Interview met Lia Belt

0
83

 Lia Belt is vertaalster van de boeken van bekende fantasyschrijvers als Robert Jordan, Raymond E. Feist, Christopher Paolini en Patrick Rothfuss. Hoewel vertalers niet vaak in de schijnwerpers worden gezet, maakte Lia voor ons een uitzondering en wilde ze wel wat vragen van ons beantwoorden.


Hoe ben je in het vak terecht gekomen, en voor mensen die hier ook wel oren naar hebben: wat voor opleiding heb je hiervoor gedaan?

Net als veel andere vertalers ben ook ik er eigenlijk gewoon ingerold. In een ver, grijs verleden, toen ik nog voor een baas werkte, was het eigenlijk gewoon een “kunstje” dat ik kon (“Kun jij dit even overtypen in het Engels?”). Door steeds meer handleidingen en dergelijke te vertalen, kreeg ik gaandeweg in de gaten dat ik dat toch wel erg leuk vond om te doen; en dat waren dan nog meestal technische verhandelingen.

Ik was al fulltime aan het werk, dus ik had geen tijd (zin) om een hele opleiding te volgen, en dus heb ik bij de LOI de driejarige HBO-opleiding Vertaler Engels gedaan. Daarmee kreeg ik toegang tot het landelijk examen voor tolken en vertalers, en toen had ik een officieel papiertje. Dat gaf me het vertrouwen om te solliciteren als vertaler bij een bedrijf, en daar heb ik nog een jaar ervaring kunnen opdoen. Toen ik mijn huidige man een tijdje kende, vertelde ik hem dat ik het liefst voor mezelf zou beginnen. Hij zei: “Doen!” en ik heb ontslag genomen en ben het gaan doen… Dat is nu dik tien jaar geleden, en ik heb er nog geen dag spijt van gehad.

Wat was het eerste fantasyboek dat je hebt vertaald en hoe ben je destijds aan die opdracht gekomen?

Robert Jordan, deel 10 van Het Rad des Tijds. Ik wilde dolgraag boeken vertalen omdat ik het wel even gehad had met de boutjes, moertjes en schroefjes, maar uiteraard had ik er geen ervaring in. Ik had wel inmiddels voor Wim Stolk Onmagiër 1: De torens van Romander naar het Engels vertaald (dus strikt genomen was dat het eerste), maar daar kunnen Nederlandse uitgevers niet zo veel mee. Ik weet niet eens meer precies hoe het gelukt is, maar op een gegeven moment mocht ik voor Luitingh-Sijthoff een proefvertaling maken van een thriller. Ze vonden mijn poging wel aardig, dus ik was “aangenomen”, maar dan moest ik ze wel eerst even uit de brand helpen met een boekje van ene Robert Jordan. De vaste vertalers daarvan waren door allerlei ellende niet in staat de vertaling af te maken, en de uitgeverij probeerde als een dolle een ploeg vertalers samen te stellen om de klus te klaren. Ik had nog nooit van die hele Jordan gehoord, maar die kans greep ik natuurlijk aan.

Ondertussen heb je enkele van de bekendste fantasywerken van de laatste tijd vertaald. Welk fantasyboek vond je tot nu toe het leukst om te vertalen? En heb je wel eens boeken vertaald die je eigenlijk verschrikkelijk vond?

Natuurlijk heb ik mijn favorieten, ik ben bijvoorbeeld groot fan van Steven Erikson, maar zelfs al vind ik een boek bij de eerste keer lezen niet meteen zo fantastisch, dan nog groei ik er op een gegeven moment in. Ik lees het namelijk nogal vaak, en dan gebeurt ongeveer hetzelfde als wanneer je een paar afleveringen van een soapserie kijkt: dan gaan de personages tegen wil en dank ineens voor je leven en wil je toch weten hoe het met ze afloopt (of in mijn geval: zorgen dat het mooi omschreven wordt).

 

Op boekvertalers.nl (klik hier) las ik over je ervaring met het vertalen van De Naam van de Wind, van Patrick Rothfuss. Hoe intensief is over het algemeen het contact met de auteurs bij een vertaling?

Bij sommige auteurs intensiever dan bij andere. Ik stuur meestal in het begin even een voorzichtig mailtje om te kijken of ze ervoor openstaan om vragen te beantwoorden als die er zijn. Meestal is dat wel zo en beantwoorden ze vragen heel keurig en snel. Bij sommige auteurs, zoals inderdaad Rothfuss, maar ook Stan Nicholls, is het contact extra leuk omdat je al snel een bepaalde klik met ze hebt.

Wat komt er allemaal kijken bij een vertaling? In hoeverre is het een kwestie van puur vertalen en in hoeverre heb je ook invloed op de structuur of inhoud van het verhaal?

In principe heb je van het verhaal af te blijven. Dat is van de schrijver. Kleine dingetjes die niet kloppen pas je natuurlijk aan (als iemand net nog een groene jurk aan had en nu ineens rood, bijvoorbeeld), maar bij belangrijkere dingen trek ik de schrijver aan z’n jasje en probeer ik mee te denken over een oplossing. Toen ik dat een paar jaar geleden bij Stan Nicholls had, heeft dat een hilarische mailwisseling en een leuke vriendschap opgeleverd, en ik verheug me er dan ook op om hem en zijn vrouw in augustus weer te zien (op Castlefest).

Wat is het meest lastige aan het vertalen van een (fantasy)boek en op wat voor dingen kun je vastlopen bij een vertaling?

Een van de dingen die je steeds weer tegenkomt is het gebruik van u en jou. In het Engels is iedereen “you”, en moet je uit de relatie zien af te leiden of er u of jij wordt bedoeld. Dat is dan meestal nog niet zo’n probleem, maar soms wordt er flink geruzied en getierd, waarna ze dan vrolijk weer verdergaan met “my Lord”. Dat is een beetje lastig omschakelen. Of er komt een bepaald punt in een relatie waarop het gewoon niet meer logisch is dat twee mensen u tegen elkaar blijven zeggen. Daar staat de auteur niet bij stil, dus soms moet je dan zelf ergens een omslagpunt introduceren. Maar het kan ook heel goed gebeuren dat ze vervolgens in formeel gezelschap wel weer netjes u tegen elkaar zeggen. Dat kun je straks mooi zien in de nieuwe Feist, trouwens, met prinses Stephané.
Dingen die je moet vermijden, zijn moderne woorden, en dan bedoel ik niet alleen vet en gaaf. Je kunt niet een koets in sneltreinvaart de stad binnen laten rijden, bijvoorbeeld. Het klinkt logisch, maar je leest er heel gemakkelijk overheen.

Jordan heeft als extra complicatie dat er geen Franse leenwoorden in mogen voorkomen; dat is ooit zo bepaald. Woorden als plafond, derrière, decolleté en paraplu mogen dus niet, en zelfs jurk niet (komt van het Franse jupe). Maar echt vastlopen? Nee, dat gebeurt eigenlijk nooit.

En hoe is het contact met een uitgever/redacteur bij het maken van een vertaling? Vertaal je bijvoorbeeld ook de titel? En bij het vertalen van namen, hoe bepaal je deze?

De titel wordt vrijwel altijd door de uitgever gekozen. Daar zitten marketingstrategieën achter, denk ik. Soms is er wat overleg over, maar meestal niet. Namen in het boek die vertaald moeten worden, omdat ze een bepaalde betekenis hebben of gewoonweg te Engels klinken, kies ik wel zelf. Hoewel, met Rothfuss heb ik over sommige namen heel uitgebreid overleg gevoerd, en bij Feist worden nieuwe namen niet meer vertaald. Verder heb ik tijdens het vertalen alleen contact met de uitgeverij als het nodig is voor het een of ander (als er problemen zijn met het boek), maar dat komt vrij weinig voor.

Ik las dat je zelf een voorkeur hebt voor thrillers en horror, maar dat je al vrij snel ook in de fantasy bent gerold. Zijn er specifieke verschillen die je merkt bij het vertalen van een fantasyboek die je juist niet of juist wel hebt bij bijvoorbeeld een horror of thrillerboek? En ben je fantasy na alle vertaling meer gaan waarderen? 😉

Ha, ja dat klopt! Ik had één keer geprobeerd The Lord of the Rings te lezen, omdat iedereen er zo lyrisch over deed, maar ik vond er geen bal aan (sorry, fans van Tolkien) en heb er een jaar of drie over gedaan omdat ik het elke keer weer aan de kant smeet. Daardoor dacht ik dat ik fantasy maar saai vond (er kwam zo weinig bloed in voor). Maar toen kwamen James Clemens, en Joe Abercrombie, en Steven Erikson…

En het grootste verschil tussen fantasy en thrillers is natuurlijk dat je in een thriller te maken hebt met de echte wereld. Je kunt geen namen voor dingen uit je duim zuigen, want ze bestaan. Als er iets aan bod komt waar je nog nooit van hebt gehoord, zul je je daarin moeten verdiepen. Heel leerzaam, maar er komt dus soms behoorlijk wat uitzoekwerk bij kijken. Niet dat fantasy daardoor per se makkelijker is, overigens. Ook daarbij loop je soms een hele tijd te kauwen op een bepaald zinnetje of zit je ineens te turen naar sites met middeleeuws wapentuig. En nog niet zo lang geleden heb ik mezelf getrakteerd op een excursie naar The Amsterdam Dungeon, in het kader van “werk”, uiteraard.

Hoe lang duurt het ongeveer van begin tot eind om een boek te vertalen?

Gemiddeld genomen zo’n twee maanden, voor een redelijk normaal formaat boek. Soms krijg je er van de uitgever drie, maar soms ook zes. Het hangt ervan af wanneer de uitgever het boek in handen krijgt, wie de schrijver is en wanneer het boek in Nederland moet verschijnen. Omdat iedereen bijvoorbeeld al zo lang op de laatste Rothfuss zat te wachten, moest dat binnen drie maanden klaar zijn, maar het was haast zo dik als een telefoonboek. Voor de nieuwste Feist, die ik net heb ingeleverd, had ik een maand of vijf de tijd, en dat was maar ongeveer een derde van die dikte.

En kun je ons iets meer vertellen over de stappen die komen kijken bij het vertalen van een (fantasy)boek? Hoe vaak lees je het originele boek gemiddeld? En maak je bijvoorbeeld veel aantekeningen tijdens het vertalen?

Iedere vertaler zal er zijn of haar eigen werkwijze op nahouden, maar bij mij gaat het als volgt. Stap 1: boek lezen, want ik ben natuurlijk ook gewoon nieuwsgierig. Stap 2: boek vertalen. Als dat gebeurd is, staat de vertaling in z’n onderbroek (met andere woorden: die wil je echt niet zien). Stap 3, 4 en 5 bestaan uit proeflezen, eerst op het scherm, dan op papier, en daarna nog een keer op het scherm. Stap 6 is nog een laatste spellingscontrole. Tussen die stappen door laat ik het boek zo veel mogelijk rusten, want dan kan ik er wat afstand van nemen en het weer met een frisse blik bekijken. Intussen zoek ik eventuele onduidelijkheden nog na in het origineel. Als het een heel ingewikkeld boek is, gooi ik er nog een vierde proefleesronde overheen. Het originele boek lees ik dus twee keer, de vertaling iets vaker…
Van elke schrijver voor wie ik vertaal, houd ik eigen terminologielijsten en aangepaste spellingslijsten in Word bij, zodat ik het meteen op mijn scherm zie als een naam of term nieuw is of niet klopt.

Als ik mijn vertaling heb ingeleverd, gaat hij naar een persklaarmaker. Die leest het geheel nog een keer door en geeft met een rode pen aan waar ik geblunderd heb of stelt hier en daar verbeteringen voor. Dat pakket papier krijg ik terug, en dan werk ik zelf de wijzigingen in. Daarna gaat het manuscript naar de zetter. Soms krijg ik nog een drukproef om na te lezen, maar vaak ook niet. Dat is wel eens jammer, want soms “verbetert” iemand in dat laatste traject met de beste bedoelingen nog iets in je vertaling, en dat kan bij fantasy nou weleens nét niet zijn wat je had gewild.

Vertalers van een boek worden vaak in de binnenkant wel genoemd, maar krijgen niet altijd de waardering die ze verdienen. Steekt dat je wel eens, of vind je het prima om niet in het middelpunt van de aandacht te staan?

Nee hoor, laat mij maar lekker achter de schermen blijven; dat vind ik prima. Maar voor jullie maak ik een uitzondering…

Sommige mensen lezen liever de originele uitgave in plaats van de vertaling, omdat ze beweren dat vertalers de toon van de auteur nooit honderd procent kunnen overbrengen. Ben je het hiermee eens? En wat probeer je zelf te doen om zo goed mogelijk de persoonlijke toon van de auteur over te brengen?

Daar kan ik helemaal niets tegen inbrengen, want ik zei het vroeger zelf ook altijd. Bovendien is het een uitstekende manier om je kennis van bijvoorbeeld het Engels te verbeteren. Voor lezers die dat helemaal niet zien zitten, zijn wij vertalers er. De persoonlijke toon van de auteur moet je aanvoelen, net als de verschillende personages die hij/zij opvoert. Eigenlijk is het vooral een kwestie van inleven, en dat is lastig aan te leren, denk ik. Ik geloof ook niet dat ik er echt iets voor “doe”.

Ik las dat je de vertaling doet van Adrian Stone’s Profeet van de Duivel. Dit keer dus een vertaling vanuit het Nederlands naar het Engels. Is het voor jou een grotere uitdaging om van NL-ENG te vertalen dan ENG-NL? Zijn er andere dingen waar je rekening mee moet houden, of is het eigenlijk hetzelfde proces?

Ja, het is zeker een grotere uitdaging. Hoewel ik ook dat al heel wat jaartjes doe, te beginnen bij de boeken van Wim Stolk, een jaar of acht geleden, blijft het elke keer toch wel spannend. Het is immers niet m’n moerstaal. Het scheelt dat ik al vanaf mijn elfde alleen nog maar boeken in het Engels las, denk ik. Het proces is hetzelfde, maar bij vertalingen naar het Engels komen er nog wel een paar rondjes proeflezen extra boven op het standaard stappenplan, dat wel.

Wat is het leukste aan vertaler zijn?

Ik word betaald om boeken te lezen! Nou, oké, er komt nog ietsje meer bij kijken, maar ik zou niet anders meer willen. Ik heb geen baas, hoef niet op tijd op om in de file naar m’n werk te gaan, en ik heb gezellig de kat op schoot tijdens het werken of zit met een stapeltje papier en een rode pen buiten in de schommelstoel. Daar staat wel tegenover dat je vrij weinig mensen ziet, geen kerstpakket of vakantiegeld krijgt en zelf je deadlines in de gaten moet houden, dus het zal niet voor iedereen zo’n gelukkige keus zijn.

Heb je wel eens gedacht aan het schrijven van een eigen boek, of ligt je hart echt meer bij het vertalen?

Vroeger begon ik altijd te hakkelen als iemand dat vroeg, in een poging uit te leggen dat ik niet zonder het “steigerwerk” van een schrijver kon en dat ik zelf zoiets nooit zou kunnen. Totdat een wijs mens tegen mij zei: “Jij kunt wel schrijven, maar je bent geen verhalenverteller.” Dat is het.

Wij willen Lia Belt hartelijk bedanken voor dit leuke interview!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here