Het Junior Monsterboek – Diverse Auteurs

0
69

Omslag Het Junior Monsterboek

Griezelboeken zijn leuk, maar hebben ’s avonds ook hun nadelen. Want als je met je zaklamp onder de dekens ligt te lezen terwijl je ouders denken dat je slaapt, is dat absoluut extra spannend. Maar wat doe je als je vervolgens midden in de nacht, door het donker, naar de wc moet? En wat als het boek eigenlijk veel te spannend is om weg te leggen, maar je de volgende ochtend wel op school moet zijn? Dan is het veel handiger om een griezel-verhalenbundel te lezen, zoals hetJunior Monsterboek. Die kun je tenminste wel op tijd wegleggen: griezelen in portiepack. Maar is ie ook eng genoeg?

‘Negen duivelse griezelverhalen uit de hel’
Het Junior Monsterboek bevat negen verhalen van negen verschillende auteurs. Die schrijven ook allemaal een kort stukje over zichzelf, waarbij de ene schrijver zich duidelijk veel enger vindt dan de andere. Dat is ook zo met de verhalen: Frank Pollet schreef bijvoorbeeld over een jongen die mysterieuze Bengaalse ratjes cadeau krijgt. Zou dat wel goed gaan op zijn slaapkamer? Johan Deseyn daarentegen maakte een veel enger verhaal, over een raadselachtig circus in Amerika. En Nico De Braeckeleer kan er ook wat van, met getekende monsters die geen zin hebben om op het papier te blijven zitten.

In Het Feniksvirus, van Rob Baetens, komen fossielen tot leven en wordt een onschuldige jongen besmet door een vreselijke feniks. Vervolgens komen we bij Vuurheks van Karel Smolders: wie durft er over de streep in het bos te stappen, waarachter de vuurheks rondspookt? Dat wraak nooit te laat komt, laat Kris Kowlier ons zien: na zeshonderdzesenzestig jaar komt een geheimzinnige spookschipper het dorp dat hem verbannen heeft bezoeken. Killiecrankie van Ronald Verheyen speelt zich af in een echt bestaand Schots dorp, waar je maar beter niet kunt kamperen. In Tovenaar Bloedsoldaat Tweeënveertig, van Ludo Enckels, blijkt dat de echte griezels soms gewoon mensen zijn. Marina Theunissen heeft tot slot het meest ‘spokerige’ verhaal van deze bundel geschreven: De doos van Pandora. Maar ook daarbij vergaat je de lust tot kamperen.

Bloed of geesten?
Ondanks dat het plaatje van een rare pierlala op de cover enigszins goedkoop overkomt, is hetJunior Monsterboek best leuk om te lezen. De illustraties bij de verhalen zelf zijn gelukkig ook een stuk mooier. Door de korte tekstjes van de auteurs over zichzelf kun je ook de verschillende stijlen van de verhalen goed onderscheiden, hoewel ze allemaal in meer of mindere mate met een Vlaams tintje zijn geschreven. Sommige verhalen zijn erg goed gevonden, zoals Monsterstrip van Nico De Braeckeleer: een verhaal in een verhaal in een verhaal, als een geschreven Droste-effect. OokTovenaar Bloedsoldaat Tweeënveertig is bijzonder, hoewel ik het eigenlijk niet in een griezelbundel zou verwachten.

Wat verder opvalt aan de verhalen, is dat het merendeel eerder onder de categorie ‘bloederige horror’ dan ‘spookverhalen’ valt. Meer ‘slasher’ dan mysterie, waar vooral het surrealistische Het Feniksvirus een goed voorbeeld van is. Dat kan een kwestie van smaak zijn, maar persoonlijk had ik liever (zeker gezien de doelgroep) meer raadselachtigheid dan krakende botten gezien. Aan de andere kant past dat wel bij de titel: er staan inderdaad allerlei vieze monsters in dit boek!

Jammer is ook dat de illustraties altijd aan het begin van het verhaal staan, waardoor ze in sommige gevallen te veel verklappen over wat er gaat gebeuren. Daarnaast kon de eindredactie iets zorgvuldiger: ik ben helaas wel wat typefoutjes tegengekomen.

Conclusie
Het Junior Monsterboek bevat negen geïllustreerde verhalen die inderdaad vaak over alle soorten en maten van monsters gaan. Jammer genoeg zijn sommige verhalen wat magertjes, waarbij het eerder om viezigheid dan om goed griezelen draait. Is dat wat lezers van 10+ graag willen? Persoonlijk zou ik liever iets anders lezen, maar voor de liefhebber is dit zeker geen onaardige bundel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here