaten was het nog net geen plattelandsdorp. Toch was Rhoden van alle gemakken voorzien. De handel werd aangestuurd door de haven en de akkers. Ook binnen de stadsmuren waren er twee smidsen, vier bakkers, twee groente en fruit handelaars, met een paardenhandelaar naast de stallen. De alledaagse wapenhandelaars, kleermakers en tapperijen bevonden zich in het armengedeelte. Zo was Rhoden een bruisend dorp wat neigde naar een kleine stad. Storm wist dat de Hertog volgende jaar wilde beginnen aan het uitbreiden van de stad. Dit zou waarschijnlijk ten koste gaan van een gedeelte bos, iets waar hij niet blij mee was. Maar Storm zag de noodzaak wel, de stad was groeiende.

Hertog Rorick was een goed man. Twee zomers geleden had de Hertog besloten een afvoer aan te leggen in de gehele stad, net zoals het kasteel al bezat. Dit kwam niet helemaal alleen door de goedheid van de Hertog, maar meer door de uit de hand gelopen overlast van menselijk afval. Nu, twee jaar later was er een ondergronds afvoersysteem wat goed functioneerde door de gehele stad. Dit had gezorgd voor een grote tevredenheid onder de burgers en ondanks de belastingverhoging werd er weinig geklaagd. Mensen waren veel minder vaak ziek, iets wat jaren later pas werd toegewezen aan de diensten van de Hertog. Storm zag de kasteelmuren naderen terwijl hij een snellere tred aanhield. De keuken van meester Karvan was gevestigd binnen de kasteelmuren, ook de voorraadschuur waar Storm zijn slaapplaats had verworven bevond zich op steenworp afstand van het kasteel zelf. Het was niet zo dat Storm niet in huize Karvan mocht slapen, maar hij had er zelf voor gekozen om de weinige leefruimte welke Karvan had niet te beperken. Zo had hij inmiddels een aardige ruimte voor zichzelf op de zolder van de voorraadschuur. Het tochtte nauwelijks en hij had een droog en privé gelegen onderkomen, een luxe die niet iedere jongen van zijn leeftijd bezat.

 

Storm zag het licht in de vestekeuken branden en hij wist dat zijn meester een late maaltijd aan het bereiden was voor de hovelingen en jonkers aan het hof. Deze laatst genoemden kwamen vaak pas laat aan het nuttigen van een maaltijd toe en Karvan had er niets op tegen om na het luiden van de avondklok nog hard aan het werk te zijn in de keuken. Gelukkig deed Karvan dit niet alleen, hij had drie jongens in dienst, allemaal een paar jaar ouder dan Storm. De koksjongens hadden allemaal het vak bewust gekozen op de dag dat ze zestien werden. Iets wat Storm zichzelf nog niet zag doen. Hij groette een kasteelwacht die aan de open kasteelpoort zijn wacht stond. “Hij zit op je te wachten jongen” hoorde hij de wacht hem naroepen toen hij stevig door rende. “Ik weet het!” schreeuwde Storm voor zich uit en hij wist het ook. Zeker toen hij de vestedeur opensloeg en hem de damp van vers gebakken pasteitjes en braadvlees hem begroette. Een stuk aangenamer dan de natte vaatdoek die hij met zijn gezicht opving. “Stommeling, rund dat je er rondloopt, uilskuiken.”Storm voelde zijn wangen gloeien. Hij wist dat hij Karvan ongerust had gemaakt en hij was zo fatsoenlijk om te blozen. “Sta daar niet zo te gapen als een opgedirkte ouwe vrijster met rode wangen” Kevin, de slungelige assistent kok schaterde het uit. “Wat sta jij te blaten als een ouwe berggeit, Kevin! Aan het werk!” Kevin stopte direct een vervolgde zijn werk. Storm liep op Karvan toe. “Het spijt me Karvan.” Begon hij. Maar Storm moest met iets beters aankomen. “Meester-kok, is het nog altijd voor jou, jongen. Ga je vuile kleding wassen en kleed je om, daarna ga jij mij eens haarfijn uitleggen waarom ik je geen tien slagen met deze deegroller moet geven als presentje voor je schandalige te laat komst.”

Storm slikte, niet omdat hij bang was voor een pak slaag, want dat gaf de beste Karvan zelden. Ook al balanceerde de deegroller vervaarlijk door zijn handen, maar hij schaamde zich nu al voor het ongeloofwaardige verhaal wat hij de meester-kok moest gaan uitleggen. “Hoe kom je aan die kapotte lip?” vroeg Karvan al iets hartelijker. “Gevallen, maar dat vertel ik u straks.” De meester-kok schudde zijn hoofd. “Ga maar.” Zei hij en Storm rende zijn kamer in. Storm warmde zijn handen aan het haardvuur, hij had er niet aan gedacht dat hij flink kou zou vatten door in zijn drijfnatte tuniek buiten te blijven. Karvan had weinig medeleven getoond en onder het motto van ‘van hard werken blijf je warm’ had hij de gehele keuken schoongemaakt en zat hij nu klappertanden voor het knapperende haardvuur zijn verhaal te doen.

“Dus jij wilt mij serieus wijsmaken dat je een wilde beer het leven heb gered, dat hij je begreep en verstond en dat hij daarna rustig is weggelopen terwijl jij naar bessen zocht. Oh ja en dat een ander wild beest ondertussen het geschoten hert heeft meegesleept?” Storm knikte met het schaamrood op zijn kaken. Hij wist hoe belachelijk het klonk en dat had hij van te voren Karvan ook gezegd. “Nou jongen, je hebt niets gelogen. Ik vind het inderdaad één groot lariekoek verhaal.” Storm glimlachte vermoeid en Karvan beantwoorde zijn glimlach. “Je weet hoe gek ik op je ben Storm. Jij bent als een zoon voor me. Maar als je me nog een keer zoiets flikt, met of zonder beren, dan spijker ik je oren boven het vuur als een voorbeeld voor de andere kokshulpen.” En met deze gevleugelde woorden trok hij Storm uit zijn bibberende houding en omhelsde hem stevig. “Het spijt me, Karvan” antwoordde hij. “Ga maar slapen, jongen. Morgen is er weer een nieuwe dag en ik wil dat je voor het aanbreken daarvan weer fit bent.”Storm keek hem teleurgesteld aan. Morgen was het zesdag, een onofficiële vrije dag voor de gewone arbeider. Dit was doordat mensen geloofden dat Fertilitatis, de god van vruchtbaarheid de mensheid had bevolen om de akkers met rust te laten op zesdag zodat het gewas sterker zou gaan groeien. Hij had zich erg verheugd om naar de bibliotheek van de Hertog te gaan en misschien in de namiddag nog een potje trapbal te spelen met de jongens van de veste. De meester-kok zag de teleurstelling op Storms gezicht en trok een grimas. “Aaron was er nog”.

“Ohja? Wat deed hij hier?”
“De zoon van de Hertog vroeg of je morgen aan het hof komt ontbijten.” De donderwolk rond Storms gezicht klaarde direct op. “Ik?!” De chef knikte. “Echt waar, Karvan? Mag ík aan het hof eten?” Karvan knikte lachend. “Ja, jongen, dus ik zou je aangeleerde tafelmanieren maar niet vergeten, anders laten ze je met de honden onder de tafel mee-eten.” Storm hoorde de grap al niet meer. Met een tevreden glimlach op zijn gezicht sloten zijn oogleden al half tot hij een tik tegen zijn schouder voelde. “Naar bed jij, dromer. Heb je gegeten?”

“Ik heb wat vleespasteitjes gehad.”

“Gejat, bedoel je.” Storm haalde grimassend zijn schouders op. “Mooi zo en nu naar bed, goof.”

“Goof?”

“Een grapje onder de dieven, schijnt. Ze geven elkaar synoniemen voor het beroep dat ze uitoefenen.” Storm klopte wat kruimels van zijn trui. “Bewijsmateriaal. Ik zou geen goeie dief zijn.”

“Gelukkig maar en nu die luiken van je dicht. Anders ben je morgenochtend geen knip voor de neus waard.” Storm herkende een vriendelijk bevel als hij het om zijn oren kreeg, dus hij kwam in beweging. “Ik denk dat je toch wat indruk op de jonge Hertog heb gemaakt.”

“Wat dan?” hapte Storm. “Als hij zo’n straatschooier als jij te eten durft te vragen. Of heeft hij iets goed te maken?” Storm kon zich ook geen reden bedenken waarom hij zou eten aan het hof. Misschien was het wel een test of hij zich kon gedragen tussen de adel. Storm liep al mijmerend naar de schone keuken waar zijn vieze wasgoed nog in een hoek gesmeten lag. Hij pakte zijn vuile kleding op en opende de keukendeur. “Morgen was ik mijn kleding.” Karvan knikte alleen maar met een bekende twinkeling in zijn ogen. Hij was trots op zijn wees kind. En niet geheel zonder reden, want niet iedere dag werd een kokshulp uitgenodigd aan de tafel van de Hertog.


Jeroen Cornelis: Beste lezers, bijna is (het originele) hoofdtuk 1 ten einde. Dan is het tijd om een nieuw hoofdpersoon te leren kennen! Maar nu eerst. Storm is uitgenodigd aan het hof. Hoe ervaren jullie het diner, het respect naar de Hertog en zijn familie? Kan je enigszins ervaren hoe het er aan toe zou gaan? Verder ontluikt er (wellicht) een kortstondige eerste liefde voor Storm, hoe ervaar je dit als lezer. Ook zijn stunteligheid tegenover de dame en Kevin de Sous Chef.  Kan jij je als lezer hier in vinden? Wordt er gegrinnikt?

2 REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.