Interview met Bianca Mastenbroek

0
12

 

Je hebt vele korte verhalen in het fantasygenre geschreven en bent een aantal jaar hoofdredactrice van Pure Fantasy geweest, waar je met je zweep regeerde 😉 Wat spreekt jou zo aan in het genre fantasy?

Het fantastische. Het weg kunnen dromen naar andere landen, andere tijden, andere wezens. En vooral: magie. De normale wereld is al normaal en bekrompen genoeg. Als ik lees of schrijf wil ik onbegrensd zijn, zowel letterlijk als figuurlijk. In fantasy is alles mogelijk, zijn de grenzen die van je eigen fantasie, dat is toch geweldig?

Je bent al vroeg begonnen met schrijven, getuige je stukje over de heks dat je hebt geschreven op je basisschool (te vinden op je website). Later heb je ook enkele cursussen gevolgd, onder andere bij het Centrum voor de Kunsten in Eindhoven, om je schrijven te verbeteren. Wat zijn de belangrijkste dingen die je daar hebt geleerd?

Het belangrijkste is dat je het niet alleen kunt. Je hebt goede proeflezers nodig die én weten hoe ze moeten schrijven, én objectief naar jouw verhaal kunnen kijken. Iedere keer als ik commentaar van een proeflezer krijg, denk ik: had ik dat zelf niet kunnen bedenken? Nee dus. Blijkbaar sta je daar als schrijver te dicht voor bij je eigen verhaal. Natuurlijk heb ik tijdens de cursussen heel wat nuttige schrijf technieken geleerd. Maar het cliché blijft: schrijven leer je door veel te schrijven en veel te lezen. Een cursus kan alleen maar ondersteunen.


Vuurproef was de eerste roman van je dat werd gepubliceerd. Was het
een verhaal dat al lang in je hoofd spookte? Wat was het gevoel om een echte publicatie voor elkaar gebokst te hebben?

Het verhaal van Anna spookte inderdaad al heel lang door mijn hoofd. Ik wilde graag fantasy schrijven, want daar ligt mijn hart, maar Anna gaf mij geen keus: ik moest eerst haar verhaal op papier zetten. En dat heb ik dus maar gedaan, want zeurende hoofdpersonen in je hoofd kun je beter niet negeren.
Het uitkomen van Vuurproef was echt het uitkomen van een droom. Als kind wilde ik al schrijven, maar in 2005 stopte ik met werken om het dan werkelijk te gaan doen. En als het dan lukt, als je toekomt aan echt publiceren, dan is dat toch wel heel bijzonder. En de boekpresentatie was zo’n geweldig feest! Een dag om nooit te vergeten. Een boek dat uitkomt is gewoon het gaafste wat er is, of het nou het eerste of het achtste boek is! Ieder boek is een kindje van mij. Ik stop er alles in wat ik heb en dan moet je het loslaten, de wereld in sturen. Als je dan door de reacties merkt dat je mensen geraakt hebt, dan is het helemaal goed. Want dat is waar je het voor doet!

Bottenduider was het tweede boek, ditmaal een YA. Vond je het makkelijker of moeilijker om aan dit tweede boek te schrijven en was het heel anders om voor YA-publiek te schrijven?

Ik vind het heel erg leuk om voor de jeugd te schrijven. Voor mijn gevoel ligt dat ook dicht bij mij (ik kan mezelf moeilijk volwassen noemen). Het gaat me vrij natuurlijk af en het was niet moeilijker of makkelijker, maar anders. Bij Vuurproef had ik een heleboel historische informatie waar ik me aan vast kon houden maar die me ook regelmatig beperkte. Bij Bottenduider was er niets om aan vast te houden, maar ook niets dat me beperkte.

De laatste tijd ben je ook veel aan het schrijven voor kinderen van verschillende leeftijden. Hoe ben je hier in terecht gekomen?

Een van de eerste ‘boeken’ die ik schreef als kind/tiener was een boek voor kinderen (Het bloed van Steen). Het is zelfs het eerste boek dat ik ooit opstuurde naar uitgevers. Ik kreeg het terug, met de standaardzin, dat het niet in het fonds paste. Natuurlijk was ik helemaal verbolgen 🙂 Jaren later heb ik nog eens gekeken of ik iets met dat manuscript kon. Maar het was echt te slecht om er nog iets mee te doen, de uitgevers hadden daarin helemaal gelijk.
Voor kinderen schrijven heeft me dus altijd aangetrokken. Ik heb een paar jaar geleden dan ook een cursus Kinderboekenschrijven gedaan. De docente, Netty van Kaathoven, wist me helemaal enthousiast te maken. Ze spoorde me aan om aan wedstrijden mee te doen en mezelf aan te bieden bij verschillende uitgevers. En met succes!

Wie waren je favoriete schrijvers toen jij nog klein was? Lees je deze verhalen nog eens terug om de dingen die jezelf prachtig vond van je favoriete schrijvers in de verhalen te leggen of hanteer je een geheel eigen stijl en eigen ideeën?

De gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren was absoluut mijn favoriete kinderboek. Ik heb het een paar jaar geleden weer eens gelezen. De manier van schrijven is ontzettend ouderwets, daar zou je nu geen enkele uitgever meer blij mee maken. Maar het verhaal raakt en boeit nog steeds, de karakters staan. En dat geldt voor meer ‘oude meesters’ zoals Tonke Dragt of Paul Biegel, of bijvoorbeeld Tolkien. Als je daar goed naar kijkt, is er eigenlijk geen doorkomen aan. Maar wat een geweldig verhaal en wat een wereld heeft hij geschapen! Daar kan ik alleen van dromen (en hopelijk ga ik het ooit gewoon doen).
Ik probeer dus zeker te analyseren wat ik mooi of goed vind aan verschillende boeken, want daar kun je alleen van leren. Maar ik blijf natuurlijk wel bij mijn eigen stijl.

Binnenkort komt Geheugenstrijd uit, ook een kinderboek. Kun je ons daar al wat meer over vertellen?

Geheugenstrijd is een boek waar mijn ziel en zaligheid in ligt. Het gaat over een tweeling (Vana en Fokko) wiens leven volkomen veranderd als ze door de koning worden uitgekozen voor een speciale opleiding. Al snel komen ze erachter hoe speciaal die opleiding is en waarom juist zíj zijn uitverkoren. Ook ontdekken ze dat het eiland niet zo veilig is als ze altijd hadden gedacht. Ze mengen zich in de strijd en vechten ieder hun eigen gevecht. En maken ieder hun eigen offers.

Zoals veel fantasyboeken gaat Geheugenstrijd over goed en kwaad. Ik wil de lezer laten nadenken over wat goed en wat slecht is. Hoe weet je dat jouw visie de juiste is? En is iemand die zijn hele leven geïndoctrineerd is met bepaalde ideeën, ook daadwerkelijk slecht? Is het kwaad aangeboren of aangeleerd? Ik denk dat het een thema is dat heel erg van deze tijd is.

Wat zijn de leukste reacties die je hebt gehad van kinderen over je boeken?

Van het prentenboekje Bobbel en Bengel gaan aapjes kijken, is de leukste reactie toch wel die van de voorlezers, als ze vertellen dat ze het boekje voor de 100e keer moeten voorlezen. Het is geweldig dat veel kinderen, ook al hebben ze het verhaal al tig keer gehoord, het nog een keer willen horen. Of dat de kinderen heel actief met het boek aan de slag gaan, bijvoorbeeld door er een spelletje van te maken om op iedere bladzijde oom Gijs (een van de personages) aan te wijzen. Zoiets bedenk je van tevoren niet als auteur.
Het zijn vaak de kleine reacties, dat een lezer het boek niet kon wegleggen, dat iemand de hele tijd bezig was met het uitvogelen van wie de slechterik was, dat een meisje mijn hoofdpersoon tot haar held heeft gemaakt, die geweldig zijn.
Wat ook erg leuk is, is als je vragen krijgt omdat kinderen een werkstuk of spreekbeurt over jouw boek gaan maken.

Een korte blik op je website laat zien met hoeveel projecten je op het moment wel niet bezig bent. Naar welke komende publicatie kijk je het meest uit?

Ik kijk vooral uit naar het tweede deel van de trilogie waar Geheugenstrijd het eerste deel van is. Op dit moment ben ik hard bezig deel twee (dat Lokroep van de macht gaat heten) te schrijven. Maar ik kijk ook uit naar mijn boekje voor slecht lezende (en dove) jeugd, Zin in bloed, dat in november uit moet komen. En eigenlijk naar alle publicaties die nog op stapel staan! Elk boek is bijzonder en elk boek brengt me, hopelijk, dichter bij mijn doel: een wereldberoemde schrijver worden 🙂

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here