FantasyWereld Header 2


Home > Interviews >

Interview met Renée Vink




Renee_Vink

 

Als er in je boekenkast wat fantasyboeken staan, is de kans heel groot dat je de naam Renée Vink ook wel een aantal keren tegen zult komen als je deze boeken openslaat. Als vertaalster van fantasytoppers als George R.R. Martin, Mark Lawrence, Guy Gavriel Kay en J.R.R. Tolkien heeft zij ervoor gezorgd dat ook de Nederlandse fans van hun prachtige verhalen konden genieten. Een goede reden om haar eens te interviewen over haar ervaringen bij het vertalen van de vele fantasyboeken.

 

 

vink1

9789064410420Wat was het eerste fantasyboek dat je hebt vertaald en hoe ben je destijds bij die klus betrokken geraakt?

Dat was Harpspeler in de wind van Patricia McKillip (Sirius & Siderius, 1986). Het was het derde deel van de Morgon van Hed-trilogie, waarvan de eerste twee delen al door iemand anders waren vertaald. De uitgever, Jan Sijmen Bakker (die mij kende sinds hij in 1983 een Tolkien-herdenkingsbundel had uitgegeven dat door mij was geredigeerd), was niet tevreden met die vertalingen. Hij vroeg of ik er goed Nederlands van wilde maken. Toen het resultaat zijn kritiek doorstond, vroeg hij mij of ik het derde deel van de trilogie voor mijn rekening wilde nemen, wat ik gedaan heb. Zo ben ik erin gerold.

Ondertussen heb je enkele van de bekendste fantasywerken van de afgelopen tijd vertaald, zoals boeken van George R.R. Martin, Marion Bradley en Guy Gavriel Kay. Is er een auteur wiens boeken je het prettigst te vertalen vind? (En zijn er fantasyboeken die je helemaal niet aanspraken?)

De boeken van Martin zijn fijn om te vertalen: ze zijn heel vlot geschreven en ik erger me zelden aan slechte zinsconstructies en al te bloemrijke taal. Een van de beste stilisten is Mark Lawrence. Ik heb twee delen van zijn Broken Empire- trilogie vertaald, Prins der Wrake en Koning der Wrake. Daar komen prachtige, maar ook veeleisende passages in voor waar je goed voor moet gaan zitten. Als zoiets dan lukt, is dat heel bevredigend. Lawrence hecht ook belang aan een goede vertaling; hij heeft het eerste deel door iemand laten lezen die het Nederlands machtig was, en die kon de vertaling wel waarderen. Wanneer je zoiets hoort, ga je voor het volgende deel extra hard je best doen. Ik vind het jammer dat de Nederlandse uitgever heeft besloten deel 3 niet uit te brengen omdat de eerste delen hier niet goed lopen.

Van Steven Eriksson heb ik maar één boek vertaald, deel 3 van de Malazan-reeks, A memory of Ice (Nederlands: In de ban van de woestijn), samen met drie (!) andere vertalers. Ik vond er niet veel aan, en in dit geval begrijp ik wél waarom twee uitgevers er na een paar delen geen heil meer in zagen. Er zijn in totaal maar vier van de tien delen vertaald. Ook van de Boeken van Oran van Midori Snyder was ik niet zo gecharmeerd, maar dat kwam vooral door de slechte schrijfstijl. Daar ergerde ik me dermate aan, dat ik na twee delen gevraagd heb of een andere vertaler het laatste deel wilde doen, en dat is toen gelukkig ook gebeurd. Het verhaal vond ik overigens wel boeiend.

9789064410420

Het lastigste zijn woorden en termen die auteurs zelf verzinnen of samenstellen, maar die wel duidelijk een betekenis hebben of bepaalde associaties meebrengen. Dan moet je zelf ook een nieuw woord of een nieuwe term met ongeveer dezelfde lading als in het origineel hebben. Een voorbeeld: Guy Gavriel Kay had in Het Fionavar tapijt een kudde fantasiebeesten verzonnen die hij als ‘a swift of eltor’ betitelde, naar analogie van al die collectieven die je in het Engels voor verschillende groepen dieren hebt, zoals ‘a murder of crows’ of ‘a pride of lions’. Zijn eltor waren hoefdieren, en normaal gebruik je daar in het Nederlands het woord kudde of roedel voor, maar vanwege dat ‘swift’ vond ik dat dat niet kon. Alleen vond ik dat ‘een snelheid eltor’ lelijk, dus heb ik er ‘een schicht eltor’ van gemaakt.

Vastlopen doe je zelden: iets dat lastig is, is het over het algemeen juist een uitdaging. Dat is  prettiger dan een tekst die maar zo’n beetje voortkabbelt en je nooit voor problemen stelt. Waar ik vooral door vastloop, is iets wat slecht geschreven is. Niet omdat ik niet weet wat ik daarmee aan moet – verbeteren is geen punt – maar omdat zoiets bij mij een mentale barrière opwerpt. (Zie ook bij de vraag hierboven het stukje over de Oran-trilogie.)

Is er contact met de auteur mogelijk als je boeken vertaald om bepaalde passages of diepere lagen toegelicht te krijgen? Hoe los je dat soort vragen op?

Met de meeste auteurs kun je via de uitgever wel contact opnemen, en over het algemeen vinden ze het leuk als je vragen stelt. Zo heb ik onder andere contact gehad met George Martin, Guy Gavriel Kay en Mark Lawrence. Maar de vragen gaan over het algemeen niet over ‘diepere lagen’. Als een auteur ergens een diepere bedoeling mee heeft, kun je dat toch niet gaan uitleggen: je moet vertalen wat er staat, en wanneer je de taal waaruit je vertaalt meester bent, dan zie je wel of iets gelaagd is en probeer je dat in je vertaling over te brengen. Bovendien: als een auteur moet toelichten wat zij/hij bedoelt, pleit dat niet voor het boek. Ik heb wel eens gevraagd of een bepaalde meerduidigheid opzet was – om te voorkomen dat ik iets in de tekst zou inbrengen wat er in het origineel niet  stond.

Waar ik zeker vragen over stel, zijn feiten die niet (lijken te) kloppen, bijvoorbeeld een merrie die in een volgend deel plotseling een hengst is. Iemand die plotseling een naam heeft zonder dat degene uit wiens perspectief het verhaal wordt verteld, die naam kan kennen. Een term als ‘burgundy’ in een fantasiewereld waarin Bourgondië niet bestaat. Verkeerd gespelde teksten in een bestaande vreemde taal in een fantasyboek dat in onze wereld speelt. Dat soort dingen. (Alle vier voorbeelden uit de praktijk.) Meestal blijkt het dan inderdaad om vergissingen te gaan. Een keer heb ik zelfs van een auteur de vrije hand gekregen om fouten in het Oudnoors te corrigeren – een taal die ik ken vanuit mijn studie.

9789064410420En hoe is het contact met een uitgever/redacteur bij het maken van een vertaling? Is er bijvoorbeeld overleg over de titel en het vertalen van namen?

Naar mijn ervaring verlopen zulke contacten over het algemeen goed. Je krijgt redelijk wat vrijheid bij het vertalen van namen – bij de uitgeverijen voor wie ik werk, is het voornaamste dát je ze vertaalt. En dat wil ik wel even kwijt tegen al die mensen die er op internetfora tegen fulmineren dat de namen in Martins Het lied van ijs en vuur vertaald zijn: in dit geval wilde de uitgever graag dat ik de namen zou vertalen, zoals meestal het geval is bij fantasyboeken die in een andere wereld spelen. Niet dat ik er bezwaar tegen had, maar het ligt dus niet puur aan mij. Dat mensen bepaalde namen misschien graag anders vertaald hadden gezien, prima, maar verwens mij niet omdat ze niet in het Engels zijn blijven staan – en zeker niet als je eerst de TV-serie hebt gezien, want nee, de boeken waren er toch echt eerder. (En dat de namen in de TV-serie niet vertaald zijn, is omdat de uitgever het copyright op de Nederlandse vertaling daarvan heeft en het ondertitelbureau er niet voor wilde betalen.)

Een soortgelijk verhaal geldt voor titels. Die worden meestal door de uitgever bepaald, soms in overleg met de vertaler, vaak ook niet. Dus wees niet te snel om een vertaler vanwege een ‘slecht vertaalde’ titel aan de schandpaal te nagelen. Ik schrik soms ook wanneer ik de titel zie, maar ik ben er helaas maar één keer in geslaagd, in te grijpen. Dat was bij een boek van een schrijfster die Nederlands kon lezen (geen fantasy, overigens), en die nog harder ging steigeren dan ik. Meestal is het al te laat wanneer je als vertaler hoort wat de titel wordt.

9789024556335Bij series zoals Een Lied van IJs en Vuur kunnen er zomaar een aantal jaren tussen opeenvolgende delen zitten. Hoe hou je voor jezelf het overzicht en de continuïteit met namen en gebeurtenissen vast?

De eerste drie boeken verschenen kort na elkaar, en daarom leverde de continuïteit toen nog weinig problemen op. De meeste namen waren zo op te zoeken, omdat ze in de aanhangsels of op de landkaartjes stonden. De rest was zonder veel moeite terug te vinden. Toen kwam Een feestmaal voor kraaien, jaren na het vorige deel, en dat bleek een struikelblok. Toen ik dat ging vertalen, wist ik a) van sommige namen die niet in de Appendices stonden, en die ik helaas vergeten was te noteren, niet meer hoe ik ze had vertaald en b) van een aantal namen niet meer dát ik ze al eens had vertaald. Voor a) had ik een oplossing: die namen zijn allemaal opgezocht door mijn oudste dochter, ook een Martin-fan. Bij b) ging het soms mis, omdat ik niet altijd door had dat ik een naam eerder had vertaald en dat dus nog eens deed – en helaas soms anders dan de eerste keer.

Toen het te laat was (oftewel, toen ik alle boeken voor de vertaling van A Dance With Dragons nog eens doorlas), ontdekte ik die verschillen. Bij Een Dans met Draken heb ik daarom veel meer gecontroleerd en daarnaast heeft Niels van Eekelen, een van mijn co-vertalers voor dat deel, alles na afloop extra goed gecheckt, omdat er toch een paar van de honderden namen door de mazen van het net waren geglipt. Daarmee was het probleem voor Dans onder controle, maar dat geldt niet voor Feestmaal. In Dans is de vertaling van enkele namen overigens verbeterd, zowel door mijn andere co-vertaler Jet Matla als door mijzelf. Je hoopt dan stiekem dat geen  mens dat merkt, maar dat is natuurlijk wel gebeurd. Eigenlijk zou iemand de hele serie eens moeten doornemen en al die afwijkingen moeten noteren met het oog op volgende drukken, zodat de boel rechtgetrokken kan worden.

De nacht daalt, en daarmee vangt mijn wake aan. Die zal geen einde nemen voordat ik sterf. Ik zal geen vrouw nemen, geen land bezitten, geen kinderen verwekken. Ik zal geen kronen verwerven, noch roem vergaren. Ik zal leven en sterven op mijn post. Ik ben het zwaard in de duisternis. Ik ben de waker op de muren. Ik ben het vuur dat brandt tegen de kou, het licht dat gloort in de ochtend, de hoorn die de slapers wekt, het schild dat de rijken der mensen beschermt. Ik wijd mijn leven en eer aan de Nachtwacht toe, in deze en alle komende nachten.
—Het Spel der Tronen, Jon V, blz. 484

Wat ik over namen zeg, geldt ook voor titels, ‘technische’ termen, historische gebeurtenissen en vooral gezegden, zoals b.v. ‘woorden zijn wind’. Soms voel je bij het vertalen aan dat iets – zeg maar ‘duistere wieken, duistere woorden’ – een vaste uitdrukking is, en meestal komen zulke teksten vaak voor, dus die leveren geen probleem op. De eed van de Nachtwacht (zie hiernaast) is ook een goed voorbeeld. Maar de moeilijkheid is, dat je sommige gezegden pas een boek (of wat) later als zodanig herkent, omdat ze dan pas herhaald worden. Dan denk je: o jee, waar stond dat vorige keer ook alweer? Of je herkent iets domweg niet. En je kunt nu eenmaal niet alles gaan noteren wat een klein beetje op een gezegde lijkt of mogelijk voor herhaling vatbaar kan zijn, want dan schiet de vertaling niet op. Dat is in wezen het grootste continuïteitsprobleem bij de serie van Martin.

9789024507559Vertalers van een boek worden vaak in de binnenkant wel genoemd, maar krijgen niet altijd de waardering die ze verdienen. Steekt dat je wel eens, of vind je het prima om niet in het middelpunt van de aandacht te staan?

Er zijn vertalers die het liefst op de voorkant vermeld zouden worden, en in een enkel geval gebeurt dat ook. Wanneer iemand een goede vertaling van een literair werk als bijvoorbeeld Finnegan’s Wake levert, mag dat ook wel, want dat vereist een creativiteit die nauwelijks voor die van de auteur onderdoet. Voor het vertalen van de meeste lijvige fantasy-trilogieën heb je vooral doorzettingsvermogen nodig, en ik zit er niet zo mee als mijn naam niet op de cover van mijn vertalingen staat. Maar het zou wel prettig zijn, als recensenten de vertaler niet alleen maar noemen wanneer ze kritiek op de vertaling hebben, zoals nu vaak gebeurt. Een compliment voor de schrijfstijl van een vertaald boek gaat helaas zelden gepaard met enig besef dat daar een vertaler achter zit die zijn/haar werk dus kennelijk goed heeft gedaan.

In vertalerskringen luidt de verzuchting vaak ‘het boek heeft zichzelf weer eens vertaald’. Dus, al hoeven vertalers wat mij betreft niet in het middelpunt van de aandacht te staan, dat ze vooral zichtbaar worden als ze fouten maken, is niet fair.

Sommige mensen lezen liever de originele uitgave in plaats van de vertaling, omdat ze beweren dat vertalers de toon van de auteur nooit honderd procent kunnen overbrengen. Ben je het hiermee eens? En wat probeer je zelf te doen om zo goed mogelijk de persoonlijke toon van de auteur over te brengen?

Dit lijkt me een geschikt het moment om de bekende Italiaanse uitspraak traduttore, traditore aan te halen, letterlijk: vertaler, verrader. Dat klinkt cru, maar ik ben het er in zoverre mee eens, dat ik het onmogelijk acht een origineel in vertaling 100% recht te doen. Daarvoor is de taal zelf te meerduidig. Er zijn veel te veel woorden en uitdrukkingen waarvan de lading in de ene taal die in de andere niet dekt. Je raakt connotaties kwijt die een woord of een zinsnede in de brontaal wel bezitten, maar het equivalent in de doeltaal niet.

Vertaal maar eens ‘elk nadeel heb zijn voordeel’ adequaat in een vreemde taal zonder in een voetnoot de naam Johan Cruyff te vermelden. En zelfs als je dat wel doet, heeft het in een vreemde taal nog steeds een ander effect dan in het Nederlands. Aan zulke dingen kun je heel weinig doen. En dan heb ik het nog niet eens over woorden waar in de doeltaal geen equivalent voor is (bijvoorbeeld het Engelse ‘facepalm’ of het Duitse ‘Schlimmbesserung’. Dus ik beken bij deze dat ik boeken altijd zo veel mogelijk in de brontaal lees. Niet omdat ik aan de capaciteiten van mijn medevertalers twijfel, maar omdat ook zij het onmogelijk niet mogelijk kunnen maken. Met als kanttekening dat bij het ene boek de finesses van het taalgebruik minder belangrijk zijn dan bij het andere – alleen is het probleem dat je dat pas merkt wanneer je het origineel leest…

Overigens is het niet zo, dat het probleem van de vertaalbaarheid per definitie tot slechte teksten leidt. Een vertaling kan fraai taalgebruik opleveren. Soms beter dan het origineel, omdat vertalers weleens de neiging hebben auteurs te verbeteren. (Dat laatste komt mede omdat fouten van een schrijver meestal aan de vertaler verweten worden. En als je daar een paar keer op afgerekend bent, leer je wel af om fouten van een schrijver te laten staan.)

Je moet uiteraard altijd rekening houden met toon en stijl van een auteur. Neem Tolkien: diens taalgebruik is nogal ouderwets, dus een vertaling met modernismen is dan misplaatst. Zulke dingen zijn een kwestie van grondige kennis van de brontaal, maar ook van aanvoelen, van taalgevoel. Je zou eigenlijk altijd ruim de tijd moeten nemen om een te vertalen tekst te laten bezinken voor je aan het werk gaat. De deadline van de uitgever staat dat niet altijd toe, maar gelukkig is het vertalen van een roman een langdurig proces en krijg je al vertalend steeds meer greep op de taal van de betreffende auteur. Zo wijzig ik in de eerste nakijkronde meestal veel meer aan het begin dan in de latere delen van het boek.

9789064410420Je hebt zelf verscheidene middeleeuwse thrillers geschreven, hoe was het om dan zelf het verhaal te kunnen bedenken? Kunnen we in de toekomst nog meer boeken van jouw hand verwachten?

Zelf een boek schrijven vind ik leuker dan vertalen, maar het eist meer van je. Het creatieve proces kent geen kantooruren. Ik blijf nog wel eens nadenken over een vertaalprobleem nadat ik mijn computer heb uitgezet, maar meestal kan ik vertaalwerk en vrije tijd wel scheiden. Bij het zelf boeken schrijven is dat anders, wijst de ervaring uit. Het laat me niet los; ik ga ermee naar bed en sta ermee op.

Daarnaast is het schrijven van een passage die je zelf erg geslaagd vindt bevredigender dan het vinden van een goede oplossing voor een vertaalprobleem. Dat is waarschijnlijk omdat je in een eigen boek veel meer van jezelf steekt dan in een vertaling, die toch voornamelijk je taalgevoel aanspreekt. En bij een vertaling moet je jezelf eerder wegcijferen: het gaat erom dat je de taal van een ander recht doet. In je eigen boek kun je jezelf veel beter kwijt.

Of ik nog meer historische thrillers zal schrijven, betwijfel ik. Eigenlijk ben ik een beetje op het genre uitgekeken, en het publiek kijkt volgens mij niet echt reikhalzend naar de volgende Renée Vink uit. Maar ik heb na die thrillers ook nog een non-fictieboek over Tolkien, Wagner en hun respectievelijke ringen geschreven (in het Engels), en zoiets lijkt me wel leuk om nog eens te doen, al heb ik op dit moment niet duidelijk een onderwerp voor ogen.

 

vink2

Je liefde voor boeken gaat in sommige gevallen verder dan alleen vertalen. Zo ben je een van de oprichters van Unquendor, het Tolkien Genootschap in Nederland. Wat spreekt je zo aan in Tolkiens verhalen?

Eigenlijk bijna alles, maar in de eerste plaats de secondaire wereld die hij heeft gecreëerd en soms tot in details heeft uitgewerkt. Verder de ruimte die hij de fantasie van de lezer laat, de honderden (niet zelden bedekte) toespelingen op en verwijzingen naar de vroegmiddeleeuwse Europese literatuur en geschiedenis – die je heerlijk kunt uitpluizen. De boeiende personages die hij heeft gecreëerd (en nee, ik heb er geen moeite mee dat daar maar een beperkt aantal vrouwen bij is). De kosmische schaal van het geheel, die overigens pas duidelijk wordt als je de Silmarillion erbij betrekt. De eindeloze discussies die je erover kunt voeren. De grenzen die wegvallen als je er met andere Tolkienfans over communiceert. Het is vooral Tolkien, van wie ik heb geleerd dat de ruimte in mijn eigen hoofd eigenlijk net zo grenzeloos is als die eromheen.

logounquendorVoor onze bezoekers die net als jij erg geïnteresseerd zijn in het werk van Tolkien, wat voor activiteiten organiseert Unquendor?

De kernactiviteit van Unquendor zijn de z.g. ‘herbergen’, bijeenkomsten bij leden thuis waarover wordt gediscussieerd over een door de gastheer/-vrouw bedachte inleiding, maar waarnaast ook alle ruimte is voor gezellig kletsen (niet alleen over Tolkien) en lekker eten en drinken. Daarnaast hebben we jaarlijks een algemene ledenvergadering; een Joelfeest (kort voor Kerstmis) met een speciaal programma; het 3-januaridiner om Tolkiens geboortedag te herdenken; een fietstocht; en het Slotfeest, een meerdaags evenement met een gevarieerd programma (lezingen, voordrachten, muziek, meestal een quiz, soms een veiling) en alweer, veel gezelligheid.

Daarnaast is Unquendor aanwezig op evenementen als de Elf Fantasy Fair (tegenwoordig Elfia, geloof ik); er wordt aan re-enactment gedaan, er gaan groepjes leden naar bijeenkomsten in het buitenland, vooral Engeland en Duitsland, maar er zijn ook leden die naar Scandinavië en landen als Slovenië en Griekenland zijn geweest. Een keer in de vijf jaar organiseren we een lustrum (een soort Slotfeest XXL), dat ook veel buitenlandse gasten trekt. Ten slotte geven we ons eigen verenigingsblad uit, dat Lembas heet en waarvan ik op dit moment de redactie heb, en als aanvulling een tijdschrift met op wetenschappelijke leest geschoeide artikelen in het Engels dat twee keer in de vijf jaar verschijnt.

Bij deze de website van het genootschap: http://www.unquendor.nl/

In december komt van jouw hand de vertaling van Beowulf, net als Arthurs val een bewerking door Christopher Tolkien van bronmateriaal van zijn vader. Zijn er aspecten uit deze werken waardoor je meer te weten komt over (de geschiedenis van) Midden-aarde of is het echt heel anders dan zijn fantasywerk?

Beowulf is behoorlijk anders dan zijn fantasywerk, wat trouwens ook al gold voor De legende van Sigurd en Gudrún en Arthurs val. De hoofdmoot van dit boek bestaat uit Tolkiens eigen colleges over de Beowulf, door Christopher als annotaties bij zijn vaders vertaling geplaatst. Daarnaast bevat het boek nog een soort oer-Beowulf in de vorm van een volksverhaal, plus een berijmde versie van een groot deel van het verhaal. Om misverstanden te voorkomen: ik vertaal niet de Beowulf, maar Tolkiens vertaling ervan, wat niet hetzelfde is. Je kunt erover twisten of het zinnig is om een vertaling van een vertaling te maken, maar als je Tolkiens versie naast die van anderen legt, zie je toch wel verschillen. Waarvoor je dan vervolgens in het commentaar een verklaring krijgt.

9789022572016Voor de geschiedenis van Midden-aarde is het van beperkt belang. Je herkent wel het een en ander, zoals een dief die het hol van de draak in sluipt en daar een beker steelt. Of de oude, enigszins machteloze koning die doet denken aan Théoden voordat hij door Gandalf wordt opgepept. Zo nu en dan denk ik onder het vertalen: o, ja, daar heb je dat element. Maar al die dingen waren natuurlijk allang bekend, want het verhaal bestaat al veel langer. Wat vooral opvalt is Tolkiens enorme creativiteit als linguist en tekstbezorger. In Arthurs val en Sigurd en Gudrún zitten weer een paar andere elementen die met Midden-aarde te maken hebben, maar voor mensen die vooral in Tolkiens secondaire wereld geïnteresseerd zijn, zijn dat niet meer dan een paar krenten in een groot bord pap.

Is Beowulf dan ook vooral interessant voor een gericht publiek (mensen met interesse voor Tolkien of Noorse folklore) of zou iedere LOTR-fan dit boek kunnen oppakken?

LOTR-fans die geen boodschap hebben aan de auteur en zijn bronnen zullen er weinig van hun gading in aantreffen. (Met Noorse folklore heeft het boek overigens niets te maken, want dan heb je het over dingen als klederdrachten en stafkerken.) Er is een verband met Noordse mythen en sagen, maar het gaat toch vooral om het hoofdwerk van de Oud-Engelse literatuur zoals Tolkien dat zag.

Over Tolkien en zijn werk en inspiratie schrijf en lees je zelfs wetenschappelijke artikelen. Is deze achtergrondkennis voor het werk van Tolkien noodzakelijk om een degelijke vertaling te maken, of vooral handig?

Het helpt natuurlijk om te weten wie de schrijver is en wat hij verder in zijn leven zoal heeft gedaan. Ook mijn kennis van artikelen en boeken over de taalkundige aspecten van zijn werk werpt zijn vruchten af. Maar in de praktijk heb ik bij het vertalen het meest aan mijn studie, vooral de colleges historische taalkunde en vergelijkende taalwetenschap. Dit is in hoofdzaak een wetenschappelijk werk dat je niet zonder linguïstische vakkennis kunt vertalen.

Wat lees je (naast het werk over en van Tolkien) zelf graag aan fantasy?

Tja, ik vertaal George R.R. Martin niet alleen, ik ben ook een fan van zijn werk. Rowlings Harry Potter serie heb ik met plezier gelezen (behalve de epiloog). Waar ik het meest van houd, is van fantasy die in deze wereld speelt of daar een duidelijke link mee heeft. Zo vond ik Neil Gaimans American Gods heel boeiend, en laatst heb ik een bijzonder leuk boek van Joanne Harris vertaald dat de Noordse mythologie vertelt vanuit de visie van de ‘boosdoener’ Loki.

Mark Lawrence (lichte spoiler) schrijft over een post-apocalyptisch Europa dat in de Middeleeuwen is teruggevallen. Guy Gavriel Kays fantasiewerelden zijn sterk op historische tijdperken van onze wereld geënt. Het klinkt misschien gek dat ik aan dit genre de voorkeur geef boven de meeste fantasy die in een andere wereld speelt (Martin is een uitzondering), maar ik ben waarschijnlijk een beetje bedorven door Tolkien. Ik ben te vaak teleurgesteld: de meeste verzonnen werelden kunnen in mijn ogen niet in de schaduw van de zijne staan. En natuurlijk speelt ook mijn belangstelling voor een tijdperk als de Middeleeuwen een niet onaanzienlijke rol.

 

 

 






 

Linksonder    
footer