Troep – Ilse Bos

0
29

Omslag Troep

Pippi Langkous kan prima voor zichzelf zorgen: ze woont helemaal alleen in Villa Kakelbont en moet alleen af en toe uitkijken dat Tante Pastellia haar niet naar een kindertehuis stuurt. Want een kind zonder gezin, dat kan toch niet? Daar is mevrouw Wijfjes uit Troep, geschreven door Ilse Bos, het helemaal mee eens. Mevrouw Wijfjes is namelijk van het Zorgbureau en zou de dertien ‘broertjes en zusjes’ die op een woonboot wonen graag uit huis plaatsen. Maar daar zitten de kinderen niet op te wachten!

Een troep kinderen op een woonboot
Pola, Wanja, Vladimir, Wally, Aznar, Knut, Wolke, Mo, Hidde, Nillem, Trijn en de tweeling Flip en Tuitje hebben het alle dertien prima naar hun zin op het schip ‘de Blauwtje’. En dat ze geen vader hebben en hun (pleeg)moeder Taatje vaak maanden van huis is, maakt helemaal niet uit. Knut kan prima koken, Vladimir knutselt graag aan de motor van het schip, Wanja weet van alles door de stapels boeken die ze leest en Pola (als enige ‘echte’ dochter van Taatje) is de leider van het hele stel.

Tot zover lukt het ze ook heel goed om mevrouw Wijfjes te ontwijken, maar dan worden er tienminutengesprekken aangekondigd op school. De vader of moeder van Pola móet aanwezig zijn, anders komt mevrouw Wijfjes op huisbezoek en zal de hele troep van dertien uit huis worden geplaatst. Maar Taatje is zoals altijd op reis – op zoek naar haar grote liefde Willem, die ook de vader van Pola is. En tot overmaat van ramp vallen er door de metrobouw overal gaten in de stad en ligt ineens Maarten, de tweelingbroer van de directeur van metrobouw, in de zelfgebouwde hut van de kinderen te slapen…

Spannende, onbedoelde gebeurtenissen
Troep is een bijzonder verhaal. Je vraagt je af of dat in deze tijd wel goed gaat, dertien kinderen alleen op een woonboot, maar ze gedragen zich allemaal heel netjes. Het helpt natuurlijk ook dat de meesten van hen het thuis veel erger hadden of al uit huis waren geplaatst, voordat ze zijn weggelopen en op de Blauwtje terecht zijn gekomen. De kinderen weten heel goed wat ze willen en zijn maar wat blij dat ze nu met zo veel ‘broertjes en zusjes’ zijn.

Gelukkig hebben ze ook allemaal een eigen verhaal en eigen kenmerken, want anders zou het wel erg lastig worden om ze alle dertien uit elkaar te houden. Naarmate het verhaal vordert, leer je elk kind steeds beter kennen en is uiteindelijk goed te onthouden wie wie is. Ook de prachtige illustraties van Linde Faas helpen daarbij, want met een tekeningetje erbij is het nog veel duidelijker hoe iedereen eruitziet. Nillem heeft bijvoorbeeld een hele grote mond en kan heel hard gillen, terwijl Wolke zich juist altijd afzijdig houdt en met beestjes praat. En raak je toch nog in de war? Dan staat achterin een kort register met de naam, de achtergrond, de bijzondere kenmerken en een tekening van elk kind.

Ook de andere personages zijn heel ongewoon: Maarten is bijvoorbeeld een arbeidsongeschikte acteur, die wel goed ín een rol kan komen, maar er niet makkelijk weer uitkomt. En Taatje is een prima moeder, maar intussen reist ze wel de hele wereld af om truien voor zeelieden te breien en intussen haar verloren grote liefde te zoeken. En zelfs mevrouw Wijfjes is een apart geval, want zodra ze ook maar denkt dat het niet goed gaat met een kind, begint ze al meteen te snotteren.

Met zulke personages verwacht je een vreemd avontuur en dat vindt ook zeker plaats. Want waarom verschijnen er overal gaten in de stad, terwijl Maartens tweelingbroer van metrobouw daar helemaal geen opdracht toe heeft gegeven? En waarom is die tweelingbroer vervolgens spoorloos verdwenen? Was het beestje dat door Wolke is gered wel echt een gewonde pissebed? Wie of wat zijn ‘de onbedoelden’? Wat heeft die onderzeeër ermee te maken? Lukt het de kinderen om mevrouw Wijfjes op afstand te houden? Er gebeuren genoeg spannende en onverwachte dingen, maar aan het einde van het boek komen alle verhaallijnen bij elkaar, zodat het geheel goed wordt afgerond.

Ilse Bos heeft er een goed lopend verhaal van gemaakt met fijn taalgebruik, zowel om zelf te lezen als om voor te lezen. Jammer is alleen dat de hoofdstukken nogal van lengte verschillen: even een hoofdstukje voorlezen kan dus ineens heel lang, of juist heel kort duren. Het is jammer dat daar geen rekening mee is gehouden, maar de kleurrijke illustraties en de mooie uitgave (hardcover, mét donkerrode paginanummers en hoofdstuktitels) maken veel goed.

Conclusie
Troep is een spannend verhaal dat, met dertien kinderen in de hoofdrol, heel verwarrend had kunnen zijn. Gelukkig is daar zowel in het verhaal als in de illustraties rekening mee gehouden. Er gebeuren allerlei bijzondere dingen, waardoor je de dertien ‘broertjes en zusjes’ goed leert kennen en het verhaal uiteindelijk mooi wordt afgerond. Een minpuntje is wel dat de hoofdstukken nogal van lengte verschillen: dat is niet zo handig om voor te lezen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here