De Anomalie – Adriaan van Garde

0
224

Adriaan van Garde verdiende met het verhaal De Anomalie een plek in Fantastisch Strijdtoneel II, de verhalenbundel met de beste verhalen van FantasyStrijd Brugge 2010. De oorsprong van het verhaal is het eerste hoofdstuk van een boek met de werktitel “De K’Bou Contingentie”, waar Adriaan in 2008 al aan begon.

Het verhaal is ook te vinden in de 4Short bundel Gerecyclede Verhalen, gratis te downloaden op Smashwords. Een tweede bundel (Een Oase van Verhalen) is volgens hetzelfde concept (4 korte verhalen) te vinden op Smashwords.

 

De anomalie
Adriaan van Garde

Voldaan slurpte ik van mijn koffie. ‘Dus je hebt me na de sprong meer dan een uur in de stasiscabine gelaten, terwijl je wist dat ik gloeiend nieuwsgierig was naar het resultaat?’

‘In het stasisveld was je heus niet nieuwsgierig hoor’, antwoordde Billie, die haar libidoremmende werkkleding aanhad. Maar goed ook, want het Letitia-type was een erg wulpse verschijning.

‘En Harx heeft er geen idee van waar we zijn?’, vroeg ik. Harx was de centrale scheepscomputer, op eenzelfde brein gebaseerd als een klasse XV robot, maar dan zonder alle humanoïde lichaamsfuncties. Daardoor was er veel meer bandbreedte voor communicatie met alle deelsystemen van het schip, zoals de navigatiecomputer en de Higgs-sprongunit.

‘Harx had binnen één enkele minuut moeten weten waar we zitten, maar na een kwartier rekenen hebben we besloten een andere invalshoek te kiezen.’ Billie draaide zich nu weg van het controlepaneel en keek mij aan als om er zeker van te zijn dat ik de rest ook begreep. ‘Hij heeft alle kanten op de evolutie van de sterrenhemel doorgerekend, maar helemaal niets bekends gevonden.’

Kanonnen, dat kon maar één ding betekenen: we zaten in een parallel universum. Zou de theorie dan toch niet kloppen en werkte een sprong misschien anders dan de geleerden dachten? Ik keek Billie aan. ‘Zou het zin hebben om variaties op een referentiestelsel door te rekenen?’, vroeg ik.

Ze had het natuurlijk meteen door: ‘Je denkt dat we in een parallel universum zitten?’.

Nog voor ik mijn antwoord had kunnen formuleren, kwam Harx al tussenbeide. ‘Zal ik dan maar beginnen met rekenen?’, vroeg hij.

‘Goed idee’, zei ik.

Ik fronste mijn wenkbrauwen; dit gaf te denken. Sprongen naar nabije sterren hadden tot nu toe geen enkel probleem opgeleverd. Maar daar was natuurlijk altijd nog sprake van een zwaartekrachtveld. Hier, aan de rand van het bekende heelal, was er lichtjaren leegte om ons heen. De theorie stelde dat de sterkte van het zwaartekrachtveld niets uitmaakte. Maar wat als de theorie fout was. Zouden wij nog wel terug kunnen springen met de inverse waarden? Het zweet brak me uit. Op dat moment klonk het typische commentaar van Harx: ‘Noppes.’

Ik wendde me tot Billie om een andere aanpak te bespreken, maar op dat moment sloeg Harx groot alarm met het alle-hens-aan-dek geluid van een scheepsbel, een aardigheidje dat ik voor deze trip had geprogrammeerd. ‘Een behoorlijk groot object nadert ons met dito snelheid. Het ligt op ramkoers. Verwacht contacttijdstip over drie minuten, zestien seconden.’

‘Drie minuten,’ riep ik uit, ‘en je merkt hem nu pas op?’

‘Nou, omdat we zo ver van zwaartekrachtbronnen zitten, heb ik de waarnemingshorizon iets ingekrompen om rekentijd vrij te maken. Maar het object gaat ook wel erg snel, meer dan negentig procent van de lichtsnelheid.’

Dat was erg snel. ‘En hoe groot is het?’

‘Groter dan de laatste kolonisatieschepen, als mijn berekeningen goed zijn.’ Dat betekende dat ontwijken vrijwel onmogelijk zou zijn geweest, zelfs met opgewarmde plasmamotoren.

‘Het object lijkt contact te zoeken, ik ontvang tenminste samenhangende radiosignalen. Mag ik een afstemmingscyclus starten?’, zei Harx.

In mij streden opluchting omdat we misschien toch niet gingen botsen, en verbazing omdat we hier intelligent leven aantroffen om voorrang, zodat ik niet meteen kon antwoorden. Billie keek me even aan en zei toen ‘Doe maar.’ Typisch, hoewel die robots direct met elkaar konden communiceren, deden ze dat toch altijd via menselijke spraak om tijd te winnen. Anders zouden zij de mens steeds apart op de hoogte moeten houden. En maar al te vaak was gebleken dat daar in panieksituaties geen tijd voor was.

‘Als ik alles goed begrijp is het object een ruimteschip waarvan de bemanning ons schip wil inspecteren’, zei Harx.

‘Krijg nou wat’, riep ik uit. Ik had nog wel wat willen roepen, maar sprakeloosheid overviel me toen ik getuige was van het langszij komen van het onbekende ruimteschip. Op het scherm ontvouwde zich een panorama van buizen, panelen, bollen en cilinders dat weinig logica uitstraalde. Van bemanningsruimten met ramen was echter geen spoor te bekennen.

Ik draaide me om naar Billie, maar die hief haar hand op om me het zwijgen op te leggen. Zij leek in trance ergens naar te luisteren. ‘Ze hebben direct contact met mijn brein’, zei zij tenslotte.

Alsof de situatie al niet verwarrend genoeg was! Ik vroeg haar wat de vreemdelingen wilden.

‘Ze kwamen eigenlijk om ons te begroeten, maar er is iets mis. Er zou een anomalie aan boord zijn en die is in strijd met hun religie. Ze geven ons vijf minuten om de anomalie te vernietigen, althans dat is de beste benadering voor hun tijdsaanduiding die ik kan vinden. Doen we dat niet dan zullen ze ons schip verpulveren. En dat klonk gek genoeg als een soort religieuze handeling.’

Ai, dat zat helemaal verkeerd.

‘Ik denk dat ze op mij doelen. Er zit dus niks anders op dan mij uit te schakelen.’, zei Billie.

Geschrokken keek ik haar aan. ‘Dat kan helemaal niet, het zou dagen duren voor je weer op het huidige niveau bent als we je brein rebooten. En zonder jou kan ik de sprong niet maken.’

 Koortsachtig dacht ik na. Kon ik Billie laten sluimeren? Nee, de aliens zouden zelfs die kleine hoeveelheid breinactiviteit vrijwel zeker ontdekken. Haar ergens isoleren? Ja natuurlijk, dat was het. ‘Ik weet wat, Billie. Kruip in de stasiskamer en ga in stand-by modus. Ze zullen wel niet in staat zijn door een stasisveld te komen.’

Onbewogen ging Billie de stasiskamer in en schakelde zichzelf in stand-by modus.

Kort daarop klonk er een hard metalen geluid. ‘Drie aliens hangen aan de luchtsluis, zij proberen naar binnen te komen’, zei Harx. ‘Ik heb hen gevraagd te wachten tot wij zelf de luchtsluis open doen.’

‘Harx, meet jij nog activiteit van Billie?’

‘Alleen stand-by status met de sensoren in de stasiskamer, daarbuiten niets.’

Met knikkende knieën draaide ik me om naar de luchtsluis. ‘Doe de buitendeur dan maar open, Harx.’ Na het gebruikelijke geruis van weggezogen lucht, ging de buitendeur open. Er klonk metalig gerommel. Vreemd, ruimtepakken met metalen onderdelen waren toch wel erg ouderwets. De buitendeur sloot weer.

Nadat de luchtsluis was volgestroomd, ging de binnendeur open. Ik slikte moeizaam en probeerde een historisch welkomstwoord te verzinnen dat in overeenstemming was met de grootsheid van dit moment. Maar mijn denken leek tot stilstand te komen, alsof het keihard afremde voor een plotseling oprijzende muur. Voor mij stonden drie metalen bouwsels, primitieve robots, die zo weggelopen konden zijn uit een twintigste-eeuwse kinder-sf-film. Uit hun primitieve ontwerp concludeerde ik dat zij een humanoïde robot als Billie natuurlijk als een godslastering moesten beschouwen. Het kwam geen moment bij me op dat het heel raar was dat robots een religie hadden. Ik probeerde mijn moed bij elkaar te rapen voor een begroeting. Maar daar kwam ik niet meer aan toe, want de voorste machine hief een soort arm naar mij op en kraakte met een mechanische stem: ‘Ongelukkig creatuur der duisternis, waarom heb je je meester vermoord?’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here