Blake Charlton: Gedachten over Tolkiens Moderne Engels

0
14

Blake Charlton is een Amerikaans schrijver. Hij debuteerde in 2010 met De Taal der Spreuken en zit nu in het laatste jaar van zijn studie geneeskunde, die hij naast het schrijven van zijn boeken volgt. Zijn dyslexie speelde een grote rol in het bedenken van De Taal der Spreuken. In de gastblogs die we van Blake mochten plaatsen spreekt hij hierover. Het tweede deel in de serie, De Macht der Spreuken is eind vorig jaar uitgekomen bij Luitingh Fantasy

blakecharltonDe meeste fantasylezers weten dat Tolkien zijn eigen talen bedacht, puttend uit zijn kennis van Oud-Engels, Oud-Noors, Fins en Welsh. Minder lezers realiseren dat Tolkien zijn verhalen van Midden-Aarde bedacht voor zijn talen, en niet andersom.

De uitvinding van talen was de fundering. De ‘verhalen’ zijn eerder gemaakt om een wereld te bieden aan de talen dan het tegenovergestelde. Voor mij komt er eerst een naam en volgt daarna een verhaal.
(Brieven blz.219)

Ik ontdekte dit feit toen ik net begon met het schrijven van Taal der Spreuken. Het maakte me ongemakkelijk. Ik vond de niet-vertaalde passages van Tolkiens Quenya of Sindarin ontzettend mooi. Ze verdienen bewondering door hun ingewikkeldheid, fraaie kalligrafie, en taalkundige levendigheid. Maar ik hield van Tolkiens werk om zijn gebruik van het Engels, niet om zijn gebruik van verzonnen talen. Het waren de personages en verhalen zoals ze werden gebracht in het moderne Engels die me raakten. En toch ontdekte ik hier dat Tolkien ze had bedacht voor – en daardoor minder belangrijk achtten dan – zijn geschreven verhalen. Dat wil niet zeggen dat ik dacht dat hij zijn personages of verhaal onbeduidend achtte, hij had duidelijk een meesterlijke controle over en waardering voor beide. Maar toch, het feit dat hij een taal verhief boven karakters raakte me. Tolkien is de Homerus van onze literaire traditie. Zou Homerus een andere taal geëerd hebben boven zijn Grieks? Hoe meer ik over nagedacht, hoe meer het me hinderde.

Voordat ik Taal der Spreuken kon afronden moest ik me verzoenen met de grootste auteur in de traditie. Ik deed onderzoek naar Tolkiens relatie met het moderne Engels. In het voorwoord van zijn uitmuntende onderzoek ‘J.R.R. Tolkien: Author of the Century‘, verschaft Tom Shippey een samenvatting van Tolkiens conceptie van taal, voordat hij deze met honderden pagina’s verantwoord:

Tolkien hield er enkele persoonlijke, bijna ketterse opvattingen over taal op na. Hij vond dat mensen, en wellicht door hun verwarrende historische linguïstische achtergrond vooral de Engelsen, verschillende historische lagen van de samenleving konden identificeren door middel van taal, zonder dat ze wisten hoe. … [Hij dacht ook] dat filologie je verder terug kon brengen dan de oude teksten dat het bestudeerde. Hij geloofde erin dat je soms door middel van woorden zoals zij waren overgeleverd in latere perioden, terug kon grijpen naar concepten die allang verdwenen zijn, maar ooit zeker hadden bestaan. Anders zou het betreffende woord nooit hebben bestaan. Hoe rijk Tolkiens creatie dan ook was, zelf dacht hij niet dat hij alles aan het verzinnen was. Hij was aan het “reconstrueren”, tegenstellingen aan het harmoniseren in de bronteksten. Hij was aan het teruggrijpen naar een fantasierijke wereld, waarvan hij geloofde dat hij ooit echt had bestaan, in ieder geval in de collectieve verbeelding.”
(Shippey xiv-xv)

Toen ik voor het eerst dit sentiment las, vond ik het bizar. Maar ik groeide bijna een eeuw na en een halve wereld vandaan van Tolkiens rustige Midlands op. Ik ben geboren in een jonge, Pacifische wereldstad, voornamelijk gevuld met Engelstalige en Spaanstalige inwoners, maar bovendien aangevuld met Kantonese, Vietnamese, Japanse, Koreaanse, Hindoestaanse en andere invloeden. In mijn beleving van de wereld zijn talen voortduren in beweging en lenen ze woorden en klanken van elkaar of proberen ze dit juist heel erg te vermijden. Voor mij zijn talen te veel onderhevig aan internationale contacten om één taal op zichzelf staand te begrijpen. Mijn wereld was, en is nog steeds, een soort middeleeuws Brittannië, op het moment dat de oude Noren, de Engelsmannen en de verschillende soorten Kelten allemaal gemixt waren en elkaars woorden stalen of de verleiding om dit te doen onderdrukten.

Hoewel ik de taalkundige van Tolkien vreemd vond, veranderde het begrijpen ervan de manier waarop ik Tolkien en zijn fantasyliteratuur bezag. Zoals een science-fictionschrijver de basisprincipes van fysica en informatica gebruikte om de lezer een beeld van de toekomst te geven, zo gebruikte Tolkien zijn kennis – niet de lezer de toekomst te laten zien – maar om hemzelf terug in de tijd te plaatsen. Zijn personages en verhalen (die in zijn beleving beide in de collectieve verbeelding van zijn vaderland leefden) konden alleen worden gemaakt door middel van taal. Tolkien wilde, net zoals Homerus, een verhaal schrijven dat ‘origineel’ was in de antieke zin van “stammend van de oorsprong”, niet in de moderne zin van “het starten van iets nieuws”.

Een van de mooie dingen aan Tolkiens werk is dat het door zijn streven naar iets origineels in de traditionele zin, het iets origineels werd in de moderne zin. De lijst met epische fantasy-auteurs die volgden in de voetsporen van onze Homerus is lang, en de meerderheid verzon (in ieder geval delen van) een of meerdere talen om hun wereld te verrijken. Het moet gezegd worden dat velen, zonder de expertise die Tolkien had, faalden in deze poging. De boeken die me het meest inspireerden waren de Aardzee boeken van Ursula K. LeGuin, die een wereld creëerde waarin degene die de ‘ware naam’ van een persoon, object of dier kon achterhalen macht daarover kon uitoefenen.

Toen ik Taal der Spreuken schreef was een van mijn grootste doelen om een epische fantasy te schrijven dat iets origineels deed met de traditie dat taal met de epische fantasy had. Om dit te doen gebruikte ik mijn eigen ervaringen als dyslect en mijn studie van de moleculaire taal van DNA en proteïnen. Met deze achtergrond vroeg ik mezelf af hoe het zou zijn als je geschreven woorden van de pagina af kon pellen en ze fysiek echt kon maken. Tolkien creëerde Midden-Aarde voor zijn talen. Maar kon ik een wereld creëren dat werd gebouwd door een taal, in plaats van voor een taal?  En nog belangrijker, kon ik een goede verhaallijn voor mijn hoofdpersonage in deze wereld maken? Mijn gebrek verschafte het antwoord.

Bronvermelding
Letters of J.R.R. Tolkien, edited by Humphrey Carpenter with the assistance of Christopher Tolkien, London: Geroge Allen & Unwin, 1981; Boston, Houghton Mifflin, 1981.
J.R.R. Tolkien: Author of the Century, Tom Shippey, 2001; New York, Houghton Mifflin, 2001.

Deze blog is al eerder op de blog van Blake Charlton verschenen en nu met permissie vertaald. Het originele bericht (in het Engels) is hier te vinden

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here