Interview met Kristin Cashore

0
36

 Kristin Cashore heeft haar hele jeugd gelezen en gedagdroomd. Toen ze echter eenmaal begon met schrijven was er geen houden meer aan. Haar debuutroman De gave van Katsa werd aan zeventien landen verkocht en stond wekenlang in de New York Times-bestseller list. 19 September kwam Kristin Cashore naar Nederland als onderdeel van haar perstour rondom Bitterblauw, het vervolg op De Gave van Katsa. Marije en Dave spraken met haar in Hotel Ambassade in Amsterdam.

Hoe lang ben je intussen aan het reizen?

Ik ben nu zo’n tweeënhalve week op reis en ga morgen weer naar huis. Om eerlijk te zijn ben ik een beetje verdrietig. Ik heb de afgelopen tijd een beetje dag voor dag geleefd en niet te ver vooruit gekeken. Vanochtend kwam ik er opeens achter dat ik morgen alweer naar huis ga.

Doe je altijd een dergelijke tour na het uitkomen van een nieuw boek?

Ik deed dit ook voor mijn laatste boek (Verraad in de Dalen, red.). Maar ook nu is het weer heel bijzonder om mee te maken en vooral erg indrukwekkend om zoveel mensen te ontmoeten.

Heb je een favoriete plek tijdens deze rondreis door Europa?

Zweden was echt heel mooi. Denemarken (of beter gezegd, Kopenhagen) was ook heel bijzonder. Ik hoefde er niet iets te doen, het was een tussenstop richting Madrid, maar toch. Misschien was het dus ook wel het vrije gevoel dat ik daar had, haha. Maar ik heb tot nu toe erg genoten, elke stad is anders en altijd heel bijzonder.

Vind je het leuk om te reizen?

Jazeker! Een perstour hier in Europa is veel leuker dan thuis (in Amerika, red.) rondreizen. Het is allemaal meer relaxed. Men verwacht hier bijvoorbeeld niet dat je naar Amsterdam komt en de volgende dag weer weg gaat. Ik heb dus regelmatig wat tijd om de stad waar ik ben te bezichtigen waar ik ben en alles is veel persoonlijker. Amsterdam bevalt me ook zeker, hoewel het nu voor het eerst tijdens de trip aan het regenen is.

Op je blog zagen we al wat foto’s voorbijkomen van Amsterdam, is fotograferen een hobby van je?

Eigenlijk ben ik dat gaan doen sinds ik een smartphone heb. Vroeger hield ik me nooit bezig met fotograferen, maar deze camera is goed genoeg en ik heb hem altijd bij me. Het helpt me om de verschillende steden een beetje in mijn gedachten op te slaan. Ik zou nooit persoonlijke dingen op mijn blog plaatsen, maar deze foto’s helpen me structuur aan te brengen in mijn gedachten over de bezochte plaatsen. En het maakt mijn moeder blij, want zo kan ze met mij meereizen.

Heb je nog andere hobby’s?

Zwemmen, lopen, vrienden, lezen. En reizen! Helaas geen gekke hobby’s dus. Vroeger had ik trouwens wel een bijzondere hobby gehad: trapeze-acrobatiek. Anderhalf jaar geleden ben ik ermee gestopt, omdat het steeds verder ging en het me toch echt iets te gek werd. Ik leerde daar hele leuke trucjes, zoals het ondersteboven hangen aan je benen. Maar toen de veiligheidsgordels op een gegeven moment werden verwijderd werd het me te eng…

En als je leest, wat voor soort boeken lees je dan?

Vroeger las ik heel veel fantasy. Nu lees ik dat niet meer, omdat het minder voelt als ontspanning en meer als werk en research. Ik lees nu veel mysteryboeken, maar eigenlijk lees ik zo’n beetje alle verschillende genres wel. Het is ook wel handig dat ik niet meer zo bekend ben met fantasy, want daardoor ben ik ook niet zo gericht op wat nu in is en kan ik helemaal mijn eigen ding doen.

Dus misschien kunnen we later wel een cross-over tussen mysterie en fantasy verwachten?

Nee, want dan weet ik niet meer wat ik nog wel kan lezen!

 

Welke schrijver heeft je de meeste inspiratie gegeven?

Geen enkele. Of beter gezegd, veel te veel. Ik leer van elk boek dat ik lees en leuk vind. Voor De Gave van Katsa werd ik bijvoorbeeld geïnspireerd door de boeken van Tamora Pierce, met veel vrouwelijke vechters in de hoofdrollen, en Robin McKinley’s The Blue Sword. Mijn inspiratiebronnen zijn eigenlijk gewoon te talrijk om op te noemen, want ik lees al mijn hele leven en elk boek heeft bijgedragen aan mijn ontwikkeling.

Wat is je favoriete plek om te schrijven?

In mijn voorkamer, zittend in een grote stoel met armleuningen. Er is daar heel mooi licht. Maar eigenlijk schrijf ik overal wel, want ik reis bijvoorbeeld regelmatig naar conventies of signeersessies. Dan zit ik in de trein met pen en papier scènes uit te werken. Ook een vliegtuig is altijd erg fijn, je kunt dan niet meer mailen of anderszins met je telefoon spelen. Ik heb dan dus geen excuus om niet te schrijven…

Heb je bepaalde rituelen voordat je begint met schrijven?

Ik neem altijd een kop thee vooraf. Soms doe ik oordopjes in om me helemaal te kunnen afsluiten en me te concentreren op het schrijven. Ik schrijf elke dag, behalve tijdens deze rondreizen. Vaak neem ik in het midden van de week een (mid)dagje vrij om met wat vrienden af te spreken, maar verder probeer ik gewoon door te schrijven. Soms zijn dat maar een paar uurtjes, maar soms maak ik dagen van twaalf uur. Dat is wel uitzonderlijk, meestal schrijf ik per dag zo’n twee tot zes uur. De ene keer gaat het wat sneller dan de andere keer.

Kun je ons wat vertellen over je schrijfproces?

Ik schrijf nog met pen en papier. Voor mijn nieuwste boek, dat wat korter is dan mijn eerdere fantasyboeken, heb ik nu een prikbord gemaakt waarop ik de plotelementen kan plakken. Ik schrijf ze op kleine stukjes papier en kan ze dan naar eigen inzicht heen en weer schuiven, ze bekijken en rustig aantekeningen maken. Ik plot elk boek ook helemaal uit, voordat ik echt begin met schrijven. Dat is van groot belang voor mij, zeker voor mijn fantasyboeken, die erg gecompliceerd zijn. Het is anders te makkelijk om dingen te vergeten. Ik heb ooit iemand ontmoet die alles in zijn hoofd bedacht en dan in één keer uittypte. Een ongelooflijk talent; ik moet elk klein dingetje opschrijven, want anders vergeet ik het.

Wat vind je het moeilijkste aan het schrijven van je boeken?

Wanneer ik vanuit het perspectief van de wat meer duistere personages schrijf, zoals de scènes van Lecks. Ik moet me dan in de gedachten van dit manipulatieve personage inleven en in zijn hoofd gaan zitten, dat is niet altijd even prettig. Het heeft ook echt invloed op mijn gemoedstoestand. Dat is erg oncomfortabel, het gaat me niet in de koude kleren zitten.

Zijn er dingen die je verrassen tijdens schrijven?

Jazeker! Mijn plot kan ook veranderen, daar sta ik voor open. Er zijn altijd wendingen die zich vanzelf ontwikkelen en dat is erg leuk. Als je een plot in je hoofd hebt zitten, moeten de personages op een bepaalde manier reageren om uiteindelijk daar te komen waar je ze wilt hebben. Als je een scène schrijft en het personage zou gevoelsmatig een andere reactie of beslissing moeten nemen dan je aanvankelijk had bedacht, dan moet je dat veranderen. Je moet de personages altijd consequent laten zijn en hun eigen keuzes laten maken. En dan ga je dus een ander pad op, dat het boek (hopelijk) geloofwaardiger maakt.

Vind je het moeilijk om afscheid te nemen van personages als een boek klaar is?

Ik denk er niet meer zoveel over na als ik een boek afgeschreven heb. Ik heb mijn eigen leven. Het was wel moeilijker om afscheid te nemen van Bitterblauw, want ik was al zo lang met haar en het verhaal bezig dat ze erg dichtbij kwam. Toen ik haar losliet in haar wereld vroeg ik me af hoe het nu met haar zou aflopen. Ik moest haar echt loslaten en mezelf herinneren aan het feit dat ze verzonnen was. Nu ik er zo over nadenk ben ik mezelf dus aan het tegenspreken… Even opnieuw: ik denk achteraf niet meer na over mijn personages, met uitzondering van Bitterblauw. Maar ook haar heb ik nu laten gaan.

Je hebt verschillende opleidingen gevolgd over schrijven, zoals critical writing, children’s literature en creative writing. Wat zijn de belangrijkste dingen die je hier hebt geleerd?

Het heeft me echt aan het schrijven gezet en ik vond het heerlijk. Ik leerde er uiteraard technieken om te gebruiken, maar het meeste heb ik er geleerd door gewoon heel veel te schrijven. En ik leerde er dat het erg belangrijk is om je open te stellen voor kritieken en daarvan te leren. Alle studenten lazen elkaars werk en gaven daar hun feedback op, waardoor ik echt heb kunnen groeien. Maar zoals ik al zei, de belangrijkste manier om te leren schrijven is het gewoon te doen! Op die manier heb ik uiteindelijk mijn eigen stijl ontwikkeld.

Heb je nu nog steeds mensen om je heen die je om feedback vraagt?

Mijn zus was altijd de eerste die me op weg hielp en ook vrienden lazen altijd met me mee. En ik probeerde altijd via mijn vrienden en kennissenkring een expert te vinden, als ik een vraag had over een bepaald onderwerp. Nu zijn het voornamelijk mijn agent en redacteur die met me meedenken, maar voor specialistische kennis blijf ik andere mensen benaderen. Ook al is het een fantasyboek, het moet wel geloofwaardig blijven. Zo heb ik een oom die arts is. Die kon ik bijvoorbeeld vragen stellen als: Stel, ik krijg een pijl in mijn schouder, hoe lang duurt het dan voordat ik weer op een paard kan rijden? Maar ik beslis zelf hoever ik ga. Zo had ik ook een personage dat ijs op een verwonding legde, om de pijn te verlichten en zwelling tegen te gaan. Maar hadden ze die kennis wel in een samenleving als die van middeleeuws Europa? Toen bedacht ik me: ik heb een wereld geschapen die geen religie kent. Moet je je voorstellen hoe anders die wereld is ten opzichte van de religieuze Middeleeuwen. De wetenschap was daar vast een stuk verder gevorderd, omdat er geen beperkingen werden opgelegd door religieuze instanties. Ik besloot toen dat het in mijn wereld in ieder geval wel kon…

Mijn redacteur komt naar aanleiding van mijn manuscripten altijd met een hele lijst opmerkingen, die ik volgens haar moet verwerken. Maar ik doe dat dan op een net andere manier dan zij voorstelt. Dat vindt ze niet erg, ze weet dat ik precies in mijn hoofd heb zitten hoe het verhaal moet zijn. Ze is blij dat ik niet alles aanneem en er mijn eigen verhaal van blijf maken. Het moet een boek worden dat ik wil dat het wordt.

Toen je begon met de creative writing opleiding begon, had je toen al het idee voor De Gave van Katsa?

Nee, dat kwam pas later. Ik had een idee voor een hedendaagse, realistische fictieroman voor jongeren, maar die is nooit gepubliceerd. Dat was een heel ander verhaal, maar zeker niet goed genoeg voor publicatie. Ik heb hem diep verstopt in een la. Pas na mijn opleiding kwamen er ideeën voor de boeken over Katsa, Vlam en Bitterblauw. Dit begon met het bedenken van enkele personages. Zo beginnen mijn nieuwe boeken altijd, pas van daaruit begin ik mijn wereld te scheppen.

 

Je hoofdpersonages in je fantasyboeken zijn allemaal jonge, sterke vrouwen. Heb je een favoriet?

Mijn favoriet is altijd het laatste personage waar ik over schreef, dus dat wordt nu Bitterblauw. Ik heb ook zoveel tijd met haar doorgebracht. Ze heeft geen gave, zoals Katsa, en is geen monster, zoals Vlam. Ze is dus een heel normaal persoon, waardoor het makkelijker is om me met haar te identificeren. Nou ja, behalve dan dat ze koningin is. Ze voelt een beetje als mijn dochter. Maar ik hou van ze allemaal!

Herken je jezelf in je personages?

Nee, niet echt. Ik weet zeker dat er delen van mij in personages verstopt zitten, maar dat doe ik niet expres. Zo baseer ik mijn personages ook nooit op andere mensen die ik ken. Als ik dat doe, begint dat het personage te storen. Mijn personages moeten altijd zichzelf kunnen zijn, ze moeten hun eigen keuzes maken. Anders wordt het veel te lastig om over ze te schrijven.

Welk personage uit je boeken zou je wel bevriend mee kunnen raken?

Ik zou wel bevriend kunnen zijn met Bitterblauw. Zoals ik al zei is ze wat normaler dan de anderen. Katsa zou een beetje een enge vriendin zijn. Ook Po lijkt me niet de ideale vriend, ik zou heel zenuwachtig worden van iemand die mijn gedachten kan lezen. Waarschijnlijk zou ik dus vooral vrienden worden met de wat meer secundaire personages. Maar het is erg lastig om te zeggen, want het toch vooral hun wereld. Ik heb mezelf daar eigenlijk nooit in geplaatst.

Wat was de inspiratie voor de wereld van uw boeken?

Mijn wereld groeide aan de hand van mijn benodigdheden voor het plot. Zo reisden Katsa en Po in De Gave van Katsa bijvoorbeeld van het ene koninkrijk naar het andere. Dat ging in eerste instantie veel te snel, dus ik moest ze een beetje afremmen. Daardoor kwamen er op een gegeven moment een ondoordringbaar bos en een grote berg bij. Het komt dus meestal niet echt voort uit inspiratie, maar gewoon uit hard werken. Ik teken de kaarten van de wereld ook altijd uit, voor Bitterblauw zelfs de stadskaarten en de plattegronden van kastelen. Zo kan ik alles een beetje in de gaten houden en kan ik waar nodig ingrijpen in de beschrijvingen.

Sommige personages in je boeken hebben een speciale Gave, hoe kwam je op dit idee?

Toen ik over de personages nadacht, wist ik dat Katsa enorme vechtkwaliteiten bezat. Aan de hand daarvan wilde ik ook de anderen gaven geven. Dit zijn altijd overdrijvingen van normale eigenschappen die mensen in het dagelijks leven hebben. Er zijn bijvoorbeeld mensen die heel opmerkzaam zijn, dus dan is degene met die vergelijkbare gave een soort gedachtelezer in mijn wereld.

Ook zijn er mensen die leugens verspreiden, die anderen altijd geloven. Lecks vreselijke gave komt voort uit die eigenschap. Ik heb er heel veel plezier in gehad om deze gaven bedenken en zeker in Bitterblauw ben ik hier nog wat verder op ingegaan. Zo is er iemand die zijn mond zo ver kan openen, dat het lijkt alsof zijn binnenste eruit komt. Heel erg vies, maar ontzettend leuk om te bedenken.

En zit er een verhaal achter de verschillende kleuren ogen van alle Begaafden?

Nee, niet echt. Ik moest de Begaafden herkenbaar maken voor anderen in de samenleving. Het zouden mensen moeten zijn die door de maatschappij met achterdocht worden bekeken, die zelfs een beetje verstoten worden. Als dat het geval is, moeten mensen ook aan de buitenkant kunnen zien wie er een gave heeft, anders kunnen ze hem of haar niet bewust buitensluiten. Zo kwam ik op het idee om elke Begaafde twee verschillende kleuren ogen te geven.

Je fantasieboeken zijn uitgegeven voor zowel YA en volwassenen, maakt dat voor jou nog uit?

Ik schrijf niet voor een speciaal publiek, maar eigenlijk meer voor mezelf. Misschien schrijf ik wel voor mezelf als tiener en dertiger, dat weet ik niet. Uitgevers moeten uiteindelijk een imprint kiezen en boekhandelaren moeten een plank kiezen om de boeken op te plaatsen. Het maakt mij verder niet uit waar mijn boeken terechtkomen. Ik vind het alleen maar leuk om te merken dat mijn publiek uiteenloopt van tienjarigen tot heel oude mensen.

Ga je wel eens naar blogs en sites om reacties te lezen over je boeken?

Ik probeer het vooral niet te doen, maar als een boek net uit is kan ik mezelf niet tegenhouden. Ik kom er vaak snel genoeg achter dat ik het echt niet meer moet doen, omdat het veel te confronterend is. Veel recensies zijn goed, maar die vergeet je meteen. Ik herinner me altijd de meest verschrikkelijke commentaren en dat voelt vreselijk. Dus dan weet ik weer waarom ik mezelf nooit meer google. Totdat er weer een nieuw boek uitkomt…

 


Zijn er al plannen om weer terug naar de wereld van Katsa te gaan?

Ja, ik heb daar zeker plannen voor. Ik heb alleen nog geen idee over wie dat zal gaan en of er eventueel personages zullen terugkeren. Ik zou niet verbaasd zijn als dat gebeurt…

En wat voor boek bent u nu na Bitterblauw aan het schrijven?

Het wordt een hedendaagse, realistische YA over een achttienjarig meisje dat in een klein Engels dorp leeft. Het wordt een heel ander boek dan mijn fantasyverhalen. Het is geschreven vanuit de ik-persoon, in een droge en grappige stijl. Bovendien is het een stuk korter dan mijn laatste boeken. Heel verfrissend… Maar verder kan ik er nog niet te veel over kwijt, want ik heb het zelf nog niet zo goed uitgewerkt. Maar het is fijn om weer even iets anders te doen.

Staan er verder nog meer boeken op stapel?

Ik heb meestal wel een idee over de komende boeken die gaan verschijnen, maar daar kan ik nog niet te veel over zeggen. Een ervan is in een apart genre, dat ik niet echt uit kan leggen. Ik ben erg benieuwd hoe dat afloopt. Tijdens het schrijven van mijn nieuwste boek wil ik nog wel eens kleine notities maken voor latere boeken: kleine scènes of personages. Die bewaar ik dan, maar mijn focus blijft op één boek.

Hoe is het elke keer om een nieuw boek in hand te hebben?

Onwerkelijk! Het is erg leuk om mijn boeken in de winkels te zien staan, maar ik geniet er nog veel meer van om ze tegen te komen in bibliotheken. Ik heb daar vroeger zoveel tijd doorgebracht, dus ik vind het fantastisch om mijn boeken er te zien staan.

Hoe zou je het vinden als een boek van je verfilmd zou worden?

Ik heb eigenlijk geen idee. Het zou waarschijnlijk goed zijn voor de bekendheid van mijn boek, maar ik heb niet zo heel goede ervaringen met verfilmingen van fantasyboeken. In mijn hoofd ziet het er toch altijd anders uit dan in een film. En zeker als het om mijn eigen boeken gaat, zal dat gevoel nog veel sterker zijn. Ik denk dus dat de film een heel andere invalshoek zou moeten kiezen, zodat ik er een beetje afstand van kan nemen tijdens het kijken. Maar goed, uiteindelijk denk ik er niet zo veel over na. Ik schrijf boeken, het maken van films is een heel ander vak. Misschien zou een animeversie van mijn boek wel erg leuk zijn! Als Studio Ghibli belt, dan zeg ik in ieder geval meteen ja!

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here